Genealogie van NazatenDeVries en anderen
Marcus Claudius Marcellus Minor
Marcus Claudius Marcellus Minor.

 



Bronnen:
1.Afgeschermd, Wikipedia
2.Genealogie van Bernd Josef Jansen, BJ Jansen

Lucius Domitius Ahenobarbus
 
Lucius Domitius (Gnaius Domitius) Ahenobarbus1,, Biografie en historie., geb. circa 59 BC, Biografie en historie.,, Biografie en historie.,1,, Biografie en historie., consul in 192 BC,
Aedilis plebis. in 22 BC,
De aedilis plebis, in 494 v.Chr. ingesteld, was waarschijnlijk de oudste plebejische ambtenaar van de Romeinse Republiek. De twee aediles plebis stonden in voor de tempel en het bijhorend archief van het plebs op de Aventijn. Zij moesten tevens toezicht houden op de markten. Later zouden zij zich ook bezighouden met brandbestrijding, watertoedeling, het onderhoud van openbare gebouwen, enzovoorts. Gaius Iulius Caesar stelde twee extra aediles plebis aan om toe te zien op de bevoorrading van de stad. Ze waren geen volwaardige magistraten, omdat ze slechts gekozen werden door het plebs. Hun waardigheid moest ook onderdoen voor die van hun collega's, de aediles curules die een met ivoor ingelegde zetel kregen in de senaat. Net zoals de tribunus plebis was de aedilis plebis onschendbaar. Sinds 130 v.Chr. werd men al vanaf de functie van aedilis plebis in de senaat opgenomen.
Bron: J. Lendering, art. Aedile, Livius.org, 2006.
consul in 16 BC, proconsul in 12 BC,
Legatus propraetore van 7 BC tot 2 BC,
Een legatus pro praetore was in het Imperium Romanum een ex-consul, die was aangesteld als gouverneur over een provincia door de princeps. Hij mocht ook legioenen aanvoeren in naam van de princeps. Zoals de legatus legionis de tegenhanger was van de propraetor, zo is de legatus pro praetore de tegenhanger van de republikeinse proconsul.
Ref/bronnen:
- L. Schmitz, art. Legatus, in W. Smith, A Dictionary of Greek and Roman Antiquities, Londen, 1875, pp. 677-679.
- P. Kehne, art. Legatus, in NP7 (1999), klm. 5 - 6.
Executeur-Testamentair in 25,
Een executeur (in Nederland voorheen executeur-testamentair, in België vereffenaar) is degene, die het testament van een erflater ten uitvoer brengt, nadat deze is overleden.
Ovl. (Ongeveer 34 jaar oud) in 25 BC, Biografie en historie.,, Biografie en historie..



Aantekeningen bij Lucius Domitius Ahenobarbus.
•.
Lucius Domitius Ahenobarbus was, zover bekend, de enige zoon van Gnaius Domitius Ahenobarbus.
Tijdens de ontmoeting tussen de triumviri Gaius Iulius Caesar Octavianus, Marcus Antonius en Marcus Aemilius Lepidus in Tarentum (36 v.Chr.), werd een huwelijk gearrangeerd tussen Lucius Ahenobarbus en de minderjarige Antonia minor1. In feite was dit huwelijk ingegeven door politieke motieven. Lucius Ahenobarbus en zijn vader Gnaius Ahenobarbus waren immers trouwe aanhangers van Marcus Antonius; Antonia minor was de dochter van Antonius en Octavia Thurina minor. Het huwelijk zou niet alleen de band versterken met Antonius, maar tevens ook een band scheppen tussen Gaius Iulius Caesar Octavianus en de Ahenobarbi. Het daadwerkelijke huwelijk vond plaats rond 26/25 v.Chr.
Het cursus honorum, ofwel de politieke loopbaan van ereambten van Lucius Ahenobarbus, is niet geheel bekend, maar de familieband met Augustus (Lucius Ahenobarbus was immers een aangetrouwde neef van de princeps) heeft naar aller waarschijnlijkheid een belangrijke rol gespeeld. Bekend is dat hij in 22 v.Chr. aangesteld werd tot aedilis plebis. Hij zou in deze hoedanigheid de censor Lucius Munatius Plancus beledigen. Hij dwong deze ambtenaar - hoger in rang dan hem - om voor hem uit de weg te gaan toen hij met de wagen door de straten stormde2. In 16 v.Chr. werd hij, samen met Publius Cornelius Scipio aangesteld als consul.
Na zijn ambtstermijn als consul werd Lucius Ahenobarbus in 12 v.Chr. aangesteld als proconsul van de provincia Africa. In de periode 7 - 2 v.Chr. deed hij, als opvolger van Tiberius, dienst als legatus propraetore in de provincia Illyricum en ontplooide zich tot een kundig militair bevelhebber. Hij wist verder door te stoten in het Germaanse gebied dan al zijn voorgangers3 en bereikte uiteindelijk zelfs de Elbe. Na deze militaire prestaties verkreeg L. Domitius Ahenobarbus het bevel over de Romeinse troepen gelegerd in Germania. Tijdens zijn aanwezigheid in het noorden liet hij een strategisch lange brug (pontes longi) aanleggen tussen de Rijn en de Eems. Voor zijn kundigheid en militaire successen werd L. Domitius Ahenobarbus door Augustus beloond met een insignia triumphalia.
De band tussen Augustus en Lucius Ahenobarbus moet zeer sterk zijn geweest. Lucius Ahenobarbus werd immers door de eerste princeps aangewezen om op te treden als executeur-testamentair na diens dood in 14 n.Chr.3.
Lucius Domitius Ahenobarbus stierf zelf in 25 n. Chr.3 Hij liet drie kinderen achter: Gnaius Domitius Ahenobarbus, Domitia Lepida maior en Domitia Lepida minor.
•.
Referenties/bronnen:.
- J. Hazel, art. Ahenobarbus, Lucius Domitius (7), in J. Hazel, Who's Who in the Roman World, Londen - New York, 2001, p. 7.
•.
Voetnoten:.
1. Suetonius, Nero 5; Plutarchus, Antonius 87; Tacitus, Annales IV 44.
2. Suetonius, Nero 4.
3. Tacitus, Annales IV 44.
•.
Gnaius Domitius Ahenobarbus deelde tijdens zijn ambtstermijn als aedilis plebis (196 v.Chr.) samen met zijn collega Gaius Scribonius Curio boetes uit aan een groot aantal pecuarii (veehouders) die gebruik maakten van het publieke grondgebied (pascutt) zonder daarvoor belasting te betalen. Met de opbrengst van deze boetes liet hij vervolgens een tempel bouwen op het Tibereiland, die hij, tijdens zijn ambtstermijn als praetor (194 v.Chr.), wijdde aan de natuurgod Faunus1.
•.
In 192 v.Chr. werd Ahenobarbus, samen met Lucius Quinctius Flamininus aangesteld als consul. Tijdens zijn ambtstermijn was Rome op drie fronten tegelijk militair actief. In Griekenland werd de positie van Rome bedreigd door een alliantie tussen Aetolische Bond en de Seleucidische koning Antiochus III de Grote. In Hispania Citerior waren de legioenen van praetor C. Flaminius en M. Fulvius een militaire expeditie gestart tegen verscheidene opstandige Celtiberische stammen, zoals de Lusitaniërs. Ahenobarbus en zijn collega L. Flaminius werden zelf richting het noorden van het Italische schiereiland gestuurd om de aldaar levende Gallische stammen te pacificeren. Ahenobarbus werd richting de Boii gestuurd en wist zonder veel problemen de stam te onderwerpen (de leiders van deze stam gaven zich namelijk vrijwillig over); zijn collega Flaminius had veel meer moeite om zijn taak te volbrengen. Slechts na enkele harde militaire confrontaties wist hij uiteindelijk de Liguriërs te onderwerpen aan het Romeinse gezag.
Na zijn consulaat vervolgde Ahenobarbus zijn militaire loopbaan en diende in 190 v.Chr. als legatus onder Lucius Cornelius Scipio Asiaticus tijdens diens militaire expeditie tegen de koning van het hellenistische Seleucidenrijk Antiochus III de Grote2.
Gnaius Domitius Ahenobarbus had, zover bekend, een zoon: Gnaius Domitius Ahenobarbus, de consul suffectus van het jaar 162 v.Chr.
•.
Bronnen, ref. noten:.
1. Livius, Ab Urbe Condita, XXXIII, 42; XXXIV, 42-43, 53.
2. Livius, Ab Urbe Condita, XXXV, 21.
•.

tr. (resp. minstens 34 en minstens 14 jaar oud) tussen 25 BC en 26 BC
met

Antonia (Nn) Maior, dr. van Marcus (Mark) (Antonius (Antony)) en Octavia Thurina Minor, geb. circa aug 39 BC.


Aantekeningen bij Antonia Maior.
•.
Antonia Maior (PIR2 A 884) (geboren augustus/september 39 v.Chr.), ook wel Antonia de Oudere genoemd, was een dochter van Marcus Antonius en Octavia Thurina minor en nicht van Imperator Caesar Augustus, princeps van Rome.
•.
Zij werd geboren in Athene en na 36 v.Chr. verhuisde ze samen met haar moeder, (half-)broers en (-)zussen naar Rome. Daar werd zij door haar moeder, haar oom en haar tante Livia Drusilla opgevoed. Volgens Cassius Dio1 stond haar oom langs moederskant (de latere princeps Augustus) haar en haar jongere zus Antonia minor toe om het landgoed van hun vader te Rome als bron van inkomsten te gebruiken. nadat haar vader zelfmoord had gepleegd.
•.
Er is maar weinig over haar bekend, hoewel men hoge achting had, zowel voor haar als haar zus Antonia minor, moeder van Germanicus en de toekomstige princeps Claudius, die werd geloofd voor haar schoonheid en deugd.
Rond 26/25 v.Chr. trouwde Antonia met Lucius Domitius Ahenobarbus2. Uit dit huwelijk werden Domitia Lepida maior, Gnaius Domitius Ahenobarbus en Domitia Lepida minor3 geboren.
Antonia stierf voor haar echtgenoot op vijfentwintigjarige leeftijd.
•.
Noten:.
1. LI 15.7.
2. Suet, Nero 5.1, Plut, Antonius 87.3, Tac, Ann. IV 44.2 (Tacitus verwart haar met haar jongere zus Antonia minor).
3. Tac, Ann. XII 64.2 (Tacitus verwart haar ook hier met haar jongere zus Antonia minor).
•.
Referenties/bronnen:.
- E. Groag - A. Stein - L. Petersen - e.a. (edd.), Prosopographia Imperii Romani saeculi I, II et III, Berlin, 1933 - . (PIR2).
- M. Lightman - B. Lightman, art. Antonia the Elder, in M. Lightman - B. Lightman (edd.), Biographical Dictionary of Ancient Greek and Roman Women: Notable Women from Sappho to Helena, New York, 2000, p. 19.

Uit dit huwelijk 3 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Gnaius Domitius     
Domitia Lepida  †59   
Domitia Lepida     



Bronnen:
1.Afgeschermd, Wikipedia

Dossier:


Gnaius Domitius Ahenobarbus
Gnaius Domitius Ahenobarbus1,1,
Pontifex in 172 BC,
Een pontifex (mv.: pontifices; < pons + facere) ("wegberijder" of "bruggenbouwer") was oorspronkelijk een Romeins priester wiens belangrijkste taak het was kwade invloeden af te weren wanneer men het grondgebied verliet. Oorspronkelijk waren ze met drie, maar later werd hun aantal opgetrokken tot zestien. De pontifices maakten deel uit van het college van Pontifices, dat onder leiding stond van de Pontifex Maximus. De pontifices werden gedacht bruggen te slaan tussen de mensen en de goden.
officiële gezanten te Macedonië [Gri] in 169 BC, consul suffectus in 162 BC, consul in 32, commissaris na 168.


Aantekeningen bij Gnaius Domitius Ahenobarbus.
Gnaius Domitius Ahenobarbus was de zoon van Lucius Domitius Ahenobarbus (III) en Antonia en vader van keizer Nero. Hij was consul in het jaar 32 n. Chr. en vervolgens proconsul van de provincia Sicilia. Hij stierf in Pyrgi als gevolg van waterzucht. Tijdens zijn leven was hij gehuwd met Julia Agrippina minor, de dochter van Germanicus Julius Caesar. •.
Gnaius Domitius Ahenobarbus was de zoon van Gnaius Domitius Ahenobarbus (consul in 192 v.Chr.) en werd al op vroege leeftijd aangesteld als pontifex (172 v.Chr.) [1].
•.
Tijdens de Derde Macedonische Oorlog (171 - 168 v.Chr.) werd hij samen met A. Licinius Nerva en L. Baebius in 169 v.Chr. aangesteld om als officiële gezanten af te reizen richting Macedonia. Het was hun taak om de aankomende consul L. Aemilius Paulus voor het jaar 168 v.Chr. met raad en daad bij te staan in zijn strijd tegen de Macedonische koning Perseus en een duidelijke inschatting te maken van de staat van het Romeinse leger in deze gebieden [2].
Na de definitieve nederlaag van Perseus tijdens de slag bij Pydna in 168, werd Gn. Domitius Ahenobarbus aangesteld als een van de tien commissarissen die, in samenwerking met de proconsul Lucius Aemilius Paulus Macedonicus, de vorming van de provincia Macedonia moesten bewerkstelligen [3]. De overige leden van deze commissie waren A. Postumius Albinus4, C. Claudius Pulcher, Q. Fabius Labeo, C. Licinius Crassus (allen ex-consuls) en Ser. Cornelius Sulla, een zekere L. Junius, T. Numisius Tarquiniensis en A. Terentius Varro.
Nadat P. Cornelius Scipio Nasica en C. Marcius Figulus, de oorspronkelijke consuls van het jaar 162 v.Chr, bijna onmiddellijk na hun aanstelling, moesten aftreden vanwege problemen bij de auspices, werd Cn. Domitius Ahenobarbus samen met P. Cornelius Lentulus aangesteld als consul suffectus.5.
•.
Bronnen/ref./noten:.
1. Livius, Ab Urbe Condita, XLII, 28.
2. Livius, Ab Urbe Condita, XLIV, 18.
3. Livius, Ab Urbe Condita, XLV, 17.
4. staat bij Livus bekend onder de naam A. Postumius Luscus.
5. Cicero, de Natura Deorum, II, 4; de Divinatione, II, 35; Valerius Maximus, de Factis Dictisque Memorabilibus, I, 1.

  • Vader:
    Lucius Domitius (Gnaius Domitius) Ahenobarbus1,, Biografie en historie., zn. van Gnaeus Domitius Ahenobarbus en Nn, geb. circa 59 BC, Biografie en historie.,, Biografie en historie.,1,, Biografie en historie., consul in 192 BC,
    Aedilis plebis. in 22 BC,
    De aedilis plebis, in 494 v.Chr. ingesteld, was waarschijnlijk de oudste plebejische ambtenaar van de Romeinse Republiek. De twee aediles plebis stonden in voor de tempel en het bijhorend archief van het plebs op de Aventijn. Zij moesten tevens toezicht houden op de markten. Later zouden zij zich ook bezighouden met brandbestrijding, watertoedeling, het onderhoud van openbare gebouwen, enzovoorts. Gaius Iulius Caesar stelde twee extra aediles plebis aan om toe te zien op de bevoorrading van de stad. Ze waren geen volwaardige magistraten, omdat ze slechts gekozen werden door het plebs. Hun waardigheid moest ook onderdoen voor die van hun collega's, de aediles curules die een met ivoor ingelegde zetel kregen in de senaat. Net zoals de tribunus plebis was de aedilis plebis onschendbaar. Sinds 130 v.Chr. werd men al vanaf de functie van aedilis plebis in de senaat opgenomen.
    Bron: J. Lendering, art. Aedile, Livius.org, 2006.
    consul in 16 BC, proconsul in 12 BC,
    Legatus propraetore van 7 BC tot 2 BC,
    Een legatus pro praetore was in het Imperium Romanum een ex-consul, die was aangesteld als gouverneur over een provincia door de princeps. Hij mocht ook legioenen aanvoeren in naam van de princeps. Zoals de legatus legionis de tegenhanger was van de propraetor, zo is de legatus pro praetore de tegenhanger van de republikeinse proconsul.
    Ref/bronnen:
    - L. Schmitz, art. Legatus, in W. Smith, A Dictionary of Greek and Roman Antiquities, Londen, 1875, pp. 677-679.
    - P. Kehne, art. Legatus, in NP7 (1999), klm. 5 - 6.
    Executeur-Testamentair in 25,
    Een executeur (in Nederland voorheen executeur-testamentair, in België vereffenaar) is degene, die het testament van een erflater ten uitvoer brengt, nadat deze is overleden.
    Ovl. (Ongeveer 34 jaar oud) in 25 BC, Biografie en historie.,, Biografie en historie., tr. (resp. minstens 34 en minstens 14 jaar oud) tussen 25 BC en 26 BC.
 

tr. (1)
met

Julia Agrippina Minor, dr. van Germanicus Lulius Ceasar en Vipsania Agrippina Maior, geb. te Colonia Claudia Ara Agrippinensium [Dui] Keulen op 6 nov 15, ovl. tussen 319 en vrijdag 11 1850  19 maart 59 n.Chr, begr. te Campanië [Ita] Campania (Nederlands: Campanië) is een regio in Zuid-Italië die in het noordwesten grenst aan Latium, in het noorden aan Molise, in het noordoosten aan Apulië, in het oosten aan Basilicata en in het westen aan de Tyrreense Zee. De regio beslaat 13.595 km² en heeft in 2004 ongeveer 6 miljoen inwoners.
De naam van de regio is rechtstreeks van het Latijn afgeleid, de Romeinen noemden de regio namelijk Campania felix, wat gelukkig land(schap) betekent.
De regionale hoofdstad is Napels (Napoli). De regio is opgedeeld in vijf provincies.
Tussen 600 en 200 v. Chr was Capua de belangrijkste stad van Campania. In de vroege middeleeuwen was Amalfi een der belangrijkste handelssteden van Europa. Sinds de late middeleeuwen is de dominante positie van Napels echter onaangevochten gebleven 23 maart 59 n.Chr, tr. (1) met Gaius Sallustius Crispius Passienus. Uit dit huwelijk geen kinderen, tr. (3) met Claudius . Uit dit huwelijk geen kinderen.

 



Aantekeningen bij Julia Agrippina Minor.
Iulia Agrippina minor (6 november 15, Oppidum Ubiorum - 19-23 maart 59, Campanië), vanaf 50 Iulia Augusta Agrippina genoemd (PIR2 I 641), beter bekend als Agrippina de Jongere of Agrippina minor, was een prominent lid van de Julisch-Claudische dynastie: ze was achtereenvolgens de zus (Caligula), echtgenote (Claudius) én moeder (Nero) van een princeps (de destijds gebruikte titel voor de keizer van het Romeinse Rijk). Agrippina minor nam ook actief deel aan de dynastieke politiek en zou daarenboven politiek advies geven aan haar echtgenoot Claudius en haar zoon Nero.
•.
Leven.
•.
Geboorte.
Iulia Agrippina werd geboren op 6 november 15 in Oppidum Ubiorum (het huidige Keulen) als eerste dochter en vierde overlevend kind van Germanicus Iulius Caesar en Vipsania Agrippina maior.[1] Dat ze in Germania Inferior werd geboren, kwam doordat haar moeder niet wilde wijken van de zijde van haar echtgenoot Germanicus, die de legers van Germania Inferior en Superior aanvoerde. In 17 keerde het gezin terug naar Rome voor de triomftocht van haar vader op 26 mei 17, waarbij ze samen met haar broers en zus haar vader vergezelde.[2] Kort daarop trokken haar ouders weer uit op missie naar het oosten, waar Germanicus gouverneur van Syria werd, maar Agrippina bleef in Rome achter. Enkel haar jongste broer Gaius (later bekend onder de bijnaam Caligula) vergezelde haar ouders. Nadat haar vader op 10 oktober 19 onverwachts was komen te overlijden, wachtte ze met haar broers en zus haar moeder op die in 20 met de as van haar vader naar Italia terugkeerde.[3].
•.
Kleindochter van Tiberius.
Nu haar vader overleden was, verdween Agrippina meer naar de achtergrond. Ze duikt in 28 pas opnieuw op in de historische bronnen, toen haar grootvader Tiberius haar liet huwen met Gnaius Domitius Ahenobarbus.[4] Haar nieuwe echtgenoot behoorde ook tot de Julisch-Claudische dynastie, want hij was een zoon van Antonia maior (een dochter van Augustus' zus Octavia Thurina minor). Dit was dan ook een van de redenen waarom hij in 32 als consul een volledig jaar mocht aanblijven (een ongewoon eerbetoon in de tijd van het principaat).[5].
In 37 beschuldigde de praefectus praetorio Naevius Sutorius Macro Domitius echter van overspel met een zekere Albucilla en van afvalligheid van de princeps Tiberius.[6] Het is niet precies bekend waarom Macro Domitius uit de weg wilde ruimen. Mogelijk ambieerde hij zelf de troon[7] of had hij naar Macro's zin teveel invloed op Gaius Caligula, de verwachte opvolger.[8] Door de dood van Tiberius werd Gnaius echter gered.[9].
•.
Zus van Caligula.
Wanneer op 16 maart 37 Tiberius overlijdt, wordt Agrippina's broer Gaius (Caligula) princeps. Hierdoor werd Agrippina naaste familie van de princeps. Op 15 december van dat jaar bracht ze bij zonsopgang te Antium - waar haar echtgenoot een villa had - een zoon ter wereld.[10] Toen ze haar boorling voorstelde aan haar broer en vroeg welke naam ze hem moest geven (in de hoop dat Caligula, die nog geen mannelijke nakomeling had, haar zoon mogelijk zou adopteren), stelde deze echter de naam voor van Claudius, die toen het mikpunt van spot was aan het keizerlijke hof.[11] Het kind zou uiteindelijk Lucius Domitius Ahenobarbus worden genoemd, maar later onder de naam Nero als princeps de geschiedenis ingaan.
•.
Sestertius met aan de voorzijde een buste van Caligula en de legende C CAESAR AVG GERMANICVS PON M TR PO en aan de keerzijde zijn zussen Iulia Agrippina (als Securitas), Iulia Drusilla (als Concordia) en Iulia Livilla (als Fortuna) en de legende AGRIPPINA DRVSILLA IVLIA met in de afsnede S C. (Bron: CNG Coins.)Caligula, die zijn aanspraken vooral te danken had aan zijn familiebanden, schoof in zijn dynastieke propaganda zowel zijn overleden ouders als zijn zussen naar voren. Zo kende hij hen voorrechten toe die aan Vestaalse maagden toebehoorden (waaronder goede zitplaatsen tijdens de spelen en onschendbaarheid).[12] Hij liet ook munten slaan met aan de voorzijde zijn buste en aan de keerzijde zijn drie zussen, iets wat in Rome nog niet eerder was gebeurd. Caligula voegde hen zelfs toe aan de eed van trouw, waarbij men moest zweren: « Noch mijzelf en mijn kinderen heb ik meer lief dan Gaius en zijn zussen. »[13] En ook in consulaire voorstellen moest volgende frase worden opgenomen: « Dat het goede en het geluk zou zijn van Gaius Caesar en zijn zussen. »[14] En reeds voordien hadden de priesters en magistraten in hun formules om het welzijn van de princeps en de res publica af te smeken de namen van diens drie zussen opgenomen.[15].
Caligula ging in zijn propageren van zijn zussen zover, dat hij hen om beurten de plaats die normaal gezien was voorbehouden voor een echtgenote (dus Iunia Claudilla) toekende: « en bij een rijkelijk gastmaal lag telkens een [van zijn zussen] afwisselend aan zijn rechterkant, zijn echtgenote aan de andere kant aanliggend. »[16] Hierdoor deed de roddel de ronde dat Gaius een incestueuze relatie had met zijn zussen, met een duidelijke voorkeur voor Iulia Drusilla.[17] Voor Agrippina en Livilla schijnt hij in mindere mate in liefde te zijn ontvlamd, want er werd beweerd dat hij hen ook « vaak aan zijn schandknapen zal hebben aangeboden ».[18] Hoewel ze was getrouwd met Domitius, zou Agrippina op schaamteloze wijze avances hebben gemaakt naar Servius Sulpicius Galba (de latere princeps), die echter geen interesse in haar toonde en toegewijd was aan zijn vrouw. Op een bepaald moment zou Galba's schoonmoeder Agrippina in het gezelschap van andere matronae een publieke reprimande en een slag in haar gezicht hebben gegeven.[19].
•.
Toen op 10 juni 38 haar zus Iulia Drusilla stierf, was Caligula hier zo van aangedaan dat hij een algemene rouw afkondigde, haar een staatsbegrafenis gaf en de senaat zelfs wist te overhalen haar te vergoddelijken.[20] Toch schijnt haar dood geen directe invloed te hebben gehad op de positie van Agrippina en Livilla, die nog steeds op provinciale munten werden afgebeeld - samen met de vergoddelijkte Drusilla.[21].
•.
In 39 werden Agrippina en Livilla, samen met hun neef langs moederskant en Drusilla's weduwenaar Marcus Aemilius Lepidus, beschuldigd van een mislukte aanslag op het leven van Caligula met het doel Lepidus als princeps aan te stellen.[22] In deze samenzwering zou ook Gnaius Lentulus Gaetulicus, de legatus Augustus pro praetore van Germania Superior, betrokken zijn geweest, hoewel de bronnen onduidelijk zijn over de relatie tussen Gaetulicus en Lepidus. Agrippina en Livilla werden bovendien beschuldigd van overspel met Lepidus.[23] Er is weinig bekend over deze samenzwering en de achterliggende redenen.[24] Tijdens het proces tegen Lepidus aarzelde Caligula niet om zijn zussen aan te klagen wegens overspel en hij zou zelfs brieven in het handschrift van zowel Lepidus als van zijn zussen hebben gefabriceerd waarin werd beschreven hoe ze hem zouden hebben willen vermoorden.
•.
Lepidus werd geëxecuteerd door een tribunus die zijn keel doorsneed.[25] Agrippina en Livilla werden door hun broer verbannen naar de Pontijnse Eilanden.[26] Ook Ofonius Tigellinus werd verbannen op beschuldiging van overspel met Agrippina.[27] Caligula zou hun meubels, juwelen, slaven en vrijgelatenen in Gallia verkopen.[28] In januari 40 stierf Domitius aan waterzucht te Pyrgi.[29] Hun zoon Lucius (de latere princeps Nero) leefde intussen bij zijn tante Domitia Lepida, nadat Caligula zijn erfenis van hem had afgenomen.[30] Op 24 januari 41 werden Caligula, zijn echtgenote Milonia Caesonia, en hun dochtertje Iulia Drusilla vermoord.[31] En totaal onverwachts werd Agrippina's oom Tiberius Claudius Drusus door de Praetoriaanse Garde uitgeroepen tot nieuwe princeps.[32].
•.
Nicht van Claudius.
Claudius liet Agrippina en Livilla uit ballingschap terugkeren.[33] Livilla keerde terug naar haar echtgenoot, terwijl Agrippina werd herenigd met haar zoon, hoewel hij inmiddels van haar vervreemd was.[34] Claudius liet ook de erfenis van Lucius herstellen en zorgde ervoor dat Gaius Sallustius Passienus Crispus en Domitia (Lucius' tante) scheidden, zodat Crispus met Agrippina zou kunnen trouwen.[35] Toen Agrippina terugkeerde, had zij immers niets (dus ook geen echtgenoot) om naar terug te keren. Agrippina trouwde met Crispus als haar tweede echtgenoot en hij werd een stiefvader voor Lucius.[36] Crispus was een vooraanstaande, invloedrijke, geestige, rijke en machtige man, die tweemaal consul was. Hij was de aangenomen kleinzoon en biologische achterachterneef van de historicus Sallustius. Er is weinig over hun relatie bekend.
•.
Messalina met haar zoontje Tiberius Claudius Germanicus (Louvre, Ma 1224).Toen Claudius princeps werd was hij reeds getrouwd met Valeria Messalina, met wie hij een dochter Claudia Octavia had. Deze Messalina was Agrippina's nicht langs vaderskant. Kort na de aanvang van Claudius' principaat baarde ze Claudius een zoon Tiberius Claudius Germanicus (later Britannicus genoemd).[37] Hoewel Agrippina veel invloed had, hield zij zich erg op de achtergrond en bleef zij weg van het keizerlijke paleis en de rechtbank van de princeps.[34].
•.
In 47 stierf Crispus[38] en tijdens zijn begrafenis deed het gerucht de ronde dat Agrippina Crispus had vergiftigd om zijn eigendom te verwerven.[39] Agrippina bleef inderdaad achter als een zeer rijke weduwe. Het gerucht deed intussen de ronde dat Messalina moordenaars had uitgezonden om Lucius te wurgen tijdens diens middagdutje, omdat zij besefte dat Agrippina's zoon een bedreiging kon vormen voor de positie van haar eigen zoon. De moordenaars zouden echter zijn gevlucht toen ze een slang van onder Lucius' kussen tevoorschijn meenden te zien komen - dit zou feitelijk een slangenvel zijn geweest dat Agrippina in een gouden armband zou laten verwerken als amulet voor haar zoon.[40].
•.
Het is mogelijk dat Agrippina zich terugtrok op een van de door haar geërfde eigendommen, zoals het landgoed van haar overleden echtgenoot in Tusculum[41] Later dat jaar tijdens de ludi Saeculares zouden zowel Lucius als Tiberius (die sinds 43 de bijnaam Britannicus droeg) de twee groepen bij de Troiae ludus leiden, maar het was Lucius die het meeste applaus kreeg - volgens Tacitus omwille van zijn afstamming van de immens populaire Germanicus.[42] En dit straalde af op beider moeders: Agrippina en Messalina.
•.
In 48, na de executie van Messalina,[43] overwoog Claudius al snel weer (voor de vierde keer) te hertrouwen.[44] Rond deze tijd werd Agrippina de minnares van een van de adviseurs van Claudius, de voormalige Griekse libertus (vrijgelaten slaaf) Pallas.[45] In die tijd bespraken Claudius' adviseurs welke vrouw Claudius zou moeten huwen.[46] Claudius had de reputatie door zijn vrouw en vrijgelaten slaven te worden overheerst.[47].
•.
Het was in datzelfde jaar dat de praetor Lucius Iunius Silanus, familie van Agrippina en verloofd met Claudius’ dochter Claudia Octavia, door Lucius Vitellius - die zou zijn opgestookt door Agrippina - valselijk werd beschuldigd van ongepaste relaties met zijn zus Iunia Calvina.[48] Daarop brak Claudius de verloving af en dwong hij Silanus om af te treden als praetor.[48] Silanus zou uiteindelijk zelfmoord plegen op de dag dat Agrippina trouwde met haar oom en begin 49 werd Iunia Calvina uit Italia verbannen.[49].
•.
Pallas raadde Claudius aan Agrippina te trouwen. Pallas wees de princeps erop, dat haar zoon de kleinzoon was van zijn overleden broer Germanicus: door met haar te trouwen zou Claudius deze tak van de gens Claudia terug verbinden met de domus Augusta.[50] Voor Agrippina's verleiding van Claudius, kon ze gebruik maken van haar voorrecht als nicht haar oom te kussen en liefkozen.[51] En Claudius bezweek uiteindelijk voor haar charmes. Omdat een huwelijk tussen oom en nicht als incestueus werd beschouwd, moest een dergelijk huwelijk eerst worden toegestaan door de senaat. Een bondgenoot werd gevonden in de persoon van Lucius Vitellius, de censor van 48. Deze haalde als voornaamste argumenten Agrippina's vruchtbaarheid en zedelijkheid aan.[52] Wat echter opviel was dat zowel voor als na zijn huwelijk met Agrippina, Claudius haar in toespraken noemde als zijn « dochter en pleegkind, op zijn schoot geboren en getogen ».[53].
•.
Echtgenote van Claudius.
De Gemma Claudia met respectievelijk Claudius en Agrippina minor en Germanicus en Agrippina maior afgebeeld lijkt de dynastieke bedoelingen van het huwelijk tussen deze twee eersten aan te duiden (Kunsthistorisches Museum Wien).Agrippina en Claudius trouwden bij het begin van het jaar 49.[54].
Door haar huwelijk met Claudius werd Agrippina de stiefmoeder van Claudia Antonia (Claudius' enige kind uit zijn huwelijk met Aelia Paetina), Claudia Octavia en Britannicus (beiden kinderen van de geëxecuteerde Valeria Messalina).[55] Met Britannicus leek het echter niet goed te boteren.[56] Om haar zoon Lucius van een goede opvoeding te voorzien, liet Agrippina de verbannen filosoof-senator Lucius Annaeus Seneca terugkeren naar Rome als tutor voor haar zoon. Bovendien liet zij hem meteen aanstellen als praetor.[57] Hierdoor wist ze aan populariteit te winnen. Intussen werd ook propaganda ingezet om het imago van Claudius en Agrippina op te vijzelen, door ze bijvoorbeeld te presenteren als pendante van het ideale "prinsenpaar" Germanicus en Agrippina maior, de ouders van Agrippina minor, op de zogenaamde Gemma Claudia (zie afbeelding 4).
•.
Op 25 februari 50 adopteerde Claudius zijn stiefzoon Lucius Domitius Ahenobarbus wiens naam voortaan Nero Claudius Caesar Drusus Germanicus was.[58] Hierdoor had Claudius voortaan twee mannelijke erfgenamen, waarbij Nero voorrang zou krijgen op zijn broer Britannicus. Rond die tijd werd Agrippina het agnomen Augusta toegekend (dat voordien nooit was verleend aan de echtgenote van de nog levende princeps).[59] In datzelfde jaar zou Claudius de Oppidum Ubiorum tot colonia verheffen met de naam Colonia Claudia Ara Agrippinensium, om Agrippina's geboorte daar te herdenken.[60] Agrippina zou voortaan fungeren als een patronus voor deze colonia.[61].
•.
In 51 kreeg Agrippina het recht zich te verplaatsen in een carpentum, een rijtuig dat gewoonlijk werd gebruikt door priesters en voor heilige beelden.[62] In 51 werd ook Sextus Afranius Burrus, een procurator onder Livia, Tiberius en Claudius én een bekwaam soldaat, aangesteld als praefectus praetorio. Deze zou tevens instaan voor de opvoeding van Lucius, met name voor zijn militaire vorming.[63] In datzelfde jaar zou Agrippina samen met haar echtgenoot de oefeningen van de legioenen overzien, waarbij de Britse koning Caratacus haar dezelfde eer betoonde als Claudius in de overtuiging dat ze samen met Claudius de leiding had over dezen.[64].
Agrippina zou volgens onze antieke bronnen Britannicus hebben geïsoleerd door iedereen uit zijn ommiddellijke omgeving te laten uitschakelen.[65] Aldus werd in 51 Britannicus' leraar Sosibius geëxecuteerd.[66].
•.
Op 9 juni 53 trouwde Nero met Octavia, die was geadopteerd zodat hun huwelijk niet als een broer-zus-huwelijk zou worden beschouwd.[67] Dit moest de domus Augusta nauwer met elkaar verbinden.[68].
•.
In 54 werd Domitia Lepida minor, een dochter van Lucius Domitius Ahenobarbus en Antonia maior (een tante van Agrippina's zoon Nero én moeder van Messalina), ervan beschuldigd zwarte magie te hebben gebruikt tegen het leven van de vrouw van de princeps. Ook zou ze met slavenbendes in Calabria de rust in Italia hebben verstoord. Agrippina zou de beschuldigingen hebben gemaakt uit vrees dat Domitia Lepida teveel invloed zou krijgen op Nero, die haar neef was.[69].
•.
Volgens Tacitus begon Claudius zijn huwelijk met Agrippina en de adoptie van haar zoon te betreuren en zou hij Britannicus steeds meer voortrekken en hem naar voren schuiven als zijn opvolger.[70] Dit zou dan ook het voornaamste motief geweest zijn - aldus nog steeds Tacitus - om Claudius uit te schakelen.[71] De meeste antieke auteurs beschuldigden Agrippina ervan haar echtgenoot Claudius op 13 oktober 54 te hebben vermoord, hoewel ze onderling nogal verschillen in hun versies.[72].
•.
Moeder van Nero.
Na de dood van Claudius zorgde Agrippa - aldus onze bronnen - ervoor dat Nero de Praetoriaanse Garde voor zich kon winnen, door te verhinderen dat Britannicus tussenbeide kon komen.[73] Dat Nero optima mater (allervoortreffelijkste moeder) als eerste wachtwoord aan de garde zou hebben gegeven, werd gezien als erkenning dat hij zijn principaat aan haar had te danken.[74] Zonder medeweten van haar zoon, zou Agrippina eind 54 Marcus Iunius Silanus Torquatus - de oudere broer van Lucius Iunius Silanus - laten vergiftigen.[75].
Haar positie van mater principis én mater familias maakte Agrippina nog meer tot first lady van het Imperium Romanum. Net als Livia Drusilla voor haar werd ze priesteres van haar overleden vergoddelijkte echtgenoot en kreeg zij twee lictores toegekend.[76] Ze zou als eerste vrouw tijdens haar leven samen met de princeps op de voorzijde van een munt verschijnen, waarbij ze bovendien in een eerste reeks op dezelfde hoogte werd geplaatst als de princeps (zie afbeelding).[77] Deze innovatie werd niet echt gewaardeerd in Rome en kort daarop verscheen een nieuwe munt waar aan de voorzijde beiden in profiel waren afgebeeld, maar Nero's gelaat dat van Agrippina bedekte en Agrippina's titulatuur naar de keerzijde verdween.[78] Bovendien wordt beweerd dat zij van achter een gordijn de senaatszittingen volgde.[79] Toch hoeft dit niet per se te wijzen op echte (politieke) macht.[80].
•.
In de eerste maanden van Nero's regering zou Agrippina haar zoon en het rijk hebben gecontroleerd. Ze zou haar controle over Nero echter hebben verloren toen hij een affaire begon met de vrijgelatene Claudia Acte, wat door Agrippina ten zeerste werd afgekeurd.[81] In een poging haar zoon tot inkeer te brengen, zou Agrippina begonnen zijn Britannicus te steunen en dreigde zij, indien nodig, Britannicus tot princeps te maken.[82] Maar Britannicus werd op heimelijke wijze vergiftigd tijdens een banket in februari 55, naar verluidt op bevel van Nero.[83] Dit was het begin van een machtsstrijd tussen Agrippina en haar zoon.
Agrippina werd tussen 55 en 59 zeer waakzaam en hield een kritisch oog op haar zoon gericht. In 55 werd Agrippina door Nero uit het paleis verjaagd. Hij beroofde zijn moeder van al haar eerbewijzen en posities en stuurde zelfs haar Romeinse en Germaanse lijfwachten weg.[84] Nero zou zijn moeder zelfs onder druk gezet hebben te abdiceren en te gaan leven op het Griekse eiland Rhodos.[85] Agrippina's handlanger Pallas werd eveneens van het hof verwijderd.[86] De val van Pallas en de oppositie van Burrus en Seneca[87], zouden hebben bijgedragen aan Agrippina's verlies aan autoriteit.
Agrippina beriep zich nu meer en meer op haar overleden echtgenoot Claudius[88] en stelde haar hoop op Nero's echtgenote Octavia, het enige overgebleven kind van Claudius.[89] Ze scheen rond deze tijd ook een factio ("factie") rond zich te verzamelen, terwijl ze het huis van haar grootmoeder Antonia minor betrok.[90] Maar haar positie bleek volgens Tacitus al snel onhoudbaar.[91] Want Iturius en Alvisius, twee clientes van Iunia Silana, zouden haar ervan beschuldigen Rubellius Plautus, een zoon van Iulia - de kleindochter van Tiberius - en de senator Gaius Rubellius Blandus, op de troon te willen zetten en door een huwelijk met hem haar eigen macht te herwinnen.[92] Toen Nero dit vernam wenste hij onmiddellijk zijn moeder en Rubellius Plautus uit te weg te ruimen, maar de praefectus praetorio Afranius Burrus (wiens positie hierdoor werd bedreigd) wist Nero te overtuigen eerst een proces te voeren.[93] Tijdens dit proces wist Agrippina zich van elke schuld vrij te pleiten door te zeggen dat een moeder nooit een ander dan haar eigen zoon op de troon wenste te zien.[94] Ze wist haar zoon bovendien zover te krijgen dat haar aanklagers werden verbannen en haar vrienden verscheidene ambten kregen toebedeeld.[95] Hierna vernemen we tot aan het jaar van haar dood niets meer van haar in onze bronnen. Suetonius vermeldt wel dat ze tijdens deze periode in een van haar vele landgoederen in Italia verbleef.[96] Drie jaar lang zou er een relatieve vrede bestaan tussen moeder en zoon, tot deze laatste in 59 n.Chr. besloot definitief een einde te maken aan haar leven.
•.
Dood.
Hoe Agrippina aan haar einde kwam is onzeker vanwege de historische tegenstrijdigheden in de bronnen, die bovendien anti-Nero zijn. Alle overgeleverde verhalen over de dood van Agrippina spreken zichzelf en elkaar tegen en zijn over het algemeen zeer fantasierijk.
Volgens Tacitus zou Nero in 58 een buitenechtelijke relatie zijn aangegaan met de matrona Poppaea Sabina. Daar hij besefte dat Agrippina zich zou verzetten tegen een scheiding van zijn toenmalige echtgenote Claudia Octavia en een huwelijk met Poppaea, zou hij hebben besloten Agrippina te doden.[97] Maar Nero zou pas in 62 met Poppaea trouwen en bij dit door Tacitus opgeworpen motief zijn dan ook vraagtekens geplaatst.[98] Bovendien vertelt Suetonius ons dat Poppaea's echtgenoot, Marcus Salvius Otho, pas na de dood van Agrippina werd verbannen, wat er niet direct op wijst dat Poppaea voor Agrippina's dood aandrong op een huwelijk.[99] Dit motief lijkt eerder uit literaire overwegingen te zijn gekozen, omdat dit uitstekend paste in Tacitus' beeld van Nero als speelbal van vrouwen en vrijgelatenen.[100] Sommige historici stellen dat Nero's beslissing om Agrippina te doden werd gemotiveerd door haar samenzwering om Rubellius Plautus (een achterneef van Nero) op de troon te plaatsen.[101] Een ander mogelijk motief voor de moord wordt zowel bij Tacitus als bij Suetonius en bij Cassius Dio vermeld, namelijk dat er een incestueuze relatie tussen Nero en Agrippina zou zijn geweest waardoor deze laatste hem terug onder haar invloed zou hebben gebracht.[102] Zij zijn het er echter niet over eens of dit gerucht wel klopt en wie nu het initiatief hiertoe nam - Nero of Agrippina. Bovendien was het niet niet ongewoon dat principes die na hun regering negatief werden beoordeeld van incest werden beschuldigd.[103] Wat ook de aanleiding geweest moge zijn, Nero besloot uiteindelijk zijn moeder eens en voorgoed uit de weg te ruimen.
•.
Na te hebben getwijfeld tussen gif of zwaard als moordwapen, besloot Nero voor gif te gaan. Maar hij twijfelde of gif wel zou werken op een vrouw die ervan werd verdacht met vergiften al meerdere mensen het leven te hebben ontnomen en dus wel tegengif zou hebben genomen.[104] Een ander plan kwam van Anicetus, een vrijgelatene en praefectus classis te Misenum. Hij stelde voor een schip te bouwen waarvan men het deel waarop Agrippina zich bevond kon losmaken van de rest van het schip om haar aldus door verdrinking uit te schakelen en hiermee zo weinig mogelijk verdenking op zich te laden.[105] Nero besloot daarop zijn moeder uit te nodigen voor de Quinquatrus ter ere van Minerva in Baiae, waar Agrippina werd overgehaald om op de mooist versierde boot te gaan.[106] Maar toen men de boot tot zinken trachtte te brengen, liep alles fout en Agrippina wist uiteindelijk al zwemmend te ontsnappen aan een wisse dood.[107] Door dit voorval en het feit dat haar vriendin Acerronia Pollia door de scheepslui was gedood, begon Agrippina te beseffen wat haar zoon van plan was.[108] Omdat ze niet wilde dat Nero te weten zou komen dat zij hem doorhad, zond ze haar vrijgelatene, Lucius Agermus, naar haar zoon om hem te vertellen welk ongeluk zijn moeder was overkomen en door welk gelukkig toeval ze gered was van de dood. Op die manier hoopte ze Nero te misleiden.[109] Nero - die blijkbaar het nieuws van Agrippina's redding al had vernomen - was intussen zo angstig, dat hij, toen Agermus bij hem aankwam, deze een wapen voor de voeten wierp om hem vervolgens te beschuldigen in naam van Agrippina een aanslag te hebben willen plegen op zijn leven, waarna hij hem in de boeien liet slaan.[110] Omdat hij besefte (volgens Tacitus omdat Sextus Afranius Burrus hem dit ook had gezegd) dat de Praetorianen nooit de dochter van Germanicus zouden willen vermoorden, stuurde Nero Anicetus met zijn mariniers erop uit om Agrippina's villa te omsingelen.[111] Na de deuren te hebben opengebroken, zou Anicetus - volgens Tacitus samen met trierarchus Herculeius en de centurio classiarius Obaritus - haar alleen hebben aangetroffen en haar met verscheidene steken hebben omgebracht.[112] De bronnen voegen hier nog het gruwelijke detail aan toe - zij het dat sommigen hierover terughoudend zijn - dat Nero persoonlijk haar lijk kwam inspecteren en zelfs opmerkingen maakte over hoe knap zijn dode moeder wel niet was.[113] De moord werd voorgesteld als zelfmoord uit schuldbesef voor haar (vermeende) misdadige moordplannen voor Nero.[114] Diezelfde nacht nog werd ze gecremeerd op een ligbed en zolang Nero aan de macht was, zou er geen geen grafmonument voor haar worden opgericht. Na Nero's dood zouden vrijgelatenen van Agrippina echter een tumulus oprichten bij de weg naar Misenum.[115] Haar vrijgelatene Mnester, die haar brandstapel zou hebben aangestoken, pleegde daarop zelfmoord uit genegenheid voor haar of vrees voor haar zoon.[116].
•.
Agrippina's persoonlijkheid.
Agrippina's persoonlijkheid is in zowel de antieke als de moderne geschiedschrijving getypeerd als meedogenloos, ambitieus, gewelddadig en dominant. Volgens Plinius maior[117] had ze twee hoektanden aan de rechterkant van haar bovenkaak, wat werd gezien als een teken van goed fortuin. De meeste antieke auteurs beschuldigden Agrippina ervan haar echtgenoot Claudius te hebben vermoord, hoewel ze onderling nogal verschillen in hun versies.[72].
•.
Lange tijd waren oudhistorici van mening dat Agrippina een op macht beluste, manipulatieve moeder en echtgenote was die er voortdurend naar streefde haar macht uit te breiden. Zo schreef Ronald Syme haar een « more robust criminality »[118] toe, terwijl Donald R. Dudley haar een « Clytemnestra of a woman »[119] noemde. De algemene opvatting over Agrippina was die van een vrouw die over lijken ging om haar eigen positie en die van haar zoon veilig te stellen en al haar vrouwelijke listen uit de kast haalde om haar slag thuis te halen.[120] De enige die Agrippina' verdediging op zich nam en haar zelfs afschilderde als een deugdzame matrona die niets dan lof verdiende voor haar inspanningen was Guglielmo Ferrero.[121].
•.
In het meer recente onderzoek hangt men echter een genuanceerder beeld op van Agrippina. Zo benadrukt Anthony A. Barrett dat zij een belangrijke rol heeft gespeeld in de omvorming van Claudius' beleid, dat op het moment van hun huwelijk in crisis verkeerde. Zij zou Claudius hebben geholpen een nieuw evenwicht te creëren tussen princeps en senaat.[122] Hij beweert niet dat Agrippina een deugdzame vrouw was, maar plaatst wel vraagtekens bij de meest boosaardige geruchten over haar. Hij meent echter dat ze deze uitbuitte om daarmee haar tegenstanders en rivalen te imponeren.[123] Een andere recente studie over Agrippina is het postume werk van Judith Ginsburg, waarin niet Agrippina's persoonlijkheid als zodanig wordt besproken, maar wel de manier waarop ze wordt voorgesteld in de bronnen, waarvoor Ginsburg een verklaring tracht te vinden.[124] Deze visie wordt gedeeld door de Nederlandse oudhistorica Lien Foubert, die in haar biografie van Agrippina ook aangeeft dat Agrippina in de bronnen zowel positief als negatief wordt voorgesteld en dat het moeilijk valt uit te maken wat nu waar is en wat niet.[125].
•.
Agrippina in de kunst en cultuur.
•.
In de oudheid.
Als lid van de domus Augusta zou Agrippina vaak worden opgenomen in de propagandistische kunst van Caligula, Claudius en Nero. De portretten die we van Agrippina terugvinden op munten, camee's, in bustes en standbeelden stellen haar voor als ideale matrona en benadrukken de voorspoed die het rijk kende onder de heerschappij van haar familie. De vroegste afbeelding van Agrippina in de propagandistische kunst is op de keerzijde van een sestertius die werd geslagen in 37/38 door haar broer Caligula en waarop ze samen met haar twee zussen werd afgebeeld (zie afbeelding 2). Alledrie houden ze een cornucopia (hoorn des overvloeds) vast als verwijzing naar hun vruchtbaarheid. Dit wees er bovendien impliciet op dat indien Caligula zelf geen zoon zou hebben om hem op te volgen, hij nog altijd kon rekenen op de vruchtbaarheid van zijn zussen om hem van een opvolger te voorzien.[126] Agrippina is hier afgebeeld als Securitas: leunend op een zuil.[127] De twee anderen stellen op hun beurt Concordia (eendracht) en Fortuna (lot, geluk).[128].
•.
Met haar val verdween Agrippina ook uit de kunst, totdat ze onder haar oom Claudius kon terugkeren naar Rome. Daar deze laatste niet zelf tot de directe bloedverwanten van Augustus behoorde, greep hij maar al te graag de gelegenheid aan om zijn nicht voor zijn propaganda te gebruiken en dit in het bijzonder na hun huwelijk. Het nieuwe keizerlijke paar werd dan ook voorgesteld als een ideaal Romeins koppel, wat bijvoorbeeld op de zogenaamde Gemma Claudia werd benadrukt door Claudius en Agrippina minor tegenover Germanicus en Agrippina maior te plaatsen, die als het ideale paar van de domus Augusta golden (zie afbeelding 4). Agrippina werd onder Claudius ook voorgesteld als Ceres, de godin van de landbouw en vruchtbaarheid, wat haar op dezelfde hoogte plaatste als Livia die ook als Ceres werd voorgesteld.[129] Het grote verschil was echter dat beelden van Agrippina als Ceres ook in Rome verschenen en zij de eerste nog levende echtgenote van een princeps was die op munten verscheen.[130] Ook op de reeds eerder vermelde Gemma Claudia wordt Agrippina met Ceres geïdentificeerd door de corona spicea (korenarenkroon). In het Sebasteion van Aphrodisias treffen we in de portici een reliëfpaneel aan dat Agrippina en Claudius dextrarum iunctio (in elkaar leggen van de rechterhanden als teken van concordia tussen twee gehuwden, zie Romeinse huwelijk) voorstelt en waarbij Agrippina in haar linkerhand korenhalmen vasthoudt, opnieuw verwijzend naar Ceres.[131] Uit de typische uitdrukking van eendracht tussen de twee echtlieden moest ook de eendracht in de domus Augusta blijken, terwijl de associatie met Ceres verwees naar de vruchtbaarheid van het rijk.[131].
•.
Onder Nero zou Agrippina opduiken in de propagandistische kunst om Nero's legitimiteit te benadrukken, alsook als symbool van continuïteit. Zo treffen we in het Sebasteion van Aphrodisias een reliëf aan waarbij Agrippina Nero kroont, terwijl ze in haar linkerhand een cornucopia houdt (verwijzend naar Ceres).[132] Een ander voorbeeld van Agrippina's toegenomen belang in de propaganda, blijkt uit het feit dat ze vis-à-vis Nero op de voorzijde van een denarius verschijnt, waarbij haar naam als legende verscheen en Nero's naam en titulatuur naar de keerzijde werd verwezen (zie afbeelding 5, cf. supra). Maar Agrippina's portret verscheen niet enkel op denarii en aurei, ook op tetradrachmes uit Alexandrië treffen we haar portret aan op de keerzijde (zie afbeelding 6).
•.
Na de oudheid.
Een gefictionaliseerd verhaal over Agrippina vormde de basis voor Georg Friedrich Händels opera Agrippina (HWV 6) uit 1709, waarvan het libretto van de hand van Vincenzo Grimani was.[133] De figuur van Agrippina is door verschillende actrices in verschillende films en televisiereeksen neergezet, waaronder Gloria Swanson in de film Nero's Mistress uit 1956, Barbara Young in de BBC-televisieserie I, Claudius - naar de romans van Robert Graves - (waar ze Agrippinilla wordt genoemd), Ava Gardner in de epische miniserie A.D. – Anno Domini uit 1985[134], Frances Barber in de Masterpiece Theater-productie Boudica van 2003 en Laura Morante in de televisieminiserie Imperium: Nero uit 2004. Agrippina wordt gezien als de stichteres van Keulen en wordt daar nog steeds door het kleed van de jonkvrouw van het Kölner Dreigestirn gesymboliseerd.[135] De Franse oudhistoricus Pierre Grimal heeft een historische roman Mémoires d'Agrippine[136] geschreven, vertrekkend vanuit een gegeven bij Tacitus[137] dat Agrippina minor haar commentarius (memoires) zou hebben nagelaten. Hierin heeft hij getracht de memoires van Agrippina als het ware te herscheppen.
•.
[bewerk] Noten.
1. CIL I² 1, p. 249 = Inscr. It. XIII, 1, 31, p. 329, VI 2039 rr. 6-12, Tacitus, Annales XII 27.1. De datum is zeker, maar het jaar en de plaats niet. Zie T. Mommsen, Die Familie des Germanicus, in Hermes 13 (1878), pp. 245-265, J. Humphrey, The Three Daughters of Agrippina Maior, in American Journal of Ancient History 4 (1979), pp. 125-143, A.A. Barrett, Agrippina: Sex, Power and Politics in the Early Empire, New Haven - Londen, 1996, pp. 330-332, D.W. Hurley, The Politics of Agrippina the Younger's Birthplace, in American Journal of Ancient History2 2 (2003), pp. 95-117.
2. Tacitus, Annales II 41.3.
^ Tacitus, Annales II 53, III 1-2, Suetonius, Vita Gai 10.1.
^ Tacitus, Annales IV 75.1.
^ Cassius Dio, LVIII 20.1.
^ Suetonius, Vita Neronis 5.2, Tacitus, Annales VI 47-48, Cassius Dio, LVIII 27.2.
^ P.Y. Forsyth, A Treason Case of A.D. 37, in Phoenix 23 (1969), pp. 204-207.
^ L. Foubert, Agrippina. Keizerin van Rome, Leuven, 2006, p. 55.
^ Cassius Dio, LVIII 27.5.
^ Suetonius, Vita Neronis 6. Voor een vergelijking van Suetonius met andere bronnen, zie A.A. Barrett, Agrippina: Sex, Power and Politics in the Early Empire, New Haven - Londen, 1996, p. 234.
^ Suetonius, Vita Neronis 6.2.
^ Cassius Dio, LIX 3.4.
^ Suetonius, Vita Gai 15.3: Neque me liberosque meos cariores habeo quam Gaium habeo et sorores eius. Cf. Cassius Dio, LIX 9.2.
^ Suetonius, Vita Gai 15.3: Quod bonum felixque sit C. Caesari sororibusque eius.
^ Cassius Dio, LIX 3.4, 9.2.
^ Suetonius, Vita Gai 24.1: plenoque convivio singulas infra se vicissim conlocabat uxore supra cubante.
^ Flavius Josephus, Antiquitates Iudaicae XIX 204, Suetonius, Vita Gai 24.1, Aurelius Victor, De Caesaribus 3.10, Anonymus, Epitome de Caesaribus 3.4, Cassius Dio, LIX 11.1, 22.6, Eutropius, VI 12.3, Hiëronymus, Ab Abraham 178, Orosius, Historiae adversus paganos VII 5.9, Scholasticus, ad Iuvenalis, Satirae IV 81.
^ Suetonius, Vita Gai 24.3: saepe exoletis suis prostraverit.
^ Suetonius, Vita Galbae 5.1.
^ Suetonius, Vita Gai 24.2, Cassius Dio, LIX 10.8, 11.2-5, 13.8, 24.7.
^ W. Trillmich, Familienpropaganda der Kaiser Caligula und Claudius. Agrippina Maior und Antonia Augusta auf Münzen, Berlijn, 1978, pp. 108--111, S.E. Wood, Diva Drusilla Panthea and the Sisters of Caligula, in American Journal of Archaeology 99 (1995), pp. 463-464. Zie ook L. Foubert, Agrippina. Keizerin van Rome, Leuven, 2006, pp. 63-64.
^ Suetonius, Vita Divi Claudi 9.1, Vita Gai 24.3. Cf. Cassius Dio, LIX 22.6-8.
^ Suetonius, Vita Gai 24.3. Cf. Tacitus, Annales XIV 2.2, Cassius Dio, LIX 22.6, 8.
^ Voor een uitgebreide bespreking van de val van Agrippina en Livilla, zie L. Foubert, Agrippina. Keizerin van Rome, Leuven, 2006, pp. 64-68.
^ Seneca minor, Epistulae IV 7.
^ Suetonius, Vita Gai 29.1, Cassius Dio, LIX 22.8.
^ Cassius Dio, LIX 23.9.
^ Suetonius, Vita Gai 39.1.
^ Suetonius, Vita Neronis 5.2.
^ Suetonius, Vita Neronis 6.3. Agrippina was waarschijnlijk al in ballingschap toen haar echtgenoot overleed, zie A.A. Barrett, Agrippina: Sex, Power and Politics in the Early Empire, New Haven - Londen, 1996, p. 70.
^ Suetonius, Vita Gai 59. Cf. Flavius Josephus, Antiquitates Iudaicae XIX 195-200, Cassius Dio, LIX 29.7.
^ Flavius Josephus, Antiquitates Iudaicae XIX 102, Cassius Dio, LX 1.
^ Cassius Dio, LX 4.1.
^ a b Suetonius, Vita Neronis 6.4.
^ Suetonius, Vita Neronis 6.3.
^ Plinius maior, Naturalis Historia XV 91.
^ Suetonius, Vita Divi Claudi 27, Cassius Dio, LX 12.5.
^ Scholasticus, ad Iuvenalis, Satirae IV 81, Suetonius, Vita Neronis 6.3.
^ Martialis, Epigrammata X 2 v. 10, Scholasticus, ad Iuvenalis, Satirae IV 81, Suetonius, Vita Neronis 6.3.
^ Suetonius, Vita Neronis 6.4. Cf. Tacitus, Annales XI 11.3. Een variant op dit thema: Cassius Dio, LXI LXI 2.4.
^ Plinius maior, Naturalis Historia XV 91; A.A. Barrett, Agrippina: Sex, Power and Politics in the Early Empire, New Haven - Londen, 1996, pp. 86-88.
^ Suetonius, Vita Neronis 7.1, Tacitus, Annales XI 11-12.1. K.R. Bradley, Suetonius' Life of Nero: A Historical Commentary, Brussel, 1978, p. 53, H.W. Benario, Tacitus Annals 11 and 12, Lanham - Londen - New York, 1983, pp. 94-96.
^ Suetonius, Vita Divi Claudi 26.2, Tacitus, Annales XI 26-39, Cassius Dio, LX 31.3-5.
^ Suetonius, Vita Divi Claudi 26.3, Tacitus, Annales XII 1.1.
^ Tacitus, Annales XII 25.1, 65.2, XIV 2.2.
^ Aldus Tacitus, Annales XII 1-2, 25.1, XIII 2.2.
^ Suetonius, Vita Divi Claudi 25.5, Tacitus, Annales XII 1.1, Cassius Dio, LX 31.8, 32.2.
^ a b Tacitus, Annales XII 4.
^ Tacitus, Annales XII 8.1.
^ Tacitus, Annales XII 2.3.
^ Suetonius, Vita Divi Claudi 26.3, Tacitus, Annales XII 3.1.
^ Tacitus, Annales XII 4-7. Cf. Suetonius, Vita Divi Claudi 26.3 (deze geeft enkel aan dat enkele senatoren Claudius steunden in de senaat).
^ Suetonius, Vita Divi Claudi 39.2.
^ Suetonius, Vita Divi Claudi 26.3, Tacitus, Annales XII 8.1, Cassius Dio, LX 31.8.
^ Tacitus, Annales XII 2.1.
^ Tacitus, Annales XII 26.2.
^ Suetonius, Vita Neronis 7.1, Tacitus, Annales XII 8.2, Cassius Dio, LX 32.3.
^ Tacitus, Annales XII 25-26, Suetonius, Vita Divi Claudi 27.2, Vita Neronis 7.1, Cassius Dio, LX 32.2, 33.22.
^ Tacitus, Annales XII 26.1, Cassius Dio, LX 33.2a.
^ Tacitus, Annales XII 27.1. A.A. Barrett, Agrippina: Sex, Power and Politics in the Early Empire, New Haven - Londen, 1996, pp. 114-115.
^ H. Schmitz, Die Kaiserin Agrippina als Patronin der Colonia Agrippinensium, in Gymnasium 62 (1955), pp. 429-434.
^ Tacitus, Annales XII 42.2, Cassius Dio, LX 21. R. Hälikkä, Discourses of Body, Gender and Power in Tacitus, in P. Setälë - e.a. (edd.), Women, Wealth, and Power in the Roman Empire, Rome, 2002, p. 96.
^ Tacitus, Annales XII 42.1. E.R. Parker, The Education of Heirs in the Julio-Claudian Family, in American Journal of Philology 67 (1946), pp. 45-48, D. Gillis, The Portrait of Afranius Burrus in Tacitus' Annales, in La Parola del Passato 18 (1963), pp. 5-22, M.P.O. Morford, The Training of Three Roman Emperors, in Phoenix 22 (1968), pp. 57-65, E. O'Gorman, Irony and misreading in the Annals of Tacitus, Cambridge, 1999, pp. 147-148.
^ Tacitus, Annales XII 37.4.
^ Tacitus, Annales XII 26.2, 41.3, cf. 65.2, Cassius Dio, LX 32.5. P.A. Watson, Ancient Stepmothers. Myth, Misogyny and Reality, Leiden - New York - Keulen, 1995, pp. 141----146, 192----197.
^ Tacitus, Annales XI 1.1, Cassius Dio, LX 32.5.
^ Het is niet bekend door wie ze werd geadopteerd, maar er is wel gesuggereerd dat het Lucius Vitellius is geweest (G.H. de Vries (trad. comm.), Cassius Dio. Vier keizers. Rome onder Tiberius, Caligula, Claudius en Nero, Amsterdam, 2000, p. 243 (voetnoot 45).).
^ Tacitus, Annales XII 58.1, Cassius Dio, LX 33.22, 11. Ze waren echter al in 49 met elkaar verloofd: Tacitus, Annales XII 3.2, 9, Suetonius, Vita Divi Claudi 27.2, Cassius Dio, LX 31.8.
^ Tacitus, Annales XII 64.2-65.1.
^ Tacitus, Annales XII 65.2-3.
^ Tacitus, Annales XII 66.1.
^ a b Tacitus, Annales XII 66-67, Suetonius, Vita Divi Claudi 44, Cassius Dio, LXI 34; minder zeker: Flavius Josephus, Antiquitates Iudaicae XX 148, 152, Flavius Philostratus, Vita Apollonii V 32.
^ Tacitus, Annales XII 68-69, Suetonius, Vita Divi Claudi 45.
^ Tacitus, Annales XIII 2.2, Suetonius, Vita Neronis 9.
^ Tacitus, Annales XIII 1.1.
^ Tacitus, Annales XIII 2.2.
^ A.A. Barrett, Agrippina: Sex, Power and Politics in the Early Empire, New Haven - Londen, 1996, p. 152, S.E. Wood, Imperial Women: A Study in Public Images, 40 B.C.-A.D. 68, Leiden, 1999, p. 293, W. Eck, Die iulisch-claudische Familie: Frauen neben Caligula, Claudius und Nero, in H. Temporini-Gräfin Vitzhum (ed.), Die Kaiserinnen Roms: von Livia bis Theodora, München, 2002, pp. 151-152. Het moet ook worden opgemerkt dat Marcus Antonius zich al eerder vis-à-vis zijn echtgenote Octavia Thurina minor had laten afbeelden op de voorzijde van munten, maar - en hierin lag de innovatie van de munt van Nero en Agrippina - zonder de naam van de vrouw in de legende te vermelden (zie CNGcoins.).
^ L. Foubert, Agrippina. Keizerin van Rome, Leuven, 2006, p. 104.
^ Tacitus, Annales XIII 5.
^ M.T. Griffin, Nero: the End of a Dynasty, New Haven - Londen, 1985, pp. 39-40, A.A. Barrett, Agrippina: Sex, Power and Politics in the Early Empire, New Haven - Londen, 1996, p. 153.
^ Tacitus, Annales XIII 12-13.1, Cassius Dio, LXI 7.1-2.
^ Tacitus, Annales XIII 14.2.
^ Tacitus, Annales XIII 15.3-17, Suetonius, Vita Neronis 33.2-3, Cassius Dio, LXI 7.4.
^ Tacitus, Annales 18.3-21, Suetonius, Vita Neronis 34.1, Cassius Dio, LXI 8.4-6.
^ Suetonius, Vita Neronis 34.1.
^ Tacitus, Annales XIII 14.1.
^ Tacitus, Annales XIII 2.
^ Tekenen van een afzetten van de kant van Nero tegen Claudius, blijkt o.a. uit het feit dat de tempel van divus Claudius (Suetonius, Vita Divi Claudi 45, Vita Divi Vespasiani 9.1.) pas onder Vespasianus zou worden afgewerkt en het meer en meer wegvallen van divi filii (« gods zoon ») op munten (cf. D. Hurley, art. Agrippina the Younger (Wife of Claudius), in DIR (2004) (voetnoot 33).
^ Tacitus, Annales XIII 18.2.
^ Tacitus, Annales XIII 18.2-3.
^ Tacitus, Annales XIII 19.1.
^ Tacitus, Annales XIII 19.3.
^ Tacitus, Annales XIII 20.
^ Tacitus, Annales XIII 21.
^ Tacitus, Annales XIII 21.6-22.
^ Suetonius, Vita Neronis 34.1. Cf. Tacitus, Annales XIV 3.1.
^ Tacitus, Annales XIV 1.1. Cf. Cassius Dio, LXI 11.2-4.
^ A. Dawson, Whatever Happened to Lady Agrippina?, in The Classical Quarterly 64 (1969), p. 264, F. Holztrattner, Poppaea Neronis potens. Die Gestalt der Poppaea Sabina in den Nerobüchern des Tacitus. Mit einem Anhang zu Claudia Acte, Gras - Horn - Wenen, 1995, pp. 41-49. Cf. L. Foubert, Agrippina. Keizerin van Rome, Leuven, 2006, p. 109. Dat het jaar 62 v.Chr. in het werk van Tacitus een keerpunt vormt, heeft vooral te maken met het literaire karakter van diens werk, zie: M. Kleijwegt, Nero's Helpers: The Role of the Neronian Courtier in Tacitus' Annals, in Classics Ireland 7 (2000), art. 5.
^ Suetonius, Vita Othonis 3.
^ L. Foubert, Agrippina. Keizerin van Rome, Leuven, 2006, p. 109. Cf. R.D. Scott, The Death of Nero's Mother (Tacitus, Annals, XIV, 1-13), in Latomus 33 (1974), pp. 111-113, E.M. Iovane, Paura e angoscia in Tacito. Implicazioni ideologiche e politiche, Napels, 1989, pp. 34-39, P.H. Schrijvers, Nero-Agrippina als historische roman, in Lampas 24 (1991), pp. 346-358.
^ R.S. Rogers, Heirs and Rivals to Nero, in Transactions and Proceedings of the American Philological Association 86 (1955), p. 202.
^ Tacitus, Annales XIV 2, Cassius Dio, LXI 11.3-4, Suetonius, Vita Neronis 28.2.
^ H.G. Mullens, The Women of the Caesars, in Greece & Rome 11 (1942), pp. 59-66, A.H. Krappe, La fin d'Agrippina, in Revue des Études Anciennes 42 (1940), pp. 467-471.
^ Tacitus, Annales XIV 3.1-2. Cf. Suetonius, Vita Neronis 34.2.
^ Tacitus, Annales XIV 3.3. Zie ook: L. Herrmann, À propos du navire d'Agrippine, in Revue des Études Anciennes 29 (1927), pp. 68-70, C. Ferone, Suet. Nero 34 e la nave di Agrippina, in Rheinisches Museum für Philologie 147 (2004), pp. 80-87.
^ Tacitus, Annales XIV 4, Suetonius, Vita Neronis 34.2, Cassius Dio, LXI 12.2-13.2.
^ Tacitus, Annales XIV 5, Suetonius, Vita Neronis 34.3, Cassius Dio, LXI 13.3-4.
^ Tacitus, Annales XIV 5.3-6.1. Cf. Cassius Dio, LXI 13.3.
^ Tacitus, Annales XIV 6.2, Suetonius, Vita Neronis 34.3. Cf. Cassius Dio, LXI 13.4.
^ Tacitus, Annales XIV 7.6, Suetonius, Vita Neronis 34.3, Cassius Dio, LXI 13.4.
^ Tacitus, Annales XIV 8.2, Cassius Dio, LXI 13.4-5.
^ Tacitus, Annales XIV 8.4-5, Cassius Dio, LXI 13.5.
^ Tacitus, Annales XIV 9.1, Suetonius, Vita Neronis 34.4, Cassius Dio, LXI 14.2.
^ Tacitus, Annales XIV 10.3, Cassius Dio, LXI 14.3.
^ Tacitus, Annales XIV 9.1.
^ Tacitus, Annales XIV 9.2.
^ Naturalis Historia VII 1.
^ R. Syme, Tacitus, I, Oxford, 1958, p. 437.
^ D.R. Dudley, The World of Tacitus, Londen, 1968, p. 95.
^ R.H. Martin, Tacitus, Londen, 1981, p. 152, M.T. Griffin, Nero: The End of a Dynasty, Londen, 1984, p. 73, R. Mellor, Tacitus, New York - Londen, 1993, pp. 44, 53, R. Holland, Nero: the man behind the myth, Londen, 2000, pp. 45, 63.
^ G. Ferrero, The Women of the Caesars, New York, 1911, pp. 212-337.
^ A.A. Barrett, Agrippina: Sex, Power and Politics in the Early Empire, New Haven - Londen, 1996, pp. xiii; cf. 130-131, 136, 146, 159.
^ A.A. Barrett, Agrippina: Sex, Power and Politics in the Early Empire, New Haven - Londen, 1996, pp. xiv-xv, 154-155.
^ J. Ginsburg - ed. E. Gruen, Representing Agrippina: Constructions of Female Power in the Early Roman Empire, Oxford - New York, 2006, pp. 5--8.
^ L. Foubert, Agrippina. Keizerin van Rome, Leuven, 2006, pp. 127-130.
^ S.E. Wood, Diva Drusilla Panthea and the Sisters of Caligula, in American Journal of Archaeology 99 (1995), p. 461, L. Foubert, Agrippina. Keizerin van Rome, Leuven, 2006, p. 59.
^ Deze identificatie is recentelijk echter betwijfeld: U.W. Gottschall, art. Securitas, in LIMC VIII 1 (1997), p. 1093. Cf. M. Grant, Roman imperial money, Londen - New York, 1954, p. 143 (Salus-Securitas).
^ Voor een ruimere bespreking van deze munt: zie J. Ginsburg - ed. E. Gruen, Representing Agrippina: Constructions of Female Power in the Early Roman Empire, Oxford - New York, 2006, pp. 65---69.
^ M.B. Kozakiewicz, The Imagery of Ceres in the Presentation of Imperial Women in the Julio-Claudian Period, diss. University of Alberta, 1998. Cf. L. Foubert, Agrippina. Keizerin van Rome, Leuven, 2006, pp. 93-96.
^ L. Foubert, Agrippina. Keizerin van Rome, Leuven, 2006, p. 94.
^ a b L. Foubert, Agrippina. Keizerin van Rome, Leuven, 2006, p. 96.
^ R.R.R. Smith, The Imperial Reliefs from the Sebasteion at Aphrodisias, in Journal of Roman Studies 77 (1987), pp. 127-132, S.E. Wood, Imperial Women: A Study in Public Images, 40 B.C.-A.D. 68, Leiden, 1999, pp. 301-302, L. Foubert, Agrippina. Keizerin van Rome, Leuven, 2006, p. 104.
^ M. Boyden, The Rough Guide to Opera, Londen, 20023, pp. 57-58.
^ IMDb Search: Agrippina.
^ art. Dreigestirn, www.koelner-karneval.info.
^ P. Grimal, Mémoires d'Agrippine, Parijs, 1992. ISBN 2877061523.
^ Tacitus, Annales IV 53.2. Cf. Plinius maior, Naturalis Historia VII 46.
•.
Antieke bronnen.
- Plinius maior, Naturalis Historia.
- Flavius Josephus, Antiquitates Iudaicae.
- Tacitus, Annales.
- Suetonius, Vita Tiberi, Vita Gai, Vita Claudi.
- Cassius Dio, Historia Romana.
- Flavius Philostratus, Vita Apollonii.
•.
Referenties.
- A.A. Barrett, Agrippina: Sex, Power and Politics in the Early Empire, New Haven - Londen, 1996. ISBN 041520867X.
- H.W. Benario, Tacitus Annals 11 and 12, Lanham - Londen - New York, 1983. ISBN 0819134805.
M. Boyden, The Rough Guide to Opera, Londen, 20023. ISBN 1858287499.
- K.R. Bradley, Suetonius' Life of Nero: A Historical Commentary, Brussel, 1978. ISBN 2870310072.
G.H. de Vries (trad. comm.), Cassius Dio. Vier keizers. Rome onder Tiberius, Caligula, Claudius en Nero, Amsterdam, 2000. ISBN 9025308716.
- W. Eck, Die iulisch-claudische Familie: Frauen neben Caligula, Claudius und Nero, in H. Temporini-Gräfin Vitzhum (ed.), Die Kaiserinnen Roms: von Livia bis Theodora, München, 2002, pp. 103-163. ISBN 3406495133.
- L. Foubert, Agrippina. Keizerin van Rome, Leuven, 2006. ISBN 9058264025.
- D. Gillis, The Portrait of Afranius Burrus in Tacitus' Annales, in La Parola del Passato 18 (1963), pp. 5-22.
J. Ginsburg - ed. E. Gruen, Representing Agrippina: Constructions of Female Power in the Early Roman Empire, Oxford - New York, 2006. ISBN 0195181417.
M.T. Griffin, Nero: the End of a Dynasty, New Haven - Londen, 1985. ISBN 0415214645.
- R. Hälikkä, Discourses of Body, Gender and Power in Tacitus, in P. Setälë - e.a. (edd.), Women, Wealth, and Power in the Roman Empire, Rome, 2002, pp. 75-104. ISBN 9525323021.
- J. Humphrey, The Three Daughters of Agrippina Maior, in American Journal of Ancient History 4 (1979), pp. 125-143.
- D.W. Hurley, The Politics of Agrippina the Younger's Birthplace, in American Journal of Ancient History2 2 (2003), pp. 95-117.
- T. Mommsen, Die Familie des Germanicus, in Hermes 13 (1878), pp. 245-265.
- M.P.O. Morford, The Training of Three Roman Emperors, in Phoenix 22 (1968), pp. 57-72.
- E. O'Gorman, Irony and misreading in the Annals of Tacitus, Cambridge, 1999. ISBN 0521660564.
- E.R. Parker, The Education of Heirs in the Julio-Claudian Family, in American Journal of Philology 67 (1946), pp. 29-50.
- H. Schmitz, Die Kaiserin Agrippina als Patronin der Colonia Agrippinensium, in Gymnasium 62 (1955), pp. 429-434.
- R.R.R. Smith, The Imperial Reliefs from the Sebasteion at Aphrodisias, in Journal of Roman Studies 77 (1987), pp. 88-138, afb. III-XXVI.
- W. Trillmich, Familienpropaganda der Kaiser Caligula und Claudius. Agrippina Maior und Antonia Augusta auf Münzen, Berlijn, 1978. ISBN 3110072599.
- P.A. Watson, Ancient Stepmothers. Myth, Misogyny and Reality, Leiden - New York - Keulen, 1995. ISBN 9004095713.
- S.E. Wood, Diva Drusilla Panthea and the Sisters of Caligula, in American Journal of Archaeology 99 (1995), pp. 463-464.
- S.E. Wood, Imperial Women: A Study in Public Images, 40 B.C.-A.D. 68, Leiden, 1999. ISBN 9004112812.
- Links.
- D. Hurley, art. Agrippina the Younger (Wife of Claudius), in DIR (2004).
- W. Stangl, Die jüngere Agrippina, www.wernazuma.net (1999/2000). (geïllustreerde versie zonder bibliografie).
•.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Keizer Nero*37  †68  30

relatie (2)
met

Nn .

Uit deze relatie een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Gnaius Domitius     



Bronnen:
1.Afgeschermd, Wikipedia


Domitia Lepida Maior
Domitia Lepida Maior, ovl. in 59.


Aantekeningen bij Domitia Lepida Maior.
•.
Domitia Lepida maior: (? - 59 n. Chr.) oudste dochter van Lucius Domitius Ahenobarbus (III) en Antonia, kleindochter van Marcus Antonius en Octavia Thurina minor en een tante van keizer Nero. Domitia was meerdere malen getrouwd geweest tijdens haar leven.[1] Haar eerste man was Decimus Haterius Agrippa (consul in 22 n. Chr.), die bij haar een zoon verwekte (Quintus Haterius Antoninus). Na de dood van Agrippa (32 n. Chr.) trouwde Domitia met rijke en invloedrijke senator Gaius Sallustius Crispius Passienus. In 41 n. Chr. werd dit huwelijk, op verzoek van keizer Claudius, verbroken, zodat Passienus kon trouwen met Julia Agrippina minor, Domitia's voormalige schoonzuster.[2].
•.
Domitia stond bekend als een geduchte rivale van Julia Agrippina minor.[3] In 59 n. Chr. werd zij echter door haar neef Nero om het leven gebracht door middel van vergiftiging.[4].
•.
Noten:.
1. R. Syme, The Augustan Aristocracy, Londen, 1986, pp. 162-163, 166.
2. Suetonius, Vita Neronis 6.3.
3. Suetonius, Vita Neronis 7.1, Tacitus, Annales XIII 19.4, 21.3.
4. Suetonius, Vita Neronis 34.5, Cassius Dio, LXI 17.1-2.
7.
Antieke bronnen/ref.:.
- Quintilianus, VI 1 § 50, 3 § 74, X 1 § 24.
- Suetonius, Vita Neronis 6.3, 7.1, 34.5.
- Tacitus, Annales XIII 19.4, 21.3.
- Cassius Dio, LXI 17.1-2.
- W. Eck, art. Domitia (1), in NP 3 (1997), col. [?].
- M.-Th. Raepsaet-Charlier, Prosopographie des femmes de l’ordre sénatorial (Ier-IIe siècles), I, Leuven, 1987, nr. 319. ISBN 9068310860 (bronnen, bibliografie en familiebanden).
- L. Schmitz, art. Domitia, in W. Smith (ed.), A dictionary of Greek and Roman biography and mythology, I, Boston, 1867, p. 1060.
- R. Syme, The Augustan Aristocracy, Londen, 1986. ISBN 0198147317.
•.

  • Vader:
    Lucius Domitius (Gnaius Domitius) Ahenobarbus1,, Biografie en historie., zn. van Gnaeus Domitius Ahenobarbus en Nn, geb. circa 59 BC, Biografie en historie.,, Biografie en historie.,1,, Biografie en historie., consul in 192 BC,
    Aedilis plebis. in 22 BC,
    De aedilis plebis, in 494 v.Chr. ingesteld, was waarschijnlijk de oudste plebejische ambtenaar van de Romeinse Republiek. De twee aediles plebis stonden in voor de tempel en het bijhorend archief van het plebs op de Aventijn. Zij moesten tevens toezicht houden op de markten. Later zouden zij zich ook bezighouden met brandbestrijding, watertoedeling, het onderhoud van openbare gebouwen, enzovoorts. Gaius Iulius Caesar stelde twee extra aediles plebis aan om toe te zien op de bevoorrading van de stad. Ze waren geen volwaardige magistraten, omdat ze slechts gekozen werden door het plebs. Hun waardigheid moest ook onderdoen voor die van hun collega's, de aediles curules die een met ivoor ingelegde zetel kregen in de senaat. Net zoals de tribunus plebis was de aedilis plebis onschendbaar. Sinds 130 v.Chr. werd men al vanaf de functie van aedilis plebis in de senaat opgenomen.
    Bron: J. Lendering, art. Aedile, Livius.org, 2006.
    consul in 16 BC, proconsul in 12 BC,
    Legatus propraetore van 7 BC tot 2 BC,
    Een legatus pro praetore was in het Imperium Romanum een ex-consul, die was aangesteld als gouverneur over een provincia door de princeps. Hij mocht ook legioenen aanvoeren in naam van de princeps. Zoals de legatus legionis de tegenhanger was van de propraetor, zo is de legatus pro praetore de tegenhanger van de republikeinse proconsul.
    Ref/bronnen:
    - L. Schmitz, art. Legatus, in W. Smith, A Dictionary of Greek and Roman Antiquities, Londen, 1875, pp. 677-679.
    - P. Kehne, art. Legatus, in NP7 (1999), klm. 5 - 6.
    Executeur-Testamentair in 25,
    Een executeur (in Nederland voorheen executeur-testamentair, in België vereffenaar) is degene, die het testament van een erflater ten uitvoer brengt, nadat deze is overleden.
    Ovl. (Ongeveer 34 jaar oud) in 25 BC, Biografie en historie.,, Biografie en historie., tr. (resp. minstens 34 en minstens 14 jaar oud) tussen 25 BC en 26 BC.
 

tr. (1)
met

Decimus Haterius Agrippa, consul in 22.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Quintus Haterius     

tr. (2) na 32, (gesch.)
met

Gaius Sallustius Crispius Passienus, tr. (2) met Julia Agrippina Minor. Uit dit huwelijk geen kinderen.


Bronnen:
1.Afgeschermd, Wikipedia


Domitia Lepida Minor
Domitia Lepida Minor.

  • Vader:
    Lucius Domitius (Gnaius Domitius) Ahenobarbus1,, Biografie en historie., zn. van Gnaeus Domitius Ahenobarbus en Nn, geb. circa 59 BC, Biografie en historie.,, Biografie en historie.,1,, Biografie en historie., consul in 192 BC,
    Aedilis plebis. in 22 BC,
    De aedilis plebis, in 494 v.Chr. ingesteld, was waarschijnlijk de oudste plebejische ambtenaar van de Romeinse Republiek. De twee aediles plebis stonden in voor de tempel en het bijhorend archief van het plebs op de Aventijn. Zij moesten tevens toezicht houden op de markten. Later zouden zij zich ook bezighouden met brandbestrijding, watertoedeling, het onderhoud van openbare gebouwen, enzovoorts. Gaius Iulius Caesar stelde twee extra aediles plebis aan om toe te zien op de bevoorrading van de stad. Ze waren geen volwaardige magistraten, omdat ze slechts gekozen werden door het plebs. Hun waardigheid moest ook onderdoen voor die van hun collega's, de aediles curules die een met ivoor ingelegde zetel kregen in de senaat. Net zoals de tribunus plebis was de aedilis plebis onschendbaar. Sinds 130 v.Chr. werd men al vanaf de functie van aedilis plebis in de senaat opgenomen.
    Bron: J. Lendering, art. Aedile, Livius.org, 2006.
    consul in 16 BC, proconsul in 12 BC,
    Legatus propraetore van 7 BC tot 2 BC,
    Een legatus pro praetore was in het Imperium Romanum een ex-consul, die was aangesteld als gouverneur over een provincia door de princeps. Hij mocht ook legioenen aanvoeren in naam van de princeps. Zoals de legatus legionis de tegenhanger was van de propraetor, zo is de legatus pro praetore de tegenhanger van de republikeinse proconsul.
    Ref/bronnen:
    - L. Schmitz, art. Legatus, in W. Smith, A Dictionary of Greek and Roman Antiquities, Londen, 1875, pp. 677-679.
    - P. Kehne, art. Legatus, in NP7 (1999), klm. 5 - 6.
    Executeur-Testamentair in 25,
    Een executeur (in Nederland voorheen executeur-testamentair, in België vereffenaar) is degene, die het testament van een erflater ten uitvoer brengt, nadat deze is overleden.
    Ovl. (Ongeveer 34 jaar oud) in 25 BC, Biografie en historie.,, Biografie en historie., tr. (resp. minstens 34 en minstens 14 jaar oud) tussen 25 BC en 26 BC.
 



Bronnen:
1.Afgeschermd, Wikipedia

Julia Agrippina Minor
 
Julia Agrippina Minor, geb. te Colonia Claudia Ara Agrippinensium [Dui] Keulen op 6 nov 15, ovl. tussen 319 en vrijdag 11 1850  19 maart 59 n.Chr, begr. te Campanië [Ita] Campania (Nederlands: Campanië) is een regio in Zuid-Italië die in het noordwesten grenst aan Latium, in het noorden aan Molise, in het noordoosten aan Apulië, in het oosten aan Basilicata en in het westen aan de Tyrreense Zee. De regio beslaat 13.595 km² en heeft in 2004 ongeveer 6 miljoen inwoners.
De naam van de regio is rechtstreeks van het Latijn afgeleid, de Romeinen noemden de regio namelijk Campania felix, wat gelukkig land(schap) betekent.
De regionale hoofdstad is Napels (Napoli). De regio is opgedeeld in vijf provincies.
Tussen 600 en 200 v. Chr was Capua de belangrijkste stad van Campania. In de vroege middeleeuwen was Amalfi een der belangrijkste handelssteden van Europa. Sinds de late middeleeuwen is de dominante positie van Napels echter onaangevochten gebleven 23 maart 59 n.Chr.



Aantekeningen bij Julia Agrippina Minor.
Iulia Agrippina minor (6 november 15, Oppidum Ubiorum - 19-23 maart 59, Campanië), vanaf 50 Iulia Augusta Agrippina genoemd (PIR2 I 641), beter bekend als Agrippina de Jongere of Agrippina minor, was een prominent lid van de Julisch-Claudische dynastie: ze was achtereenvolgens de zus (Caligula), echtgenote (Claudius) én moeder (Nero) van een princeps (de destijds gebruikte titel voor de keizer van het Romeinse Rijk). Agrippina minor nam ook actief deel aan de dynastieke politiek en zou daarenboven politiek advies geven aan haar echtgenoot Claudius en haar zoon Nero.
•.
Leven.
•.
Geboorte.
Iulia Agrippina werd geboren op 6 november 15 in Oppidum Ubiorum (het huidige Keulen) als eerste dochter en vierde overlevend kind van Germanicus Iulius Caesar en Vipsania Agrippina maior.[1] Dat ze in Germania Inferior werd geboren, kwam doordat haar moeder niet wilde wijken van de zijde van haar echtgenoot Germanicus, die de legers van Germania Inferior en Superior aanvoerde. In 17 keerde het gezin terug naar Rome voor de triomftocht van haar vader op 26 mei 17, waarbij ze samen met haar broers en zus haar vader vergezelde.[2] Kort daarop trokken haar ouders weer uit op missie naar het oosten, waar Germanicus gouverneur van Syria werd, maar Agrippina bleef in Rome achter. Enkel haar jongste broer Gaius (later bekend onder de bijnaam Caligula) vergezelde haar ouders. Nadat haar vader op 10 oktober 19 onverwachts was komen te overlijden, wachtte ze met haar broers en zus haar moeder op die in 20 met de as van haar vader naar Italia terugkeerde.[3].
•.
Kleindochter van Tiberius.
Nu haar vader overleden was, verdween Agrippina meer naar de achtergrond. Ze duikt in 28 pas opnieuw op in de historische bronnen, toen haar grootvader Tiberius haar liet huwen met Gnaius Domitius Ahenobarbus.[4] Haar nieuwe echtgenoot behoorde ook tot de Julisch-Claudische dynastie, want hij was een zoon van Antonia maior (een dochter van Augustus' zus Octavia Thurina minor). Dit was dan ook een van de redenen waarom hij in 32 als consul een volledig jaar mocht aanblijven (een ongewoon eerbetoon in de tijd van het principaat).[5].
In 37 beschuldigde de praefectus praetorio Naevius Sutorius Macro Domitius echter van overspel met een zekere Albucilla en van afvalligheid van de princeps Tiberius.[6] Het is niet precies bekend waarom Macro Domitius uit de weg wilde ruimen. Mogelijk ambieerde hij zelf de troon[7] of had hij naar Macro's zin teveel invloed op Gaius Caligula, de verwachte opvolger.[8] Door de dood van Tiberius werd Gnaius echter gered.[9].
•.
Zus van Caligula.
Wanneer op 16 maart 37 Tiberius overlijdt, wordt Agrippina's broer Gaius (Caligula) princeps. Hierdoor werd Agrippina naaste familie van de princeps. Op 15 december van dat jaar bracht ze bij zonsopgang te Antium - waar haar echtgenoot een villa had - een zoon ter wereld.[10] Toen ze haar boorling voorstelde aan haar broer en vroeg welke naam ze hem moest geven (in de hoop dat Caligula, die nog geen mannelijke nakomeling had, haar zoon mogelijk zou adopteren), stelde deze echter de naam voor van Claudius, die toen het mikpunt van spot was aan het keizerlijke hof.[11] Het kind zou uiteindelijk Lucius Domitius Ahenobarbus worden genoemd, maar later onder de naam Nero als princeps de geschiedenis ingaan.
•.
Sestertius met aan de voorzijde een buste van Caligula en de legende C CAESAR AVG GERMANICVS PON M TR PO en aan de keerzijde zijn zussen Iulia Agrippina (als Securitas), Iulia Drusilla (als Concordia) en Iulia Livilla (als Fortuna) en de legende AGRIPPINA DRVSILLA IVLIA met in de afsnede S C. (Bron: CNG Coins.)Caligula, die zijn aanspraken vooral te danken had aan zijn familiebanden, schoof in zijn dynastieke propaganda zowel zijn overleden ouders als zijn zussen naar voren. Zo kende hij hen voorrechten toe die aan Vestaalse maagden toebehoorden (waaronder goede zitplaatsen tijdens de spelen en onschendbaarheid).[12] Hij liet ook munten slaan met aan de voorzijde zijn buste en aan de keerzijde zijn drie zussen, iets wat in Rome nog niet eerder was gebeurd. Caligula voegde hen zelfs toe aan de eed van trouw, waarbij men moest zweren: « Noch mijzelf en mijn kinderen heb ik meer lief dan Gaius en zijn zussen. »[13] En ook in consulaire voorstellen moest volgende frase worden opgenomen: « Dat het goede en het geluk zou zijn van Gaius Caesar en zijn zussen. »[14] En reeds voordien hadden de priesters en magistraten in hun formules om het welzijn van de princeps en de res publica af te smeken de namen van diens drie zussen opgenomen.[15].
Caligula ging in zijn propageren van zijn zussen zover, dat hij hen om beurten de plaats die normaal gezien was voorbehouden voor een echtgenote (dus Iunia Claudilla) toekende: « en bij een rijkelijk gastmaal lag telkens een [van zijn zussen] afwisselend aan zijn rechterkant, zijn echtgenote aan de andere kant aanliggend. »[16] Hierdoor deed de roddel de ronde dat Gaius een incestueuze relatie had met zijn zussen, met een duidelijke voorkeur voor Iulia Drusilla.[17] Voor Agrippina en Livilla schijnt hij in mindere mate in liefde te zijn ontvlamd, want er werd beweerd dat hij hen ook « vaak aan zijn schandknapen zal hebben aangeboden ».[18] Hoewel ze was getrouwd met Domitius, zou Agrippina op schaamteloze wijze avances hebben gemaakt naar Servius Sulpicius Galba (de latere princeps), die echter geen interesse in haar toonde en toegewijd was aan zijn vrouw. Op een bepaald moment zou Galba's schoonmoeder Agrippina in het gezelschap van andere matronae een publieke reprimande en een slag in haar gezicht hebben gegeven.[19].
•.
Toen op 10 juni 38 haar zus Iulia Drusilla stierf, was Caligula hier zo van aangedaan dat hij een algemene rouw afkondigde, haar een staatsbegrafenis gaf en de senaat zelfs wist te overhalen haar te vergoddelijken.[20] Toch schijnt haar dood geen directe invloed te hebben gehad op de positie van Agrippina en Livilla, die nog steeds op provinciale munten werden afgebeeld - samen met de vergoddelijkte Drusilla.[21].
•.
In 39 werden Agrippina en Livilla, samen met hun neef langs moederskant en Drusilla's weduwenaar Marcus Aemilius Lepidus, beschuldigd van een mislukte aanslag op het leven van Caligula met het doel Lepidus als princeps aan te stellen.[22] In deze samenzwering zou ook Gnaius Lentulus Gaetulicus, de legatus Augustus pro praetore van Germania Superior, betrokken zijn geweest, hoewel de bronnen onduidelijk zijn over de relatie tussen Gaetulicus en Lepidus. Agrippina en Livilla werden bovendien beschuldigd van overspel met Lepidus.[23] Er is weinig bekend over deze samenzwering en de achterliggende redenen.[24] Tijdens het proces tegen Lepidus aarzelde Caligula niet om zijn zussen aan te klagen wegens overspel en hij zou zelfs brieven in het handschrift van zowel Lepidus als van zijn zussen hebben gefabriceerd waarin werd beschreven hoe ze hem zouden hebben willen vermoorden.
•.
Lepidus werd geëxecuteerd door een tribunus die zijn keel doorsneed.[25] Agrippina en Livilla werden door hun broer verbannen naar de Pontijnse Eilanden.[26] Ook Ofonius Tigellinus werd verbannen op beschuldiging van overspel met Agrippina.[27] Caligula zou hun meubels, juwelen, slaven en vrijgelatenen in Gallia verkopen.[28] In januari 40 stierf Domitius aan waterzucht te Pyrgi.[29] Hun zoon Lucius (de latere princeps Nero) leefde intussen bij zijn tante Domitia Lepida, nadat Caligula zijn erfenis van hem had afgenomen.[30] Op 24 januari 41 werden Caligula, zijn echtgenote Milonia Caesonia, en hun dochtertje Iulia Drusilla vermoord.[31] En totaal onverwachts werd Agrippina's oom Tiberius Claudius Drusus door de Praetoriaanse Garde uitgeroepen tot nieuwe princeps.[32].
•.
Nicht van Claudius.
Claudius liet Agrippina en Livilla uit ballingschap terugkeren.[33] Livilla keerde terug naar haar echtgenoot, terwijl Agrippina werd herenigd met haar zoon, hoewel hij inmiddels van haar vervreemd was.[34] Claudius liet ook de erfenis van Lucius herstellen en zorgde ervoor dat Gaius Sallustius Passienus Crispus en Domitia (Lucius' tante) scheidden, zodat Crispus met Agrippina zou kunnen trouwen.[35] Toen Agrippina terugkeerde, had zij immers niets (dus ook geen echtgenoot) om naar terug te keren. Agrippina trouwde met Crispus als haar tweede echtgenoot en hij werd een stiefvader voor Lucius.[36] Crispus was een vooraanstaande, invloedrijke, geestige, rijke en machtige man, die tweemaal consul was. Hij was de aangenomen kleinzoon en biologische achterachterneef van de historicus Sallustius. Er is weinig over hun relatie bekend.
•.
Messalina met haar zoontje Tiberius Claudius Germanicus (Louvre, Ma 1224).Toen Claudius princeps werd was hij reeds getrouwd met Valeria Messalina, met wie hij een dochter Claudia Octavia had. Deze Messalina was Agrippina's nicht langs vaderskant. Kort na de aanvang van Claudius' principaat baarde ze Claudius een zoon Tiberius Claudius Germanicus (later Britannicus genoemd).[37] Hoewel Agrippina veel invloed had, hield zij zich erg op de achtergrond en bleef zij weg van het keizerlijke paleis en de rechtbank van de princeps.[34].
•.
In 47 stierf Crispus[38] en tijdens zijn begrafenis deed het gerucht de ronde dat Agrippina Crispus had vergiftigd om zijn eigendom te verwerven.[39] Agrippina bleef inderdaad achter als een zeer rijke weduwe. Het gerucht deed intussen de ronde dat Messalina moordenaars had uitgezonden om Lucius te wurgen tijdens diens middagdutje, omdat zij besefte dat Agrippina's zoon een bedreiging kon vormen voor de positie van haar eigen zoon. De moordenaars zouden echter zijn gevlucht toen ze een slang van onder Lucius' kussen tevoorschijn meenden te zien komen - dit zou feitelijk een slangenvel zijn geweest dat Agrippina in een gouden armband zou laten verwerken als amulet voor haar zoon.[40].
•.
Het is mogelijk dat Agrippina zich terugtrok op een van de door haar geërfde eigendommen, zoals het landgoed van haar overleden echtgenoot in Tusculum[41] Later dat jaar tijdens de ludi Saeculares zouden zowel Lucius als Tiberius (die sinds 43 de bijnaam Britannicus droeg) de twee groepen bij de Troiae ludus leiden, maar het was Lucius die het meeste applaus kreeg - volgens Tacitus omwille van zijn afstamming van de immens populaire Germanicus.[42] En dit straalde af op beider moeders: Agrippina en Messalina.
•.
In 48, na de executie van Messalina,[43] overwoog Claudius al snel weer (voor de vierde keer) te hertrouwen.[44] Rond deze tijd werd Agrippina de minnares van een van de adviseurs van Claudius, de voormalige Griekse libertus (vrijgelaten slaaf) Pallas.[45] In die tijd bespraken Claudius' adviseurs welke vrouw Claudius zou moeten huwen.[46] Claudius had de reputatie door zijn vrouw en vrijgelaten slaven te worden overheerst.[47].
•.
Het was in datzelfde jaar dat de praetor Lucius Iunius Silanus, familie van Agrippina en verloofd met Claudius’ dochter Claudia Octavia, door Lucius Vitellius - die zou zijn opgestookt door Agrippina - valselijk werd beschuldigd van ongepaste relaties met zijn zus Iunia Calvina.[48] Daarop brak Claudius de verloving af en dwong hij Silanus om af te treden als praetor.[48] Silanus zou uiteindelijk zelfmoord plegen op de dag dat Agrippina trouwde met haar oom en begin 49 werd Iunia Calvina uit Italia verbannen.[49].
•.
Pallas raadde Claudius aan Agrippina te trouwen. Pallas wees de princeps erop, dat haar zoon de kleinzoon was van zijn overleden broer Germanicus: door met haar te trouwen zou Claudius deze tak van de gens Claudia terug verbinden met de domus Augusta.[50] Voor Agrippina's verleiding van Claudius, kon ze gebruik maken van haar voorrecht als nicht haar oom te kussen en liefkozen.[51] En Claudius bezweek uiteindelijk voor haar charmes. Omdat een huwelijk tussen oom en nicht als incestueus werd beschouwd, moest een dergelijk huwelijk eerst worden toegestaan door de senaat. Een bondgenoot werd gevonden in de persoon van Lucius Vitellius, de censor van 48. Deze haalde als voornaamste argumenten Agrippina's vruchtbaarheid en zedelijkheid aan.[52] Wat echter opviel was dat zowel voor als na zijn huwelijk met Agrippina, Claudius haar in toespraken noemde als zijn « dochter en pleegkind, op zijn schoot geboren en getogen ».[53].
•.
Echtgenote van Claudius.
De Gemma Claudia met respectievelijk Claudius en Agrippina minor en Germanicus en Agrippina maior afgebeeld lijkt de dynastieke bedoelingen van het huwelijk tussen deze twee eersten aan te duiden (Kunsthistorisches Museum Wien).Agrippina en Claudius trouwden bij het begin van het jaar 49.[54].
Door haar huwelijk met Claudius werd Agrippina de stiefmoeder van Claudia Antonia (Claudius' enige kind uit zijn huwelijk met Aelia Paetina), Claudia Octavia en Britannicus (beiden kinderen van de geëxecuteerde Valeria Messalina).[55] Met Britannicus leek het echter niet goed te boteren.[56] Om haar zoon Lucius van een goede opvoeding te voorzien, liet Agrippina de verbannen filosoof-senator Lucius Annaeus Seneca terugkeren naar Rome als tutor voor haar zoon. Bovendien liet zij hem meteen aanstellen als praetor.[57] Hierdoor wist ze aan populariteit te winnen. Intussen werd ook propaganda ingezet om het imago van Claudius en Agrippina op te vijzelen, door ze bijvoorbeeld te presenteren als pendante van het ideale "prinsenpaar" Germanicus en Agrippina maior, de ouders van Agrippina minor, op de zogenaamde Gemma Claudia (zie afbeelding 4).
•.
Op 25 februari 50 adopteerde Claudius zijn stiefzoon Lucius Domitius Ahenobarbus wiens naam voortaan Nero Claudius Caesar Drusus Germanicus was.[58] Hierdoor had Claudius voortaan twee mannelijke erfgenamen, waarbij Nero voorrang zou krijgen op zijn broer Britannicus. Rond die tijd werd Agrippina het agnomen Augusta toegekend (dat voordien nooit was verleend aan de echtgenote van de nog levende princeps).[59] In datzelfde jaar zou Claudius de Oppidum Ubiorum tot colonia verheffen met de naam Colonia Claudia Ara Agrippinensium, om Agrippina's geboorte daar te herdenken.[60] Agrippina zou voortaan fungeren als een patronus voor deze colonia.[61].
•.
In 51 kreeg Agrippina het recht zich te verplaatsen in een carpentum, een rijtuig dat gewoonlijk werd gebruikt door priesters en voor heilige beelden.[62] In 51 werd ook Sextus Afranius Burrus, een procurator onder Livia, Tiberius en Claudius én een bekwaam soldaat, aangesteld als praefectus praetorio. Deze zou tevens instaan voor de opvoeding van Lucius, met name voor zijn militaire vorming.[63] In datzelfde jaar zou Agrippina samen met haar echtgenoot de oefeningen van de legioenen overzien, waarbij de Britse koning Caratacus haar dezelfde eer betoonde als Claudius in de overtuiging dat ze samen met Claudius de leiding had over dezen.[64].
Agrippina zou volgens onze antieke bronnen Britannicus hebben geïsoleerd door iedereen uit zijn ommiddellijke omgeving te laten uitschakelen.[65] Aldus werd in 51 Britannicus' leraar Sosibius geëxecuteerd.[66].
•.
Op 9 juni 53 trouwde Nero met Octavia, die was geadopteerd zodat hun huwelijk niet als een broer-zus-huwelijk zou worden beschouwd.[67] Dit moest de domus Augusta nauwer met elkaar verbinden.[68].
•.
In 54 werd Domitia Lepida minor, een dochter van Lucius Domitius Ahenobarbus en Antonia maior (een tante van Agrippina's zoon Nero én moeder van Messalina), ervan beschuldigd zwarte magie te hebben gebruikt tegen het leven van de vrouw van de princeps. Ook zou ze met slavenbendes in Calabria de rust in Italia hebben verstoord. Agrippina zou de beschuldigingen hebben gemaakt uit vrees dat Domitia Lepida teveel invloed zou krijgen op Nero, die haar neef was.[69].
•.
Volgens Tacitus begon Claudius zijn huwelijk met Agrippina en de adoptie van haar zoon te betreuren en zou hij Britannicus steeds meer voortrekken en hem naar voren schuiven als zijn opvolger.[70] Dit zou dan ook het voornaamste motief geweest zijn - aldus nog steeds Tacitus - om Claudius uit te schakelen.[71] De meeste antieke auteurs beschuldigden Agrippina ervan haar echtgenoot Claudius op 13 oktober 54 te hebben vermoord, hoewel ze onderling nogal verschillen in hun versies.[72].
•.
Moeder van Nero.
Na de dood van Claudius zorgde Agrippa - aldus onze bronnen - ervoor dat Nero de Praetoriaanse Garde voor zich kon winnen, door te verhinderen dat Britannicus tussenbeide kon komen.[73] Dat Nero optima mater (allervoortreffelijkste moeder) als eerste wachtwoord aan de garde zou hebben gegeven, werd gezien als erkenning dat hij zijn principaat aan haar had te danken.[74] Zonder medeweten van haar zoon, zou Agrippina eind 54 Marcus Iunius Silanus Torquatus - de oudere broer van Lucius Iunius Silanus - laten vergiftigen.[75].
Haar positie van mater principis én mater familias maakte Agrippina nog meer tot first lady van het Imperium Romanum. Net als Livia Drusilla voor haar werd ze priesteres van haar overleden vergoddelijkte echtgenoot en kreeg zij twee lictores toegekend.[76] Ze zou als eerste vrouw tijdens haar leven samen met de princeps op de voorzijde van een munt verschijnen, waarbij ze bovendien in een eerste reeks op dezelfde hoogte werd geplaatst als de princeps (zie afbeelding).[77] Deze innovatie werd niet echt gewaardeerd in Rome en kort daarop verscheen een nieuwe munt waar aan de voorzijde beiden in profiel waren afgebeeld, maar Nero's gelaat dat van Agrippina bedekte en Agrippina's titulatuur naar de keerzijde verdween.[78] Bovendien wordt beweerd dat zij van achter een gordijn de senaatszittingen volgde.[79] Toch hoeft dit niet per se te wijzen op echte (politieke) macht.[80].
•.
In de eerste maanden van Nero's regering zou Agrippina haar zoon en het rijk hebben gecontroleerd. Ze zou haar controle over Nero echter hebben verloren toen hij een affaire begon met de vrijgelatene Claudia Acte, wat door Agrippina ten zeerste werd afgekeurd.[81] In een poging haar zoon tot inkeer te brengen, zou Agrippina begonnen zijn Britannicus te steunen en dreigde zij, indien nodig, Britannicus tot princeps te maken.[82] Maar Britannicus werd op heimelijke wijze vergiftigd tijdens een banket in februari 55, naar verluidt op bevel van Nero.[83] Dit was het begin van een machtsstrijd tussen Agrippina en haar zoon.
Agrippina werd tussen 55 en 59 zeer waakzaam en hield een kritisch oog op haar zoon gericht. In 55 werd Agrippina door Nero uit het paleis verjaagd. Hij beroofde zijn moeder van al haar eerbewijzen en posities en stuurde zelfs haar Romeinse en Germaanse lijfwachten weg.[84] Nero zou zijn moeder zelfs onder druk gezet hebben te abdiceren en te gaan leven op het Griekse eiland Rhodos.[85] Agrippina's handlanger Pallas werd eveneens van het hof verwijderd.[86] De val van Pallas en de oppositie van Burrus en Seneca[87], zouden hebben bijgedragen aan Agrippina's verlies aan autoriteit.
Agrippina beriep zich nu meer en meer op haar overleden echtgenoot Claudius[88] en stelde haar hoop op Nero's echtgenote Octavia, het enige overgebleven kind van Claudius.[89] Ze scheen rond deze tijd ook een factio ("factie") rond zich te verzamelen, terwijl ze het huis van haar grootmoeder Antonia minor betrok.[90] Maar haar positie bleek volgens Tacitus al snel onhoudbaar.[91] Want Iturius en Alvisius, twee clientes van Iunia Silana, zouden haar ervan beschuldigen Rubellius Plautus, een zoon van Iulia - de kleindochter van Tiberius - en de senator Gaius Rubellius Blandus, op de troon te willen zetten en door een huwelijk met hem haar eigen macht te herwinnen.[92] Toen Nero dit vernam wenste hij onmiddellijk zijn moeder en Rubellius Plautus uit te weg te ruimen, maar de praefectus praetorio Afranius Burrus (wiens positie hierdoor werd bedreigd) wist Nero te overtuigen eerst een proces te voeren.[93] Tijdens dit proces wist Agrippina zich van elke schuld vrij te pleiten door te zeggen dat een moeder nooit een ander dan haar eigen zoon op de troon wenste te zien.[94] Ze wist haar zoon bovendien zover te krijgen dat haar aanklagers werden verbannen en haar vrienden verscheidene ambten kregen toebedeeld.[95] Hierna vernemen we tot aan het jaar van haar dood niets meer van haar in onze bronnen. Suetonius vermeldt wel dat ze tijdens deze periode in een van haar vele landgoederen in Italia verbleef.[96] Drie jaar lang zou er een relatieve vrede bestaan tussen moeder en zoon, tot deze laatste in 59 n.Chr. besloot definitief een einde te maken aan haar leven.
•.
Dood.
Hoe Agrippina aan haar einde kwam is onzeker vanwege de historische tegenstrijdigheden in de bronnen, die bovendien anti-Nero zijn. Alle overgeleverde verhalen over de dood van Agrippina spreken zichzelf en elkaar tegen en zijn over het algemeen zeer fantasierijk.
Volgens Tacitus zou Nero in 58 een buitenechtelijke relatie zijn aangegaan met de matrona Poppaea Sabina. Daar hij besefte dat Agrippina zich zou verzetten tegen een scheiding van zijn toenmalige echtgenote Claudia Octavia en een huwelijk met Poppaea, zou hij hebben besloten Agrippina te doden.[97] Maar Nero zou pas in 62 met Poppaea trouwen en bij dit door Tacitus opgeworpen motief zijn dan ook vraagtekens geplaatst.[98] Bovendien vertelt Suetonius ons dat Poppaea's echtgenoot, Marcus Salvius Otho, pas na de dood van Agrippina werd verbannen, wat er niet direct op wijst dat Poppaea voor Agrippina's dood aandrong op een huwelijk.[99] Dit motief lijkt eerder uit literaire overwegingen te zijn gekozen, omdat dit uitstekend paste in Tacitus' beeld van Nero als speelbal van vrouwen en vrijgelatenen.[100] Sommige historici stellen dat Nero's beslissing om Agrippina te doden werd gemotiveerd door haar samenzwering om Rubellius Plautus (een achterneef van Nero) op de troon te plaatsen.[101] Een ander mogelijk motief voor de moord wordt zowel bij Tacitus als bij Suetonius en bij Cassius Dio vermeld, namelijk dat er een incestueuze relatie tussen Nero en Agrippina zou zijn geweest waardoor deze laatste hem terug onder haar invloed zou hebben gebracht.[102] Zij zijn het er echter niet over eens of dit gerucht wel klopt en wie nu het initiatief hiertoe nam - Nero of Agrippina. Bovendien was het niet niet ongewoon dat principes die na hun regering negatief werden beoordeeld van incest werden beschuldigd.[103] Wat ook de aanleiding geweest moge zijn, Nero besloot uiteindelijk zijn moeder eens en voorgoed uit de weg te ruimen.
•.
Na te hebben getwijfeld tussen gif of zwaard als moordwapen, besloot Nero voor gif te gaan. Maar hij twijfelde of gif wel zou werken op een vrouw die ervan werd verdacht met vergiften al meerdere mensen het leven te hebben ontnomen en dus wel tegengif zou hebben genomen.[104] Een ander plan kwam van Anicetus, een vrijgelatene en praefectus classis te Misenum. Hij stelde voor een schip te bouwen waarvan men het deel waarop Agrippina zich bevond kon losmaken van de rest van het schip om haar aldus door verdrinking uit te schakelen en hiermee zo weinig mogelijk verdenking op zich te laden.[105] Nero besloot daarop zijn moeder uit te nodigen voor de Quinquatrus ter ere van Minerva in Baiae, waar Agrippina werd overgehaald om op de mooist versierde boot te gaan.[106] Maar toen men de boot tot zinken trachtte te brengen, liep alles fout en Agrippina wist uiteindelijk al zwemmend te ontsnappen aan een wisse dood.[107] Door dit voorval en het feit dat haar vriendin Acerronia Pollia door de scheepslui was gedood, begon Agrippina te beseffen wat haar zoon van plan was.[108] Omdat ze niet wilde dat Nero te weten zou komen dat zij hem doorhad, zond ze haar vrijgelatene, Lucius Agermus, naar haar zoon om hem te vertellen welk ongeluk zijn moeder was overkomen en door welk gelukkig toeval ze gered was van de dood. Op die manier hoopte ze Nero te misleiden.[109] Nero - die blijkbaar het nieuws van Agrippina's redding al had vernomen - was intussen zo angstig, dat hij, toen Agermus bij hem aankwam, deze een wapen voor de voeten wierp om hem vervolgens te beschuldigen in naam van Agrippina een aanslag te hebben willen plegen op zijn leven, waarna hij hem in de boeien liet slaan.[110] Omdat hij besefte (volgens Tacitus omdat Sextus Afranius Burrus hem dit ook had gezegd) dat de Praetorianen nooit de dochter van Germanicus zouden willen vermoorden, stuurde Nero Anicetus met zijn mariniers erop uit om Agrippina's villa te omsingelen.[111] Na de deuren te hebben opengebroken, zou Anicetus - volgens Tacitus samen met trierarchus Herculeius en de centurio classiarius Obaritus - haar alleen hebben aangetroffen en haar met verscheidene steken hebben omgebracht.[112] De bronnen voegen hier nog het gruwelijke detail aan toe - zij het dat sommigen hierover terughoudend zijn - dat Nero persoonlijk haar lijk kwam inspecteren en zelfs opmerkingen maakte over hoe knap zijn dode moeder wel niet was.[113] De moord werd voorgesteld als zelfmoord uit schuldbesef voor haar (vermeende) misdadige moordplannen voor Nero.[114] Diezelfde nacht nog werd ze gecremeerd op een ligbed en zolang Nero aan de macht was, zou er geen geen grafmonument voor haar worden opgericht. Na Nero's dood zouden vrijgelatenen van Agrippina echter een tumulus oprichten bij de weg naar Misenum.[115] Haar vrijgelatene Mnester, die haar brandstapel zou hebben aangestoken, pleegde daarop zelfmoord uit genegenheid voor haar of vrees voor haar zoon.[116].
•.
Agrippina's persoonlijkheid.
Agrippina's persoonlijkheid is in zowel de antieke als de moderne geschiedschrijving getypeerd als meedogenloos, ambitieus, gewelddadig en dominant. Volgens Plinius maior[117] had ze twee hoektanden aan de rechterkant van haar bovenkaak, wat werd gezien als een teken van goed fortuin. De meeste antieke auteurs beschuldigden Agrippina ervan haar echtgenoot Claudius te hebben vermoord, hoewel ze onderling nogal verschillen in hun versies.[72].
•.
Lange tijd waren oudhistorici van mening dat Agrippina een op macht beluste, manipulatieve moeder en echtgenote was die er voortdurend naar streefde haar macht uit te breiden. Zo schreef Ronald Syme haar een « more robust criminality »[118] toe, terwijl Donald R. Dudley haar een « Clytemnestra of a woman »[119] noemde. De algemene opvatting over Agrippina was die van een vrouw die over lijken ging om haar eigen positie en die van haar zoon veilig te stellen en al haar vrouwelijke listen uit de kast haalde om haar slag thuis te halen.[120] De enige die Agrippina' verdediging op zich nam en haar zelfs afschilderde als een deugdzame matrona die niets dan lof verdiende voor haar inspanningen was Guglielmo Ferrero.[121].
•.
In het meer recente onderzoek hangt men echter een genuanceerder beeld op van Agrippina. Zo benadrukt Anthony A. Barrett dat zij een belangrijke rol heeft gespeeld in de omvorming van Claudius' beleid, dat op het moment van hun huwelijk in crisis verkeerde. Zij zou Claudius hebben geholpen een nieuw evenwicht te creëren tussen princeps en senaat.[122] Hij beweert niet dat Agrippina een deugdzame vrouw was, maar plaatst wel vraagtekens bij de meest boosaardige geruchten over haar. Hij meent echter dat ze deze uitbuitte om daarmee haar tegenstanders en rivalen te imponeren.[123] Een andere recente studie over Agrippina is het postume werk van Judith Ginsburg, waarin niet Agrippina's persoonlijkheid als zodanig wordt besproken, maar wel de manier waarop ze wordt voorgesteld in de bronnen, waarvoor Ginsburg een verklaring tracht te vinden.[124] Deze visie wordt gedeeld door de Nederlandse oudhistorica Lien Foubert, die in haar biografie van Agrippina ook aangeeft dat Agrippina in de bronnen zowel positief als negatief wordt voorgesteld en dat het moeilijk valt uit te maken wat nu waar is en wat niet.[125].
•.
Agrippina in de kunst en cultuur.
•.
In de oudheid.
Als lid van de domus Augusta zou Agrippina vaak worden opgenomen in de propagandistische kunst van Caligula, Claudius en Nero. De portretten die we van Agrippina terugvinden op munten, camee's, in bustes en standbeelden stellen haar voor als ideale matrona en benadrukken de voorspoed die het rijk kende onder de heerschappij van haar familie. De vroegste afbeelding van Agrippina in de propagandistische kunst is op de keerzijde van een sestertius die werd geslagen in 37/38 door haar broer Caligula en waarop ze samen met haar twee zussen werd afgebeeld (zie afbeelding 2). Alledrie houden ze een cornucopia (hoorn des overvloeds) vast als verwijzing naar hun vruchtbaarheid. Dit wees er bovendien impliciet op dat indien Caligula zelf geen zoon zou hebben om hem op te volgen, hij nog altijd kon rekenen op de vruchtbaarheid van zijn zussen om hem van een opvolger te voorzien.[126] Agrippina is hier afgebeeld als Securitas: leunend op een zuil.[127] De twee anderen stellen op hun beurt Concordia (eendracht) en Fortuna (lot, geluk).[128].
•.
Met haar val verdween Agrippina ook uit de kunst, totdat ze onder haar oom Claudius kon terugkeren naar Rome. Daar deze laatste niet zelf tot de directe bloedverwanten van Augustus behoorde, greep hij maar al te graag de gelegenheid aan om zijn nicht voor zijn propaganda te gebruiken en dit in het bijzonder na hun huwelijk. Het nieuwe keizerlijke paar werd dan ook voorgesteld als een ideaal Romeins koppel, wat bijvoorbeeld op de zogenaamde Gemma Claudia werd benadrukt door Claudius en Agrippina minor tegenover Germanicus en Agrippina maior te plaatsen, die als het ideale paar van de domus Augusta golden (zie afbeelding 4). Agrippina werd onder Claudius ook voorgesteld als Ceres, de godin van de landbouw en vruchtbaarheid, wat haar op dezelfde hoogte plaatste als Livia die ook als Ceres werd voorgesteld.[129] Het grote verschil was echter dat beelden van Agrippina als Ceres ook in Rome verschenen en zij de eerste nog levende echtgenote van een princeps was die op munten verscheen.[130] Ook op de reeds eerder vermelde Gemma Claudia wordt Agrippina met Ceres geïdentificeerd door de corona spicea (korenarenkroon). In het Sebasteion van Aphrodisias treffen we in de portici een reliëfpaneel aan dat Agrippina en Claudius dextrarum iunctio (in elkaar leggen van de rechterhanden als teken van concordia tussen twee gehuwden, zie Romeinse huwelijk) voorstelt en waarbij Agrippina in haar linkerhand korenhalmen vasthoudt, opnieuw verwijzend naar Ceres.[131] Uit de typische uitdrukking van eendracht tussen de twee echtlieden moest ook de eendracht in de domus Augusta blijken, terwijl de associatie met Ceres verwees naar de vruchtbaarheid van het rijk.[131].
•.
Onder Nero zou Agrippina opduiken in de propagandistische kunst om Nero's legitimiteit te benadrukken, alsook als symbool van continuïteit. Zo treffen we in het Sebasteion van Aphrodisias een reliëf aan waarbij Agrippina Nero kroont, terwijl ze in haar linkerhand een cornucopia houdt (verwijzend naar Ceres).[132] Een ander voorbeeld van Agrippina's toegenomen belang in de propaganda, blijkt uit het feit dat ze vis-à-vis Nero op de voorzijde van een denarius verschijnt, waarbij haar naam als legende verscheen en Nero's naam en titulatuur naar de keerzijde werd verwezen (zie afbeelding 5, cf. supra). Maar Agrippina's portret verscheen niet enkel op denarii en aurei, ook op tetradrachmes uit Alexandrië treffen we haar portret aan op de keerzijde (zie afbeelding 6).
•.
Na de oudheid.
Een gefictionaliseerd verhaal over Agrippina vormde de basis voor Georg Friedrich Händels opera Agrippina (HWV 6) uit 1709, waarvan het libretto van de hand van Vincenzo Grimani was.[133] De figuur van Agrippina is door verschillende actrices in verschillende films en televisiereeksen neergezet, waaronder Gloria Swanson in de film Nero's Mistress uit 1956, Barbara Young in de BBC-televisieserie I, Claudius - naar de romans van Robert Graves - (waar ze Agrippinilla wordt genoemd), Ava Gardner in de epische miniserie A.D. – Anno Domini uit 1985[134], Frances Barber in de Masterpiece Theater-productie Boudica van 2003 en Laura Morante in de televisieminiserie Imperium: Nero uit 2004. Agrippina wordt gezien als de stichteres van Keulen en wordt daar nog steeds door het kleed van de jonkvrouw van het Kölner Dreigestirn gesymboliseerd.[135] De Franse oudhistoricus Pierre Grimal heeft een historische roman Mémoires d'Agrippine[136] geschreven, vertrekkend vanuit een gegeven bij Tacitus[137] dat Agrippina minor haar commentarius (memoires) zou hebben nagelaten. Hierin heeft hij getracht de memoires van Agrippina als het ware te herscheppen.
•.
[bewerk] Noten.
1. CIL I² 1, p. 249 = Inscr. It. XIII, 1, 31, p. 329, VI 2039 rr. 6-12, Tacitus, Annales XII 27.1. De datum is zeker, maar het jaar en de plaats niet. Zie T. Mommsen, Die Familie des Germanicus, in Hermes 13 (1878), pp. 245-265, J. Humphrey, The Three Daughters of Agrippina Maior, in American Journal of Ancient History 4 (1979), pp. 125-143, A.A. Barrett, Agrippina: Sex, Power and Politics in the Early Empire, New Haven - Londen, 1996, pp. 330-332, D.W. Hurley, The Politics of Agrippina the Younger's Birthplace, in American Journal of Ancient History2 2 (2003), pp. 95-117.
2. Tacitus, Annales II 41.3.
^ Tacitus, Annales II 53, III 1-2, Suetonius, Vita Gai 10.1.
^ Tacitus, Annales IV 75.1.
^ Cassius Dio, LVIII 20.1.
^ Suetonius, Vita Neronis 5.2, Tacitus, Annales VI 47-48, Cassius Dio, LVIII 27.2.
^ P.Y. Forsyth, A Treason Case of A.D. 37, in Phoenix 23 (1969), pp. 204-207.
^ L. Foubert, Agrippina. Keizerin van Rome, Leuven, 2006, p. 55.
^ Cassius Dio, LVIII 27.5.
^ Suetonius, Vita Neronis 6. Voor een vergelijking van Suetonius met andere bronnen, zie A.A. Barrett, Agrippina: Sex, Power and Politics in the Early Empire, New Haven - Londen, 1996, p. 234.
^ Suetonius, Vita Neronis 6.2.
^ Cassius Dio, LIX 3.4.
^ Suetonius, Vita Gai 15.3: Neque me liberosque meos cariores habeo quam Gaium habeo et sorores eius. Cf. Cassius Dio, LIX 9.2.
^ Suetonius, Vita Gai 15.3: Quod bonum felixque sit C. Caesari sororibusque eius.
^ Cassius Dio, LIX 3.4, 9.2.
^ Suetonius, Vita Gai 24.1: plenoque convivio singulas infra se vicissim conlocabat uxore supra cubante.
^ Flavius Josephus, Antiquitates Iudaicae XIX 204, Suetonius, Vita Gai 24.1, Aurelius Victor, De Caesaribus 3.10, Anonymus, Epitome de Caesaribus 3.4, Cassius Dio, LIX 11.1, 22.6, Eutropius, VI 12.3, Hiëronymus, Ab Abraham 178, Orosius, Historiae adversus paganos VII 5.9, Scholasticus, ad Iuvenalis, Satirae IV 81.
^ Suetonius, Vita Gai 24.3: saepe exoletis suis prostraverit.
^ Suetonius, Vita Galbae 5.1.
^ Suetonius, Vita Gai 24.2, Cassius Dio, LIX 10.8, 11.2-5, 13.8, 24.7.
^ W. Trillmich, Familienpropaganda der Kaiser Caligula und Claudius. Agrippina Maior und Antonia Augusta auf Münzen, Berlijn, 1978, pp. 108--111, S.E. Wood, Diva Drusilla Panthea and the Sisters of Caligula, in American Journal of Archaeology 99 (1995), pp. 463-464. Zie ook L. Foubert, Agrippina. Keizerin van Rome, Leuven, 2006, pp. 63-64.
^ Suetonius, Vita Divi Claudi 9.1, Vita Gai 24.3. Cf. Cassius Dio, LIX 22.6-8.
^ Suetonius, Vita Gai 24.3. Cf. Tacitus, Annales XIV 2.2, Cassius Dio, LIX 22.6, 8.
^ Voor een uitgebreide bespreking van de val van Agrippina en Livilla, zie L. Foubert, Agrippina. Keizerin van Rome, Leuven, 2006, pp. 64-68.
^ Seneca minor, Epistulae IV 7.
^ Suetonius, Vita Gai 29.1, Cassius Dio, LIX 22.8.
^ Cassius Dio, LIX 23.9.
^ Suetonius, Vita Gai 39.1.
^ Suetonius, Vita Neronis 5.2.
^ Suetonius, Vita Neronis 6.3. Agrippina was waarschijnlijk al in ballingschap toen haar echtgenoot overleed, zie A.A. Barrett, Agrippina: Sex, Power and Politics in the Early Empire, New Haven - Londen, 1996, p. 70.
^ Suetonius, Vita Gai 59. Cf. Flavius Josephus, Antiquitates Iudaicae XIX 195-200, Cassius Dio, LIX 29.7.
^ Flavius Josephus, Antiquitates Iudaicae XIX 102, Cassius Dio, LX 1.
^ Cassius Dio, LX 4.1.
^ a b Suetonius, Vita Neronis 6.4.
^ Suetonius, Vita Neronis 6.3.
^ Plinius maior, Naturalis Historia XV 91.
^ Suetonius, Vita Divi Claudi 27, Cassius Dio, LX 12.5.
^ Scholasticus, ad Iuvenalis, Satirae IV 81, Suetonius, Vita Neronis 6.3.
^ Martialis, Epigrammata X 2 v. 10, Scholasticus, ad Iuvenalis, Satirae IV 81, Suetonius, Vita Neronis 6.3.
^ Suetonius, Vita Neronis 6.4. Cf. Tacitus, Annales XI 11.3. Een variant op dit thema: Cassius Dio, LXI LXI 2.4.
^ Plinius maior, Naturalis Historia XV 91; A.A. Barrett, Agrippina: Sex, Power and Politics in the Early Empire, New Haven - Londen, 1996, pp. 86-88.
^ Suetonius, Vita Neronis 7.1, Tacitus, Annales XI 11-12.1. K.R. Bradley, Suetonius' Life of Nero: A Historical Commentary, Brussel, 1978, p. 53, H.W. Benario, Tacitus Annals 11 and 12, Lanham - Londen - New York, 1983, pp. 94-96.
^ Suetonius, Vita Divi Claudi 26.2, Tacitus, Annales XI 26-39, Cassius Dio, LX 31.3-5.
^ Suetonius, Vita Divi Claudi 26.3, Tacitus, Annales XII 1.1.
^ Tacitus, Annales XII 25.1, 65.2, XIV 2.2.
^ Aldus Tacitus, Annales XII 1-2, 25.1, XIII 2.2.
^ Suetonius, Vita Divi Claudi 25.5, Tacitus, Annales XII 1.1, Cassius Dio, LX 31.8, 32.2.
^ a b Tacitus, Annales XII 4.
^ Tacitus, Annales XII 8.1.
^ Tacitus, Annales XII 2.3.
^ Suetonius, Vita Divi Claudi 26.3, Tacitus, Annales XII 3.1.
^ Tacitus, Annales XII 4-7. Cf. Suetonius, Vita Divi Claudi 26.3 (deze geeft enkel aan dat enkele senatoren Claudius steunden in de senaat).
^ Suetonius, Vita Divi Claudi 39.2.
^ Suetonius, Vita Divi Claudi 26.3, Tacitus, Annales XII 8.1, Cassius Dio, LX 31.8.
^ Tacitus, Annales XII 2.1.
^ Tacitus, Annales XII 26.2.
^ Suetonius, Vita Neronis 7.1, Tacitus, Annales XII 8.2, Cassius Dio, LX 32.3.
^ Tacitus, Annales XII 25-26, Suetonius, Vita Divi Claudi 27.2, Vita Neronis 7.1, Cassius Dio, LX 32.2, 33.22.
^ Tacitus, Annales XII 26.1, Cassius Dio, LX 33.2a.
^ Tacitus, Annales XII 27.1. A.A. Barrett, Agrippina: Sex, Power and Politics in the Early Empire, New Haven - Londen, 1996, pp. 114-115.
^ H. Schmitz, Die Kaiserin Agrippina als Patronin der Colonia Agrippinensium, in Gymnasium 62 (1955), pp. 429-434.
^ Tacitus, Annales XII 42.2, Cassius Dio, LX 21. R. Hälikkä, Discourses of Body, Gender and Power in Tacitus, in P. Setälë - e.a. (edd.), Women, Wealth, and Power in the Roman Empire, Rome, 2002, p. 96.
^ Tacitus, Annales XII 42.1. E.R. Parker, The Education of Heirs in the Julio-Claudian Family, in American Journal of Philology 67 (1946), pp. 45-48, D. Gillis, The Portrait of Afranius Burrus in Tacitus' Annales, in La Parola del Passato 18 (1963), pp. 5-22, M.P.O. Morford, The Training of Three Roman Emperors, in Phoenix 22 (1968), pp. 57-65, E. O'Gorman, Irony and misreading in the Annals of Tacitus, Cambridge, 1999, pp. 147-148.
^ Tacitus, Annales XII 37.4.
^ Tacitus, Annales XII 26.2, 41.3, cf. 65.2, Cassius Dio, LX 32.5. P.A. Watson, Ancient Stepmothers. Myth, Misogyny and Reality, Leiden - New York - Keulen, 1995, pp. 141----146, 192----197.
^ Tacitus, Annales XI 1.1, Cassius Dio, LX 32.5.
^ Het is niet bekend door wie ze werd geadopteerd, maar er is wel gesuggereerd dat het Lucius Vitellius is geweest (G.H. de Vries (trad. comm.), Cassius Dio. Vier keizers. Rome onder Tiberius, Caligula, Claudius en Nero, Amsterdam, 2000, p. 243 (voetnoot 45).).
^ Tacitus, Annales XII 58.1, Cassius Dio, LX 33.22, 11. Ze waren echter al in 49 met elkaar verloofd: Tacitus, Annales XII 3.2, 9, Suetonius, Vita Divi Claudi 27.2, Cassius Dio, LX 31.8.
^ Tacitus, Annales XII 64.2-65.1.
^ Tacitus, Annales XII 65.2-3.
^ Tacitus, Annales XII 66.1.
^ a b Tacitus, Annales XII 66-67, Suetonius, Vita Divi Claudi 44, Cassius Dio, LXI 34; minder zeker: Flavius Josephus, Antiquitates Iudaicae XX 148, 152, Flavius Philostratus, Vita Apollonii V 32.
^ Tacitus, Annales XII 68-69, Suetonius, Vita Divi Claudi 45.
^ Tacitus, Annales XIII 2.2, Suetonius, Vita Neronis 9.
^ Tacitus, Annales XIII 1.1.
^ Tacitus, Annales XIII 2.2.
^ A.A. Barrett, Agrippina: Sex, Power and Politics in the Early Empire, New Haven - Londen, 1996, p. 152, S.E. Wood, Imperial Women: A Study in Public Images, 40 B.C.-A.D. 68, Leiden, 1999, p. 293, W. Eck, Die iulisch-claudische Familie: Frauen neben Caligula, Claudius und Nero, in H. Temporini-Gräfin Vitzhum (ed.), Die Kaiserinnen Roms: von Livia bis Theodora, München, 2002, pp. 151-152. Het moet ook worden opgemerkt dat Marcus Antonius zich al eerder vis-à-vis zijn echtgenote Octavia Thurina minor had laten afbeelden op de voorzijde van munten, maar - en hierin lag de innovatie van de munt van Nero en Agrippina - zonder de naam van de vrouw in de legende te vermelden (zie CNGcoins.).
^ L. Foubert, Agrippina. Keizerin van Rome, Leuven, 2006, p. 104.
^ Tacitus, Annales XIII 5.
^ M.T. Griffin, Nero: the End of a Dynasty, New Haven - Londen, 1985, pp. 39-40, A.A. Barrett, Agrippina: Sex, Power and Politics in the Early Empire, New Haven - Londen, 1996, p. 153.
^ Tacitus, Annales XIII 12-13.1, Cassius Dio, LXI 7.1-2.
^ Tacitus, Annales XIII 14.2.
^ Tacitus, Annales XIII 15.3-17, Suetonius, Vita Neronis 33.2-3, Cassius Dio, LXI 7.4.
^ Tacitus, Annales 18.3-21, Suetonius, Vita Neronis 34.1, Cassius Dio, LXI 8.4-6.
^ Suetonius, Vita Neronis 34.1.
^ Tacitus, Annales XIII 14.1.
^ Tacitus, Annales XIII 2.
^ Tekenen van een afzetten van de kant van Nero tegen Claudius, blijkt o.a. uit het feit dat de tempel van divus Claudius (Suetonius, Vita Divi Claudi 45, Vita Divi Vespasiani 9.1.) pas onder Vespasianus zou worden afgewerkt en het meer en meer wegvallen van divi filii (« gods zoon ») op munten (cf. D. Hurley, art. Agrippina the Younger (Wife of Claudius), in DIR (2004) (voetnoot 33).
^ Tacitus, Annales XIII 18.2.
^ Tacitus, Annales XIII 18.2-3.
^ Tacitus, Annales XIII 19.1.
^ Tacitus, Annales XIII 19.3.
^ Tacitus, Annales XIII 20.
^ Tacitus, Annales XIII 21.
^ Tacitus, Annales XIII 21.6-22.
^ Suetonius, Vita Neronis 34.1. Cf. Tacitus, Annales XIV 3.1.
^ Tacitus, Annales XIV 1.1. Cf. Cassius Dio, LXI 11.2-4.
^ A. Dawson, Whatever Happened to Lady Agrippina?, in The Classical Quarterly 64 (1969), p. 264, F. Holztrattner, Poppaea Neronis potens. Die Gestalt der Poppaea Sabina in den Nerobüchern des Tacitus. Mit einem Anhang zu Claudia Acte, Gras - Horn - Wenen, 1995, pp. 41-49. Cf. L. Foubert, Agrippina. Keizerin van Rome, Leuven, 2006, p. 109. Dat het jaar 62 v.Chr. in het werk van Tacitus een keerpunt vormt, heeft vooral te maken met het literaire karakter van diens werk, zie: M. Kleijwegt, Nero's Helpers: The Role of the Neronian Courtier in Tacitus' Annals, in Classics Ireland 7 (2000), art. 5.
^ Suetonius, Vita Othonis 3.
^ L. Foubert, Agrippina. Keizerin van Rome, Leuven, 2006, p. 109. Cf. R.D. Scott, The Death of Nero's Mother (Tacitus, Annals, XIV, 1-13), in Latomus 33 (1974), pp. 111-113, E.M. Iovane, Paura e angoscia in Tacito. Implicazioni ideologiche e politiche, Napels, 1989, pp. 34-39, P.H. Schrijvers, Nero-Agrippina als historische roman, in Lampas 24 (1991), pp. 346-358.
^ R.S. Rogers, Heirs and Rivals to Nero, in Transactions and Proceedings of the American Philological Association 86 (1955), p. 202.
^ Tacitus, Annales XIV 2, Cassius Dio, LXI 11.3-4, Suetonius, Vita Neronis 28.2.
^ H.G. Mullens, The Women of the Caesars, in Greece & Rome 11 (1942), pp. 59-66, A.H. Krappe, La fin d'Agrippina, in Revue des Études Anciennes 42 (1940), pp. 467-471.
^ Tacitus, Annales XIV 3.1-2. Cf. Suetonius, Vita Neronis 34.2.
^ Tacitus, Annales XIV 3.3. Zie ook: L. Herrmann, À propos du navire d'Agrippine, in Revue des Études Anciennes 29 (1927), pp. 68-70, C. Ferone, Suet. Nero 34 e la nave di Agrippina, in Rheinisches Museum für Philologie 147 (2004), pp. 80-87.
^ Tacitus, Annales XIV 4, Suetonius, Vita Neronis 34.2, Cassius Dio, LXI 12.2-13.2.
^ Tacitus, Annales XIV 5, Suetonius, Vita Neronis 34.3, Cassius Dio, LXI 13.3-4.
^ Tacitus, Annales XIV 5.3-6.1. Cf. Cassius Dio, LXI 13.3.
^ Tacitus, Annales XIV 6.2, Suetonius, Vita Neronis 34.3. Cf. Cassius Dio, LXI 13.4.
^ Tacitus, Annales XIV 7.6, Suetonius, Vita Neronis 34.3, Cassius Dio, LXI 13.4.
^ Tacitus, Annales XIV 8.2, Cassius Dio, LXI 13.4-5.
^ Tacitus, Annales XIV 8.4-5, Cassius Dio, LXI 13.5.
^ Tacitus, Annales XIV 9.1, Suetonius, Vita Neronis 34.4, Cassius Dio, LXI 14.2.
^ Tacitus, Annales XIV 10.3, Cassius Dio, LXI 14.3.
^ Tacitus, Annales XIV 9.1.
^ Tacitus, Annales XIV 9.2.
^ Naturalis Historia VII 1.
^ R. Syme, Tacitus, I, Oxford, 1958, p. 437.
^ D.R. Dudley, The World of Tacitus, Londen, 1968, p. 95.
^ R.H. Martin, Tacitus, Londen, 1981, p. 152, M.T. Griffin, Nero: The End of a Dynasty, Londen, 1984, p. 73, R. Mellor, Tacitus, New York - Londen, 1993, pp. 44, 53, R. Holland, Nero: the man behind the myth, Londen, 2000, pp. 45, 63.
^ G. Ferrero, The Women of the Caesars, New York, 1911, pp. 212-337.
^ A.A. Barrett, Agrippina: Sex, Power and Politics in the Early Empire, New Haven - Londen, 1996, pp. xiii; cf. 130-131, 136, 146, 159.
^ A.A. Barrett, Agrippina: Sex, Power and Politics in the Early Empire, New Haven - Londen, 1996, pp. xiv-xv, 154-155.
^ J. Ginsburg - ed. E. Gruen, Representing Agrippina: Constructions of Female Power in the Early Roman Empire, Oxford - New York, 2006, pp. 5--8.
^ L. Foubert, Agrippina. Keizerin van Rome, Leuven, 2006, pp. 127-130.
^ S.E. Wood, Diva Drusilla Panthea and the Sisters of Caligula, in American Journal of Archaeology 99 (1995), p. 461, L. Foubert, Agrippina. Keizerin van Rome, Leuven, 2006, p. 59.
^ Deze identificatie is recentelijk echter betwijfeld: U.W. Gottschall, art. Securitas, in LIMC VIII 1 (1997), p. 1093. Cf. M. Grant, Roman imperial money, Londen - New York, 1954, p. 143 (Salus-Securitas).
^ Voor een ruimere bespreking van deze munt: zie J. Ginsburg - ed. E. Gruen, Representing Agrippina: Constructions of Female Power in the Early Roman Empire, Oxford - New York, 2006, pp. 65---69.
^ M.B. Kozakiewicz, The Imagery of Ceres in the Presentation of Imperial Women in the Julio-Claudian Period, diss. University of Alberta, 1998. Cf. L. Foubert, Agrippina. Keizerin van Rome, Leuven, 2006, pp. 93-96.
^ L. Foubert, Agrippina. Keizerin van Rome, Leuven, 2006, p. 94.
^ a b L. Foubert, Agrippina. Keizerin van Rome, Leuven, 2006, p. 96.
^ R.R.R. Smith, The Imperial Reliefs from the Sebasteion at Aphrodisias, in Journal of Roman Studies 77 (1987), pp. 127-132, S.E. Wood, Imperial Women: A Study in Public Images, 40 B.C.-A.D. 68, Leiden, 1999, pp. 301-302, L. Foubert, Agrippina. Keizerin van Rome, Leuven, 2006, p. 104.
^ M. Boyden, The Rough Guide to Opera, Londen, 20023, pp. 57-58.
^ IMDb Search: Agrippina.
^ art. Dreigestirn, www.koelner-karneval.info.
^ P. Grimal, Mémoires d'Agrippine, Parijs, 1992. ISBN 2877061523.
^ Tacitus, Annales IV 53.2. Cf. Plinius maior, Naturalis Historia VII 46.
•.
Antieke bronnen.
- Plinius maior, Naturalis Historia.
- Flavius Josephus, Antiquitates Iudaicae.
- Tacitus, Annales.
- Suetonius, Vita Tiberi, Vita Gai, Vita Claudi.
- Cassius Dio, Historia Romana.
- Flavius Philostratus, Vita Apollonii.
•.
Referenties.
- A.A. Barrett, Agrippina: Sex, Power and Politics in the Early Empire, New Haven - Londen, 1996. ISBN 041520867X.
- H.W. Benario, Tacitus Annals 11 and 12, Lanham - Londen - New York, 1983. ISBN 0819134805.
M. Boyden, The Rough Guide to Opera, Londen, 20023. ISBN 1858287499.
- K.R. Bradley, Suetonius' Life of Nero: A Historical Commentary, Brussel, 1978. ISBN 2870310072.
G.H. de Vries (trad. comm.), Cassius Dio. Vier keizers. Rome onder Tiberius, Caligula, Claudius en Nero, Amsterdam, 2000. ISBN 9025308716.
- W. Eck, Die iulisch-claudische Familie: Frauen neben Caligula, Claudius und Nero, in H. Temporini-Gräfin Vitzhum (ed.), Die Kaiserinnen Roms: von Livia bis Theodora, München, 2002, pp. 103-163. ISBN 3406495133.
- L. Foubert, Agrippina. Keizerin van Rome, Leuven, 2006. ISBN 9058264025.
- D. Gillis, The Portrait of Afranius Burrus in Tacitus' Annales, in La Parola del Passato 18 (1963), pp. 5-22.
J. Ginsburg - ed. E. Gruen, Representing Agrippina: Constructions of Female Power in the Early Roman Empire, Oxford - New York, 2006. ISBN 0195181417.
M.T. Griffin, Nero: the End of a Dynasty, New Haven - Londen, 1985. ISBN 0415214645.
- R. Hälikkä, Discourses of Body, Gender and Power in Tacitus, in P. Setälë - e.a. (edd.), Women, Wealth, and Power in the Roman Empire, Rome, 2002, pp. 75-104. ISBN 9525323021.
- J. Humphrey, The Three Daughters of Agrippina Maior, in American Journal of Ancient History 4 (1979), pp. 125-143.
- D.W. Hurley, The Politics of Agrippina the Younger's Birthplace, in American Journal of Ancient History2 2 (2003), pp. 95-117.
- T. Mommsen, Die Familie des Germanicus, in Hermes 13 (1878), pp. 245-265.
- M.P.O. Morford, The Training of Three Roman Emperors, in Phoenix 22 (1968), pp. 57-72.
- E. O'Gorman, Irony and misreading in the Annals of Tacitus, Cambridge, 1999. ISBN 0521660564.
- E.R. Parker, The Education of Heirs in the Julio-Claudian Family, in American Journal of Philology 67 (1946), pp. 29-50.
- H. Schmitz, Die Kaiserin Agrippina als Patronin der Colonia Agrippinensium, in Gymnasium 62 (1955), pp. 429-434.
- R.R.R. Smith, The Imperial Reliefs from the Sebasteion at Aphrodisias, in Journal of Roman Studies 77 (1987), pp. 88-138, afb. III-XXVI.
- W. Trillmich, Familienpropaganda der Kaiser Caligula und Claudius. Agrippina Maior und Antonia Augusta auf Münzen, Berlijn, 1978. ISBN 3110072599.
- P.A. Watson, Ancient Stepmothers. Myth, Misogyny and Reality, Leiden - New York - Keulen, 1995. ISBN 9004095713.
- S.E. Wood, Diva Drusilla Panthea and the Sisters of Caligula, in American Journal of Archaeology 99 (1995), pp. 463-464.
- S.E. Wood, Imperial Women: A Study in Public Images, 40 B.C.-A.D. 68, Leiden, 1999. ISBN 9004112812.
- Links.
- D. Hurley, art. Agrippina the Younger (Wife of Claudius), in DIR (2004).
- W. Stangl, Die jüngere Agrippina, www.wernazuma.net (1999/2000). (geïllustreerde versie zonder bibliografie).
•.

tr. (1)
met

Gaius Sallustius Crispius Passienus, tr. (1) met Domitia Lepida Maior, dr. van Lucius Domitius Ahenobarbus en Antonia Maior. Uit dit huwelijk geen kinderen.

tr. (2)
met

Gnaius Domitius Ahenobarbus1, zn. van Lucius Domitius Ahenobarbus en Antonia Maior, 1,
Pontifex in 172 BC,
Een pontifex (mv.: pontifices; < pons + facere) ("wegberijder" of "bruggenbouwer") was oorspronkelijk een Romeins priester wiens belangrijkste taak het was kwade invloeden af te weren wanneer men het grondgebied verliet. Oorspronkelijk waren ze met drie, maar later werd hun aantal opgetrokken tot zestien. De pontifices maakten deel uit van het college van Pontifices, dat onder leiding stond van de Pontifex Maximus. De pontifices werden gedacht bruggen te slaan tussen de mensen en de goden.
officiële gezanten te Macedonië [Gri] in 169 BC, consul suffectus in 162 BC, consul in 32, commissaris na 168, relatie (2) met Nn . Uit deze relatie een zoon.


Aantekeningen bij Gnaius Domitius Ahenobarbus.
Gnaius Domitius Ahenobarbus was de zoon van Lucius Domitius Ahenobarbus (III) en Antonia en vader van keizer Nero. Hij was consul in het jaar 32 n. Chr. en vervolgens proconsul van de provincia Sicilia. Hij stierf in Pyrgi als gevolg van waterzucht. Tijdens zijn leven was hij gehuwd met Julia Agrippina minor, de dochter van Germanicus Julius Caesar. •.
Gnaius Domitius Ahenobarbus was de zoon van Gnaius Domitius Ahenobarbus (consul in 192 v.Chr.) en werd al op vroege leeftijd aangesteld als pontifex (172 v.Chr.) [1].
•.
Tijdens de Derde Macedonische Oorlog (171 - 168 v.Chr.) werd hij samen met A. Licinius Nerva en L. Baebius in 169 v.Chr. aangesteld om als officiële gezanten af te reizen richting Macedonia. Het was hun taak om de aankomende consul L. Aemilius Paulus voor het jaar 168 v.Chr. met raad en daad bij te staan in zijn strijd tegen de Macedonische koning Perseus en een duidelijke inschatting te maken van de staat van het Romeinse leger in deze gebieden [2].
Na de definitieve nederlaag van Perseus tijdens de slag bij Pydna in 168, werd Gn. Domitius Ahenobarbus aangesteld als een van de tien commissarissen die, in samenwerking met de proconsul Lucius Aemilius Paulus Macedonicus, de vorming van de provincia Macedonia moesten bewerkstelligen [3]. De overige leden van deze commissie waren A. Postumius Albinus4, C. Claudius Pulcher, Q. Fabius Labeo, C. Licinius Crassus (allen ex-consuls) en Ser. Cornelius Sulla, een zekere L. Junius, T. Numisius Tarquiniensis en A. Terentius Varro.
Nadat P. Cornelius Scipio Nasica en C. Marcius Figulus, de oorspronkelijke consuls van het jaar 162 v.Chr, bijna onmiddellijk na hun aanstelling, moesten aftreden vanwege problemen bij de auspices, werd Cn. Domitius Ahenobarbus samen met P. Cornelius Lentulus aangesteld als consul suffectus.5.
•.
Bronnen/ref./noten:.
1. Livius, Ab Urbe Condita, XLII, 28.
2. Livius, Ab Urbe Condita, XLIV, 18.
3. Livius, Ab Urbe Condita, XLV, 17.
4. staat bij Livus bekend onder de naam A. Postumius Luscus.
5. Cicero, de Natura Deorum, II, 4; de Divinatione, II, 35; Valerius Maximus, de Factis Dictisque Memorabilibus, I, 1.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Keizer Nero*37  †68  30

tr. (3)
met

Claudius , tr. (2) met Nn . Uit dit huwelijk geen kinderen, tr. (3) met Valeria Messalina. Uit dit huwelijk 2 kinderen.


Bronnen:
1.Afgeschermd, Wikipedia

Dossier:


Decimus Haterius Agrippa
Decimus Haterius Agrippa, consul in 22.

tr.
met

Domitia Lepida Maior, dr. van Lucius Domitius Ahenobarbus en Antonia Maior, ovl. in 59, tr. (2) met Gaius Sallustius Crispius Passienus. Uit dit huwelijk geen kinderen.


Aantekeningen bij Domitia Lepida Maior.
•.
Domitia Lepida maior: (? - 59 n. Chr.) oudste dochter van Lucius Domitius Ahenobarbus (III) en Antonia, kleindochter van Marcus Antonius en Octavia Thurina minor en een tante van keizer Nero. Domitia was meerdere malen getrouwd geweest tijdens haar leven.[1] Haar eerste man was Decimus Haterius Agrippa (consul in 22 n. Chr.), die bij haar een zoon verwekte (Quintus Haterius Antoninus). Na de dood van Agrippa (32 n. Chr.) trouwde Domitia met rijke en invloedrijke senator Gaius Sallustius Crispius Passienus. In 41 n. Chr. werd dit huwelijk, op verzoek van keizer Claudius, verbroken, zodat Passienus kon trouwen met Julia Agrippina minor, Domitia's voormalige schoonzuster.[2].
•.
Domitia stond bekend als een geduchte rivale van Julia Agrippina minor.[3] In 59 n. Chr. werd zij echter door haar neef Nero om het leven gebracht door middel van vergiftiging.[4].
•.
Noten:.
1. R. Syme, The Augustan Aristocracy, Londen, 1986, pp. 162-163, 166.
2. Suetonius, Vita Neronis 6.3.
3. Suetonius, Vita Neronis 7.1, Tacitus, Annales XIII 19.4, 21.3.
4. Suetonius, Vita Neronis 34.5, Cassius Dio, LXI 17.1-2.
7.
Antieke bronnen/ref.:.
- Quintilianus, VI 1 § 50, 3 § 74, X 1 § 24.
- Suetonius, Vita Neronis 6.3, 7.1, 34.5.
- Tacitus, Annales XIII 19.4, 21.3.
- Cassius Dio, LXI 17.1-2.
- W. Eck, art. Domitia (1), in NP 3 (1997), col. [?].
- M.-Th. Raepsaet-Charlier, Prosopographie des femmes de l’ordre sénatorial (Ier-IIe siècles), I, Leuven, 1987, nr. 319. ISBN 9068310860 (bronnen, bibliografie en familiebanden).
- L. Schmitz, art. Domitia, in W. Smith (ed.), A dictionary of Greek and Roman biography and mythology, I, Boston, 1867, p. 1060.
- R. Syme, The Augustan Aristocracy, Londen, 1986. ISBN 0198147317.
•.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Quintus Haterius     


Quintus Haterius Antoninus
Quintus Haterius Antoninus.


Gaius Sallustius Crispius Passienus
Gaius Sallustius Crispius Passienus.

tr. (1) na 32, (gesch.)
met

Domitia Lepida Maior, dr. van Lucius Domitius Ahenobarbus en Antonia Maior, ovl. in 59, tr. (1) met Decimus Haterius Agrippa. Uit dit huwelijk een zoon.


Aantekeningen bij Domitia Lepida Maior.
•.
Domitia Lepida maior: (? - 59 n. Chr.) oudste dochter van Lucius Domitius Ahenobarbus (III) en Antonia, kleindochter van Marcus Antonius en Octavia Thurina minor en een tante van keizer Nero. Domitia was meerdere malen getrouwd geweest tijdens haar leven.[1] Haar eerste man was Decimus Haterius Agrippa (consul in 22 n. Chr.), die bij haar een zoon verwekte (Quintus Haterius Antoninus). Na de dood van Agrippa (32 n. Chr.) trouwde Domitia met rijke en invloedrijke senator Gaius Sallustius Crispius Passienus. In 41 n. Chr. werd dit huwelijk, op verzoek van keizer Claudius, verbroken, zodat Passienus kon trouwen met Julia Agrippina minor, Domitia's voormalige schoonzuster.[2].
•.
Domitia stond bekend als een geduchte rivale van Julia Agrippina minor.[3] In 59 n. Chr. werd zij echter door haar neef Nero om het leven gebracht door middel van vergiftiging.[4].
•.
Noten:.
1. R. Syme, The Augustan Aristocracy, Londen, 1986, pp. 162-163, 166.
2. Suetonius, Vita Neronis 6.3.
3. Suetonius, Vita Neronis 7.1, Tacitus, Annales XIII 19.4, 21.3.
4. Suetonius, Vita Neronis 34.5, Cassius Dio, LXI 17.1-2.
7.
Antieke bronnen/ref.:.
- Quintilianus, VI 1 § 50, 3 § 74, X 1 § 24.
- Suetonius, Vita Neronis 6.3, 7.1, 34.5.
- Tacitus, Annales XIII 19.4, 21.3.
- Cassius Dio, LXI 17.1-2.
- W. Eck, art. Domitia (1), in NP 3 (1997), col. [?].
- M.-Th. Raepsaet-Charlier, Prosopographie des femmes de l’ordre sénatorial (Ier-IIe siècles), I, Leuven, 1987, nr. 319. ISBN 9068310860 (bronnen, bibliografie en familiebanden).
- L. Schmitz, art. Domitia, in W. Smith (ed.), A dictionary of Greek and Roman biography and mythology, I, Boston, 1867, p. 1060.
- R. Syme, The Augustan Aristocracy, Londen, 1986. ISBN 0198147317.
•.

tr. (2)
met

Julia Agrippina Minor, dr. van Germanicus Lulius Ceasar en Vipsania Agrippina Maior, geb. te Colonia Claudia Ara Agrippinensium [Dui] Keulen op 6 nov 15, ovl. tussen 319 en vrijdag 11 1850  19 maart 59 n.Chr, begr. te Campanië [Ita] Campania (Nederlands: Campanië) is een regio in Zuid-Italië die in het noordwesten grenst aan Latium, in het noorden aan Molise, in het noordoosten aan Apulië, in het oosten aan Basilicata en in het westen aan de Tyrreense Zee. De regio beslaat 13.595 km² en heeft in 2004 ongeveer 6 miljoen inwoners.
De naam van de regio is rechtstreeks van het Latijn afgeleid, de Romeinen noemden de regio namelijk Campania felix, wat gelukkig land(schap) betekent.
De regionale hoofdstad is Napels (Napoli). De regio is opgedeeld in vijf provincies.
Tussen 600 en 200 v. Chr was Capua de belangrijkste stad van Campania. In de vroege middeleeuwen was Amalfi een der belangrijkste handelssteden van Europa. Sinds de late middeleeuwen is de dominante positie van Napels echter onaangevochten gebleven 23 maart 59 n.Chr, tr. (2) met Gnaius Domitius Ahenobarbus1. Uit dit huwelijk een zoon, tr. (3) met Claudius . Uit dit huwelijk geen kinderen.

 



Aantekeningen bij Julia Agrippina Minor.
Iulia Agrippina minor (6 november 15, Oppidum Ubiorum - 19-23 maart 59, Campanië), vanaf 50 Iulia Augusta Agrippina genoemd (PIR2 I 641), beter bekend als Agrippina de Jongere of Agrippina minor, was een prominent lid van de Julisch-Claudische dynastie: ze was achtereenvolgens de zus (Caligula), echtgenote (Claudius) én moeder (Nero) van een princeps (de destijds gebruikte titel voor de keizer van het Romeinse Rijk). Agrippina minor nam ook actief deel aan de dynastieke politiek en zou daarenboven politiek advies geven aan haar echtgenoot Claudius en haar zoon Nero.
•.
Leven.
•.
Geboorte.
Iulia Agrippina werd geboren op 6 november 15 in Oppidum Ubiorum (het huidige Keulen) als eerste dochter en vierde overlevend kind van Germanicus Iulius Caesar en Vipsania Agrippina maior.[1] Dat ze in Germania Inferior werd geboren, kwam doordat haar moeder niet wilde wijken van de zijde van haar echtgenoot Germanicus, die de legers van Germania Inferior en Superior aanvoerde. In 17 keerde het gezin terug naar Rome voor de triomftocht van haar vader op 26 mei 17, waarbij ze samen met haar broers en zus haar vader vergezelde.[2] Kort daarop trokken haar ouders weer uit op missie naar het oosten, waar Germanicus gouverneur van Syria werd, maar Agrippina bleef in Rome achter. Enkel haar jongste broer Gaius (later bekend onder de bijnaam Caligula) vergezelde haar ouders. Nadat haar vader op 10 oktober 19 onverwachts was komen te overlijden, wachtte ze met haar broers en zus haar moeder op die in 20 met de as van haar vader naar Italia terugkeerde.[3].
•.
Kleindochter van Tiberius.
Nu haar vader overleden was, verdween Agrippina meer naar de achtergrond. Ze duikt in 28 pas opnieuw op in de historische bronnen, toen haar grootvader Tiberius haar liet huwen met Gnaius Domitius Ahenobarbus.[4] Haar nieuwe echtgenoot behoorde ook tot de Julisch-Claudische dynastie, want hij was een zoon van Antonia maior (een dochter van Augustus' zus Octavia Thurina minor). Dit was dan ook een van de redenen waarom hij in 32 als consul een volledig jaar mocht aanblijven (een ongewoon eerbetoon in de tijd van het principaat).[5].
In 37 beschuldigde de praefectus praetorio Naevius Sutorius Macro Domitius echter van overspel met een zekere Albucilla en van afvalligheid van de princeps Tiberius.[6] Het is niet precies bekend waarom Macro Domitius uit de weg wilde ruimen. Mogelijk ambieerde hij zelf de troon[7] of had hij naar Macro's zin teveel invloed op Gaius Caligula, de verwachte opvolger.[8] Door de dood van Tiberius werd Gnaius echter gered.[9].
•.
Zus van Caligula.
Wanneer op 16 maart 37 Tiberius overlijdt, wordt Agrippina's broer Gaius (Caligula) princeps. Hierdoor werd Agrippina naaste familie van de princeps. Op 15 december van dat jaar bracht ze bij zonsopgang te Antium - waar haar echtgenoot een villa had - een zoon ter wereld.[10] Toen ze haar boorling voorstelde aan haar broer en vroeg welke naam ze hem moest geven (in de hoop dat Caligula, die nog geen mannelijke nakomeling had, haar zoon mogelijk zou adopteren), stelde deze echter de naam voor van Claudius, die toen het mikpunt van spot was aan het keizerlijke hof.[11] Het kind zou uiteindelijk Lucius Domitius Ahenobarbus worden genoemd, maar later onder de naam Nero als princeps de geschiedenis ingaan.
•.
Sestertius met aan de voorzijde een buste van Caligula en de legende C CAESAR AVG GERMANICVS PON M TR PO en aan de keerzijde zijn zussen Iulia Agrippina (als Securitas), Iulia Drusilla (als Concordia) en Iulia Livilla (als Fortuna) en de legende AGRIPPINA DRVSILLA IVLIA met in de afsnede S C. (Bron: CNG Coins.)Caligula, die zijn aanspraken vooral te danken had aan zijn familiebanden, schoof in zijn dynastieke propaganda zowel zijn overleden ouders als zijn zussen naar voren. Zo kende hij hen voorrechten toe die aan Vestaalse maagden toebehoorden (waaronder goede zitplaatsen tijdens de spelen en onschendbaarheid).[12] Hij liet ook munten slaan met aan de voorzijde zijn buste en aan de keerzijde zijn drie zussen, iets wat in Rome nog niet eerder was gebeurd. Caligula voegde hen zelfs toe aan de eed van trouw, waarbij men moest zweren: « Noch mijzelf en mijn kinderen heb ik meer lief dan Gaius en zijn zussen. »[13] En ook in consulaire voorstellen moest volgende frase worden opgenomen: « Dat het goede en het geluk zou zijn van Gaius Caesar en zijn zussen. »[14] En reeds voordien hadden de priesters en magistraten in hun formules om het welzijn van de princeps en de res publica af te smeken de namen van diens drie zussen opgenomen.[15].
Caligula ging in zijn propageren van zijn zussen zover, dat hij hen om beurten de plaats die normaal gezien was voorbehouden voor een echtgenote (dus Iunia Claudilla) toekende: « en bij een rijkelijk gastmaal lag telkens een [van zijn zussen] afwisselend aan zijn rechterkant, zijn echtgenote aan de andere kant aanliggend. »[16] Hierdoor deed de roddel de ronde dat Gaius een incestueuze relatie had met zijn zussen, met een duidelijke voorkeur voor Iulia Drusilla.[17] Voor Agrippina en Livilla schijnt hij in mindere mate in liefde te zijn ontvlamd, want er werd beweerd dat hij hen ook « vaak aan zijn schandknapen zal hebben aangeboden ».[18] Hoewel ze was getrouwd met Domitius, zou Agrippina op schaamteloze wijze avances hebben gemaakt naar Servius Sulpicius Galba (de latere princeps), die echter geen interesse in haar toonde en toegewijd was aan zijn vrouw. Op een bepaald moment zou Galba's schoonmoeder Agrippina in het gezelschap van andere matronae een publieke reprimande en een slag in haar gezicht hebben gegeven.[19].
•.
Toen op 10 juni 38 haar zus Iulia Drusilla stierf, was Caligula hier zo van aangedaan dat hij een algemene rouw afkondigde, haar een staatsbegrafenis gaf en de senaat zelfs wist te overhalen haar te vergoddelijken.[20] Toch schijnt haar dood geen directe invloed te hebben gehad op de positie van Agrippina en Livilla, die nog steeds op provinciale munten werden afgebeeld - samen met de vergoddelijkte Drusilla.[21].
•.
In 39 werden Agrippina en Livilla, samen met hun neef langs moederskant en Drusilla's weduwenaar Marcus Aemilius Lepidus, beschuldigd van een mislukte aanslag op het leven van Caligula met het doel Lepidus als princeps aan te stellen.[22] In deze samenzwering zou ook Gnaius Lentulus Gaetulicus, de legatus Augustus pro praetore van Germania Superior, betrokken zijn geweest, hoewel de bronnen onduidelijk zijn over de relatie tussen Gaetulicus en Lepidus. Agrippina en Livilla werden bovendien beschuldigd van overspel met Lepidus.[23] Er is weinig bekend over deze samenzwering en de achterliggende redenen.[24] Tijdens het proces tegen Lepidus aarzelde Caligula niet om zijn zussen aan te klagen wegens overspel en hij zou zelfs brieven in het handschrift van zowel Lepidus als van zijn zussen hebben gefabriceerd waarin werd beschreven hoe ze hem zouden hebben willen vermoorden.
•.
Lepidus werd geëxecuteerd door een tribunus die zijn keel doorsneed.[25] Agrippina en Livilla werden door hun broer verbannen naar de Pontijnse Eilanden.[26] Ook Ofonius Tigellinus werd verbannen op beschuldiging van overspel met Agrippina.[27] Caligula zou hun meubels, juwelen, slaven en vrijgelatenen in Gallia verkopen.[28] In januari 40 stierf Domitius aan waterzucht te Pyrgi.[29] Hun zoon Lucius (de latere princeps Nero) leefde intussen bij zijn tante Domitia Lepida, nadat Caligula zijn erfenis van hem had afgenomen.[30] Op 24 januari 41 werden Caligula, zijn echtgenote Milonia Caesonia, en hun dochtertje Iulia Drusilla vermoord.[31] En totaal onverwachts werd Agrippina's oom Tiberius Claudius Drusus door de Praetoriaanse Garde uitgeroepen tot nieuwe princeps.[32].
•.
Nicht van Claudius.
Claudius liet Agrippina en Livilla uit ballingschap terugkeren.[33] Livilla keerde terug naar haar echtgenoot, terwijl Agrippina werd herenigd met haar zoon, hoewel hij inmiddels van haar vervreemd was.[34] Claudius liet ook de erfenis van Lucius herstellen en zorgde ervoor dat Gaius Sallustius Passienus Crispus en Domitia (Lucius' tante) scheidden, zodat Crispus met Agrippina zou kunnen trouwen.[35] Toen Agrippina terugkeerde, had zij immers niets (dus ook geen echtgenoot) om naar terug te keren. Agrippina trouwde met Crispus als haar tweede echtgenoot en hij werd een stiefvader voor Lucius.[36] Crispus was een vooraanstaande, invloedrijke, geestige, rijke en machtige man, die tweemaal consul was. Hij was de aangenomen kleinzoon en biologische achterachterneef van de historicus Sallustius. Er is weinig over hun relatie bekend.
•.
Messalina met haar zoontje Tiberius Claudius Germanicus (Louvre, Ma 1224).Toen Claudius princeps werd was hij reeds getrouwd met Valeria Messalina, met wie hij een dochter Claudia Octavia had. Deze Messalina was Agrippina's nicht langs vaderskant. Kort na de aanvang van Claudius' principaat baarde ze Claudius een zoon Tiberius Claudius Germanicus (later Britannicus genoemd).[37] Hoewel Agrippina veel invloed had, hield zij zich erg op de achtergrond en bleef zij weg van het keizerlijke paleis en de rechtbank van de princeps.[34].
•.
In 47 stierf Crispus[38] en tijdens zijn begrafenis deed het gerucht de ronde dat Agrippina Crispus had vergiftigd om zijn eigendom te verwerven.[39] Agrippina bleef inderdaad achter als een zeer rijke weduwe. Het gerucht deed intussen de ronde dat Messalina moordenaars had uitgezonden om Lucius te wurgen tijdens diens middagdutje, omdat zij besefte dat Agrippina's zoon een bedreiging kon vormen voor de positie van haar eigen zoon. De moordenaars zouden echter zijn gevlucht toen ze een slang van onder Lucius' kussen tevoorschijn meenden te zien komen - dit zou feitelijk een slangenvel zijn geweest dat Agrippina in een gouden armband zou laten verwerken als amulet voor haar zoon.[40].
•.
Het is mogelijk dat Agrippina zich terugtrok op een van de door haar geërfde eigendommen, zoals het landgoed van haar overleden echtgenoot in Tusculum[41] Later dat jaar tijdens de ludi Saeculares zouden zowel Lucius als Tiberius (die sinds 43 de bijnaam Britannicus droeg) de twee groepen bij de Troiae ludus leiden, maar het was Lucius die het meeste applaus kreeg - volgens Tacitus omwille van zijn afstamming van de immens populaire Germanicus.[42] En dit straalde af op beider moeders: Agrippina en Messalina.
•.
In 48, na de executie van Messalina,[43] overwoog Claudius al snel weer (voor de vierde keer) te hertrouwen.[44] Rond deze tijd werd Agrippina de minnares van een van de adviseurs van Claudius, de voormalige Griekse libertus (vrijgelaten slaaf) Pallas.[45] In die tijd bespraken Claudius' adviseurs welke vrouw Claudius zou moeten huwen.[46] Claudius had de reputatie door zijn vrouw en vrijgelaten slaven te worden overheerst.[47].
•.
Het was in datzelfde jaar dat de praetor Lucius Iunius Silanus, familie van Agrippina en verloofd met Claudius’ dochter Claudia Octavia, door Lucius Vitellius - die zou zijn opgestookt door Agrippina - valselijk werd beschuldigd van ongepaste relaties met zijn zus Iunia Calvina.[48] Daarop brak Claudius de verloving af en dwong hij Silanus om af te treden als praetor.[48] Silanus zou uiteindelijk zelfmoord plegen op de dag dat Agrippina trouwde met haar oom en begin 49 werd Iunia Calvina uit Italia verbannen.[49].
•.
Pallas raadde Claudius aan Agrippina te trouwen. Pallas wees de princeps erop, dat haar zoon de kleinzoon was van zijn overleden broer Germanicus: door met haar te trouwen zou Claudius deze tak van de gens Claudia terug verbinden met de domus Augusta.[50] Voor Agrippina's verleiding van Claudius, kon ze gebruik maken van haar voorrecht als nicht haar oom te kussen en liefkozen.[51] En Claudius bezweek uiteindelijk voor haar charmes. Omdat een huwelijk tussen oom en nicht als incestueus werd beschouwd, moest een dergelijk huwelijk eerst worden toegestaan door de senaat. Een bondgenoot werd gevonden in de persoon van Lucius Vitellius, de censor van 48. Deze haalde als voornaamste argumenten Agrippina's vruchtbaarheid en zedelijkheid aan.[52] Wat echter opviel was dat zowel voor als na zijn huwelijk met Agrippina, Claudius haar in toespraken noemde als zijn « dochter en pleegkind, op zijn schoot geboren en getogen ».[53].
•.
Echtgenote van Claudius.
De Gemma Claudia met respectievelijk Claudius en Agrippina minor en Germanicus en Agrippina maior afgebeeld lijkt de dynastieke bedoelingen van het huwelijk tussen deze twee eersten aan te duiden (Kunsthistorisches Museum Wien).Agrippina en Claudius trouwden bij het begin van het jaar 49.[54].
Door haar huwelijk met Claudius werd Agrippina de stiefmoeder van Claudia Antonia (Claudius' enige kind uit zijn huwelijk met Aelia Paetina), Claudia Octavia en Britannicus (beiden kinderen van de geëxecuteerde Valeria Messalina).[55] Met Britannicus leek het echter niet goed te boteren.[56] Om haar zoon Lucius van een goede opvoeding te voorzien, liet Agrippina de verbannen filosoof-senator Lucius Annaeus Seneca terugkeren naar Rome als tutor voor haar zoon. Bovendien liet zij hem meteen aanstellen als praetor.[57] Hierdoor wist ze aan populariteit te winnen. Intussen werd ook propaganda ingezet om het imago van Claudius en Agrippina op te vijzelen, door ze bijvoorbeeld te presenteren als pendante van het ideale "prinsenpaar" Germanicus en Agrippina maior, de ouders van Agrippina minor, op de zogenaamde Gemma Claudia (zie afbeelding 4).
•.
Op 25 februari 50 adopteerde Claudius zijn stiefzoon Lucius Domitius Ahenobarbus wiens naam voortaan Nero Claudius Caesar Drusus Germanicus was.[58] Hierdoor had Claudius voortaan twee mannelijke erfgenamen, waarbij Nero voorrang zou krijgen op zijn broer Britannicus. Rond die tijd werd Agrippina het agnomen Augusta toegekend (dat voordien nooit was verleend aan de echtgenote van de nog levende princeps).[59] In datzelfde jaar zou Claudius de Oppidum Ubiorum tot colonia verheffen met de naam Colonia Claudia Ara Agrippinensium, om Agrippina's geboorte daar te herdenken.[60] Agrippina zou voortaan fungeren als een patronus voor deze colonia.[61].
•.
In 51 kreeg Agrippina het recht zich te verplaatsen in een carpentum, een rijtuig dat gewoonlijk werd gebruikt door priesters en voor heilige beelden.[62] In 51 werd ook Sextus Afranius Burrus, een procurator onder Livia, Tiberius en Claudius én een bekwaam soldaat, aangesteld als praefectus praetorio. Deze zou tevens instaan voor de opvoeding van Lucius, met name voor zijn militaire vorming.[63] In datzelfde jaar zou Agrippina samen met haar echtgenoot de oefeningen van de legioenen overzien, waarbij de Britse koning Caratacus haar dezelfde eer betoonde als Claudius in de overtuiging dat ze samen met Claudius de leiding had over dezen.[64].
Agrippina zou volgens onze antieke bronnen Britannicus hebben geïsoleerd door iedereen uit zijn ommiddellijke omgeving te laten uitschakelen.[65] Aldus werd in 51 Britannicus' leraar Sosibius geëxecuteerd.[66].
•.
Op 9 juni 53 trouwde Nero met Octavia, die was geadopteerd zodat hun huwelijk niet als een broer-zus-huwelijk zou worden beschouwd.[67] Dit moest de domus Augusta nauwer met elkaar verbinden.[68].
•.
In 54 werd Domitia Lepida minor, een dochter van Lucius Domitius Ahenobarbus en Antonia maior (een tante van Agrippina's zoon Nero én moeder van Messalina), ervan beschuldigd zwarte magie te hebben gebruikt tegen het leven van de vrouw van de princeps. Ook zou ze met slavenbendes in Calabria de rust in Italia hebben verstoord. Agrippina zou de beschuldigingen hebben gemaakt uit vrees dat Domitia Lepida teveel invloed zou krijgen op Nero, die haar neef was.[69].
•.
Volgens Tacitus begon Claudius zijn huwelijk met Agrippina en de adoptie van haar zoon te betreuren en zou hij Britannicus steeds meer voortrekken en hem naar voren schuiven als zijn opvolger.[70] Dit zou dan ook het voornaamste motief geweest zijn - aldus nog steeds Tacitus - om Claudius uit te schakelen.[71] De meeste antieke auteurs beschuldigden Agrippina ervan haar echtgenoot Claudius op 13 oktober 54 te hebben vermoord, hoewel ze onderling nogal verschillen in hun versies.[72].
•.
Moeder van Nero.
Na de dood van Claudius zorgde Agrippa - aldus onze bronnen - ervoor dat Nero de Praetoriaanse Garde voor zich kon winnen, door te verhinderen dat Britannicus tussenbeide kon komen.[73] Dat Nero optima mater (allervoortreffelijkste moeder) als eerste wachtwoord aan de garde zou hebben gegeven, werd gezien als erkenning dat hij zijn principaat aan haar had te danken.[74] Zonder medeweten van haar zoon, zou Agrippina eind 54 Marcus Iunius Silanus Torquatus - de oudere broer van Lucius Iunius Silanus - laten vergiftigen.[75].
Haar positie van mater principis én mater familias maakte Agrippina nog meer tot first lady van het Imperium Romanum. Net als Livia Drusilla voor haar werd ze priesteres van haar overleden vergoddelijkte echtgenoot en kreeg zij twee lictores toegekend.[76] Ze zou als eerste vrouw tijdens haar leven samen met de princeps op de voorzijde van een munt verschijnen, waarbij ze bovendien in een eerste reeks op dezelfde hoogte werd geplaatst als de princeps (zie afbeelding).[77] Deze innovatie werd niet echt gewaardeerd in Rome en kort daarop verscheen een nieuwe munt waar aan de voorzijde beiden in profiel waren afgebeeld, maar Nero's gelaat dat van Agrippina bedekte en Agrippina's titulatuur naar de keerzijde verdween.[78] Bovendien wordt beweerd dat zij van achter een gordijn de senaatszittingen volgde.[79] Toch hoeft dit niet per se te wijzen op echte (politieke) macht.[80].
•.
In de eerste maanden van Nero's regering zou Agrippina haar zoon en het rijk hebben gecontroleerd. Ze zou haar controle over Nero echter hebben verloren toen hij een affaire begon met de vrijgelatene Claudia Acte, wat door Agrippina ten zeerste werd afgekeurd.[81] In een poging haar zoon tot inkeer te brengen, zou Agrippina begonnen zijn Britannicus te steunen en dreigde zij, indien nodig, Britannicus tot princeps te maken.[82] Maar Britannicus werd op heimelijke wijze vergiftigd tijdens een banket in februari 55, naar verluidt op bevel van Nero.[83] Dit was het begin van een machtsstrijd tussen Agrippina en haar zoon.
Agrippina werd tussen 55 en 59 zeer waakzaam en hield een kritisch oog op haar zoon gericht. In 55 werd Agrippina door Nero uit het paleis verjaagd. Hij beroofde zijn moeder van al haar eerbewijzen en posities en stuurde zelfs haar Romeinse en Germaanse lijfwachten weg.[84] Nero zou zijn moeder zelfs onder druk gezet hebben te abdiceren en te gaan leven op het Griekse eiland Rhodos.[85] Agrippina's handlanger Pallas werd eveneens van het hof verwijderd.[86] De val van Pallas en de oppositie van Burrus en Seneca[87], zouden hebben bijgedragen aan Agrippina's verlies aan autoriteit.
Agrippina beriep zich nu meer en meer op haar overleden echtgenoot Claudius[88] en stelde haar hoop op Nero's echtgenote Octavia, het enige overgebleven kind van Claudius.[89] Ze scheen rond deze tijd ook een factio ("factie") rond zich te verzamelen, terwijl ze het huis van haar grootmoeder Antonia minor betrok.[90] Maar haar positie bleek volgens Tacitus al snel onhoudbaar.[91] Want Iturius en Alvisius, twee clientes van Iunia Silana, zouden haar ervan beschuldigen Rubellius Plautus, een zoon van Iulia - de kleindochter van Tiberius - en de senator Gaius Rubellius Blandus, op de troon te willen zetten en door een huwelijk met hem haar eigen macht te herwinnen.[92] Toen Nero dit vernam wenste hij onmiddellijk zijn moeder en Rubellius Plautus uit te weg te ruimen, maar de praefectus praetorio Afranius Burrus (wiens positie hierdoor werd bedreigd) wist Nero te overtuigen eerst een proces te voeren.[93] Tijdens dit proces wist Agrippina zich van elke schuld vrij te pleiten door te zeggen dat een moeder nooit een ander dan haar eigen zoon op de troon wenste te zien.[94] Ze wist haar zoon bovendien zover te krijgen dat haar aanklagers werden verbannen en haar vrienden verscheidene ambten kregen toebedeeld.[95] Hierna vernemen we tot aan het jaar van haar dood niets meer van haar in onze bronnen. Suetonius vermeldt wel dat ze tijdens deze periode in een van haar vele landgoederen in Italia verbleef.[96] Drie jaar lang zou er een relatieve vrede bestaan tussen moeder en zoon, tot deze laatste in 59 n.Chr. besloot definitief een einde te maken aan haar leven.
•.
Dood.
Hoe Agrippina aan haar einde kwam is onzeker vanwege de historische tegenstrijdigheden in de bronnen, die bovendien anti-Nero zijn. Alle overgeleverde verhalen over de dood van Agrippina spreken zichzelf en elkaar tegen en zijn over het algemeen zeer fantasierijk.
Volgens Tacitus zou Nero in 58 een buitenechtelijke relatie zijn aangegaan met de matrona Poppaea Sabina. Daar hij besefte dat Agrippina zich zou verzetten tegen een scheiding van zijn toenmalige echtgenote Claudia Octavia en een huwelijk met Poppaea, zou hij hebben besloten Agrippina te doden.[97] Maar Nero zou pas in 62 met Poppaea trouwen en bij dit door Tacitus opgeworpen motief zijn dan ook vraagtekens geplaatst.[98] Bovendien vertelt Suetonius ons dat Poppaea's echtgenoot, Marcus Salvius Otho, pas na de dood van Agrippina werd verbannen, wat er niet direct op wijst dat Poppaea voor Agrippina's dood aandrong op een huwelijk.[99] Dit motief lijkt eerder uit literaire overwegingen te zijn gekozen, omdat dit uitstekend paste in Tacitus' beeld van Nero als speelbal van vrouwen en vrijgelatenen.[100] Sommige historici stellen dat Nero's beslissing om Agrippina te doden werd gemotiveerd door haar samenzwering om Rubellius Plautus (een achterneef van Nero) op de troon te plaatsen.[101] Een ander mogelijk motief voor de moord wordt zowel bij Tacitus als bij Suetonius en bij Cassius Dio vermeld, namelijk dat er een incestueuze relatie tussen Nero en Agrippina zou zijn geweest waardoor deze laatste hem terug onder haar invloed zou hebben gebracht.[102] Zij zijn het er echter niet over eens of dit gerucht wel klopt en wie nu het initiatief hiertoe nam - Nero of Agrippina. Bovendien was het niet niet ongewoon dat principes die na hun regering negatief werden beoordeeld van incest werden beschuldigd.[103] Wat ook de aanleiding geweest moge zijn, Nero besloot uiteindelijk zijn moeder eens en voorgoed uit de weg te ruimen.
•.
Na te hebben getwijfeld tussen gif of zwaard als moordwapen, besloot Nero voor gif te gaan. Maar hij twijfelde of gif wel zou werken op een vrouw die ervan werd verdacht met vergiften al meerdere mensen het leven te hebben ontnomen en dus wel tegengif zou hebben genomen.[104] Een ander plan kwam van Anicetus, een vrijgelatene en praefectus classis te Misenum. Hij stelde voor een schip te bouwen waarvan men het deel waarop Agrippina zich bevond kon losmaken van de rest van het schip om haar aldus door verdrinking uit te schakelen en hiermee zo weinig mogelijk verdenking op zich te laden.[105] Nero besloot daarop zijn moeder uit te nodigen voor de Quinquatrus ter ere van Minerva in Baiae, waar Agrippina werd overgehaald om op de mooist versierde boot te gaan.[106] Maar toen men de boot tot zinken trachtte te brengen, liep alles fout en Agrippina wist uiteindelijk al zwemmend te ontsnappen aan een wisse dood.[107] Door dit voorval en het feit dat haar vriendin Acerronia Pollia door de scheepslui was gedood, begon Agrippina te beseffen wat haar zoon van plan was.[108] Omdat ze niet wilde dat Nero te weten zou komen dat zij hem doorhad, zond ze haar vrijgelatene, Lucius Agermus, naar haar zoon om hem te vertellen welk ongeluk zijn moeder was overkomen en door welk gelukkig toeval ze gered was van de dood. Op die manier hoopte ze Nero te misleiden.[109] Nero - die blijkbaar het nieuws van Agrippina's redding al had vernomen - was intussen zo angstig, dat hij, toen Agermus bij hem aankwam, deze een wapen voor de voeten wierp om hem vervolgens te beschuldigen in naam van Agrippina een aanslag te hebben willen plegen op zijn leven, waarna hij hem in de boeien liet slaan.[110] Omdat hij besefte (volgens Tacitus omdat Sextus Afranius Burrus hem dit ook had gezegd) dat de Praetorianen nooit de dochter van Germanicus zouden willen vermoorden, stuurde Nero Anicetus met zijn mariniers erop uit om Agrippina's villa te omsingelen.[111] Na de deuren te hebben opengebroken, zou Anicetus - volgens Tacitus samen met trierarchus Herculeius en de centurio classiarius Obaritus - haar alleen hebben aangetroffen en haar met verscheidene steken hebben omgebracht.[112] De bronnen voegen hier nog het gruwelijke detail aan toe - zij het dat sommigen hierover terughoudend zijn - dat Nero persoonlijk haar lijk kwam inspecteren en zelfs opmerkingen maakte over hoe knap zijn dode moeder wel niet was.[113] De moord werd voorgesteld als zelfmoord uit schuldbesef voor haar (vermeende) misdadige moordplannen voor Nero.[114] Diezelfde nacht nog werd ze gecremeerd op een ligbed en zolang Nero aan de macht was, zou er geen geen grafmonument voor haar worden opgericht. Na Nero's dood zouden vrijgelatenen van Agrippina echter een tumulus oprichten bij de weg naar Misenum.[115] Haar vrijgelatene Mnester, die haar brandstapel zou hebben aangestoken, pleegde daarop zelfmoord uit genegenheid voor haar of vrees voor haar zoon.[116].
•.
Agrippina's persoonlijkheid.
Agrippina's persoonlijkheid is in zowel de antieke als de moderne geschiedschrijving getypeerd als meedogenloos, ambitieus, gewelddadig en dominant. Volgens Plinius maior[117] had ze twee hoektanden aan de rechterkant van haar bovenkaak, wat werd gezien als een teken van goed fortuin. De meeste antieke auteurs beschuldigden Agrippina ervan haar echtgenoot Claudius te hebben vermoord, hoewel ze onderling nogal verschillen in hun versies.[72].
•.
Lange tijd waren oudhistorici van mening dat Agrippina een op macht beluste, manipulatieve moeder en echtgenote was die er voortdurend naar streefde haar macht uit te breiden. Zo schreef Ronald Syme haar een « more robust criminality »[118] toe, terwijl Donald R. Dudley haar een « Clytemnestra of a woman »[119] noemde. De algemene opvatting over Agrippina was die van een vrouw die over lijken ging om haar eigen positie en die van haar zoon veilig te stellen en al haar vrouwelijke listen uit de kast haalde om haar slag thuis te halen.[120] De enige die Agrippina' verdediging op zich nam en haar zelfs afschilderde als een deugdzame matrona die niets dan lof verdiende voor haar inspanningen was Guglielmo Ferrero.[121].
•.
In het meer recente onderzoek hangt men echter een genuanceerder beeld op van Agrippina. Zo benadrukt Anthony A. Barrett dat zij een belangrijke rol heeft gespeeld in de omvorming van Claudius' beleid, dat op het moment van hun huwelijk in crisis verkeerde. Zij zou Claudius hebben geholpen een nieuw evenwicht te creëren tussen princeps en senaat.[122] Hij beweert niet dat Agrippina een deugdzame vrouw was, maar plaatst wel vraagtekens bij de meest boosaardige geruchten over haar. Hij meent echter dat ze deze uitbuitte om daarmee haar tegenstanders en rivalen te imponeren.[123] Een andere recente studie over Agrippina is het postume werk van Judith Ginsburg, waarin niet Agrippina's persoonlijkheid als zodanig wordt besproken, maar wel de manier waarop ze wordt voorgesteld in de bronnen, waarvoor Ginsburg een verklaring tracht te vinden.[124] Deze visie wordt gedeeld door de Nederlandse oudhistorica Lien Foubert, die in haar biografie van Agrippina ook aangeeft dat Agrippina in de bronnen zowel positief als negatief wordt voorgesteld en dat het moeilijk valt uit te maken wat nu waar is en wat niet.[125].
•.
Agrippina in de kunst en cultuur.
•.
In de oudheid.
Als lid van de domus Augusta zou Agrippina vaak worden opgenomen in de propagandistische kunst van Caligula, Claudius en Nero. De portretten die we van Agrippina terugvinden op munten, camee's, in bustes en standbeelden stellen haar voor als ideale matrona en benadrukken de voorspoed die het rijk kende onder de heerschappij van haar familie. De vroegste afbeelding van Agrippina in de propagandistische kunst is op de keerzijde van een sestertius die werd geslagen in 37/38 door haar broer Caligula en waarop ze samen met haar twee zussen werd afgebeeld (zie afbeelding 2). Alledrie houden ze een cornucopia (hoorn des overvloeds) vast als verwijzing naar hun vruchtbaarheid. Dit wees er bovendien impliciet op dat indien Caligula zelf geen zoon zou hebben om hem op te volgen, hij nog altijd kon rekenen op de vruchtbaarheid van zijn zussen om hem van een opvolger te voorzien.[126] Agrippina is hier afgebeeld als Securitas: leunend op een zuil.[127] De twee anderen stellen op hun beurt Concordia (eendracht) en Fortuna (lot, geluk).[128].
•.
Met haar val verdween Agrippina ook uit de kunst, totdat ze onder haar oom Claudius kon terugkeren naar Rome. Daar deze laatste niet zelf tot de directe bloedverwanten van Augustus behoorde, greep hij maar al te graag de gelegenheid aan om zijn nicht voor zijn propaganda te gebruiken en dit in het bijzonder na hun huwelijk. Het nieuwe keizerlijke paar werd dan ook voorgesteld als een ideaal Romeins koppel, wat bijvoorbeeld op de zogenaamde Gemma Claudia werd benadrukt door Claudius en Agrippina minor tegenover Germanicus en Agrippina maior te plaatsen, die als het ideale paar van de domus Augusta golden (zie afbeelding 4). Agrippina werd onder Claudius ook voorgesteld als Ceres, de godin van de landbouw en vruchtbaarheid, wat haar op dezelfde hoogte plaatste als Livia die ook als Ceres werd voorgesteld.[129] Het grote verschil was echter dat beelden van Agrippina als Ceres ook in Rome verschenen en zij de eerste nog levende echtgenote van een princeps was die op munten verscheen.[130] Ook op de reeds eerder vermelde Gemma Claudia wordt Agrippina met Ceres geïdentificeerd door de corona spicea (korenarenkroon). In het Sebasteion van Aphrodisias treffen we in de portici een reliëfpaneel aan dat Agrippina en Claudius dextrarum iunctio (in elkaar leggen van de rechterhanden als teken van concordia tussen twee gehuwden, zie Romeinse huwelijk) voorstelt en waarbij Agrippina in haar linkerhand korenhalmen vasthoudt, opnieuw verwijzend naar Ceres.[131] Uit de typische uitdrukking van eendracht tussen de twee echtlieden moest ook de eendracht in de domus Augusta blijken, terwijl de associatie met Ceres verwees naar de vruchtbaarheid van het rijk.[131].
•.
Onder Nero zou Agrippina opduiken in de propagandistische kunst om Nero's legitimiteit te benadrukken, alsook als symbool van continuïteit. Zo treffen we in het Sebasteion van Aphrodisias een reliëf aan waarbij Agrippina Nero kroont, terwijl ze in haar linkerhand een cornucopia houdt (verwijzend naar Ceres).[132] Een ander voorbeeld van Agrippina's toegenomen belang in de propaganda, blijkt uit het feit dat ze vis-à-vis Nero op de voorzijde van een denarius verschijnt, waarbij haar naam als legende verscheen en Nero's naam en titulatuur naar de keerzijde werd verwezen (zie afbeelding 5, cf. supra). Maar Agrippina's portret verscheen niet enkel op denarii en aurei, ook op tetradrachmes uit Alexandrië treffen we haar portret aan op de keerzijde (zie afbeelding 6).
•.
Na de oudheid.
Een gefictionaliseerd verhaal over Agrippina vormde de basis voor Georg Friedrich Händels opera Agrippina (HWV 6) uit 1709, waarvan het libretto van de hand van Vincenzo Grimani was.[133] De figuur van Agrippina is door verschillende actrices in verschillende films en televisiereeksen neergezet, waaronder Gloria Swanson in de film Nero's Mistress uit 1956, Barbara Young in de BBC-televisieserie I, Claudius - naar de romans van Robert Graves - (waar ze Agrippinilla wordt genoemd), Ava Gardner in de epische miniserie A.D. – Anno Domini uit 1985[134], Frances Barber in de Masterpiece Theater-productie Boudica van 2003 en Laura Morante in de televisieminiserie Imperium: Nero uit 2004. Agrippina wordt gezien als de stichteres van Keulen en wordt daar nog steeds door het kleed van de jonkvrouw van het Kölner Dreigestirn gesymboliseerd.[135] De Franse oudhistoricus Pierre Grimal heeft een historische roman Mémoires d'Agrippine[136] geschreven, vertrekkend vanuit een gegeven bij Tacitus[137] dat Agrippina minor haar commentarius (memoires) zou hebben nagelaten. Hierin heeft hij getracht de memoires van Agrippina als het ware te herscheppen.
•.
[bewerk] Noten.
1. CIL I² 1, p. 249 = Inscr. It. XIII, 1, 31, p. 329, VI 2039 rr. 6-12, Tacitus, Annales XII 27.1. De datum is zeker, maar het jaar en de plaats niet. Zie T. Mommsen, Die Familie des Germanicus, in Hermes 13 (1878), pp. 245-265, J. Humphrey, The Three Daughters of Agrippina Maior, in American Journal of Ancient History 4 (1979), pp. 125-143, A.A. Barrett, Agrippina: Sex, Power and Politics in the Early Empire, New Haven - Londen, 1996, pp. 330-332, D.W. Hurley, The Politics of Agrippina the Younger's Birthplace, in American Journal of Ancient History2 2 (2003), pp. 95-117.
2. Tacitus, Annales II 41.3.
^ Tacitus, Annales II 53, III 1-2, Suetonius, Vita Gai 10.1.
^ Tacitus, Annales IV 75.1.
^ Cassius Dio, LVIII 20.1.
^ Suetonius, Vita Neronis 5.2, Tacitus, Annales VI 47-48, Cassius Dio, LVIII 27.2.
^ P.Y. Forsyth, A Treason Case of A.D. 37, in Phoenix 23 (1969), pp. 204-207.
^ L. Foubert, Agrippina. Keizerin van Rome, Leuven, 2006, p. 55.
^ Cassius Dio, LVIII 27.5.
^ Suetonius, Vita Neronis 6. Voor een vergelijking van Suetonius met andere bronnen, zie A.A. Barrett, Agrippina: Sex, Power and Politics in the Early Empire, New Haven - Londen, 1996, p. 234.
^ Suetonius, Vita Neronis 6.2.
^ Cassius Dio, LIX 3.4.
^ Suetonius, Vita Gai 15.3: Neque me liberosque meos cariores habeo quam Gaium habeo et sorores eius. Cf. Cassius Dio, LIX 9.2.
^ Suetonius, Vita Gai 15.3: Quod bonum felixque sit C. Caesari sororibusque eius.
^ Cassius Dio, LIX 3.4, 9.2.
^ Suetonius, Vita Gai 24.1: plenoque convivio singulas infra se vicissim conlocabat uxore supra cubante.
^ Flavius Josephus, Antiquitates Iudaicae XIX 204, Suetonius, Vita Gai 24.1, Aurelius Victor, De Caesaribus 3.10, Anonymus, Epitome de Caesaribus 3.4, Cassius Dio, LIX 11.1, 22.6, Eutropius, VI 12.3, Hiëronymus, Ab Abraham 178, Orosius, Historiae adversus paganos VII 5.9, Scholasticus, ad Iuvenalis, Satirae IV 81.
^ Suetonius, Vita Gai 24.3: saepe exoletis suis prostraverit.
^ Suetonius, Vita Galbae 5.1.
^ Suetonius, Vita Gai 24.2, Cassius Dio, LIX 10.8, 11.2-5, 13.8, 24.7.
^ W. Trillmich, Familienpropaganda der Kaiser Caligula und Claudius. Agrippina Maior und Antonia Augusta auf Münzen, Berlijn, 1978, pp. 108--111, S.E. Wood, Diva Drusilla Panthea and the Sisters of Caligula, in American Journal of Archaeology 99 (1995), pp. 463-464. Zie ook L. Foubert, Agrippina. Keizerin van Rome, Leuven, 2006, pp. 63-64.
^ Suetonius, Vita Divi Claudi 9.1, Vita Gai 24.3. Cf. Cassius Dio, LIX 22.6-8.
^ Suetonius, Vita Gai 24.3. Cf. Tacitus, Annales XIV 2.2, Cassius Dio, LIX 22.6, 8.
^ Voor een uitgebreide bespreking van de val van Agrippina en Livilla, zie L. Foubert, Agrippina. Keizerin van Rome, Leuven, 2006, pp. 64-68.
^ Seneca minor, Epistulae IV 7.
^ Suetonius, Vita Gai 29.1, Cassius Dio, LIX 22.8.
^ Cassius Dio, LIX 23.9.
^ Suetonius, Vita Gai 39.1.
^ Suetonius, Vita Neronis 5.2.
^ Suetonius, Vita Neronis 6.3. Agrippina was waarschijnlijk al in ballingschap toen haar echtgenoot overleed, zie A.A. Barrett, Agrippina: Sex, Power and Politics in the Early Empire, New Haven - Londen, 1996, p. 70.
^ Suetonius, Vita Gai 59. Cf. Flavius Josephus, Antiquitates Iudaicae XIX 195-200, Cassius Dio, LIX 29.7.
^ Flavius Josephus, Antiquitates Iudaicae XIX 102, Cassius Dio, LX 1.
^ Cassius Dio, LX 4.1.
^ a b Suetonius, Vita Neronis 6.4.
^ Suetonius, Vita Neronis 6.3.
^ Plinius maior, Naturalis Historia XV 91.
^ Suetonius, Vita Divi Claudi 27, Cassius Dio, LX 12.5.
^ Scholasticus, ad Iuvenalis, Satirae IV 81, Suetonius, Vita Neronis 6.3.
^ Martialis, Epigrammata X 2 v. 10, Scholasticus, ad Iuvenalis, Satirae IV 81, Suetonius, Vita Neronis 6.3.
^ Suetonius, Vita Neronis 6.4. Cf. Tacitus, Annales XI 11.3. Een variant op dit thema: Cassius Dio, LXI LXI 2.4.
^ Plinius maior, Naturalis Historia XV 91; A.A. Barrett, Agrippina: Sex, Power and Politics in the Early Empire, New Haven - Londen, 1996, pp. 86-88.
^ Suetonius, Vita Neronis 7.1, Tacitus, Annales XI 11-12.1. K.R. Bradley, Suetonius' Life of Nero: A Historical Commentary, Brussel, 1978, p. 53, H.W. Benario, Tacitus Annals 11 and 12, Lanham - Londen - New York, 1983, pp. 94-96.
^ Suetonius, Vita Divi Claudi 26.2, Tacitus, Annales XI 26-39, Cassius Dio, LX 31.3-5.
^ Suetonius, Vita Divi Claudi 26.3, Tacitus, Annales XII 1.1.
^ Tacitus, Annales XII 25.1, 65.2, XIV 2.2.
^ Aldus Tacitus, Annales XII 1-2, 25.1, XIII 2.2.
^ Suetonius, Vita Divi Claudi 25.5, Tacitus, Annales XII 1.1, Cassius Dio, LX 31.8, 32.2.
^ a b Tacitus, Annales XII 4.
^ Tacitus, Annales XII 8.1.
^ Tacitus, Annales XII 2.3.
^ Suetonius, Vita Divi Claudi 26.3, Tacitus, Annales XII 3.1.
^ Tacitus, Annales XII 4-7. Cf. Suetonius, Vita Divi Claudi 26.3 (deze geeft enkel aan dat enkele senatoren Claudius steunden in de senaat).
^ Suetonius, Vita Divi Claudi 39.2.
^ Suetonius, Vita Divi Claudi 26.3, Tacitus, Annales XII 8.1, Cassius Dio, LX 31.8.
^ Tacitus, Annales XII 2.1.
^ Tacitus, Annales XII 26.2.
^ Suetonius, Vita Neronis 7.1, Tacitus, Annales XII 8.2, Cassius Dio, LX 32.3.
^ Tacitus, Annales XII 25-26, Suetonius, Vita Divi Claudi 27.2, Vita Neronis 7.1, Cassius Dio, LX 32.2, 33.22.
^ Tacitus, Annales XII 26.1, Cassius Dio, LX 33.2a.
^ Tacitus, Annales XII 27.1. A.A. Barrett, Agrippina: Sex, Power and Politics in the Early Empire, New Haven - Londen, 1996, pp. 114-115.
^ H. Schmitz, Die Kaiserin Agrippina als Patronin der Colonia Agrippinensium, in Gymnasium 62 (1955), pp. 429-434.
^ Tacitus, Annales XII 42.2, Cassius Dio, LX 21. R. Hälikkä, Discourses of Body, Gender and Power in Tacitus, in P. Setälë - e.a. (edd.), Women, Wealth, and Power in the Roman Empire, Rome, 2002, p. 96.
^ Tacitus, Annales XII 42.1. E.R. Parker, The Education of Heirs in the Julio-Claudian Family, in American Journal of Philology 67 (1946), pp. 45-48, D. Gillis, The Portrait of Afranius Burrus in Tacitus' Annales, in La Parola del Passato 18 (1963), pp. 5-22, M.P.O. Morford, The Training of Three Roman Emperors, in Phoenix 22 (1968), pp. 57-65, E. O'Gorman, Irony and misreading in the Annals of Tacitus, Cambridge, 1999, pp. 147-148.
^ Tacitus, Annales XII 37.4.
^ Tacitus, Annales XII 26.2, 41.3, cf. 65.2, Cassius Dio, LX 32.5. P.A. Watson, Ancient Stepmothers. Myth, Misogyny and Reality, Leiden - New York - Keulen, 1995, pp. 141----146, 192----197.
^ Tacitus, Annales XI 1.1, Cassius Dio, LX 32.5.
^ Het is niet bekend door wie ze werd geadopteerd, maar er is wel gesuggereerd dat het Lucius Vitellius is geweest (G.H. de Vries (trad. comm.), Cassius Dio. Vier keizers. Rome onder Tiberius, Caligula, Claudius en Nero, Amsterdam, 2000, p. 243 (voetnoot 45).).
^ Tacitus, Annales XII 58.1, Cassius Dio, LX 33.22, 11. Ze waren echter al in 49 met elkaar verloofd: Tacitus, Annales XII 3.2, 9, Suetonius, Vita Divi Claudi 27.2, Cassius Dio, LX 31.8.
^ Tacitus, Annales XII 64.2-65.1.
^ Tacitus, Annales XII 65.2-3.
^ Tacitus, Annales XII 66.1.
^ a b Tacitus, Annales XII 66-67, Suetonius, Vita Divi Claudi 44, Cassius Dio, LXI 34; minder zeker: Flavius Josephus, Antiquitates Iudaicae XX 148, 152, Flavius Philostratus, Vita Apollonii V 32.
^ Tacitus, Annales XII 68-69, Suetonius, Vita Divi Claudi 45.
^ Tacitus, Annales XIII 2.2, Suetonius, Vita Neronis 9.
^ Tacitus, Annales XIII 1.1.
^ Tacitus, Annales XIII 2.2.
^ A.A. Barrett, Agrippina: Sex, Power and Politics in the Early Empire, New Haven - Londen, 1996, p. 152, S.E. Wood, Imperial Women: A Study in Public Images, 40 B.C.-A.D. 68, Leiden, 1999, p. 293, W. Eck, Die iulisch-claudische Familie: Frauen neben Caligula, Claudius und Nero, in H. Temporini-Gräfin Vitzhum (ed.), Die Kaiserinnen Roms: von Livia bis Theodora, München, 2002, pp. 151-152. Het moet ook worden opgemerkt dat Marcus Antonius zich al eerder vis-à-vis zijn echtgenote Octavia Thurina minor had laten afbeelden op de voorzijde van munten, maar - en hierin lag de innovatie van de munt van Nero en Agrippina - zonder de naam van de vrouw in de legende te vermelden (zie CNGcoins.).
^ L. Foubert, Agrippina. Keizerin van Rome, Leuven, 2006, p. 104.
^ Tacitus, Annales XIII 5.
^ M.T. Griffin, Nero: the End of a Dynasty, New Haven - Londen, 1985, pp. 39-40, A.A. Barrett, Agrippina: Sex, Power and Politics in the Early Empire, New Haven - Londen, 1996, p. 153.
^ Tacitus, Annales XIII 12-13.1, Cassius Dio, LXI 7.1-2.
^ Tacitus, Annales XIII 14.2.
^ Tacitus, Annales XIII 15.3-17, Suetonius, Vita Neronis 33.2-3, Cassius Dio, LXI 7.4.
^ Tacitus, Annales 18.3-21, Suetonius, Vita Neronis 34.1, Cassius Dio, LXI 8.4-6.
^ Suetonius, Vita Neronis 34.1.
^ Tacitus, Annales XIII 14.1.
^ Tacitus, Annales XIII 2.
^ Tekenen van een afzetten van de kant van Nero tegen Claudius, blijkt o.a. uit het feit dat de tempel van divus Claudius (Suetonius, Vita Divi Claudi 45, Vita Divi Vespasiani 9.1.) pas onder Vespasianus zou worden afgewerkt en het meer en meer wegvallen van divi filii (« gods zoon ») op munten (cf. D. Hurley, art. Agrippina the Younger (Wife of Claudius), in DIR (2004) (voetnoot 33).
^ Tacitus, Annales XIII 18.2.
^ Tacitus, Annales XIII 18.2-3.
^ Tacitus, Annales XIII 19.1.
^ Tacitus, Annales XIII 19.3.
^ Tacitus, Annales XIII 20.
^ Tacitus, Annales XIII 21.
^ Tacitus, Annales XIII 21.6-22.
^ Suetonius, Vita Neronis 34.1. Cf. Tacitus, Annales XIV 3.1.
^ Tacitus, Annales XIV 1.1. Cf. Cassius Dio, LXI 11.2-4.
^ A. Dawson, Whatever Happened to Lady Agrippina?, in The Classical Quarterly 64 (1969), p. 264, F. Holztrattner, Poppaea Neronis potens. Die Gestalt der Poppaea Sabina in den Nerobüchern des Tacitus. Mit einem Anhang zu Claudia Acte, Gras - Horn - Wenen, 1995, pp. 41-49. Cf. L. Foubert, Agrippina. Keizerin van Rome, Leuven, 2006, p. 109. Dat het jaar 62 v.Chr. in het werk van Tacitus een keerpunt vormt, heeft vooral te maken met het literaire karakter van diens werk, zie: M. Kleijwegt, Nero's Helpers: The Role of the Neronian Courtier in Tacitus' Annals, in Classics Ireland 7 (2000), art. 5.
^ Suetonius, Vita Othonis 3.
^ L. Foubert, Agrippina. Keizerin van Rome, Leuven, 2006, p. 109. Cf. R.D. Scott, The Death of Nero's Mother (Tacitus, Annals, XIV, 1-13), in Latomus 33 (1974), pp. 111-113, E.M. Iovane, Paura e angoscia in Tacito. Implicazioni ideologiche e politiche, Napels, 1989, pp. 34-39, P.H. Schrijvers, Nero-Agrippina als historische roman, in Lampas 24 (1991), pp. 346-358.
^ R.S. Rogers, Heirs and Rivals to Nero, in Transactions and Proceedings of the American Philological Association 86 (1955), p. 202.
^ Tacitus, Annales XIV 2, Cassius Dio, LXI 11.3-4, Suetonius, Vita Neronis 28.2.
^ H.G. Mullens, The Women of the Caesars, in Greece & Rome 11 (1942), pp. 59-66, A.H. Krappe, La fin d'Agrippina, in Revue des Études Anciennes 42 (1940), pp. 467-471.
^ Tacitus, Annales XIV 3.1-2. Cf. Suetonius, Vita Neronis 34.2.
^ Tacitus, Annales XIV 3.3. Zie ook: L. Herrmann, À propos du navire d'Agrippine, in Revue des Études Anciennes 29 (1927), pp. 68-70, C. Ferone, Suet. Nero 34 e la nave di Agrippina, in Rheinisches Museum für Philologie 147 (2004), pp. 80-87.
^ Tacitus, Annales XIV 4, Suetonius, Vita Neronis 34.2, Cassius Dio, LXI 12.2-13.2.
^ Tacitus, Annales XIV 5, Suetonius, Vita Neronis 34.3, Cassius Dio, LXI 13.3-4.
^ Tacitus, Annales XIV 5.3-6.1. Cf. Cassius Dio, LXI 13.3.
^ Tacitus, Annales XIV 6.2, Suetonius, Vita Neronis 34.3. Cf. Cassius Dio, LXI 13.4.
^ Tacitus, Annales XIV 7.6, Suetonius, Vita Neronis 34.3, Cassius Dio, LXI 13.4.
^ Tacitus, Annales XIV 8.2, Cassius Dio, LXI 13.4-5.
^ Tacitus, Annales XIV 8.4-5, Cassius Dio, LXI 13.5.
^ Tacitus, Annales XIV 9.1, Suetonius, Vita Neronis 34.4, Cassius Dio, LXI 14.2.
^ Tacitus, Annales XIV 10.3, Cassius Dio, LXI 14.3.
^ Tacitus, Annales XIV 9.1.
^ Tacitus, Annales XIV 9.2.
^ Naturalis Historia VII 1.
^ R. Syme, Tacitus, I, Oxford, 1958, p. 437.
^ D.R. Dudley, The World of Tacitus, Londen, 1968, p. 95.
^ R.H. Martin, Tacitus, Londen, 1981, p. 152, M.T. Griffin, Nero: The End of a Dynasty, Londen, 1984, p. 73, R. Mellor, Tacitus, New York - Londen, 1993, pp. 44, 53, R. Holland, Nero: the man behind the myth, Londen, 2000, pp. 45, 63.
^ G. Ferrero, The Women of the Caesars, New York, 1911, pp. 212-337.
^ A.A. Barrett, Agrippina: Sex, Power and Politics in the Early Empire, New Haven - Londen, 1996, pp. xiii; cf. 130-131, 136, 146, 159.
^ A.A. Barrett, Agrippina: Sex, Power and Politics in the Early Empire, New Haven - Londen, 1996, pp. xiv-xv, 154-155.
^ J. Ginsburg - ed. E. Gruen, Representing Agrippina: Constructions of Female Power in the Early Roman Empire, Oxford - New York, 2006, pp. 5--8.
^ L. Foubert, Agrippina. Keizerin van Rome, Leuven, 2006, pp. 127-130.
^ S.E. Wood, Diva Drusilla Panthea and the Sisters of Caligula, in American Journal of Archaeology 99 (1995), p. 461, L. Foubert, Agrippina. Keizerin van Rome, Leuven, 2006, p. 59.
^ Deze identificatie is recentelijk echter betwijfeld: U.W. Gottschall, art. Securitas, in LIMC VIII 1 (1997), p. 1093. Cf. M. Grant, Roman imperial money, Londen - New York, 1954, p. 143 (Salus-Securitas).
^ Voor een ruimere bespreking van deze munt: zie J. Ginsburg - ed. E. Gruen, Representing Agrippina: Constructions of Female Power in the Early Roman Empire, Oxford - New York, 2006, pp. 65---69.
^ M.B. Kozakiewicz, The Imagery of Ceres in the Presentation of Imperial Women in the Julio-Claudian Period, diss. University of Alberta, 1998. Cf. L. Foubert, Agrippina. Keizerin van Rome, Leuven, 2006, pp. 93-96.
^ L. Foubert, Agrippina. Keizerin van Rome, Leuven, 2006, p. 94.
^ a b L. Foubert, Agrippina. Keizerin van Rome, Leuven, 2006, p. 96.
^ R.R.R. Smith, The Imperial Reliefs from the Sebasteion at Aphrodisias, in Journal of Roman Studies 77 (1987), pp. 127-132, S.E. Wood, Imperial Women: A Study in Public Images, 40 B.C.-A.D. 68, Leiden, 1999, pp. 301-302, L. Foubert, Agrippina. Keizerin van Rome, Leuven, 2006, p. 104.
^ M. Boyden, The Rough Guide to Opera, Londen, 20023, pp. 57-58.
^ IMDb Search: Agrippina.
^ art. Dreigestirn, www.koelner-karneval.info.
^ P. Grimal, Mémoires d'Agrippine, Parijs, 1992. ISBN 2877061523.
^ Tacitus, Annales IV 53.2. Cf. Plinius maior, Naturalis Historia VII 46.
•.
Antieke bronnen.
- Plinius maior, Naturalis Historia.
- Flavius Josephus, Antiquitates Iudaicae.
- Tacitus, Annales.
- Suetonius, Vita Tiberi, Vita Gai, Vita Claudi.
- Cassius Dio, Historia Romana.
- Flavius Philostratus, Vita Apollonii.
•.
Referenties.
- A.A. Barrett, Agrippina: Sex, Power and Politics in the Early Empire, New Haven - Londen, 1996. ISBN 041520867X.
- H.W. Benario, Tacitus Annals 11 and 12, Lanham - Londen - New York, 1983. ISBN 0819134805.
M. Boyden, The Rough Guide to Opera, Londen, 20023. ISBN 1858287499.
- K.R. Bradley, Suetonius' Life of Nero: A Historical Commentary, Brussel, 1978. ISBN 2870310072.
G.H. de Vries (trad. comm.), Cassius Dio. Vier keizers. Rome onder Tiberius, Caligula, Claudius en Nero, Amsterdam, 2000. ISBN 9025308716.
- W. Eck, Die iulisch-claudische Familie: Frauen neben Caligula, Claudius und Nero, in H. Temporini-Gräfin Vitzhum (ed.), Die Kaiserinnen Roms: von Livia bis Theodora, München, 2002, pp. 103-163. ISBN 3406495133.
- L. Foubert, Agrippina. Keizerin van Rome, Leuven, 2006. ISBN 9058264025.
- D. Gillis, The Portrait of Afranius Burrus in Tacitus' Annales, in La Parola del Passato 18 (1963), pp. 5-22.
J. Ginsburg - ed. E. Gruen, Representing Agrippina: Constructions of Female Power in the Early Roman Empire, Oxford - New York, 2006. ISBN 0195181417.
M.T. Griffin, Nero: the End of a Dynasty, New Haven - Londen, 1985. ISBN 0415214645.
- R. Hälikkä, Discourses of Body, Gender and Power in Tacitus, in P. Setälë - e.a. (edd.), Women, Wealth, and Power in the Roman Empire, Rome, 2002, pp. 75-104. ISBN 9525323021.
- J. Humphrey, The Three Daughters of Agrippina Maior, in American Journal of Ancient History 4 (1979), pp. 125-143.
- D.W. Hurley, The Politics of Agrippina the Younger's Birthplace, in American Journal of Ancient History2 2 (2003), pp. 95-117.
- T. Mommsen, Die Familie des Germanicus, in Hermes 13 (1878), pp. 245-265.
- M.P.O. Morford, The Training of Three Roman Emperors, in Phoenix 22 (1968), pp. 57-72.
- E. O'Gorman, Irony and misreading in the Annals of Tacitus, Cambridge, 1999. ISBN 0521660564.
- E.R. Parker, The Education of Heirs in the Julio-Claudian Family, in American Journal of Philology 67 (1946), pp. 29-50.
- H. Schmitz, Die Kaiserin Agrippina als Patronin der Colonia Agrippinensium, in Gymnasium 62 (1955), pp. 429-434.
- R.R.R. Smith, The Imperial Reliefs from the Sebasteion at Aphrodisias, in Journal of Roman Studies 77 (1987), pp. 88-138, afb. III-XXVI.
- W. Trillmich, Familienpropaganda der Kaiser Caligula und Claudius. Agrippina Maior und Antonia Augusta auf Münzen, Berlijn, 1978. ISBN 3110072599.
- P.A. Watson, Ancient Stepmothers. Myth, Misogyny and Reality, Leiden - New York - Keulen, 1995. ISBN 9004095713.
- S.E. Wood, Diva Drusilla Panthea and the Sisters of Caligula, in American Journal of Archaeology 99 (1995), pp. 463-464.
- S.E. Wood, Imperial Women: A Study in Public Images, 40 B.C.-A.D. 68, Leiden, 1999. ISBN 9004112812.
- Links.
- D. Hurley, art. Agrippina the Younger (Wife of Claudius), in DIR (2004).
- W. Stangl, Die jüngere Agrippina, www.wernazuma.net (1999/2000). (geïllustreerde versie zonder bibliografie).
•.


Bronnen:
1.Afgeschermd, Wikipedia


Claudius
Claudius .

tr. (1)
met

Julia Agrippina Minor, dr. van Germanicus Lulius Ceasar en Vipsania Agrippina Maior, geb. te Colonia Claudia Ara Agrippinensium [Dui] Keulen op 6 nov 15, ovl. tussen 319 en vrijdag 11 1850  19 maart 59 n.Chr, begr. te Campanië [Ita] Campania (Nederlands: Campanië) is een regio in Zuid-Italië die in het noordwesten grenst aan Latium, in het noorden aan Molise, in het noordoosten aan Apulië, in het oosten aan Basilicata en in het westen aan de Tyrreense Zee. De regio beslaat 13.595 km² en heeft in 2004 ongeveer 6 miljoen inwoners.
De naam van de regio is rechtstreeks van het Latijn afgeleid, de Romeinen noemden de regio namelijk Campania felix, wat gelukkig land(schap) betekent.
De regionale hoofdstad is Napels (Napoli). De regio is opgedeeld in vijf provincies.
Tussen 600 en 200 v. Chr was Capua de belangrijkste stad van Campania. In de vroege middeleeuwen was Amalfi een der belangrijkste handelssteden van Europa. Sinds de late middeleeuwen is de dominante positie van Napels echter onaangevochten gebleven 23 maart 59 n.Chr, tr. (1) met Gaius Sallustius Crispius Passienus. Uit dit huwelijk geen kinderen, tr. (2) met Gnaius Domitius Ahenobarbus1. Uit dit huwelijk een zoon.

 



Aantekeningen bij Julia Agrippina Minor.
Iulia Agrippina minor (6 november 15, Oppidum Ubiorum - 19-23 maart 59, Campanië), vanaf 50 Iulia Augusta Agrippina genoemd (PIR2 I 641), beter bekend als Agrippina de Jongere of Agrippina minor, was een prominent lid van de Julisch-Claudische dynastie: ze was achtereenvolgens de zus (Caligula), echtgenote (Claudius) én moeder (Nero) van een princeps (de destijds gebruikte titel voor de keizer van het Romeinse Rijk). Agrippina minor nam ook actief deel aan de dynastieke politiek en zou daarenboven politiek advies geven aan haar echtgenoot Claudius en haar zoon Nero.
•.
Leven.
•.
Geboorte.
Iulia Agrippina werd geboren op 6 november 15 in Oppidum Ubiorum (het huidige Keulen) als eerste dochter en vierde overlevend kind van Germanicus Iulius Caesar en Vipsania Agrippina maior.[1] Dat ze in Germania Inferior werd geboren, kwam doordat haar moeder niet wilde wijken van de zijde van haar echtgenoot Germanicus, die de legers van Germania Inferior en Superior aanvoerde. In 17 keerde het gezin terug naar Rome voor de triomftocht van haar vader op 26 mei 17, waarbij ze samen met haar broers en zus haar vader vergezelde.[2] Kort daarop trokken haar ouders weer uit op missie naar het oosten, waar Germanicus gouverneur van Syria werd, maar Agrippina bleef in Rome achter. Enkel haar jongste broer Gaius (later bekend onder de bijnaam Caligula) vergezelde haar ouders. Nadat haar vader op 10 oktober 19 onverwachts was komen te overlijden, wachtte ze met haar broers en zus haar moeder op die in 20 met de as van haar vader naar Italia terugkeerde.[3].
•.
Kleindochter van Tiberius.
Nu haar vader overleden was, verdween Agrippina meer naar de achtergrond. Ze duikt in 28 pas opnieuw op in de historische bronnen, toen haar grootvader Tiberius haar liet huwen met Gnaius Domitius Ahenobarbus.[4] Haar nieuwe echtgenoot behoorde ook tot de Julisch-Claudische dynastie, want hij was een zoon van Antonia maior (een dochter van Augustus' zus Octavia Thurina minor). Dit was dan ook een van de redenen waarom hij in 32 als consul een volledig jaar mocht aanblijven (een ongewoon eerbetoon in de tijd van het principaat).[5].
In 37 beschuldigde de praefectus praetorio Naevius Sutorius Macro Domitius echter van overspel met een zekere Albucilla en van afvalligheid van de princeps Tiberius.[6] Het is niet precies bekend waarom Macro Domitius uit de weg wilde ruimen. Mogelijk ambieerde hij zelf de troon[7] of had hij naar Macro's zin teveel invloed op Gaius Caligula, de verwachte opvolger.[8] Door de dood van Tiberius werd Gnaius echter gered.[9].
•.
Zus van Caligula.
Wanneer op 16 maart 37 Tiberius overlijdt, wordt Agrippina's broer Gaius (Caligula) princeps. Hierdoor werd Agrippina naaste familie van de princeps. Op 15 december van dat jaar bracht ze bij zonsopgang te Antium - waar haar echtgenoot een villa had - een zoon ter wereld.[10] Toen ze haar boorling voorstelde aan haar broer en vroeg welke naam ze hem moest geven (in de hoop dat Caligula, die nog geen mannelijke nakomeling had, haar zoon mogelijk zou adopteren), stelde deze echter de naam voor van Claudius, die toen het mikpunt van spot was aan het keizerlijke hof.[11] Het kind zou uiteindelijk Lucius Domitius Ahenobarbus worden genoemd, maar later onder de naam Nero als princeps de geschiedenis ingaan.
•.
Sestertius met aan de voorzijde een buste van Caligula en de legende C CAESAR AVG GERMANICVS PON M TR PO en aan de keerzijde zijn zussen Iulia Agrippina (als Securitas), Iulia Drusilla (als Concordia) en Iulia Livilla (als Fortuna) en de legende AGRIPPINA DRVSILLA IVLIA met in de afsnede S C. (Bron: CNG Coins.)Caligula, die zijn aanspraken vooral te danken had aan zijn familiebanden, schoof in zijn dynastieke propaganda zowel zijn overleden ouders als zijn zussen naar voren. Zo kende hij hen voorrechten toe die aan Vestaalse maagden toebehoorden (waaronder goede zitplaatsen tijdens de spelen en onschendbaarheid).[12] Hij liet ook munten slaan met aan de voorzijde zijn buste en aan de keerzijde zijn drie zussen, iets wat in Rome nog niet eerder was gebeurd. Caligula voegde hen zelfs toe aan de eed van trouw, waarbij men moest zweren: « Noch mijzelf en mijn kinderen heb ik meer lief dan Gaius en zijn zussen. »[13] En ook in consulaire voorstellen moest volgende frase worden opgenomen: « Dat het goede en het geluk zou zijn van Gaius Caesar en zijn zussen. »[14] En reeds voordien hadden de priesters en magistraten in hun formules om het welzijn van de princeps en de res publica af te smeken de namen van diens drie zussen opgenomen.[15].
Caligula ging in zijn propageren van zijn zussen zover, dat hij hen om beurten de plaats die normaal gezien was voorbehouden voor een echtgenote (dus Iunia Claudilla) toekende: « en bij een rijkelijk gastmaal lag telkens een [van zijn zussen] afwisselend aan zijn rechterkant, zijn echtgenote aan de andere kant aanliggend. »[16] Hierdoor deed de roddel de ronde dat Gaius een incestueuze relatie had met zijn zussen, met een duidelijke voorkeur voor Iulia Drusilla.[17] Voor Agrippina en Livilla schijnt hij in mindere mate in liefde te zijn ontvlamd, want er werd beweerd dat hij hen ook « vaak aan zijn schandknapen zal hebben aangeboden ».[18] Hoewel ze was getrouwd met Domitius, zou Agrippina op schaamteloze wijze avances hebben gemaakt naar Servius Sulpicius Galba (de latere princeps), die echter geen interesse in haar toonde en toegewijd was aan zijn vrouw. Op een bepaald moment zou Galba's schoonmoeder Agrippina in het gezelschap van andere matronae een publieke reprimande en een slag in haar gezicht hebben gegeven.[19].
•.
Toen op 10 juni 38 haar zus Iulia Drusilla stierf, was Caligula hier zo van aangedaan dat hij een algemene rouw afkondigde, haar een staatsbegrafenis gaf en de senaat zelfs wist te overhalen haar te vergoddelijken.[20] Toch schijnt haar dood geen directe invloed te hebben gehad op de positie van Agrippina en Livilla, die nog steeds op provinciale munten werden afgebeeld - samen met de vergoddelijkte Drusilla.[21].
•.
In 39 werden Agrippina en Livilla, samen met hun neef langs moederskant en Drusilla's weduwenaar Marcus Aemilius Lepidus, beschuldigd van een mislukte aanslag op het leven van Caligula met het doel Lepidus als princeps aan te stellen.[22] In deze samenzwering zou ook Gnaius Lentulus Gaetulicus, de legatus Augustus pro praetore van Germania Superior, betrokken zijn geweest, hoewel de bronnen onduidelijk zijn over de relatie tussen Gaetulicus en Lepidus. Agrippina en Livilla werden bovendien beschuldigd van overspel met Lepidus.[23] Er is weinig bekend over deze samenzwering en de achterliggende redenen.[24] Tijdens het proces tegen Lepidus aarzelde Caligula niet om zijn zussen aan te klagen wegens overspel en hij zou zelfs brieven in het handschrift van zowel Lepidus als van zijn zussen hebben gefabriceerd waarin werd beschreven hoe ze hem zouden hebben willen vermoorden.
•.
Lepidus werd geëxecuteerd door een tribunus die zijn keel doorsneed.[25] Agrippina en Livilla werden door hun broer verbannen naar de Pontijnse Eilanden.[26] Ook Ofonius Tigellinus werd verbannen op beschuldiging van overspel met Agrippina.[27] Caligula zou hun meubels, juwelen, slaven en vrijgelatenen in Gallia verkopen.[28] In januari 40 stierf Domitius aan waterzucht te Pyrgi.[29] Hun zoon Lucius (de latere princeps Nero) leefde intussen bij zijn tante Domitia Lepida, nadat Caligula zijn erfenis van hem had afgenomen.[30] Op 24 januari 41 werden Caligula, zijn echtgenote Milonia Caesonia, en hun dochtertje Iulia Drusilla vermoord.[31] En totaal onverwachts werd Agrippina's oom Tiberius Claudius Drusus door de Praetoriaanse Garde uitgeroepen tot nieuwe princeps.[32].
•.
Nicht van Claudius.
Claudius liet Agrippina en Livilla uit ballingschap terugkeren.[33] Livilla keerde terug naar haar echtgenoot, terwijl Agrippina werd herenigd met haar zoon, hoewel hij inmiddels van haar vervreemd was.[34] Claudius liet ook de erfenis van Lucius herstellen en zorgde ervoor dat Gaius Sallustius Passienus Crispus en Domitia (Lucius' tante) scheidden, zodat Crispus met Agrippina zou kunnen trouwen.[35] Toen Agrippina terugkeerde, had zij immers niets (dus ook geen echtgenoot) om naar terug te keren. Agrippina trouwde met Crispus als haar tweede echtgenoot en hij werd een stiefvader voor Lucius.[36] Crispus was een vooraanstaande, invloedrijke, geestige, rijke en machtige man, die tweemaal consul was. Hij was de aangenomen kleinzoon en biologische achterachterneef van de historicus Sallustius. Er is weinig over hun relatie bekend.
•.
Messalina met haar zoontje Tiberius Claudius Germanicus (Louvre, Ma 1224).Toen Claudius princeps werd was hij reeds getrouwd met Valeria Messalina, met wie hij een dochter Claudia Octavia had. Deze Messalina was Agrippina's nicht langs vaderskant. Kort na de aanvang van Claudius' principaat baarde ze Claudius een zoon Tiberius Claudius Germanicus (later Britannicus genoemd).[37] Hoewel Agrippina veel invloed had, hield zij zich erg op de achtergrond en bleef zij weg van het keizerlijke paleis en de rechtbank van de princeps.[34].
•.
In 47 stierf Crispus[38] en tijdens zijn begrafenis deed het gerucht de ronde dat Agrippina Crispus had vergiftigd om zijn eigendom te verwerven.[39] Agrippina bleef inderdaad achter als een zeer rijke weduwe. Het gerucht deed intussen de ronde dat Messalina moordenaars had uitgezonden om Lucius te wurgen tijdens diens middagdutje, omdat zij besefte dat Agrippina's zoon een bedreiging kon vormen voor de positie van haar eigen zoon. De moordenaars zouden echter zijn gevlucht toen ze een slang van onder Lucius' kussen tevoorschijn meenden te zien komen - dit zou feitelijk een slangenvel zijn geweest dat Agrippina in een gouden armband zou laten verwerken als amulet voor haar zoon.[40].
•.
Het is mogelijk dat Agrippina zich terugtrok op een van de door haar geërfde eigendommen, zoals het landgoed van haar overleden echtgenoot in Tusculum[41] Later dat jaar tijdens de ludi Saeculares zouden zowel Lucius als Tiberius (die sinds 43 de bijnaam Britannicus droeg) de twee groepen bij de Troiae ludus leiden, maar het was Lucius die het meeste applaus kreeg - volgens Tacitus omwille van zijn afstamming van de immens populaire Germanicus.[42] En dit straalde af op beider moeders: Agrippina en Messalina.
•.
In 48, na de executie van Messalina,[43] overwoog Claudius al snel weer (voor de vierde keer) te hertrouwen.[44] Rond deze tijd werd Agrippina de minnares van een van de adviseurs van Claudius, de voormalige Griekse libertus (vrijgelaten slaaf) Pallas.[45] In die tijd bespraken Claudius' adviseurs welke vrouw Claudius zou moeten huwen.[46] Claudius had de reputatie door zijn vrouw en vrijgelaten slaven te worden overheerst.[47].
•.
Het was in datzelfde jaar dat de praetor Lucius Iunius Silanus, familie van Agrippina en verloofd met Claudius’ dochter Claudia Octavia, door Lucius Vitellius - die zou zijn opgestookt door Agrippina - valselijk werd beschuldigd van ongepaste relaties met zijn zus Iunia Calvina.[48] Daarop brak Claudius de verloving af en dwong hij Silanus om af te treden als praetor.[48] Silanus zou uiteindelijk zelfmoord plegen op de dag dat Agrippina trouwde met haar oom en begin 49 werd Iunia Calvina uit Italia verbannen.[49].
•.
Pallas raadde Claudius aan Agrippina te trouwen. Pallas wees de princeps erop, dat haar zoon de kleinzoon was van zijn overleden broer Germanicus: door met haar te trouwen zou Claudius deze tak van de gens Claudia terug verbinden met de domus Augusta.[50] Voor Agrippina's verleiding van Claudius, kon ze gebruik maken van haar voorrecht als nicht haar oom te kussen en liefkozen.[51] En Claudius bezweek uiteindelijk voor haar charmes. Omdat een huwelijk tussen oom en nicht als incestueus werd beschouwd, moest een dergelijk huwelijk eerst worden toegestaan door de senaat. Een bondgenoot werd gevonden in de persoon van Lucius Vitellius, de censor van 48. Deze haalde als voornaamste argumenten Agrippina's vruchtbaarheid en zedelijkheid aan.[52] Wat echter opviel was dat zowel voor als na zijn huwelijk met Agrippina, Claudius haar in toespraken noemde als zijn « dochter en pleegkind, op zijn schoot geboren en getogen ».[53].
•.
Echtgenote van Claudius.
De Gemma Claudia met respectievelijk Claudius en Agrippina minor en Germanicus en Agrippina maior afgebeeld lijkt de dynastieke bedoelingen van het huwelijk tussen deze twee eersten aan te duiden (Kunsthistorisches Museum Wien).Agrippina en Claudius trouwden bij het begin van het jaar 49.[54].
Door haar huwelijk met Claudius werd Agrippina de stiefmoeder van Claudia Antonia (Claudius' enige kind uit zijn huwelijk met Aelia Paetina), Claudia Octavia en Britannicus (beiden kinderen van de geëxecuteerde Valeria Messalina).[55] Met Britannicus leek het echter niet goed te boteren.[56] Om haar zoon Lucius van een goede opvoeding te voorzien, liet Agrippina de verbannen filosoof-senator Lucius Annaeus Seneca terugkeren naar Rome als tutor voor haar zoon. Bovendien liet zij hem meteen aanstellen als praetor.[57] Hierdoor wist ze aan populariteit te winnen. Intussen werd ook propaganda ingezet om het imago van Claudius en Agrippina op te vijzelen, door ze bijvoorbeeld te presenteren als pendante van het ideale "prinsenpaar" Germanicus en Agrippina maior, de ouders van Agrippina minor, op de zogenaamde Gemma Claudia (zie afbeelding 4).
•.
Op 25 februari 50 adopteerde Claudius zijn stiefzoon Lucius Domitius Ahenobarbus wiens naam voortaan Nero Claudius Caesar Drusus Germanicus was.[58] Hierdoor had Claudius voortaan twee mannelijke erfgenamen, waarbij Nero voorrang zou krijgen op zijn broer Britannicus. Rond die tijd werd Agrippina het agnomen Augusta toegekend (dat voordien nooit was verleend aan de echtgenote van de nog levende princeps).[59] In datzelfde jaar zou Claudius de Oppidum Ubiorum tot colonia verheffen met de naam Colonia Claudia Ara Agrippinensium, om Agrippina's geboorte daar te herdenken.[60] Agrippina zou voortaan fungeren als een patronus voor deze colonia.[61].
•.
In 51 kreeg Agrippina het recht zich te verplaatsen in een carpentum, een rijtuig dat gewoonlijk werd gebruikt door priesters en voor heilige beelden.[62] In 51 werd ook Sextus Afranius Burrus, een procurator onder Livia, Tiberius en Claudius én een bekwaam soldaat, aangesteld als praefectus praetorio. Deze zou tevens instaan voor de opvoeding van Lucius, met name voor zijn militaire vorming.[63] In datzelfde jaar zou Agrippina samen met haar echtgenoot de oefeningen van de legioenen overzien, waarbij de Britse koning Caratacus haar dezelfde eer betoonde als Claudius in de overtuiging dat ze samen met Claudius de leiding had over dezen.[64].
Agrippina zou volgens onze antieke bronnen Britannicus hebben geïsoleerd door iedereen uit zijn ommiddellijke omgeving te laten uitschakelen.[65] Aldus werd in 51 Britannicus' leraar Sosibius geëxecuteerd.[66].
•.
Op 9 juni 53 trouwde Nero met Octavia, die was geadopteerd zodat hun huwelijk niet als een broer-zus-huwelijk zou worden beschouwd.[67] Dit moest de domus Augusta nauwer met elkaar verbinden.[68].
•.
In 54 werd Domitia Lepida minor, een dochter van Lucius Domitius Ahenobarbus en Antonia maior (een tante van Agrippina's zoon Nero én moeder van Messalina), ervan beschuldigd zwarte magie te hebben gebruikt tegen het leven van de vrouw van de princeps. Ook zou ze met slavenbendes in Calabria de rust in Italia hebben verstoord. Agrippina zou de beschuldigingen hebben gemaakt uit vrees dat Domitia Lepida teveel invloed zou krijgen op Nero, die haar neef was.[69].
•.
Volgens Tacitus begon Claudius zijn huwelijk met Agrippina en de adoptie van haar zoon te betreuren en zou hij Britannicus steeds meer voortrekken en hem naar voren schuiven als zijn opvolger.[70] Dit zou dan ook het voornaamste motief geweest zijn - aldus nog steeds Tacitus - om Claudius uit te schakelen.[71] De meeste antieke auteurs beschuldigden Agrippina ervan haar echtgenoot Claudius op 13 oktober 54 te hebben vermoord, hoewel ze onderling nogal verschillen in hun versies.[72].
•.
Moeder van Nero.
Na de dood van Claudius zorgde Agrippa - aldus onze bronnen - ervoor dat Nero de Praetoriaanse Garde voor zich kon winnen, door te verhinderen dat Britannicus tussenbeide kon komen.[73] Dat Nero optima mater (allervoortreffelijkste moeder) als eerste wachtwoord aan de garde zou hebben gegeven, werd gezien als erkenning dat hij zijn principaat aan haar had te danken.[74] Zonder medeweten van haar zoon, zou Agrippina eind 54 Marcus Iunius Silanus Torquatus - de oudere broer van Lucius Iunius Silanus - laten vergiftigen.[75].
Haar positie van mater principis én mater familias maakte Agrippina nog meer tot first lady van het Imperium Romanum. Net als Livia Drusilla voor haar werd ze priesteres van haar overleden vergoddelijkte echtgenoot en kreeg zij twee lictores toegekend.[76] Ze zou als eerste vrouw tijdens haar leven samen met de princeps op de voorzijde van een munt verschijnen, waarbij ze bovendien in een eerste reeks op dezelfde hoogte werd geplaatst als de princeps (zie afbeelding).[77] Deze innovatie werd niet echt gewaardeerd in Rome en kort daarop verscheen een nieuwe munt waar aan de voorzijde beiden in profiel waren afgebeeld, maar Nero's gelaat dat van Agrippina bedekte en Agrippina's titulatuur naar de keerzijde verdween.[78] Bovendien wordt beweerd dat zij van achter een gordijn de senaatszittingen volgde.[79] Toch hoeft dit niet per se te wijzen op echte (politieke) macht.[80].
•.
In de eerste maanden van Nero's regering zou Agrippina haar zoon en het rijk hebben gecontroleerd. Ze zou haar controle over Nero echter hebben verloren toen hij een affaire begon met de vrijgelatene Claudia Acte, wat door Agrippina ten zeerste werd afgekeurd.[81] In een poging haar zoon tot inkeer te brengen, zou Agrippina begonnen zijn Britannicus te steunen en dreigde zij, indien nodig, Britannicus tot princeps te maken.[82] Maar Britannicus werd op heimelijke wijze vergiftigd tijdens een banket in februari 55, naar verluidt op bevel van Nero.[83] Dit was het begin van een machtsstrijd tussen Agrippina en haar zoon.
Agrippina werd tussen 55 en 59 zeer waakzaam en hield een kritisch oog op haar zoon gericht. In 55 werd Agrippina door Nero uit het paleis verjaagd. Hij beroofde zijn moeder van al haar eerbewijzen en posities en stuurde zelfs haar Romeinse en Germaanse lijfwachten weg.[84] Nero zou zijn moeder zelfs onder druk gezet hebben te abdiceren en te gaan leven op het Griekse eiland Rhodos.[85] Agrippina's handlanger Pallas werd eveneens van het hof verwijderd.[86] De val van Pallas en de oppositie van Burrus en Seneca[87], zouden hebben bijgedragen aan Agrippina's verlies aan autoriteit.
Agrippina beriep zich nu meer en meer op haar overleden echtgenoot Claudius[88] en stelde haar hoop op Nero's echtgenote Octavia, het enige overgebleven kind van Claudius.[89] Ze scheen rond deze tijd ook een factio ("factie") rond zich te verzamelen, terwijl ze het huis van haar grootmoeder Antonia minor betrok.[90] Maar haar positie bleek volgens Tacitus al snel onhoudbaar.[91] Want Iturius en Alvisius, twee clientes van Iunia Silana, zouden haar ervan beschuldigen Rubellius Plautus, een zoon van Iulia - de kleindochter van Tiberius - en de senator Gaius Rubellius Blandus, op de troon te willen zetten en door een huwelijk met hem haar eigen macht te herwinnen.[92] Toen Nero dit vernam wenste hij onmiddellijk zijn moeder en Rubellius Plautus uit te weg te ruimen, maar de praefectus praetorio Afranius Burrus (wiens positie hierdoor werd bedreigd) wist Nero te overtuigen eerst een proces te voeren.[93] Tijdens dit proces wist Agrippina zich van elke schuld vrij te pleiten door te zeggen dat een moeder nooit een ander dan haar eigen zoon op de troon wenste te zien.[94] Ze wist haar zoon bovendien zover te krijgen dat haar aanklagers werden verbannen en haar vrienden verscheidene ambten kregen toebedeeld.[95] Hierna vernemen we tot aan het jaar van haar dood niets meer van haar in onze bronnen. Suetonius vermeldt wel dat ze tijdens deze periode in een van haar vele landgoederen in Italia verbleef.[96] Drie jaar lang zou er een relatieve vrede bestaan tussen moeder en zoon, tot deze laatste in 59 n.Chr. besloot definitief een einde te maken aan haar leven.
•.
Dood.
Hoe Agrippina aan haar einde kwam is onzeker vanwege de historische tegenstrijdigheden in de bronnen, die bovendien anti-Nero zijn. Alle overgeleverde verhalen over de dood van Agrippina spreken zichzelf en elkaar tegen en zijn over het algemeen zeer fantasierijk.
Volgens Tacitus zou Nero in 58 een buitenechtelijke relatie zijn aangegaan met de matrona Poppaea Sabina. Daar hij besefte dat Agrippina zich zou verzetten tegen een scheiding van zijn toenmalige echtgenote Claudia Octavia en een huwelijk met Poppaea, zou hij hebben besloten Agrippina te doden.[97] Maar Nero zou pas in 62 met Poppaea trouwen en bij dit door Tacitus opgeworpen motief zijn dan ook vraagtekens geplaatst.[98] Bovendien vertelt Suetonius ons dat Poppaea's echtgenoot, Marcus Salvius Otho, pas na de dood van Agrippina werd verbannen, wat er niet direct op wijst dat Poppaea voor Agrippina's dood aandrong op een huwelijk.[99] Dit motief lijkt eerder uit literaire overwegingen te zijn gekozen, omdat dit uitstekend paste in Tacitus' beeld van Nero als speelbal van vrouwen en vrijgelatenen.[100] Sommige historici stellen dat Nero's beslissing om Agrippina te doden werd gemotiveerd door haar samenzwering om Rubellius Plautus (een achterneef van Nero) op de troon te plaatsen.[101] Een ander mogelijk motief voor de moord wordt zowel bij Tacitus als bij Suetonius en bij Cassius Dio vermeld, namelijk dat er een incestueuze relatie tussen Nero en Agrippina zou zijn geweest waardoor deze laatste hem terug onder haar invloed zou hebben gebracht.[102] Zij zijn het er echter niet over eens of dit gerucht wel klopt en wie nu het initiatief hiertoe nam - Nero of Agrippina. Bovendien was het niet niet ongewoon dat principes die na hun regering negatief werden beoordeeld van incest werden beschuldigd.[103] Wat ook de aanleiding geweest moge zijn, Nero besloot uiteindelijk zijn moeder eens en voorgoed uit de weg te ruimen.
•.
Na te hebben getwijfeld tussen gif of zwaard als moordwapen, besloot Nero voor gif te gaan. Maar hij twijfelde of gif wel zou werken op een vrouw die ervan werd verdacht met vergiften al meerdere mensen het leven te hebben ontnomen en dus wel tegengif zou hebben genomen.[104] Een ander plan kwam van Anicetus, een vrijgelatene en praefectus classis te Misenum. Hij stelde voor een schip te bouwen waarvan men het deel waarop Agrippina zich bevond kon losmaken van de rest van het schip om haar aldus door verdrinking uit te schakelen en hiermee zo weinig mogelijk verdenking op zich te laden.[105] Nero besloot daarop zijn moeder uit te nodigen voor de Quinquatrus ter ere van Minerva in Baiae, waar Agrippina werd overgehaald om op de mooist versierde boot te gaan.[106] Maar toen men de boot tot zinken trachtte te brengen, liep alles fout en Agrippina wist uiteindelijk al zwemmend te ontsnappen aan een wisse dood.[107] Door dit voorval en het feit dat haar vriendin Acerronia Pollia door de scheepslui was gedood, begon Agrippina te beseffen wat haar zoon van plan was.[108] Omdat ze niet wilde dat Nero te weten zou komen dat zij hem doorhad, zond ze haar vrijgelatene, Lucius Agermus, naar haar zoon om hem te vertellen welk ongeluk zijn moeder was overkomen en door welk gelukkig toeval ze gered was van de dood. Op die manier hoopte ze Nero te misleiden.[109] Nero - die blijkbaar het nieuws van Agrippina's redding al had vernomen - was intussen zo angstig, dat hij, toen Agermus bij hem aankwam, deze een wapen voor de voeten wierp om hem vervolgens te beschuldigen in naam van Agrippina een aanslag te hebben willen plegen op zijn leven, waarna hij hem in de boeien liet slaan.[110] Omdat hij besefte (volgens Tacitus omdat Sextus Afranius Burrus hem dit ook had gezegd) dat de Praetorianen nooit de dochter van Germanicus zouden willen vermoorden, stuurde Nero Anicetus met zijn mariniers erop uit om Agrippina's villa te omsingelen.[111] Na de deuren te hebben opengebroken, zou Anicetus - volgens Tacitus samen met trierarchus Herculeius en de centurio classiarius Obaritus - haar alleen hebben aangetroffen en haar met verscheidene steken hebben omgebracht.[112] De bronnen voegen hier nog het gruwelijke detail aan toe - zij het dat sommigen hierover terughoudend zijn - dat Nero persoonlijk haar lijk kwam inspecteren en zelfs opmerkingen maakte over hoe knap zijn dode moeder wel niet was.[113] De moord werd voorgesteld als zelfmoord uit schuldbesef voor haar (vermeende) misdadige moordplannen voor Nero.[114] Diezelfde nacht nog werd ze gecremeerd op een ligbed en zolang Nero aan de macht was, zou er geen geen grafmonument voor haar worden opgericht. Na Nero's dood zouden vrijgelatenen van Agrippina echter een tumulus oprichten bij de weg naar Misenum.[115] Haar vrijgelatene Mnester, die haar brandstapel zou hebben aangestoken, pleegde daarop zelfmoord uit genegenheid voor haar of vrees voor haar zoon.[116].
•.
Agrippina's persoonlijkheid.
Agrippina's persoonlijkheid is in zowel de antieke als de moderne geschiedschrijving getypeerd als meedogenloos, ambitieus, gewelddadig en dominant. Volgens Plinius maior[117] had ze twee hoektanden aan de rechterkant van haar bovenkaak, wat werd gezien als een teken van goed fortuin. De meeste antieke auteurs beschuldigden Agrippina ervan haar echtgenoot Claudius te hebben vermoord, hoewel ze onderling nogal verschillen in hun versies.[72].
•.
Lange tijd waren oudhistorici van mening dat Agrippina een op macht beluste, manipulatieve moeder en echtgenote was die er voortdurend naar streefde haar macht uit te breiden. Zo schreef Ronald Syme haar een « more robust criminality »[118] toe, terwijl Donald R. Dudley haar een « Clytemnestra of a woman »[119] noemde. De algemene opvatting over Agrippina was die van een vrouw die over lijken ging om haar eigen positie en die van haar zoon veilig te stellen en al haar vrouwelijke listen uit de kast haalde om haar slag thuis te halen.[120] De enige die Agrippina' verdediging op zich nam en haar zelfs afschilderde als een deugdzame matrona die niets dan lof verdiende voor haar inspanningen was Guglielmo Ferrero.[121].
•.
In het meer recente onderzoek hangt men echter een genuanceerder beeld op van Agrippina. Zo benadrukt Anthony A. Barrett dat zij een belangrijke rol heeft gespeeld in de omvorming van Claudius' beleid, dat op het moment van hun huwelijk in crisis verkeerde. Zij zou Claudius hebben geholpen een nieuw evenwicht te creëren tussen princeps en senaat.[122] Hij beweert niet dat Agrippina een deugdzame vrouw was, maar plaatst wel vraagtekens bij de meest boosaardige geruchten over haar. Hij meent echter dat ze deze uitbuitte om daarmee haar tegenstanders en rivalen te imponeren.[123] Een andere recente studie over Agrippina is het postume werk van Judith Ginsburg, waarin niet Agrippina's persoonlijkheid als zodanig wordt besproken, maar wel de manier waarop ze wordt voorgesteld in de bronnen, waarvoor Ginsburg een verklaring tracht te vinden.[124] Deze visie wordt gedeeld door de Nederlandse oudhistorica Lien Foubert, die in haar biografie van Agrippina ook aangeeft dat Agrippina in de bronnen zowel positief als negatief wordt voorgesteld en dat het moeilijk valt uit te maken wat nu waar is en wat niet.[125].
•.
Agrippina in de kunst en cultuur.
•.
In de oudheid.
Als lid van de domus Augusta zou Agrippina vaak worden opgenomen in de propagandistische kunst van Caligula, Claudius en Nero. De portretten die we van Agrippina terugvinden op munten, camee's, in bustes en standbeelden stellen haar voor als ideale matrona en benadrukken de voorspoed die het rijk kende onder de heerschappij van haar familie. De vroegste afbeelding van Agrippina in de propagandistische kunst is op de keerzijde van een sestertius die werd geslagen in 37/38 door haar broer Caligula en waarop ze samen met haar twee zussen werd afgebeeld (zie afbeelding 2). Alledrie houden ze een cornucopia (hoorn des overvloeds) vast als verwijzing naar hun vruchtbaarheid. Dit wees er bovendien impliciet op dat indien Caligula zelf geen zoon zou hebben om hem op te volgen, hij nog altijd kon rekenen op de vruchtbaarheid van zijn zussen om hem van een opvolger te voorzien.[126] Agrippina is hier afgebeeld als Securitas: leunend op een zuil.[127] De twee anderen stellen op hun beurt Concordia (eendracht) en Fortuna (lot, geluk).[128].
•.
Met haar val verdween Agrippina ook uit de kunst, totdat ze onder haar oom Claudius kon terugkeren naar Rome. Daar deze laatste niet zelf tot de directe bloedverwanten van Augustus behoorde, greep hij maar al te graag de gelegenheid aan om zijn nicht voor zijn propaganda te gebruiken en dit in het bijzonder na hun huwelijk. Het nieuwe keizerlijke paar werd dan ook voorgesteld als een ideaal Romeins koppel, wat bijvoorbeeld op de zogenaamde Gemma Claudia werd benadrukt door Claudius en Agrippina minor tegenover Germanicus en Agrippina maior te plaatsen, die als het ideale paar van de domus Augusta golden (zie afbeelding 4). Agrippina werd onder Claudius ook voorgesteld als Ceres, de godin van de landbouw en vruchtbaarheid, wat haar op dezelfde hoogte plaatste als Livia die ook als Ceres werd voorgesteld.[129] Het grote verschil was echter dat beelden van Agrippina als Ceres ook in Rome verschenen en zij de eerste nog levende echtgenote van een princeps was die op munten verscheen.[130] Ook op de reeds eerder vermelde Gemma Claudia wordt Agrippina met Ceres geïdentificeerd door de corona spicea (korenarenkroon). In het Sebasteion van Aphrodisias treffen we in de portici een reliëfpaneel aan dat Agrippina en Claudius dextrarum iunctio (in elkaar leggen van de rechterhanden als teken van concordia tussen twee gehuwden, zie Romeinse huwelijk) voorstelt en waarbij Agrippina in haar linkerhand korenhalmen vasthoudt, opnieuw verwijzend naar Ceres.[131] Uit de typische uitdrukking van eendracht tussen de twee echtlieden moest ook de eendracht in de domus Augusta blijken, terwijl de associatie met Ceres verwees naar de vruchtbaarheid van het rijk.[131].
•.
Onder Nero zou Agrippina opduiken in de propagandistische kunst om Nero's legitimiteit te benadrukken, alsook als symbool van continuïteit. Zo treffen we in het Sebasteion van Aphrodisias een reliëf aan waarbij Agrippina Nero kroont, terwijl ze in haar linkerhand een cornucopia houdt (verwijzend naar Ceres).[132] Een ander voorbeeld van Agrippina's toegenomen belang in de propaganda, blijkt uit het feit dat ze vis-à-vis Nero op de voorzijde van een denarius verschijnt, waarbij haar naam als legende verscheen en Nero's naam en titulatuur naar de keerzijde werd verwezen (zie afbeelding 5, cf. supra). Maar Agrippina's portret verscheen niet enkel op denarii en aurei, ook op tetradrachmes uit Alexandrië treffen we haar portret aan op de keerzijde (zie afbeelding 6).
•.
Na de oudheid.
Een gefictionaliseerd verhaal over Agrippina vormde de basis voor Georg Friedrich Händels opera Agrippina (HWV 6) uit 1709, waarvan het libretto van de hand van Vincenzo Grimani was.[133] De figuur van Agrippina is door verschillende actrices in verschillende films en televisiereeksen neergezet, waaronder Gloria Swanson in de film Nero's Mistress uit 1956, Barbara Young in de BBC-televisieserie I, Claudius - naar de romans van Robert Graves - (waar ze Agrippinilla wordt genoemd), Ava Gardner in de epische miniserie A.D. – Anno Domini uit 1985[134], Frances Barber in de Masterpiece Theater-productie Boudica van 2003 en Laura Morante in de televisieminiserie Imperium: Nero uit 2004. Agrippina wordt gezien als de stichteres van Keulen en wordt daar nog steeds door het kleed van de jonkvrouw van het Kölner Dreigestirn gesymboliseerd.[135] De Franse oudhistoricus Pierre Grimal heeft een historische roman Mémoires d'Agrippine[136] geschreven, vertrekkend vanuit een gegeven bij Tacitus[137] dat Agrippina minor haar commentarius (memoires) zou hebben nagelaten. Hierin heeft hij getracht de memoires van Agrippina als het ware te herscheppen.
•.
[bewerk] Noten.
1. CIL I² 1, p. 249 = Inscr. It. XIII, 1, 31, p. 329, VI 2039 rr. 6-12, Tacitus, Annales XII 27.1. De datum is zeker, maar het jaar en de plaats niet. Zie T. Mommsen, Die Familie des Germanicus, in Hermes 13 (1878), pp. 245-265, J. Humphrey, The Three Daughters of Agrippina Maior, in American Journal of Ancient History 4 (1979), pp. 125-143, A.A. Barrett, Agrippina: Sex, Power and Politics in the Early Empire, New Haven - Londen, 1996, pp. 330-332, D.W. Hurley, The Politics of Agrippina the Younger's Birthplace, in American Journal of Ancient History2 2 (2003), pp. 95-117.
2. Tacitus, Annales II 41.3.
^ Tacitus, Annales II 53, III 1-2, Suetonius, Vita Gai 10.1.
^ Tacitus, Annales IV 75.1.
^ Cassius Dio, LVIII 20.1.
^ Suetonius, Vita Neronis 5.2, Tacitus, Annales VI 47-48, Cassius Dio, LVIII 27.2.
^ P.Y. Forsyth, A Treason Case of A.D. 37, in Phoenix 23 (1969), pp. 204-207.
^ L. Foubert, Agrippina. Keizerin van Rome, Leuven, 2006, p. 55.
^ Cassius Dio, LVIII 27.5.
^ Suetonius, Vita Neronis 6. Voor een vergelijking van Suetonius met andere bronnen, zie A.A. Barrett, Agrippina: Sex, Power and Politics in the Early Empire, New Haven - Londen, 1996, p. 234.
^ Suetonius, Vita Neronis 6.2.
^ Cassius Dio, LIX 3.4.
^ Suetonius, Vita Gai 15.3: Neque me liberosque meos cariores habeo quam Gaium habeo et sorores eius. Cf. Cassius Dio, LIX 9.2.
^ Suetonius, Vita Gai 15.3: Quod bonum felixque sit C. Caesari sororibusque eius.
^ Cassius Dio, LIX 3.4, 9.2.
^ Suetonius, Vita Gai 24.1: plenoque convivio singulas infra se vicissim conlocabat uxore supra cubante.
^ Flavius Josephus, Antiquitates Iudaicae XIX 204, Suetonius, Vita Gai 24.1, Aurelius Victor, De Caesaribus 3.10, Anonymus, Epitome de Caesaribus 3.4, Cassius Dio, LIX 11.1, 22.6, Eutropius, VI 12.3, Hiëronymus, Ab Abraham 178, Orosius, Historiae adversus paganos VII 5.9, Scholasticus, ad Iuvenalis, Satirae IV 81.
^ Suetonius, Vita Gai 24.3: saepe exoletis suis prostraverit.
^ Suetonius, Vita Galbae 5.1.
^ Suetonius, Vita Gai 24.2, Cassius Dio, LIX 10.8, 11.2-5, 13.8, 24.7.
^ W. Trillmich, Familienpropaganda der Kaiser Caligula und Claudius. Agrippina Maior und Antonia Augusta auf Münzen, Berlijn, 1978, pp. 108--111, S.E. Wood, Diva Drusilla Panthea and the Sisters of Caligula, in American Journal of Archaeology 99 (1995), pp. 463-464. Zie ook L. Foubert, Agrippina. Keizerin van Rome, Leuven, 2006, pp. 63-64.
^ Suetonius, Vita Divi Claudi 9.1, Vita Gai 24.3. Cf. Cassius Dio, LIX 22.6-8.
^ Suetonius, Vita Gai 24.3. Cf. Tacitus, Annales XIV 2.2, Cassius Dio, LIX 22.6, 8.
^ Voor een uitgebreide bespreking van de val van Agrippina en Livilla, zie L. Foubert, Agrippina. Keizerin van Rome, Leuven, 2006, pp. 64-68.
^ Seneca minor, Epistulae IV 7.
^ Suetonius, Vita Gai 29.1, Cassius Dio, LIX 22.8.
^ Cassius Dio, LIX 23.9.
^ Suetonius, Vita Gai 39.1.
^ Suetonius, Vita Neronis 5.2.
^ Suetonius, Vita Neronis 6.3. Agrippina was waarschijnlijk al in ballingschap toen haar echtgenoot overleed, zie A.A. Barrett, Agrippina: Sex, Power and Politics in the Early Empire, New Haven - Londen, 1996, p. 70.
^ Suetonius, Vita Gai 59. Cf. Flavius Josephus, Antiquitates Iudaicae XIX 195-200, Cassius Dio, LIX 29.7.
^ Flavius Josephus, Antiquitates Iudaicae XIX 102, Cassius Dio, LX 1.
^ Cassius Dio, LX 4.1.
^ a b Suetonius, Vita Neronis 6.4.
^ Suetonius, Vita Neronis 6.3.
^ Plinius maior, Naturalis Historia XV 91.
^ Suetonius, Vita Divi Claudi 27, Cassius Dio, LX 12.5.
^ Scholasticus, ad Iuvenalis, Satirae IV 81, Suetonius, Vita Neronis 6.3.
^ Martialis, Epigrammata X 2 v. 10, Scholasticus, ad Iuvenalis, Satirae IV 81, Suetonius, Vita Neronis 6.3.
^ Suetonius, Vita Neronis 6.4. Cf. Tacitus, Annales XI 11.3. Een variant op dit thema: Cassius Dio, LXI LXI 2.4.
^ Plinius maior, Naturalis Historia XV 91; A.A. Barrett, Agrippina: Sex, Power and Politics in the Early Empire, New Haven - Londen, 1996, pp. 86-88.
^ Suetonius, Vita Neronis 7.1, Tacitus, Annales XI 11-12.1. K.R. Bradley, Suetonius' Life of Nero: A Historical Commentary, Brussel, 1978, p. 53, H.W. Benario, Tacitus Annals 11 and 12, Lanham - Londen - New York, 1983, pp. 94-96.
^ Suetonius, Vita Divi Claudi 26.2, Tacitus, Annales XI 26-39, Cassius Dio, LX 31.3-5.
^ Suetonius, Vita Divi Claudi 26.3, Tacitus, Annales XII 1.1.
^ Tacitus, Annales XII 25.1, 65.2, XIV 2.2.
^ Aldus Tacitus, Annales XII 1-2, 25.1, XIII 2.2.
^ Suetonius, Vita Divi Claudi 25.5, Tacitus, Annales XII 1.1, Cassius Dio, LX 31.8, 32.2.
^ a b Tacitus, Annales XII 4.
^ Tacitus, Annales XII 8.1.
^ Tacitus, Annales XII 2.3.
^ Suetonius, Vita Divi Claudi 26.3, Tacitus, Annales XII 3.1.
^ Tacitus, Annales XII 4-7. Cf. Suetonius, Vita Divi Claudi 26.3 (deze geeft enkel aan dat enkele senatoren Claudius steunden in de senaat).
^ Suetonius, Vita Divi Claudi 39.2.
^ Suetonius, Vita Divi Claudi 26.3, Tacitus, Annales XII 8.1, Cassius Dio, LX 31.8.
^ Tacitus, Annales XII 2.1.
^ Tacitus, Annales XII 26.2.
^ Suetonius, Vita Neronis 7.1, Tacitus, Annales XII 8.2, Cassius Dio, LX 32.3.
^ Tacitus, Annales XII 25-26, Suetonius, Vita Divi Claudi 27.2, Vita Neronis 7.1, Cassius Dio, LX 32.2, 33.22.
^ Tacitus, Annales XII 26.1, Cassius Dio, LX 33.2a.
^ Tacitus, Annales XII 27.1. A.A. Barrett, Agrippina: Sex, Power and Politics in the Early Empire, New Haven - Londen, 1996, pp. 114-115.
^ H. Schmitz, Die Kaiserin Agrippina als Patronin der Colonia Agrippinensium, in Gymnasium 62 (1955), pp. 429-434.
^ Tacitus, Annales XII 42.2, Cassius Dio, LX 21. R. Hälikkä, Discourses of Body, Gender and Power in Tacitus, in P. Setälë - e.a. (edd.), Women, Wealth, and Power in the Roman Empire, Rome, 2002, p. 96.
^ Tacitus, Annales XII 42.1. E.R. Parker, The Education of Heirs in the Julio-Claudian Family, in American Journal of Philology 67 (1946), pp. 45-48, D. Gillis, The Portrait of Afranius Burrus in Tacitus' Annales, in La Parola del Passato 18 (1963), pp. 5-22, M.P.O. Morford, The Training of Three Roman Emperors, in Phoenix 22 (1968), pp. 57-65, E. O'Gorman, Irony and misreading in the Annals of Tacitus, Cambridge, 1999, pp. 147-148.
^ Tacitus, Annales XII 37.4.
^ Tacitus, Annales XII 26.2, 41.3, cf. 65.2, Cassius Dio, LX 32.5. P.A. Watson, Ancient Stepmothers. Myth, Misogyny and Reality, Leiden - New York - Keulen, 1995, pp. 141----146, 192----197.
^ Tacitus, Annales XI 1.1, Cassius Dio, LX 32.5.
^ Het is niet bekend door wie ze werd geadopteerd, maar er is wel gesuggereerd dat het Lucius Vitellius is geweest (G.H. de Vries (trad. comm.), Cassius Dio. Vier keizers. Rome onder Tiberius, Caligula, Claudius en Nero, Amsterdam, 2000, p. 243 (voetnoot 45).).
^ Tacitus, Annales XII 58.1, Cassius Dio, LX 33.22, 11. Ze waren echter al in 49 met elkaar verloofd: Tacitus, Annales XII 3.2, 9, Suetonius, Vita Divi Claudi 27.2, Cassius Dio, LX 31.8.
^ Tacitus, Annales XII 64.2-65.1.
^ Tacitus, Annales XII 65.2-3.
^ Tacitus, Annales XII 66.1.
^ a b Tacitus, Annales XII 66-67, Suetonius, Vita Divi Claudi 44, Cassius Dio, LXI 34; minder zeker: Flavius Josephus, Antiquitates Iudaicae XX 148, 152, Flavius Philostratus, Vita Apollonii V 32.
^ Tacitus, Annales XII 68-69, Suetonius, Vita Divi Claudi 45.
^ Tacitus, Annales XIII 2.2, Suetonius, Vita Neronis 9.
^ Tacitus, Annales XIII 1.1.
^ Tacitus, Annales XIII 2.2.
^ A.A. Barrett, Agrippina: Sex, Power and Politics in the Early Empire, New Haven - Londen, 1996, p. 152, S.E. Wood, Imperial Women: A Study in Public Images, 40 B.C.-A.D. 68, Leiden, 1999, p. 293, W. Eck, Die iulisch-claudische Familie: Frauen neben Caligula, Claudius und Nero, in H. Temporini-Gräfin Vitzhum (ed.), Die Kaiserinnen Roms: von Livia bis Theodora, München, 2002, pp. 151-152. Het moet ook worden opgemerkt dat Marcus Antonius zich al eerder vis-à-vis zijn echtgenote Octavia Thurina minor had laten afbeelden op de voorzijde van munten, maar - en hierin lag de innovatie van de munt van Nero en Agrippina - zonder de naam van de vrouw in de legende te vermelden (zie CNGcoins.).
^ L. Foubert, Agrippina. Keizerin van Rome, Leuven, 2006, p. 104.
^ Tacitus, Annales XIII 5.
^ M.T. Griffin, Nero: the End of a Dynasty, New Haven - Londen, 1985, pp. 39-40, A.A. Barrett, Agrippina: Sex, Power and Politics in the Early Empire, New Haven - Londen, 1996, p. 153.
^ Tacitus, Annales XIII 12-13.1, Cassius Dio, LXI 7.1-2.
^ Tacitus, Annales XIII 14.2.
^ Tacitus, Annales XIII 15.3-17, Suetonius, Vita Neronis 33.2-3, Cassius Dio, LXI 7.4.
^ Tacitus, Annales 18.3-21, Suetonius, Vita Neronis 34.1, Cassius Dio, LXI 8.4-6.
^ Suetonius, Vita Neronis 34.1.
^ Tacitus, Annales XIII 14.1.
^ Tacitus, Annales XIII 2.
^ Tekenen van een afzetten van de kant van Nero tegen Claudius, blijkt o.a. uit het feit dat de tempel van divus Claudius (Suetonius, Vita Divi Claudi 45, Vita Divi Vespasiani 9.1.) pas onder Vespasianus zou worden afgewerkt en het meer en meer wegvallen van divi filii (« gods zoon ») op munten (cf. D. Hurley, art. Agrippina the Younger (Wife of Claudius), in DIR (2004) (voetnoot 33).
^ Tacitus, Annales XIII 18.2.
^ Tacitus, Annales XIII 18.2-3.
^ Tacitus, Annales XIII 19.1.
^ Tacitus, Annales XIII 19.3.
^ Tacitus, Annales XIII 20.
^ Tacitus, Annales XIII 21.
^ Tacitus, Annales XIII 21.6-22.
^ Suetonius, Vita Neronis 34.1. Cf. Tacitus, Annales XIV 3.1.
^ Tacitus, Annales XIV 1.1. Cf. Cassius Dio, LXI 11.2-4.
^ A. Dawson, Whatever Happened to Lady Agrippina?, in The Classical Quarterly 64 (1969), p. 264, F. Holztrattner, Poppaea Neronis potens. Die Gestalt der Poppaea Sabina in den Nerobüchern des Tacitus. Mit einem Anhang zu Claudia Acte, Gras - Horn - Wenen, 1995, pp. 41-49. Cf. L. Foubert, Agrippina. Keizerin van Rome, Leuven, 2006, p. 109. Dat het jaar 62 v.Chr. in het werk van Tacitus een keerpunt vormt, heeft vooral te maken met het literaire karakter van diens werk, zie: M. Kleijwegt, Nero's Helpers: The Role of the Neronian Courtier in Tacitus' Annals, in Classics Ireland 7 (2000), art. 5.
^ Suetonius, Vita Othonis 3.
^ L. Foubert, Agrippina. Keizerin van Rome, Leuven, 2006, p. 109. Cf. R.D. Scott, The Death of Nero's Mother (Tacitus, Annals, XIV, 1-13), in Latomus 33 (1974), pp. 111-113, E.M. Iovane, Paura e angoscia in Tacito. Implicazioni ideologiche e politiche, Napels, 1989, pp. 34-39, P.H. Schrijvers, Nero-Agrippina als historische roman, in Lampas 24 (1991), pp. 346-358.
^ R.S. Rogers, Heirs and Rivals to Nero, in Transactions and Proceedings of the American Philological Association 86 (1955), p. 202.
^ Tacitus, Annales XIV 2, Cassius Dio, LXI 11.3-4, Suetonius, Vita Neronis 28.2.
^ H.G. Mullens, The Women of the Caesars, in Greece & Rome 11 (1942), pp. 59-66, A.H. Krappe, La fin d'Agrippina, in Revue des Études Anciennes 42 (1940), pp. 467-471.
^ Tacitus, Annales XIV 3.1-2. Cf. Suetonius, Vita Neronis 34.2.
^ Tacitus, Annales XIV 3.3. Zie ook: L. Herrmann, À propos du navire d'Agrippine, in Revue des Études Anciennes 29 (1927), pp. 68-70, C. Ferone, Suet. Nero 34 e la nave di Agrippina, in Rheinisches Museum für Philologie 147 (2004), pp. 80-87.
^ Tacitus, Annales XIV 4, Suetonius, Vita Neronis 34.2, Cassius Dio, LXI 12.2-13.2.
^ Tacitus, Annales XIV 5, Suetonius, Vita Neronis 34.3, Cassius Dio, LXI 13.3-4.
^ Tacitus, Annales XIV 5.3-6.1. Cf. Cassius Dio, LXI 13.3.
^ Tacitus, Annales XIV 6.2, Suetonius, Vita Neronis 34.3. Cf. Cassius Dio, LXI 13.4.
^ Tacitus, Annales XIV 7.6, Suetonius, Vita Neronis 34.3, Cassius Dio, LXI 13.4.
^ Tacitus, Annales XIV 8.2, Cassius Dio, LXI 13.4-5.
^ Tacitus, Annales XIV 8.4-5, Cassius Dio, LXI 13.5.
^ Tacitus, Annales XIV 9.1, Suetonius, Vita Neronis 34.4, Cassius Dio, LXI 14.2.
^ Tacitus, Annales XIV 10.3, Cassius Dio, LXI 14.3.
^ Tacitus, Annales XIV 9.1.
^ Tacitus, Annales XIV 9.2.
^ Naturalis Historia VII 1.
^ R. Syme, Tacitus, I, Oxford, 1958, p. 437.
^ D.R. Dudley, The World of Tacitus, Londen, 1968, p. 95.
^ R.H. Martin, Tacitus, Londen, 1981, p. 152, M.T. Griffin, Nero: The End of a Dynasty, Londen, 1984, p. 73, R. Mellor, Tacitus, New York - Londen, 1993, pp. 44, 53, R. Holland, Nero: the man behind the myth, Londen, 2000, pp. 45, 63.
^ G. Ferrero, The Women of the Caesars, New York, 1911, pp. 212-337.
^ A.A. Barrett, Agrippina: Sex, Power and Politics in the Early Empire, New Haven - Londen, 1996, pp. xiii; cf. 130-131, 136, 146, 159.
^ A.A. Barrett, Agrippina: Sex, Power and Politics in the Early Empire, New Haven - Londen, 1996, pp. xiv-xv, 154-155.
^ J. Ginsburg - ed. E. Gruen, Representing Agrippina: Constructions of Female Power in the Early Roman Empire, Oxford - New York, 2006, pp. 5--8.
^ L. Foubert, Agrippina. Keizerin van Rome, Leuven, 2006, pp. 127-130.
^ S.E. Wood, Diva Drusilla Panthea and the Sisters of Caligula, in American Journal of Archaeology 99 (1995), p. 461, L. Foubert, Agrippina. Keizerin van Rome, Leuven, 2006, p. 59.
^ Deze identificatie is recentelijk echter betwijfeld: U.W. Gottschall, art. Securitas, in LIMC VIII 1 (1997), p. 1093. Cf. M. Grant, Roman imperial money, Londen - New York, 1954, p. 143 (Salus-Securitas).
^ Voor een ruimere bespreking van deze munt: zie J. Ginsburg - ed. E. Gruen, Representing Agrippina: Constructions of Female Power in the Early Roman Empire, Oxford - New York, 2006, pp. 65---69.
^ M.B. Kozakiewicz, The Imagery of Ceres in the Presentation of Imperial Women in the Julio-Claudian Period, diss. University of Alberta, 1998. Cf. L. Foubert, Agrippina. Keizerin van Rome, Leuven, 2006, pp. 93-96.
^ L. Foubert, Agrippina. Keizerin van Rome, Leuven, 2006, p. 94.
^ a b L. Foubert, Agrippina. Keizerin van Rome, Leuven, 2006, p. 96.
^ R.R.R. Smith, The Imperial Reliefs from the Sebasteion at Aphrodisias, in Journal of Roman Studies 77 (1987), pp. 127-132, S.E. Wood, Imperial Women: A Study in Public Images, 40 B.C.-A.D. 68, Leiden, 1999, pp. 301-302, L. Foubert, Agrippina. Keizerin van Rome, Leuven, 2006, p. 104.
^ M. Boyden, The Rough Guide to Opera, Londen, 20023, pp. 57-58.
^ IMDb Search: Agrippina.
^ art. Dreigestirn, www.koelner-karneval.info.
^ P. Grimal, Mémoires d'Agrippine, Parijs, 1992. ISBN 2877061523.
^ Tacitus, Annales IV 53.2. Cf. Plinius maior, Naturalis Historia VII 46.
•.
Antieke bronnen.
- Plinius maior, Naturalis Historia.
- Flavius Josephus, Antiquitates Iudaicae.
- Tacitus, Annales.
- Suetonius, Vita Tiberi, Vita Gai, Vita Claudi.
- Cassius Dio, Historia Romana.
- Flavius Philostratus, Vita Apollonii.
•.
Referenties.
- A.A. Barrett, Agrippina: Sex, Power and Politics in the Early Empire, New Haven - Londen, 1996. ISBN 041520867X.
- H.W. Benario, Tacitus Annals 11 and 12, Lanham - Londen - New York, 1983. ISBN 0819134805.
M. Boyden, The Rough Guide to Opera, Londen, 20023. ISBN 1858287499.
- K.R. Bradley, Suetonius' Life of Nero: A Historical Commentary, Brussel, 1978. ISBN 2870310072.
G.H. de Vries (trad. comm.), Cassius Dio. Vier keizers. Rome onder Tiberius, Caligula, Claudius en Nero, Amsterdam, 2000. ISBN 9025308716.
- W. Eck, Die iulisch-claudische Familie: Frauen neben Caligula, Claudius und Nero, in H. Temporini-Gräfin Vitzhum (ed.), Die Kaiserinnen Roms: von Livia bis Theodora, München, 2002, pp. 103-163. ISBN 3406495133.
- L. Foubert, Agrippina. Keizerin van Rome, Leuven, 2006. ISBN 9058264025.
- D. Gillis, The Portrait of Afranius Burrus in Tacitus' Annales, in La Parola del Passato 18 (1963), pp. 5-22.
J. Ginsburg - ed. E. Gruen, Representing Agrippina: Constructions of Female Power in the Early Roman Empire, Oxford - New York, 2006. ISBN 0195181417.
M.T. Griffin, Nero: the End of a Dynasty, New Haven - Londen, 1985. ISBN 0415214645.
- R. Hälikkä, Discourses of Body, Gender and Power in Tacitus, in P. Setälë - e.a. (edd.), Women, Wealth, and Power in the Roman Empire, Rome, 2002, pp. 75-104. ISBN 9525323021.
- J. Humphrey, The Three Daughters of Agrippina Maior, in American Journal of Ancient History 4 (1979), pp. 125-143.
- D.W. Hurley, The Politics of Agrippina the Younger's Birthplace, in American Journal of Ancient History2 2 (2003), pp. 95-117.
- T. Mommsen, Die Familie des Germanicus, in Hermes 13 (1878), pp. 245-265.
- M.P.O. Morford, The Training of Three Roman Emperors, in Phoenix 22 (1968), pp. 57-72.
- E. O'Gorman, Irony and misreading in the Annals of Tacitus, Cambridge, 1999. ISBN 0521660564.
- E.R. Parker, The Education of Heirs in the Julio-Claudian Family, in American Journal of Philology 67 (1946), pp. 29-50.
- H. Schmitz, Die Kaiserin Agrippina als Patronin der Colonia Agrippinensium, in Gymnasium 62 (1955), pp. 429-434.
- R.R.R. Smith, The Imperial Reliefs from the Sebasteion at Aphrodisias, in Journal of Roman Studies 77 (1987), pp. 88-138, afb. III-XXVI.
- W. Trillmich, Familienpropaganda der Kaiser Caligula und Claudius. Agrippina Maior und Antonia Augusta auf Münzen, Berlijn, 1978. ISBN 3110072599.
- P.A. Watson, Ancient Stepmothers. Myth, Misogyny and Reality, Leiden - New York - Keulen, 1995. ISBN 9004095713.
- S.E. Wood, Diva Drusilla Panthea and the Sisters of Caligula, in American Journal of Archaeology 99 (1995), pp. 463-464.
- S.E. Wood, Imperial Women: A Study in Public Images, 40 B.C.-A.D. 68, Leiden, 1999. ISBN 9004112812.
- Links.
- D. Hurley, art. Agrippina the Younger (Wife of Claudius), in DIR (2004).
- W. Stangl, Die jüngere Agrippina, www.wernazuma.net (1999/2000). (geïllustreerde versie zonder bibliografie).
•.

tr. (2)
met

Nn .

tr. (3)
met

Valeria Messalina.

Uit dit huwelijk 2 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Claudia     
Britannicus     



Bronnen:
1.Afgeschermd, Wikipedia


Germanicus Lulius Ceasar
Germanicus Lulius Ceasar.

tr.
met

Vipsania Agrippina Maior.

Uit dit huwelijk 6 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Julia Agrippina*15 Colonia Claudia Ara Agrippinensium [Dui] †319 Campanië [Ita]  
Nero Julius     
Drusus Julius     
Gaius Julius     
Lulia     
Lulia     


Vipsania Agrippina Maior
Vipsania Agrippina Maior.

tr.
met

Germanicus Lulius Ceasar.

Uit dit huwelijk 6 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Julia Agrippina*15 Colonia Claudia Ara Agrippinensium [Dui] †319 Campanië [Ita]  
Nero Julius     
Drusus Julius     
Gaius Julius     
Lulia     
Lulia     


Nero Julius Ceasar
Nero Julius Ceasar.


Drusus Julius Ceasar
Drusus Julius Ceasar.


Gaius Julius Ceasar (Galigula)
Gaius Julius Ceasar (Galigula).


Lulia Drusilla
Lulia Drusilla.


Lulia Livilla
Lulia Livilla.


Nero
 
Nero 1, geb. op 15 dec 371,1,1, ovl. (30 jaar oud) op 9 jun 681,1.



Aantekeningen bij Nero .
•.
Nero (Antium, 15 december 37 - Rome, 9 juni 68) was keizer van Rome van 13 oktober 54 tot 9 juni 68. Zijn oorspronkelijke naam (vóór zijn adoptie door Claudius) was Lucius Domitius Ahenobarbus. Bij zijn adoptie veranderde zijn naam in: Nero Claudius Caesar Drusus Germanicus. Toen hij keizer werd, werd zijn officiële naam: Nero Claudius Caesar Augustus Germanicus en, vanaf 66, Imperator Nero Claudius Caesar Augustus Germanicus..
Nero was de zoon van Agrippina en via haar verwant aan Gaius Iulius Caesar Octavianus (Augustus). Hij beriep zich erop een bet-achterkleinzoon van hem te zijn..
•.
Vergif.
In 50 wist Nero's moeder Agrippina te bewerkstelligen dat keizer Claudius de jonge Nero adopteerde. Ook werd de filosoof Seneca uit ballingschap teruggeroepen om als tutor van Nero te fungeren. In 53 werd hij getrouwd met de dochter van de keizer, Claudia Octavia. In oktober 54 werd Claudius door Agrippina vergiftigd en zijn zoon Britannicus vastgezet zodat Nero zonder enige concurrentie tot keizer kon worden uitgeroepen. Britannicus stierf aan tafel op 11 februari 55, vergiftigd door Nero. Volgens Tacitus werd Britannicus een drankje aangeboden dat veel te heet was. Britannicus had een proever en deze had van die hete drank geproefd. Het gif zat echter in het water dat bedoeld was om de drank af te koelen. Volgens Suetonius werd Britannicus eerst een drank met vergif toegediend, maar dit gaf Britannicus slechts een erge diarree. Daarop liet Nero zijn gifmengster in zijn eigen kamer het gif koken (om het sterker te maken) en liet het eerst testen op een bokje en vervolgens op een biggetje dat bij de eerste slok dood neerviel. Hierop liet Nero het gif aan Britannicus toedienen, waarop deze bij de eerste slok dood neerviel; Nero verklaarde aan zijn disgenoten dat Britannicus slechts een epilepsieaanval had. Het lijk werd daarop in de gutsende regen verbrand (aldus Suetonius). Zijn lijk werd onmiddellijk gecremeerd, zodat een moord niet te bewijzen was..
•.
Gedurende de eerste paar maanden van zijn keizerschap had Agrippina een aanzienlijke invloed maar na de dood van Britannicus werd zij uit het paleis verstoten zodat Nero, op 18-jarige leeftijd, alle macht in handen kreeg. Zijn belangrijkste adviseurs werden Seneca en de prefect van de Praetoriaanse garde, Burrus, die zich op het juiste moment van Agrippina hadden afgekeerd. Vier jaar later werd zij uiteindelijk in opdracht van haar eigen zoon vermoord..
•.
Vrede en welvaart.
De eerste vijf jaren van zijn keizerschap waren een gouden tijd voor Rome en het Rijk, er heerste vrede en welvaart onder het kundig advies van Seneca en Burrus. Daarna echter, hield Nero zich steeds minder bezig met het landsbestuur en gaf zich over aan zijn passies voor de Griekse cultuur, kunst, vooral toneel en muziek, maar ook drank en seks (waaronder een avontuur met een volksmeisje Acte maar ook perversiteiten). Hij liet het bestuur van het rijk feitelijk alleen nog maar over aan Seneca en Burrus..
•.
Veldtocht in het oosten.
Onderwijl werd generaal Corbulo erop uitgestuurd om de Parthen een lesje te leren. Hij trok Armenië binnen en nam Artaxata en Trigranocerta in, maar uiteindelijk zette hij toch Tiridates, de broer van de Parthische koning Vologases I weer terug op de troon, ondanks opdrachten uit Rome om de Parthen voorgoed uit dit betwiste gebied te verdrijven. Daarop werd Paetus naar het oosten gestuurd om het over te nemen, maar deze leed een smadelijke nederlaag tegen de Parthen. Daarna kreeg Corbulo het bevel weer terug en streed een succesvolle campagne. Toch was de uiteindelijke uitkomst dat Tiridates weer op de Armeense troon bevestigd zou worden door Rome..
In 62 kwam Burrus om het leven (volgens geruchten vermoord door Nero), Seneca diende zijn ontslag in nadat hij over de dood van Burrus had gehoord. Zijn ontslag werd door Nero geweigerd. Claudia Octavia werd terechtgesteld. Nero verving haar door zijn maîtresse Poppaea, ex-vrouw van zijn vroegere vriend Otho die hij eerder als gouverneur naar Lusitania (tegenwoordig Portugal) had gestuurd..
•.
Brand.
Vanaf deze tijd ging het alleen maar bergafwaarts. Nero hield zich vrijwel alleen nog maar bezig met zijn passies en trad zelfs op als dichter, zanger en acteur, maar met zijn middelmatige talenten had dat een averechts effect op zowel de senaat als het volk. Bovendien verwoestte een grote brand in 64 een groot deel van Rome. Hoewel de keizer niet in de stad was en veel deed om het leed te verzachten en de wederopbouw ter hand te nemen, deden (waarschijnlijk valse) geruchten de ronde dat hij zelf tot de brand opdracht had gegeven - vanwege het mooie schouwspel, of om plaats te maken voor een groot paleis..
•.
In de traditionele geschiedschrijving werd aangevoerd dat keizer Nero vervolgens de christenen de schuld zou hebben gegeven van de grote brand. Dat Nero de christenen, een op dat ogenblik nog betrekkelijk kleine sekte, van brandstichting betichtte en hen bestrafte waarbij wellicht ook Petrus en Paulus omkwamen, werd vroeger aangenomen, doch nu betwist. Met de door Tacitus in zijn Annales XV,44 gebruikte term chrestiani (cf. chrêstai) - dus niet christiani (cf. christos) - worden volgens taalkundigen immers geen christenen bedoeld maar woekeraars en speculanten. Bovendien werden in het oude Rome de insulae of woonblokken voor de armen beschouwd als een bijzonder lucratieve belegging voor huisjesmelkers en bouwspeculanten, dit tot onvrede van de minderbedeelden..
•.
Weelde.
Het grote en luxueuze paleis dat Nero liet bouwen in het verwoeste deel van de stad (de Domus Aurea = Gouden Huis), dat zich uitstrekte van de Palatijn tot de Esquilijn, vergrootte de reeds bestaande haat tegen de keizer. Het bevatte onder andere een enorm standbeeld van Nero van zo'n 40 meter hoog, later de Colossus genoemd. Het paleis verhinderde niet alleen een groot deel van de oorspronkelijke bewoners terug te keren naar hun woonplaats, maar verergerde ook de fiscale crisis die ontstaan was door de wederopbouw van de rest van de verwoeste gedeeltes van de stad. Het is dan ook niet verwonderlijk dat in 65 een complot tegen Nero werd gesmeed. Het lekte echter uit en Nero nam harde maatregelen..
Nero liet Tiridates in 66 persoonlijk naar Rome komen - wettelijk was dat niet nodig - om zijn bevestiging uit handen van de keizer te ontvangen. Zo werd alle moeite die Corbulo gedaan had weer ongedaan gemaakt..
•.
Einde.
Uiteindelijk betekende een op zich niet zo belangrijke opstand in 68 in Gallia, die door Verginius Rufus werd neergeslagen, het einde voor Nero (zie het vierkeizerjaar). Deze gebeurtenis was echter de aanleiding voor verschillende andere opstanden van Galba en Otho (Spanje en Portugal), Rufus (die Vindex had verslagen) en Clodius Macer in Noord-Afrika. Uiteindelijk zette de Senaat Nero af. Toen men hem kwam arresteren liet hij zich doden met de woorden Qualis artifex pereo (Wat een kunstenaar sterft er met mij...). Hij liet het Rijk bankroet en in totale chaos achter..
•.
Ref/bronnen:.
- G. Meire, De relatie van de keizers Claudius, Nero en Trajanus met de Italische steden. Een onderzoek van epigrafisch en historiografisch materiaal, diss. Universiteit Gent, 1998..
- D. Grau, art. Nero (54-68 A.D.), in DIR (2007). (fr).
H.W. Benario, art. Nero (54-68 A.D.), in DIR (2006). (en).
- D.J. Coffta, art. Nero (54-68 A.D.), in DIR (2004²). (en).

  • Moeder:
    Julia Agrippina Minor, dr. van Germanicus Lulius Ceasar en Vipsania Agrippina Maior, geb. te Colonia Claudia Ara Agrippinensium [Dui] Keulen op 6 nov 15, ovl. tussen 319 en vrijdag 11 1850  19 maart 59 n.Chr, begr. te Campanië [Ita] Campania (Nederlands: Campanië) is een regio in Zuid-Italië die in het noordwesten grenst aan Latium, in het noorden aan Molise, in het noordoosten aan Apulië, in het oosten aan Basilicata en in het westen aan de Tyrreense Zee. De regio beslaat 13.595 km² en heeft in 2004 ongeveer 6 miljoen inwoners.
    De naam van de regio is rechtstreeks van het Latijn afgeleid, de Romeinen noemden de regio namelijk Campania felix, wat gelukkig land(schap) betekent.
    De regionale hoofdstad is Napels (Napoli). De regio is opgedeeld in vijf provincies.
    Tussen 600 en 200 v. Chr was Capua de belangrijkste stad van Campania. In de vroege middeleeuwen was Amalfi een der belangrijkste handelssteden van Europa. Sinds de late middeleeuwen is de dominante positie van Napels echter onaangevochten gebleven 23 maart 59 n.Chr, tr. (1) met Gaius Sallustius Crispius Passienus. Uit dit huwelijk geen kinderen, tr. (3) met Claudius . Uit dit huwelijk geen kinderen.
 



Bronnen:
1.Afgeschermd, Wikipedia

Dossier:


Nn
Nn .

tr.
met

Claudius , tr. (1) met Julia Agrippina Minor. Uit dit huwelijk geen kinderen, tr. (3) met Valeria Messalina. Uit dit huwelijk 2 kinderen.


Valeria Messalina
Valeria Messalina.

tr.
met

Claudius , tr. (1) met Julia Agrippina Minor. Uit dit huwelijk geen kinderen, tr. (2) met Nn . Uit dit huwelijk geen kinderen.

Uit dit huwelijk 2 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Claudia     
Britannicus     

')}