Oorlogsmonument bij de Ned. Herv. Kerk van Marum voor de 16 slachtoffers. Het monument staat aan de Noorderringweg 41. 9363 HA te Marum, naar een ontwerp van Willem Valk
Foto: Oorlogsmonument bij de Ned. Herv. Kerk van Marum voor de 16 slachtoffers. Het monument staat aan de Noorderringweg 41. 9363 HA te Marum, naar een ontwerp van Willem Valk. Bron: Wikimedia Commons.(3).

 

Steven van der Wier


Steven van der Wier was een flink uit de kluiten gewassen schooljongen, die woonde op een boerderij aan de Haarsterweg tussen Marum en Frieschepalen. Steven hield van al die dingen die de meeste kinderen fijn vinden. Als hij vrij was van school klom hij in bomen en sprong over sloten. Als het voorjaar was zocht hij kikkervisjes en bewaarde ze in een jampotje, tot ze pootjes kregen en ze hun lange zwiebelstaartjes kwijtraakten. Soms vond Steven een nest met kievitseieren of lag hij op zijn buik in een weiland te kijken naar een ooievaar of reiger, aan de kant van de sloot. Toen hij wat groter werd maakte hij vliegers, prutste aan oude fietsen en hielp thuis mee op de boerderij. Steven was het tweede kind uit het tweede huwelijk van zijn vader. Hij was een resolute, vriendelijke jongen met een levendige belangstelling voor alles wat er om hem heen gebeurde. Als de ouderen over de oorlog praatten, luisterde Steven met gespitste oren. Hoe vaak had hij het verhaal niet gehoord van zijn oudere broer Uitze, die in de meidagen van 1940 als soldaat tegen de Duitsers had gevochten (1).

 

Stakingen

 

In 1943 werd door 'Wehrmachtsbefehlshaber' generaal F.Christiansen aangekondigd dat 300.000 Nederlandse militairen alsnog in krijgsgevangenschap zouden worden afgevoerd. Dit nieuws verspreidde zich als een lopend vuurtje door Nederland, nog voordat de officiële bekendmaking in de avondbladen van donderdag 29 april 1943 verscheen. Drukkerij Smit aan de Telgen in Hengelo had diezelfde middag het nieuws namelijk al op de ruiten van de drukkerij geplakt, zodat iedere voorbijganger het onheilspellende bericht kon lezen. Als protest tegen deze maatregel brak spontaan overal in Nederland de April-Meistaking uit. Telefonistes in Hengelo gaven het bericht door aan collega's in andere plaatsen: 'Hengelo staakt - staakt u ook?' (2).

De bezetter reageerde furieus. Met goedkeuring van dr. Seyss-Inquart werd het 'Polizei-Standgericht' ingevoerd. De bedrijfsfunctionarissen kregen het bevel om maandag 3 mei 1943 het werk te hervatten. Mensen die geen gehoor gaven aan deze oproep, konden op zware straffen rekenen. Het gevolg was dat de meeste arbeiders weer aan de slag gingen. Slechts enkelen besloten onder te duiken (2).

 

In het Westerkwartier wilde men de Duitsers tonen dat men de Nederlandse mannen niet wilde laten gaan om in Duitsland te werken. Er brak een staking uit die het leven snel verlamde. Winkels gingen dicht, de boeren leverden geen melk meer aan de zuivelfabrieken. Bootjes waarmee de melk naar de zuivelfabriek werd gevaren, liet men zinken. Melkwagens werden onklaar gemaakt, zodat de melkbussen niet bij de boerderijen konden worden opgehaald. Ook in De Haar, een langgerekte streek tussen Marum en Frieschepalen bij de Fries-Groningse grens was de staking het gesprek van de dag. De mensen lieten het werk rusten en stonden in groepjes langs de weg om de situatie te bespreken. Zondagsavonds kwamen groepen jongelui aan de Haarsterweg samen. Ze stonden in een wijde kring en zongen met felle overtuiging vaderlandse liederen. Ze konden niet vermoeden hoe meedogenloos de vijand nog geen dag later zou toeslaan! Al in het najaar van 1940 waren de Duitsers begonnen in Trimunt, een paar kilometer van De Haar een radarstelling in te richten, die ze de codenaam Löwe gaven. De soldaten die deze radarpost bemanden, moesten overvliegende geallieerde toestellen peilen en de eigen nachtjagers er naartoe dirigeren. In de loop van de oorlog was dit barakkenkamp met een groot aantal betonnen bunkers en geschutsopstellingen uitgebreid. De bevolking van Marum ondervond weinig hinder van de Duitse soldaten, die het in het rustige Trimunt, ver van het front, tamelijk naar hun zin hadden. De commandant van Löwe, Ober-Leutnant Berndt was er dan ook weinig gelukkig mee, toen hem maandagmorgen, 3 mei 1943 werd gerapporteerd, dat er in het dichtbij gelegen De Haar verzetsdaden waren gepleegd. Er waren boomstammetjes over de weg gelegd, zodat het verkeer er door gehinderd werd. Na een tweede melding dat de boomstammetjes er nog lagen, voelde Ober-Leutnant Berndt zich geroepen iets te ondernemen. Hij nam telefonisch contact op met de Duitse Sicherheits Dienst (SD) in het Scholtenshuis op de Grote Markt in Groningen en kreeg instructies om streng op te treden en de verzetsacties in de kiem te smoren.

 

Bij het uitbreken van de oorlog had Uitze als grenadier in Den Haag gelegen. Zijn onderdeel was bij Ypenburg in verschrikkelijke gevechten met de Duitsers gewikkeld geraakt en had daarna moeten oprukken naar Rotterdam. Dagenlang had Uitze de verschrikkingen van de oorlog meegemaakt. Nadat de Maasstad door de Duitsers was gebombardeerd, had het Nederlandse leger zich moeten overgeven en waren onze Oosterburen hier de baas geworden. Even leek het er nog op dat ze ons volk wel met rust zouden laten. Maar al gauw werden de eerste mensen opgepakt en in de gevangenissen ge stopt. Al gauw werden de eerste doodvonnissen voltrokken. Al gauw werden de Joodse Nederlanders uit hun huizen gesleept, omdat Hitler de Joden haatte. Meer dan 100.000 Joden zouden in de loop van de oorlogsjaren van Nederland naar Polen worden vervoerd. De meesten werden in gaskamers gedood. Honderdduizenden Nederlandse mannen moesten slavenwerk doen in Duitse fabrieken. Recht was er niet. Je mocht niet meer zeggen wat je meende. Je mocht niet meer doen wat je wilde. De Duitsers waren hier de baas. En ze lieten het geducht merken ook.

 

Onrechtvaardig

 

Op donderdag 29 april 1943 ging er een schok door Nederland. De “Wehrmachts-befehlshaber in den Niederlanden”, generaal Fr. Christiansen, maakte bekend dat de Nederlandse soldaten weer in krijgsgevangenschap moesten komen. Na de oorlogsdagen van 1940 waren ze vrijgelaten en ook Uitze van der Wier had naar huis mogen terugkeren. Waarom werden ze drie jaar later plotseling weer teruggeroepen? Omdat de Duitsers dringend behoefte hadden aan duizenden werkkrachten die in hun fabrieken konden werken. De Duitse mannen vochten immers aan het front. Overal in Nederland heerste grote schrik. Opnieuw in krijgsgevangenschap? Dat nemen we niet, we gaan niet, zeiden velen. Door heel het land braken stakingen uit. Overal legden mannen en vrouwen het werk neer. De Duitsers moesten weten dat het Nederlandse volk dit onrechtvaardig besluit niet nam. Duitsers op hun beurt kondigden standrecht af en dat betekende, dat ze zonder waarschuwingen zouden schieten op iedere samenscholing. Dat het Nederlandse volk tot in zijn ziel gekrenkt was, bleek uit de scherpe reacties. In Nieuwe Pekela in de Groninger Veenkoloniën liep het volk te hoop en sleepte de NSB- burgemeester uit het gemeentehuis. Men sloeg hem een portret van NSB-leider Anton Mussert op het hoofd stuk en smeet hem in het Pekelder Diep. Eerst nadat hij het NSB-speldje van zijn jas had gehaald, mocht hij druipend van het water op de wal kruipen. Het is een wonder dat dit ernstige incident zonder bloedvergieten is afgelopen. In het hele land werden namelijk vele tientallen mensen zonder vorm van proces geliquideerd. De gebeurtenissen in Marum vormden daarbij een triest dieptepunt.

 

Boomstammetje op de weg

 

Zo reden er die maandagmorgen vier militairen onder leiding van een Feldwebel, een sergeantmajoor, op de fiets over de Haarsterweg, richting Frieschepalen. Ze zouden meteen kijken waar de wagens bleven, die met bouwmaterialen naar het kamp in Trimunt onderweg moesten zijn. Aan de Haarsterweg, niet ver van Frieschepalen vonden de Duitse soldaten werkelijk een enkel boomstammetje over de weg liggen. Ze sleepten het obstakel opzij en peddelden verder, richting Friese grens. Toen ze na enige tijd terugkwamen en ontdekten dat het boomstammetje er alweer lag, ontstaken ze in woede. Ze riepen een boer uit de omgeving en sommeerden hem, onder bedreiging van hun geweren om de boom als de weerga weg te halen. In geprikkelde stemming reden de soldaten verder. Toen ze ontdekten dat er wat verderop, bij een van de boerderijen volk samenschoolde, besloot de Feldwebel krachtig op te treden. De soldaten naderden snel en schreeuwden bevelen. De groep langs de weg stoof uiteen. Een stel jongeren, onder wie onderduikers, schoten het erf op en verdwenen in een woonhuis en een schuur.

 

Een paar ouderen, onder wie de boer Euwe de Jong, bleven staan. Euwe de Jong was een goeie veertiger, evenwichtig, zich van geen enkel kwaad bewust. Waarom zou hij wegvluchten?  Enkele soldaten bewaakten de mannen die bij de weg stonden, de andere soldaten vlogen het erf op en drongen de boerderij binnen. Alle mannen en jongens die ze vonden werden naar buiten gedreven. Onder hen waren twee zoons van de boer, de 13-jarige Foppe en de 12-jarige Marten. Ze moesten bij de anderen aan de weg gaan staan, maar hun vader, Euwe de Jong zei zacht maar niet veel nadruk: “Loop langzaam weg”. Marten volgde dat bevel op en verdween schielijk naar de buren. Foppe (die later Gereformeerd predikant in het dichtbij gelegen Leek werd) aarzelde nog even. Hij wilde het liefst niets van het gebeuren missen. Maar zijn vader herhaalde duidelijk het bevel: "Loop langzaam weg”. Ook Foppe maakte zich toen uit de groep los en verdween vlug. Als een van de laatsten werd uit de boerderij gehaald een 13-jarig vriendje van Foppe, Steven van der Wier, die zich had verstopt in het pomphok, een schuurtje naast het huis waar de melkbussen werden schoongemaakt.

 

Waarom namen de soldaten hem mee? Zagen ze niet dat hij nog maar een kind was? Steven had die morgen met zijn broers Uitze en Jelle aardappelen zullen poten, maar ze waren na het koffiedrinken naar de weg gegaan om met buurtgenoten over de staking te praten. Steven droeg een blauwe overall en daar hij nogal groot van postuur was, hebben de soldaten zich waarschijnlijk niet gerealiseerd dat ze een kind van 13 jaar gevangen namen. Steven die negen dagen later, op 12 mei zijn veertiende verjaardag zou hebben gevierd, was juist met een goed rapport overgegaan van de eerste naar de tweede klas van de Mulo.

 

Nadat de Duitsers er zich goed van overtuigd hadden dat er geen mannen meer in de boerderij van de familie De Jong waren achtergebleven, werd het groepje gevangenen, zwaar bewaakt, door de soldaten, afgevoerd. Het waren Euwe de Jong en zijn knecht Gerrit van der Vaart, landbouwer Sibbele de Wal, buurjongen Hendrik Hartholt, boerenknecht Geert Jan Diertens  de onderduikers Friedrich Ludwig van der Riet en Johannes Glas uit Dokkum die vanwege een verstuikte enkel de fiets van De Wal mocht gebruiken, de broers Karst en Jan Doornhosch en Uitze en Steven van der Wier. Wat ging er door hen allen heen? Een eindje verderop, bij de boerderij van de familie Hartholt maakten de Duitsers nieuwe gevangenen. Vader Hartholt die al op afstand had gezien dat de soldaten ook zijn zoon hadden meegenomen, was naar de weg gegaan om de Duitsers tot andere gedachten te brengen. Maar van de soldaten was niets goeds te verwachten. Ook vader Hartholt werd gevangen genomen. De soldaten renden met het geweer in aanslag het erf op en arresteerden zijn twee andere zoons Dirk en Albert Hartholt, verder Jelle van der Wier, een broer van Uitze en Steven en Berend Assies, die verloofd was met een dochter van de familie Hartholt. Hij was pas een half uur voor de Duitse overval bij de boerderij gearriveerd. Ondanks de protesten van hem en zijn verloofde werd ook Berend Assies gevangen genomen.

 

Zestien gevangenen

 

En zo gingen daar op die maandagmorgen over de Haarsterweg 16 mannen en jongens, bewaakt door Duitse soldaten, met de fiets aan de hand en het geweer schietklaar. Hebben de gearresteerden de ernst van de situatie ingezien? Waarschijnlijk niet. Ze voelden zich niet schuldig en ze moesten gehoopt hebben dat ze na ondervraging snel op vrije voeten zouden komen. Als het aan de commandant van de radarstelling Löwe in Trimunt had gelegen was het hele incident ook wel met een sisser afgelopen.

 

Duitse majoor Johann Mechels

 

Maar het lot van de gevangenen zou worden bezegeld door de 46-jarige Duitse majoor Johann Mechels van de SD, die  ‘s morgens vanaf het Scholtenshuis in Groningen in zijn groene gevechtswagen met twee overvalwagens het Westerkwartier was ingetrokken. Mechels was juist een dag eerder belast met de handhaving van rust en orde in de drie noordelijke provincies en hij was van plan zijn macht op overduidelijke manier te demonstreren. Hij reed door het Westerkwartier en ontdekte dat er inderdaad gestaakt werd, dat men melkbussen over de straat had laten leeglopen en dat er samenscholingen waren. In het dorp Marum werd door majoor Mechels en zijn mannen aan zo’n samenscholing op drastische wijze een einde gemaakt. De 29jarige Andries Sikkenga werd daarbij dodelijk getroffen. Een van de getuigen van deze moordpartij was de toen  20-jarige Wieger van der Wier, een broer van Uitze, Jelle en Steven. Terwijl zijn andere broers naar de families De Jong en Hartholt waren gegaan, was hij naar Marum gefietst en werd zo getuige van het brute optreden van de Duitsers. Wieger van der Wier was hevig ontsteld door de Duitse actie en hij besloot in allerijl naar huis te gaan om te waarschuwen. Hij fietste terug naar De Haar en kwam onderweg een jongen tegen die voor de Duitsers  vluchtte en die hem toeschreeuwde: "Het is niet best, ze pakken alles op”. Wieger liet zich er  zich niet door afschrikken en hij reed snel door. Vlak bij zijn huis, voor de boerderij van Hartholt zag hij de gevangenen staan, terwijl de Duitsers nog met hun overval bezig waren. Hij passeerde de groep juist op het moment dat zijn broer Jelle naar de weg kwam lopen. Jelle zag zijn broer en trok een ernstig gezicht om uit te de drukken dat hij de situatie maar bedenkelijk vond. Wieger fietste door en zag even later dat de stoet zich in beweging zette. De 16 gevangenen begonnen aan hun laatste tocht, een wandeling van een paar kilometer naar het kamp in Trimunt. Vermoedelijk de laatsten die hen buiten het kamp nog zagen, waren bewoners van de boerderij vlak bij de stelling Trimunt. Ze zagen de mannen en jongens op korte afstand passeren. Ze zagen ook Steven, de Muloscholier die nog naar hen lachte. 

 

Executies bij Trimunt

 

De gevangenen werden het kamp binnengeleid en opgesloten in de wachtbarak, niet ver van de ingang. Hun klompen bleven voor de deur staan. Nadat de mannen al een paar uur opgesloten hadden gezeten, reed majoor Mechels met zijn trawanten het kamp binnen. Hij had honger en hij ging ervan uit dat er in het kamp wel iets te eten zou zijn.
Voordat het gezelschap aan tafel ging werd aan majoor Mechels meegedeeld dat 16 boeren van De Haar waren gearresteerd, vanwege de boomstammen, waarover telefonisch al was gerapporteerd. Of waren de mannen en jongens van De Haar juist alweer in vrijheid gesteld en waren ze op weg naar de slagboom toen majoor Mechels de poort binnenreed? De lezingen over het gebeurde lopen uiteen. Wel staat vast dat Mechels opveerde toen hij hoorde dat er arrestanten waren. Dat was het moment waarop hij had gewacht. Nu kon hij tonen hoe er met saboteurs gehandeld moest worden, hoe de orde op krachtige wijze kon worden hersteld. Majoor Mechels gaf toen het duivelse bevel de gevangenen van De Haar ter plaatse te executeren.
Bij de zuidelijke ingang van het kamp, op kleine afstand van de wachtbarak was een kleine heuvel. Daar zou het vonnis van majoor Mechels worden voltrokken. De gevangenen werden even na het middaguur in kleine groepjes voor de heuvel opgesteld en vervolgens door de SD'ers van majoor Mechels met machinegeweren neergeschoten. 
Zo stonden daar die voorjaarsdag vader Hartholt en zijn drie jongens, hand in hand. Zo stonden daar ook al die anderen, verbijsterd, verslagen.

 

Nadat de eerste executies al waren uitgevoerd moet Steven van der Wier in doodsangst hebben geprobeerd te vluchten. Weg van die onheilsplek, weg van zijn beulen. Hij probeerde onder de prikkeldraadversperring door te komen. Maar wat kan een weerloos kind, wat kan een mens in zo’n situatie nog uitrichten. Steven moet direct bij de prikkeldraadversperring door de SD’ers zijn neergeschoten.
Zo werden op 3 mei 1943 in Trimunt 16 onschuldigen wreed vermoord. En onder hen was een kind van 13 jaar, Steven van der Wier Wat had hij met de oorlog te maken? Waarom moest hij sterven? Alleen door de gril van een Duitse majoor?

 

Wieger van der Wier, nu 57 jaar (in 1980), die nog altijd woont op de ouderlijke boerderij aan de Haarsterweg in Marum, denkt nog vaak terug aan die verschrikkelijke dag, lang geleden. En hij heeft zich ontelbare malen afgevraagd waarom die 16 mensen moesten sterven. Waarom zijn broers Uitze, Jelle en Steven door vijandelijke kogels werden geveld. Waarom mocht hij zelf blijven leven? Waarom was hij die morgen naar Marum gefietst en daardoor de dans ontsprongen? ,,Ze zijn voor ons gevallen”, zegt Wieger van der Wier. Na de executies in Trimunt zijn de lichamen van de doden in de overvalwagens geladen en later in alle stilte in Appèlbergen in Harenermolen (bij Haren) begraven. Na het einde van de oorlog zijn ze daar gevonden en samen herbegraven op het kerkhof van de hervormde kerk te Marum-West. Tevoren werd er in de Gereformeerde kerk van Marum een aangrijpende rouwdienst gehouden, waarin de doden van Trimunt werden herdacht. Alle slachtoffers waren lid van de Gereformeerde kerk.

 

Foto: Monument bij de kerk van Marum (3).
Als vergelding tegen de april-meistakingen werden op 3 mei 1943 zestien inwoners van Marum opgepakt: Berend Assies, Geert Jan Diertens, Jan Doornbosch, Karst Doornbosch, Johannes Glas, Albert Hartholt, Andries Hartholt, Dirk Hartholt, Hendrik Hartholt, Eeuwe de Jong, Friedrich Ludwich van de Riet, Gerrit van der Vaart, Sibbele de Wal, Jelle van der Wier, Steven van der Wier en Uitze van der Wier. Zij werden op de Duitse radarstelling Trimunt bij Marum gefusilleerd. Zij werden begraven bij de kerk van Marum. 
Beeldhouwer Willem Valk ontwierp een monument dat boven de graven van de slachtoffers werd geplaatst. Het werd in 1948 in aanwezigheid van onder anderen burgemeester jhr. mr. Jacob Willem Alberda van Ekenstein onthuld. De burgemeester hield een toespraak waarin de gevallenen werden herdacht en legde een krans namens de koningin.
Het monument bestaat uit een eenvoudig beeldhouwwerk van vier rechthoekige zuilen die worden verbonden door dwarsbalken. Op de dwarsbalken de tekst:


ZALIG ZIJN ZIJ DIE VERVOLGD WORDEN OM DER GERECHTIGHEIDWIL, WANT HUNNER IS HET KONINKRIJK DER HEMELEN VOOR ’T VADERLAND GEVALLEN ALS SLACHTOFFERS VAN DE DUITSCHE TERREUR OP 3 MEI 1943


Op elke zuil is een zaadbol geplaatst, als symbool van het zaad dat moet sterven om nieuwe leven te kunnen laten ontstaan. Het werk staat aan de kop van een ronde bakstenen muur, waarin eenvoudige staande zerken zijn aangebracht met daarop de namen van de zestien slachtoffers (4).

Foto: Monument bij de kerk van Marum (3).
Als vergelding tegen de april-meistakingen werden op 3 mei 1943 zestien inwoners van Marum opgepakt: Berend Assies, Geert Jan Diertens, Jan Doornbosch, Karst Doornbosch, Johannes Glas, Albert Hartholt, Andries Hartholt, Dirk Hartholt, Hendrik Hartholt, Eeuwe de Jong, Friedrich Ludwich van de Riet, Gerrit van der Vaart, Sibbele de Wal, Jelle van der Wier, Steven van der Wier en Uitze van der Wier. Zij werden op de Duitse radarstelling Trimunt bij Marum gefusilleerd. Zij werden begraven bij de kerk van Marum.
Beeldhouwer Willem Valk ontwierp een monument dat boven de graven van de slachtoffers werd geplaatst. Het werd in 1948 in aanwezigheid van onder anderen burgemeester jhr. mr. Jacob Willem Alberda van Ekenstein onthuld. De burgemeester hield een toespraak waarin de gevallenen werden herdacht en legde een krans namens de koningin.
Het monument bestaat uit een eenvoudig beeldhouwwerk van vier rechthoekige zuilen die worden verbonden door dwarsbalken. Op de dwarsbalken de tekst:


ZALIG ZIJN ZIJ DIE VERVOLGD WORDEN OM DER GERECHTIGHEIDWIL, WANT HUNNER IS HET KONINKRIJK DER HEMELEN VOOR ’T VADERLAND GEVALLEN ALS SLACHTOFFERS VAN DE DUITSCHE TERREUR OP 3 MEI 1943


Op elke zuil is een zaadbol geplaatst, als symbool van het zaad dat moet sterven om nieuwe leven te kunnen laten ontstaan. Het werk staat aan de kop van een ronde bakstenen muur, waarin eenvoudige staande zerken zijn aangebracht met daarop de namen van de zestien slachtoffers (4).

 

Grafmonument

 

Op het grafmonument staan hun namen en de woorden: "Zalig zijn die vervolgd worden om der gerechtigheid wil, want hunner is het Koninkrijk der hemelen. Voor ‘t vaderland gevallen als slachtoffers van de Duitse terreur op 3 mei 1943”. Een kleiner, sober monument is opgericht op de fusilladeplaats in Trimunt.

 

Majoor Johann Mechels die pas op 12 januari 1949 in arrest kon worden genomen, werd op 3 oktober 1949 door de Bijzondere Strafkamer van de Arrondissements-Rechtbank in Groningen veroordeeld tot 20 jaar met aftrek. Door de Bijzondere Raad van Cassatie in Den Haag werd de straf op 9 december 1950 verlaagd tot 14 jaar met aftrek. En zelfs die verhoudingsgewijs geringe straf heeft Mechels niet hoeven ondergaan. Volgens het Ministerie van Justitie in Den Haag is Mechels voorwaardelijk in vrijheid gesteld op 22 december 1954 en daarna de grens overgezet. Hoe kon deze gewetenloze moordenaar zo snel op vrije voeten komen? Omdat volgens het Ministerie van Justitie er ten aanzien van politieke delinquenten een andere rechtspleging is gevolgd dan voor commune delicten. In die tijd was er een zo groot aantal gevangenen, dat men ze moeilijk kon huisvesten. Daarom heeft men politieke delinquenten op grote schaal gegratieerd en hen vrij rigoureus in vrijheid gesteld. Het lijkt ten aanzien van majoor Mechels een betreurenswaardige vergissing (3) (4).

 

Zou majoor Johann Mechels in zijn Heimat OstFriesland, niet ver van Groningen, nog vaak hebben gedacht aan de 16 doden van Trimunt en misschien in het bijzonder aan Steven van der Wier, die schooljongen van 13 jaar, die op zijn bevel werd gedood?
Dr. L. de Jong schrijft in het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog dat er in heel Nederland door de stakingen 175 dodelijke slachtoffers zijn gevallen. Daaronder vormen de 16 doden van Trimunt een wel heel bijzondere groep. Hier zijn het louter gereformeerde mannen, boeren, hun zonen, knechten en onderduikers geweest, door de SD in koelen bloede doodgeschoten. Onder hen en jongen van dertien jaar! (5)

 

De 16 doden van Trimunt:

Foto: Grafmonument voor de 16 doden bij Trimunt, waarop de 16 namen staan van de slachtoffers (4). Vlakbij De Haar werd een Duitse radarpost gebouwd, de stelling Trimunt. Daar werd de koers van overvliegende geallieerde bommenwerpers vastgesteld. Tijdens de Meistaking van 1943 hebben een paar jongens wat boomstammetjes over de weg naar Trimunt gelegd. De Duitsers hebben dit als sabotage van de radarstelling opgevat. Dat was het natuurlijk niet. Het was een verzetje, kwajongenswerk (4).
Foto: Grafmonument voor de 16 doden bij Trimunt, waarop de 16 namen staan van de slachtoffers (4). Vlakbij De Haar werd een Duitse radarpost gebouwd, de stelling Trimunt. Daar werd de koers van overvliegende geallieerde bommenwerpers vastgesteld. Tijdens de Meistaking van 1943 hebben een paar jongens wat boomstammetjes over de weg naar Trimunt gelegd. De Duitsers hebben dit als sabotage van de radarstelling opgevat. Dat was het natuurlijk niet. Het was een verzetje, kwajongenswerk (4).


Andries Hartholt – 12 maart 1880
Dirk Hartholt – 16 april 1916
Albert Hartholt – 13 augustus 1925
Hendrik Hartholt – 13 april 1917
Berend Assies – 1 mei 1914
Uitze van der Wier – 21 mei 1917
Jelle van der Wier – 4 oktober 1920
Steven van der Wier – 12 mei 1929
Euwe de Jong – 4 oktober 1901
Gerrit van der Vaart – 11 april 1923
Johannes Glas 7 april 1919
Karst Doornbosch – 23 februari 1919
Jan Doornbosch – 1 mei 1922
Friedrich Ludwig van der Riet- 15 februari 1915
Sibbele de Wal – 21 augustus 1908
Geert Jan Diertens – 18 mei 1923

 

 

 

 

 

 

Bronnen:
1. Het drama van Trimunt, Jan A. Niemeijer, Friesch Dagblad, 19 april 1980.
2. Nationaal Comité 4 en 5 mei, Marum monument bij de N.H. Kerk.
3. Wikipedia Commons
4. TraceOfWar
5. Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog, Dr. L. de Jong, dl. 6.

 

 

Deze pagina maakt deel uit van www.nazatendevries.nl.
Aan bovenstaande tekst is de uiterste zorgvuldigheid besteed. Desondanks kunnen er best fouten voorkomen.
Constateer je fouten en/of heb je vragen, correcties, aanvullingen...geef die dan aan mij door via mijn E-mail adres.
Laat ook eens een bericht achter in het Gastenboek.
Hoogeveen, 7 juni 2018.
Samenstelling: © Harm Hillinga
Menu Artikelen.
Terug naar de HomePage.
Top