De Buurbrief van Appingedam uit 1327


Appingedam verkrijgt stadsrechten


Vertaling van de ‘buurbrief’ van 1327, waarbij aan Appingedam stadsrechten worden verleend.


De heren L. Engels en P. Noomen schrijven als inleiding het volgende over de Buurbrief: 'Appingedam heeft in de Middeleeuwen niet alleen in economisch, maar ook in juridisch en bestuurlijk opzicht een centrumfunctie. De bewoners zetten een eigen bestuursrechterlijke organisatie op en stellen daartoe zogenaamde buurrechters aan. In 1327 worden deze rechtsregels in een vergadering van de Upstalsboom van de Zeven Vrije Frieslanden te Aurich bekrachtigd en vastgelegd in de buurbrief. De buurbrief is in het archief van de gemeente bewaard gebleven.

De vertaling (door L. Engels en P. Noomen) is gebaseerd op de tekstuitgave van Blok e.a., want de kopie van het origineel is te slecht leesbaar en het gezag van de varianten bij Von Richthofen niet duidelijk.

Wat ons betreft hoeven de namen van de vertalers niet te worden vermeld, maar als dat wel gebeurt wensen wij dat in de vertaling niet wordt veranderd dan in overleg met P. Noomen.
Paterswolde, 7 mei 1988 L. Engels.’

In NZD is derhalve in de vertaling niets veranderd.

 

 

 

De inhoud van de Buurbrief


‘Aan alle gelovigen in Christus die dit (deze oorkonde) zullen zien (lezen) of horen (horen voorlezen) wensen wij, de rechters der Zeelanden en redgers van Fivelgo, het heil toe in de Zoon van de glorierijke Maagd, in Hem die het ware heil van alle mensen is. Wij hebben goed bevonden door dit stuk duidelijk en op niet mis te verstane wijze te verklaren, dat de rechters van de gemeenschap in Appingedam voor ons zijn verschenen en ons met eerbied voor ons gezag (nederig) hebben gevraagd om de rechtsregels, gewoonten en bepalingen (verordeningen) volgens welke hun voorgangers sinds lang vervlogen tijden recht plachten te spreken, goedgunstig te bekrachtigen op grond van kennis ervan die geen twijfel toelaat en ze onder onze bescherming te nemen. Overwegend dat het voor de gemeenschap nuttig is dat eenieder in het onaangetast genot is van zijn rechtsregels, gewoonten en bepalingen, mits die redelijk zijn, en dat steden, groot en klein, op hun rechtsregels gegrondvest blijven, bekrachtigen en bevestigen wij hierdoor derhalve hun hieronder volgende en volgens ons besluit op schrift gestelde rechtsregels, gewoonten en bepalingen, zoals ook alle Friezen ze unaniem vrijelijk hebben vastgesteld in een openbare vergadering bij de Opstalboom.


Ten eerste, dat voornoemde rechters in gedingen en klachten van alle vreemdelingen die samenstromen in het stadje Appingedam, met name waar het gaat om handelsverkeer en handelswaar, in alle zaken en transacties uitspraak zullen doen zonder dat enige tegenspraak is toegestaan. Hetzelfde geldt voor alwat inzake overeenkomsten in hun aanwezigheid is vastgesteld of beloofd, en dit steeds onder vermindering met de vierde penning of inhouding (korting) daarvan op het bedrag in kwestie.


Voorts zullen zij recht spreken inzake schade tussen de buren onderling, veroorzaakt door vee of lastdieren. Daarenboven geldt dat wie hun huizen of kamers (eenkamerwoningen) verhuren, deze aan mensen moeten verhuren die geacht kunnen worden betrouwbaar en eerzaam te zijn, want als de huurders enig kwaad stichten, zullen de verhuurders daarvoor boeten en aansprakelijk worden gesteld overeenkomstig de rechtsregels en het gewoonterecht van het land.


Voorts dat, als de huurder van een perceel (huisstede) tot zo grote armoede vervalt dat hij de beloofde huur niet kan betalen, het eventueel op het perceel gevestigde huis stilzwijgend (automatisch) de eigenaar van de grond tot pand voor de huur strekt en zonder diens instemming aan niemand verkocht kan worden.


Voorts, als iemand een verhuurd huis of perceel heeft verkocht, zal de huurder het in bezit mogen houden tot het einde van de jaartermijn waarvoor hij het heeft gehuurd.


Voorts, als iemand buiten hier een perceel, huis of kamer wil kopen of huren, moet hij eerst met een stuk dat het zegel van zijn land van herkomst draagt bewijzen dat hij niet uit zijn land is verbannen en dat hij in zijn land van herkomst te goeder naam bekend staat; vervolgens moet hij als gave aan de gemeenschap drie schelling in het offerblok in de kerk deponeren, en dan zal hij als buur worden beschouwd.


Voorts, als iemand van elders als buur beschouwd wil worden, moet hij eerst met een voldoende sterke borg garanderen dat hij de burgers vrijwaart van aanspraken zijnerzijds op schadevergoeding. Deze garantie wordt hernieuwd, telkens wanneer nieuwe rechters worden aangesteld.


Voorts, genoemde rechters zullen driemaal in het jaar zitting houden, te weten na het octaaf van Pasen, na het feest van de geboorte van de Heilige Maagd, en na het octaaf van Epiphanie (Driekoningen), en telkenmale moet hun zitting vijf dagen duren.


Voorts, tijdens die drie zittingen zullen zij de gewichten, de maten, het bier, het brood keuren en van alle sterke (benevelende) dranken met uitzondering van Hamburgs bier, de prijs vaststellen, en de verkopers zullen zich aan hun uitspraak onderwerpen op straffe van een boete van twee schelling.


Voorts, de rechters zullen geen recht spreken over verminkingen of verwondingen van welke aard ook, tenzij die worden toegebracht in hun aanwezigheid of tijdens brand, en in dat geval zal de redger ondanks hun bemoeienis de hem verschuldigde boete ontvangen zoals hij die zou ontvangen wanneer hij persoonlijk recht zou spreken.
Voorts, als iemand een geding tegen een ander aanspant ten overstaan van de rechters in een zaak die onder hun bevoegdheid valt, en later met minachting voor de rechters zijn tegenpartij voor om het even welke andere rechters en redgers sleept, zal hij zes schelling betalen aan de rechters zelf, en eveneens zes aan de kerkvoogden. En dit geldt welteverstaan na het begin van de behandeling, en wat hier inzake de klager wordt gezegd, is van overeenkomstige toepassing op (moet op gelijke wijze worden gezegd van) de aangeklaagde.


Voorts, niemand zal in een en hetzelfde jaar tegelijkertijd rechter en kerkvoogd zijn.


Voorts, als iemand tijdens een rechtsgeding in aanwezigheid der rechters met een ander begint te vechten, zal diens schuld inzake alwat hij tijdens deze vechtpartij heeft gedaan als bewezen worden beschouwd. Als hij echter tijdens de zitting handtastelijk is geworden tegenover de rechters zelf, zullen het zoengeld en de boete worden verdubbeld.


Voorts, de rechters zijn gehouden om bij hun ambtsaanvaarding, terstond nadat ze hun eed hebben afgelegd, overeenkomstig die eed allen die valse munten slaan of echte besnijden (van echte de rand afsnijden) en alle brandstichtingen uit den Dam te verdrijven.


Voorts, als een der burgers is getroffen door brand binnen de stad, gesticht door iemand van elders, moet hij eerst een borg stellen, tegenover zijn medeburgers en zich daarna daar waar de brandstichter verblijft vervoegen met een brief met het zegel van de gemeenschap en zich bereid verklaren om zich voor het gerecht te verantwoorden inzake de vordering die de brandstichter op hem heeft, ongeacht welk geding hem wacht en voor welke rechter hij zich te verdedigen heeft. En als ook dit hem niet baat, moet dit rechtsgeschil vervolgens gemene zaak der buren zijn.


Voorts, de boete die de rechters ontvangen, zal twee schelling bedragen.


Voorts, als iemand gewapend komt om brand te stichten of daarbij aan een ander letsel heeft toegebracht, zal het zoengeld voor het letsel worden verdubbeld en zal de boete voor beide genoemde vergrijpen een mark bedragen; daarvan mogen de rechters twee schelling nemen en tien schelling zullen voor de gemeenschap worden bewaard in het offerblok in de kerk.


Voorts, geen buur mag een hem toekomend redgerrecht afstaan aan iemand van buiten Damme; doet hij dit toch, dan zal hij aan de gemeenschap dertig mark betalen.


Voorts, als een buur zijn perceel verkoopt (aan iemand van) buiten Damme, zal hij de gemeenschap eveneens dertig mark betalen; en als hij zo minvermogend (arm) is dat hij niet in staat is deze (genoemde) boete te betalen, zal het perceel aan de gemeenschap toevallen op basis van zijn getaxeerde waarde en zullen, als die waarde minder dan dertig mark bedraagt, zijn naaste verwanten ter aanvulling van de boete in zijn plaats tien mark betalen.


Voorts, als iemand een medebuur met een mes heeft gewond, zal hij, na betaling van een zoengeld aan de gewonde overeenkomstig, het gewoonterecht van het land, zes schelling als boete aan de rechters betalen, alsmede zes aan de kerkvoogden.


Voorts, geen buur zal op welke wijze dan ook buiten het gebied van Fivelgo wraak op iemand nemen voor hem aangedaan onrecht, tenzij hij eerst met een brief die het zegel der buren draagt zijn recht heeft gezocht en dit hem door de bevoegde instantie is onthouden.


Voorts, als een buur iemand gevangen heeft genomen die waarvandaan ook tijdens het feest van de Heilige Maagd of het octaaf daarvan (in het stadje) is gekomen om Haar te bezoeken, zal hij aan de kerkvoogden zes schelling betalen en aan de rechters evenveel, en moet de gevangene vrijgelaten worden.


Voorts is ten algemene nutte bepaald dat bij het overgeven of uithuwelijken van een bruid de bruidegom van zijn kant niet meer dan 16 mannen en vier vrouwen met zich mee mag brengen, binnen Damme, gasten uit het stadje zelf niet meegerekend, en alleen hij mag het zwaard dragen aan wie het op grond van bloedverwantschap door de bruidegom is gegeven.


Voorts: op een vergaderdag mag niet gedanst worden buiten het huis waar de bruiloft wordt gevierd.


Voorts, ...(lancune in origineel, bij Von Richthofen aangevuld met: wij verbieden het geven van geschenken aan de bruid) ...., en de bruid zal niet meer dan vier ongetrouwde vrouwen (meisjes) op haar bruiloft uitnodigen.


Voorts, elke persoon die bij de bruiloften of geboortefeesten aan tafel komt zal anderhalve schelling schenken, en deze bijdrage tot de inzameling zal bij bruiloften gedurende twee dagen worden gegeven en bij geboortefeesten een keer.


Voorts, wie bij een geboortefeest ongenood verschijnt op de tweede dag of bij bruiloften op de derde, betaalt twee schelling boete aan de rechters. Of iemand ongenood is, moet de waard weten en met een eed bekrachtigen; en als de rechters hem niet unaniem daarvan ontslaan, zal hij voor elk individueel geval onverkort twee schelling verschuldigd zijn aan de rechters, en hetzelfde bedrag aan de kerkvoogden.


Voorts, zij zullen recht spreken over alle huren (pachten en huren), en over toezeggingen gedaan ten overstaan van de pastoor in Damme onder aftrek van de vierde penning, en inzake de huren evenzo.


Voorts, het rechterscollege heeft eveneens tot taak te voorzien in het herstel van wegen in het hamrik (dorpsgebied) bij Damme alsmede van de waterputten (wellicht: de duikers) aldaar. Evenzo een lid van het rechterscollege zal niemand kunnen veroordelen (schuldig verklaren) tot (een boete van) meer dan een halve mark. Tenslotte bepalen en willen wij, de bovengenoemde rechters, dat na ommekomst van de ambtstermijn van de zittende rechters in Damme de op dat moment fungerende pastoor van de kerk aldaar op het feest van Sint Petrus' Stoel (22 februari) samen met de aftredende rechters de nieuwe rechters kiest, en als zij niet tot eenstemmigheid komen zal de meerderheid der rechters in overeenstemming met genoemde pastoor vrijelijk beslissen over de keuze der rechters. Gegeven onder zegel van ons land en van de gemeenschap te Appingedam in het jaar des Heren 1327, op de zondag onder het octaaf van 's Heren Hemelvaart. Ook wij, rechters der Zeelanden van heel Friesland, bij de Opstalboom vergaderd bekrachtigen, op grond van kennis ervan die geen twijfel toelaat, de rechtsregels (wetten) van de gemeenschap van Appingedam, voorgelezen in onze tegenwoordigheid en bekrachtigd door het zegel van hun gebied Fivelgo, als zijnde redelijk en eerzaam en wij bevestigen ze door deze brief; wij zijn van oordeel dat degenen die zich tegen genoemde bepalingen keren met een boete van gemeenschapswege gestraft dienen te worden als rebellen tegen de gemeenschap. Wij hebben goed bevonden deze brief ter eeuwige herinnering hieraan als transfix te hechten aan de oorkonde die over genoemde wetten is opgesteld en haar met het zegel van heel Friesland te bekrachtigen.

 

Gegeven en gedaan bij de Opstalboom op het octaaf van Pinksteren in het jaar des Heren 1327.’

 

Opmerking: De tussen ( ) geplaatste woorden zijn aangebracht door de vertalers van de Buurbrief.

 

 

 

 

 

Bronnen en literatuur:


- Vertaling door L. Engels en P. Noomen, is gebaseerd op de tekstuitgave van Blok e.a.
- GRA HC: 1032, 50 en 1077. 50. Extract uit den buurbrief van Appingedam, en eenige aantekeeningen over dien brief. Buurbrief van Appingedam, 1327 Dominica infra octavam ascensionis 1077
- Foto's van de buurbrief van Appingedam uit 1327, met transfixen van 1327 en 1432. Gemeentearchief Appingedam, W.J. Formsma nr. 18

 

 

 

 

 

 

Deze pagina maakt deel uit van www.nazatendevries.nl.
Aan bovenstaande tekst is de uiterste zorgvuldigheid besteed.
Desondanks kunnen er best fouten voorkomen.
Constateer je fouten en/of heb je vragen, correcties, aanvullingen.........

geef die dan even aan mij door via mijn E-mail adres.
Laat ook eens een bericht achter in het Gastenboek.
Hoogeveen, 27 januari 2021
Samenstelling: © Harm Hillinga
.
Menu Artikelen.
Terug naar de HomePage.
Top