Algemene informatie.
Links van de Regnus Praediniusstraat is nog een deel van een oorspronkelijke borggracht te zien. Hij behoort tot een van de twee Winsumer borgen van het geslacht Ripperda. Tot ongeveer 1630 heeft hier de westelijke Ripperdaborg gestaan. Aan de andere kant van het spoor, in het oosten van Winsum, heeft de oostelijke borg gestaab. De familie Ripperda was erg invloedrijk en wordt vaak genoemd in de geschiedenis van Stad en Ommelanden. Omstreeks 1600 komen beide borgen in handen van de stad Groningen. Hiermee krijgt de Stad meer invloed op het reilen en zeilen in Winsum. Veel pracht en praal is er echter niet meer over. De oostelijke borg is in 1569 zwaar beschadigd. In 1602 wonen de oude en arme Johan Backer en zijn vrouw Grete in een hutje op het terrein. Ze vragen het stadsbestuur of ze de stenen van de voormalige borg die nog in de grond zitten mogen gebruiken voor de opbouw van hun huisje, maar het antwoord hierop is onbekend. Ook de westelijke borg is in slechte staat en is daarom in 1627 gesloopt (Harm Hillinga).

 

Onderstaande tekst is geschreven door Cor Enter.

 

De vroege geschiedenis van de westelijke Ripperdaborg is nog altijd in nevelen gehuld, o.a. is het onbekend in welk jaar de borg gebouwd is en door wie. Waarschijnlijk is de borg in de tweede helft van de 14e-eeuw al aanwezig onder de naam ‘Lyupma heerd’ (of ‘Luyema heerd’). De borg heeft op een strategische plaats gestaan nabij de loop van het Oude Diep die vroeger heeft uitgemond bij Oldenzij in de Hunze. Vanuit de borg heeft men goed zicht in westelijke richting op de scheepvaart van en naar Winsum. Een gedeelte van het Oude Diep is in 1928 in westelijke richting verplaatst om ruimte te maken voor nieuwbouw.


Omstreeks 1380 tot 1444 is het in bezit van de familie Onsatha (Onsta). Mogelijk is het bezit afkomstig uit de familie van Onno Onsta zijn vrouw, Onno is gehuwd met Yde Nn, dochter van Nn en Nn. Yde Nn haar ouders leven rond 1350 en komen waarschijnlijk uit hetzelfde geslacht als Hidde(ke) to Wijtwert. Dit vermoeden blijkt uit genealogisch onderzoek naar aanleiding van de gevonden grafzerken in het jaar 2012 in de kerk te Farmsum, aan de hand van kwartieren die op diverse zerken staan worden de familieverhoudingen weergegeven, hieruit blijkt dat de familie Onsta, Ripperda, van Ewsum, Tamminga, Ukena, van Dockum en Sickinghe door huwelijken aan elkaar verwant zijn.


Redmer Alma heeft
[1] heeft op duidelijke wijze het een en ander uiteengezet. De verwachting is dat er nog meer grafzerken kunnen worden gevonden. Een akte uit het jaar 1445, (zie verder naar onderen op deze pagina) bewaarheid het vermoeden, hierin wordt het gezamenlijk bezit, waaronder landerijen en behuizingen te Winsum verdeeld tussen de familie Onsta, Hidde(ke) to Wijtwert en Evert Sickinghe. Opvallend is ook, dat zowel in de genealogie Onsta als Hidde(ke) to Wijtwert de voornaam Bawe voorkomt, is dit toeval of een voorzichtig bewijs van een familierelatie.

 

 

Links het terrein van de westelijke Ripperdaborg. In het midden kerk en pastorie en rechts het terrein van de oostelijke Ripperdaborg.

 

 

* De ‘Lyupma heerd’ (of ‘Luyema heerd’) wordt in de clauwlijst van Winsum uit het jaar 1393 genoemd, mogelijk is deze heerd de voorloper van de westelijke Ripperdaborg/Vrouw Amken Heerd geweest.

 

* De plaats waar de borg gestaan heeft is bekend, volgt verder op deze pagina.

 

Waarschijnlijk is de borg in 1393 in bezit van Onno Onsta, in dat jaar worden de Onsta's vermeld in een Clauwlijst van Winsum met de ommegangen van ‘Frouwemaheerd’, dit is boerderij E-387 Valkum, en ‘Lyupma heerd’ (of ‘Luyema heerd’) (waarschijnlijk de westelijke Ripperdaborg/Vrouw Amkenheerd E-155), ook hebben zij A-289 ‘Lutkehuisterheerd’ te Maarhuizen in hun bezit.


Zegel van Onno Onsta, 18 oktober 1371.

 

Folckmar Onsatha

De genoemde Onno is mogelijk een zoon van Folcmar Onsatha (hoveling van Sauwerd van omstreeks 1325 tot omstreeks 1364) en Nn, geboren ?, overleden in 1398, Onno is van omstreeks 1370 tot zijn overlijden in 1398 hoveling van Sauwerd, hij huwt met Yde Nn, dochter van Nn en Nn, geboren ?, overleden na 10 oktober 1407 (zij wordt op deze datum in een akte uit dat jaar vermeld), uit dit huwelijk tenminste 9-kinderen: Abeke(n), geboren ?, overleden vóór 28 april 1444, Aeyliken (Eijlcke), geboren ?, overleden vóór 1 februari 1422, Meynolt, geboren ?, overleden in 1428 te Aken, Johannes, geboren ?, overleden ?, Abele(n), geboren ?, overleden ?, Edseke, geboren ?, waarschijnlijk overleden vóór 1407, Ewer(t) (ook Ewerde genaamd), geboren ?, overleden na 1421, Bawe, geboren ?, overleden na 28 april 1444, Folmar, geboren ?, waarschijnlijk overleden vóór 1407, zij worden genoemd, behalve de dochters, Ewer(t) (Ewerde), Bawe en de zonen Edseke en Folmar in een oorkonde uit het jaar 1407, hun moeder wordt genoemd als Yden Onsta to Zouwerd, de oorkonde vermeldt de verkoop van Haseckamaheerd te Harssens, vroeger Folkersmaheerd genaamd, de oorkonde is opgemaakt door Frederick van Heckum. Deze heerd is waarschijnlijk van de ouders van Onno, namelijk Folcmar Onsta en Nn.

 

* De kinderen van Onno Onsta en Yde Nn staan niet in de geboorte volgorde, mogelijk is Folmar de oudste zoon en vernoemd naar zijn grootvader Folcmar. Het is overigens vreemd dat deze naam na 1407 niet weer vermeld wordt.

 

* Er bestaat volgens Redmer Alma een sterk vermoeden dat Yde Nn waarschijnlijk uit hetzelfde geslacht als Hidde(ke) to Wijtwert komt, de kwartier met het wapen van Hidde(ke) komt namelijk ook voor op de grafzerk van Abel(e) Onsta (zoon van Hidde Onsta en Nn van Dockum). Yde Nn is de overgrootmoeder van Abel(e). De kwartier met het wapen van Hidde(ke) staat ook op het grafmonument van Unico Manningha, het monument bevindt zich in de kerk te Norden (Oost-Friesland). Ook staat het kwartier op de grafzerk van Haye Ripperda. Eveneens staat bovenaan op de zegel van Onno Onsta van 18 oktober 1371 een soort gebouwtje dat doet denken aan het kwartier to Wijtwert. Onno is de overgrootvader van de hiervoor genoemde Abel(e) Onsta. Volgens Redmer Alma zou de grafzerk van Luwert van Uttum, overleden in 1428, ook in dezelfde stijl zijn als de genoemde personen, zijn zerk is aanwezig in het museum te Pewsum.

 

* Onno Onsta wordt in 1371, 1384 en 1386 in oorkondes vernoemd.

 

* Onno Onsta zijn zonen Abeke(n), Aeyliken (Eijlcke), Meynolt en Abele(n) worden meerdere keren in diverse oorkondes genoemd. Volgens het blad ‘Navorscher’ jaargang 1958 is Meynolt in 1428 te Aken overleden en aldaar begraven, hij is in dienst bij keizer Sigismund.

 

* Onno Onsta zijn zoon Johannes geeft in het jaar 1400 de landzegel van Hunsingo terug.

 

* Zoon Eijlcke (Aeyliken) Onsta (Ferhildema), zoon van Onno Onsta en Yde Nn), geboren ?, wordt in 1417 in een oorkonde genoemd, hij verklaart daarin het geld te hebben ontvangen van geleverde goederen aan het voorwerk Maarhuizen.


Eijlcke (Aeyliken) Onsta (Ferhildema) is vóór 1 februari 1422 overleden, wordt op deze data niet bij de zegelaars genoemd van de algemene vrede. Eijlcke (Aeyliken) Onsta wordt in diverse aktes ook met de toenaam Ferhildema vermeld, hij is gehuwd met Nn, uit dit huwelijk tenminste drie kinderen: Abel(e), Hidde, Hille. Een oorkonde uit 1428 vermeldt een zekere Hille Onsta en zoon Hidde en een zekere Peter Ripperda, in eerste instantie zou men denken dat hier de echtgenote van Eijlcke (Aeyliken) Onsta (Ferhildema) bedoeld wordt, maar dit blijkt niet zo te zijn, Redmer Alma vertelt mij, dat de oorkonde een afschrift is, en dat het jaar 1428 foutief is overgenomen van het origineel, het jaar moet 1498 zijn, de genoemde Hille is Hille Jarges, de echtgenote van Abel(e) Onsta. De opmerking van Redmer staat onder de oorkonde vermeld. Zoon Hidde Onsta, geboren ?, huwt met Nn van Dockum, dochter van Feye van Dockum en Nn’. Uit dit huwelijk tenminste één kind, Abel(e), geboren ?, overleden 21 november 1483 te Sauwerd, huwt omstreeks 1452 met Hille Jarges, dochter van Evert Jarichs (Jarges) en Peter(ke) ten Holte, geboren ?, overleden 10 augustus 1499 te Sauwerd, uit dit huwelijk tenminste zes kinderen: Eijlcke (Eijlco), Vrouwke, Hidde, Hille, Ida, Peter. Abel(e) en Hille kopen in 1457 het Sickinghe huis in Groningen van de gebroeders Evert en Feye Sickinghe, het huis hebben zij geërfd van hun ouders Johan Sickinghe en Jeye van Dockum, Abel(e) Onsta is een neef van Evert en Feye Sickingha. In  1486 verkopen Hille Onsta (Jarges) en haar broer Jarch Jerges (Jarges) een stuk aangeërfd land van hun neef wijlen Barolt Jerges (Jarges).

 

* Eijlcke (Aeyliken) Onsta (Ferhildema), zoon van Onno Onsta en Yde Nn, wordt in 1398 hoofdeling genoemd, in dat jaar belooft hij met meerdere Ommelander hoofdelingen hertog Albrecht van Beieren te helpen met de verovering van Coevorden, Drenthe en Twente. In hetzelfde jaar op 11 september 1398 wordt in een oorkonde o.a. vermeld:


‘Widzel tom Brok, Folkmar Allena, Ayleko (Onsta) Ferhildema und Reyner Eisinga bekunden, daß sie Herzog Albrecht von Bayern, Graf von Holland, helfen wollen, den Schaden, den er und Feye von Dockum erlitten haben, wiedergutzumachen’
[2].

 

* Zoon Abeke(n) (zoon van Onno Onsta en Yde Nn), geboren ?, overleden vóór 28 april 1444 (volgens akte uit dat jaar), huwt met Ecke Nn, overleden vóór 30 juni 1442 (volgens akte uit dat jaar), uit dit huwelijk tenminste één kind: Clara, geboren ca. ?, overleden vóór 28 april 1444, zij huwt met Johan van Heeckeren, heer van Almelo. Abeke(n) Onsta en dochter Clara Onsta worden in 1444 in een akte van erfenis genoemd. In 1442 is Abeke(n) weduwnaar, zijn vrou Ecke Nnwordt als overleden echtgenote vermeld. Volgens het blad ‘Navorscher’ jaargang 1958 heeft Abeke zeven jaar op de Boteringepoort vastgezeten, hij is in (1400) op de borg te Sauwerd gevangengenomen door de Schieringers uit de stad Groningen.


* Dochter Ewer(t) (Ewerde) Onsta (dochter van Onno Onsta en Yde Nn), geboren ?, overleden na 1 mei 1421, was gehuwd met Ewo, Evo Ewesma (van Ewsum), waarschijnlijk een zoon van Ewo Ewesma en Auka (ook Eweke genaamd) Nn, geboren ?, waarschijnlijk overleden vóór 1 mei 1421, hij wordt voor het eerst in een oorkonde uit 1402 genoemd, uit dit huwelijk tenminste één kind: Menneke, geboren ?, overleden na 1472, huwt met Hiddo Tamminga, hij neemt later de achternaam van Ewsum aan, zoon van Allert Tamminga en Yeselen, Gyzela Nn, geboren ?, waarschijnlijk overleden vóór 27 februari 1439. Op 14 juli 1431 verkoopt Hidde (Hydda) nog land aan het klooster Wijtwerd), uit dit huwelijk tenminste twee kinderen, Ewe (Ewo), Onno. In 1439 verkopen het echtpaar Abeko en Zyerd te Mude (bij Loppersum) goederen aan Menneke Ewesma. In 1454 wordt in een oorkonde o.a. nog vermeldt:


‘........ hebben verwisselt Menneken Ewessma ende hoer erfghenaemen drie groet hondert landes gheleghen in Doernwarder hammerick by Menneken vorscreven lande op die noerdersyde gheleghen Walkammeheem Ewessma lant op den oester eynde ende opp die suder sijt Ewesma ende Bawe Onsten lant toe den wester eynde desse voerscreven lande ter swetten..........’.


Na het overlijden van Hiddo Tamminga/Ewsum, vóór 27 februari 1439, huwt Menneke ca. 1446 met Wigbolt Lewe, geboren ?, overleden na 1457, zoon van Nn en Nn. Ewo, Evo Ewesma (van Ewsum) heeft nog een buitenechtelijke zoon Julianus genaamd, hij wordt later o.a. proost van Usquert en kerkheer van Bedum, hij wordt in diverse oorkondes genoemd, Julianus is een halfbroer van Menneke.

 

* Ewer(t) Onsta wordt in 1421 als Ewerde Ewesma genoemd.

 

* Wigbolt Lewe is tussen 1448 en 1457 hoofdeling te Middelstum, hij behartigt in deze periode ook de belangen namens de familie van Ewsum  [3].

 

Hiddo Tamminga (later van Ewsum genaamd) zijn broer Abel(e) Tamminga, zoon van Allert Tamminga en Yeselen, Gyzela Nn) geboren ?, overleden in 1428, huwt met Bawe Onsta, dochter van Onno Onsta en Yde Nn, geboren ?, overleden na 28 april 1444, uit dit huwelijk tenminste twee kinderen, Nn Tamminga, geboren ?, overleden ?, Onno, geboren ?, overleden ?, huwt met Emeke Asinga, dochter van Focke Asinga (Azinge) hoofdeling te Warffum en Aucke Nn, geboren ?, overleden na 1509, uit dit huwelijk tenminste acht kinderen, Abel, Ide, Abeke, Hoyke, Allart, Bawe, Frouke, Aucke. Abel(e) Tamminga en Bawe Onsta worden in 1428 in een oorkonde genoemd, helaas is deze oorkonde in het Latijns, hierin doet Bawe voor haar zelf en voor haar onmondige kinderen een verzoek om bescherming, in 1429 wordt het verzoek bekrachtigd. In 1438 wordt Bawe in een bevelschrift genoemd, zij heeft  een geschil met Grote Rickert te Saaxumhuizen over landhuur en overdracht van land. In april 1444 wordt Bawe Onsta samen met haar nicht Menneke Ewesma in twee aktes genoemd, op 25 april als Bawe Tamminga en 28 april als Bawe Onsta. Volgens een akte uit het jaar 1426 zouden de ouders van Emeke Asinga, Abele Asinga en Bawe Heemstra (Heemster) kunnen zijn, maar Redmer Alma heeft een sterk vermoeden dat dit een vervalste akte is, de personen zijn namelijk te identificeren als de hierboven genoemde Abel(e) Tamminga en Bawe Onsta. Of de genoemde Bawe Heemstra (Heemster) in een akte uit 1446 ook een vervalsing is, is mij onbekend, ‘De Nederlandsche Leeuw’, jaargang 1932 vermeldt:


‘Bywe Heemstra in den Ham verkoopt, een jaarlijksche rente van zes gouden Rijnsche Gulden uit haar heerd terente van zes gouden Rijnsche Gulden uit haar heerd te Oesterhuszen in Eenrumerkarspel’,


de klauwbrief van Eenrum uit het jaar 1430 vermeldt o.a.


‘Bawe Tammijnghe op Tammijnghe heert’.

 

In 1507 wordt Emeke Asinga samen met haar dochter Aucke in een akte genoemd, Aucke is non in het convent van Selwerd.

 

* Volgens Redmer Alma is Nn Tamminga een onbekende dochter van Abel(e) Tamminga en Bawe Onsta, zij is gehuwd met Menke jonge Tammens in den Ham, uit dit huwelijk tenminste één kind, Bijwe, Bawe in den Ham (gelegen nabij Loppersum). In 1431 wordt er een zekere Jongen Tammen in een oorkonde vermeld, waarschijnlijk wordt hier Menke jonge Tammens in den Ham bedoeld.

 

* De beide broers Abel(e) en Hiddo Tamminga en hun moeder Yeselen, Gyzela Nn worden in 1415 in een oorkonde genoemd.

 

* De oudste zoon van Hiddo en Menneke, Ewe Ewesma, geboren ?, overleden vóór 1477, huwt met Bawe Ukena, geboren ca. 1417, overleden na 1477, dochter van Focko Ukena en Hidde(ke) to Wijtwert, zij worden in 1452 in het huwelijkscontract genoemd van Unico (Uneken) Ripperda en Ulske (Ukena) van Wijtwert, Ulske is een zuster van Bawe. Op 24 oktober 1458  doen zij een erfwissel met Onno van Ewsum en zijn vrouw G(h)ele Manninga, Ewe wordt dan als Ewe Ewsum to Dijkhuizen vermeld. In 1462 worden Ewe Ewesma en Bawe Ukena samen met zijn zwager Unico Ripperda en schoonzuster Ulske Ukena in een akte genoemd, hij wordt dan als hoofdeling van Dijkhuizen genoemd.

 

* In een erfkwestie wordt een zekere Ewe Erikes (Eggering) genoemd, in 1448 alleen als Ewe en in 1454 als Ewe Erickes tho Jemgum, waarschijnlijk is de genoemde Ewe dezelfde persoon als de hierboven genoemde Ewe Ewesma, (zoon van Hiddo Tamminga (later van Ewsum genaamd) en Menneke Ewesma), hij is gehuwd met Bawe Ukena. In 1454 wordt Evert Sickinghe als zwager genoemd. Of de aktes geheel betrouwbaar zijn is mij onbekend, oorkonde 1448 en 1454).

 

Omstreeks 1440 wordt de westelijk Ripperdaborg bewoond door Evert Sickinge, geboren ?, overleden omstreeks 1474 waarschijnlijk te Winsum, zoon van Johan(nes) Sickinghe en Jeye van Dockum, hij huwt omstreeks 1445 met Amke Ukena, geboren ?, overleden vóór 1481 waarschijnlijk te Winsum, dochter uit het eerst huwelijk van Focko Ukena en Theda van Reide, uit dit huwelijk geen kinderen. Amke is eerder gehuwd met Sibet Papinga van Rüstringen, geboren in 1400, overleden in 1433 in de slag te Bargerbur op de Lütetsburg, uit dit huwelijk geen kinderen bekend. Omstreeks 1433 vlucht Focko Ukena samen met dochter Amke, dan weduwe van Sibet Papinga van Rüstringen naar de Ommelanden, haar vader is dan op Dijkhuizen te Appingedam gaan wonen en Amke later, omstreeks 1445, op de westelijke Ripperdaborg met Evert Sickinghe.


Op deze pagina meer gegevens over het geslacht Ukena.

 

Het gezin Focko Ukena

* Evert Sickinghe zijn vader Johan(nes) Sickinghe is waarschijnlijk eerder gehuwd met een zekere Ghysele Nn. [4].

Focko Ukena, zoon van Uko Ukena en Amke van Lengen (Langen), geboren ?, overleden in oktober 1436 op Dijkhuizen te Appingedam, vermoedelijk begraven in de kloosterkerk aldaar, huwt met Theda van Reide, dochter van Nn en Nn, geboren ?, overleden vóór 1411, uit dit huwelijk tenminste vijf kinderen: Un(c)ke, Ude, Tzije, Amke, T(h)ede. Na het overlijden van Theda van Reide, huwt Focko Ukena met Hidde(ke) to Wijtwert, ook genoemd als Hidde tho Dijkhuizen, waarschijnlijk een dochter van Sjabbe van Garreweer en Ulska (Ailska) van Wijtwert, uit dit huwelijk tenminste drie kinderen, Tziabben (Sjabbe), geboren ca. 1412, is in 1431 nog minderjarig, dit vermeldt een oorkonde uit dat jaar, in 1434 wordt hij ook genoemd (oorkonde 1481, 1431 en 1434.)
Ulske wordt geboren ca. 1414, zij huwt later met Unico Ripperda, zoon van Bole Ripperda en Hille Wigboldus, Bawe, geboren ca. 1417, zij huwt later zoals gezegd met Ewe Ewesma, zoon van Hiddo Tamminga, later van Ewsum genaamd, en Menneke Ewesma.


De scheidakte van 1445
Deze akte is een afschrift van het origineel, het bestaat uit vier bladzijden en geschreven in het Nederduits, het is bijna onleesbaar voor mensen die deze taal niet machtig zijn, helaas is de akte nog niet getranscribeerd. Aangezien de akte voor Winsum belangrijk is, heeft Jacques Tersteeg het getranscribeerd, hiervoor mijn hartelijke dank. De akte vermeldt de verdeling van bezittingen uit de gemeenschappelijke erfenis, waaronder de westelijke borg, die Hidde(ke) to Wijtwert en Evert Sickinghe verkrijgen. De in de akte genoemde Abelren en Hidden Onsta zijn waarschijnlijk de gebroeders Abel(e) en Hidde Onsta, de zonen van Eijlcke (Aeyliken) Onsta (Ferhildema) en Nn, door hun aanwezigheid mag men voorzichtig concluderen dat de bezittingen vrijwel zeker afkomstig zijn geweest uit de familie Onsta. Evert Sickinge is dan gehuwd met Amke en wonen op de westelijke borg. Evert Sickinghe is proost van Loppersum en hoofdeling te Winsum (Gr).


Toch blijft de vraag, waarom ook Evert Sickinghe mede-erfgename is geweest, er zou dan ergens een familieverband met de familie Onsta moeten zijn. Na onderzoek blijkt dat de genoemde Hidde Onsta, zoon van Eijlcke (Aeyliken) Onsta en Nn, geboren ?, overleden na 19 juni 1445, gehuwd is geweest met Nn van Dockum, dochter van Feye van Dockum en Nn. Nn van Dockum is een zuster van Jeye van Dockum die gehuwd is met Johan Sickinghe, de vader van Evert Sickinghe, Hidde Onsta en Nn van Dockum zijn dus de oom en tante van Evert Sickinghe. Hidde(ke) to Wijtwert die ook een deel uit de scheiding krijgt, komt zoals eerder vermeldt waarschijnlijk uit hetzelfde geslacht als Yde Nn die met Onno Onsta is gehuwd.


Mogelijk is de westelijke Ripperdaborg van oorsprong in het bezit van de voorouders van Yde Nn. (boerderij E-155 ‘Vrouw Amken Heerd’.

 

Vervolgens wordt in een akte uit 1460 een zekere Katryn en een Lewe van der Does genoemd, in het boek ‘Adel en heraldiek in de Nederlanden’, door Redmer Alma, Conrad Gietman en Albert Mensema wordt deze familie ook genoemd, Katryn van der Does wordt in 1460 in een oorkonde genoemd, hierin doet zij afstand van haar aanspraken op de Herathema goederen te Eenrum, die door haar overleden zuster Lewe zijn aangeërfd, de oorkonde wordt mede gezegeld door haar neven Evert Sickinghe en Abele Onsta. De zegel van Katryn van der Does en Abele Onsta vertonen vrijwel dezelfde kwartier als die van de familie van Dockum, hieruit blijkt dat Katryn en Lewe hun moeder een Nn van Dockum moet zijn geweest, Evert en Abele zijn neven van Lewe en Katryn. Na onderzoek blijkt dat de moeder van Lewe en Katryn, Alyt van Dockum is, zij is gehuwd met Mouwerijn van der Does. Alyt is een zuster van Abel(e) Onsta en Evert Sickinghe hun moeders, respectievelijk Nn en Jeye van Dockum. Op deze pagina meer informatie over de Herathema goederen.

 

* 22 januari 1458: Akte van arbitrale uitspraak door mr. Johan Vredewold, proost te Emden en pastoor te Groningen, mr. Johan Wicherink, proost in Humsterland, en mr. Henrick Stoter in een geschil tussen Roelof van Ummen en burgemeesters en raad van Groningen, waarbij wordt bepaald dat de raad de Herathema goederen zal behouden, die Feye van der Does c.s. van hun overleden zuster hebben geërfd, en aan Roelof van Ummen 200 arnhemse guldens zal betalen [5].

 

In bovenstaande familieverbanden kan ook Bawe Heemster, geboren ?, overleden 7 oktober 1540, begraven te Loppersum, worden toegevoegd, zij is een dochter van Abbe Heemster en Bijwe, Bawe van den Ham. In het kwartier van Bawe Heemster komt o.a. het wapen voor met de kruislings geplaatste ruiten, die ook bij Abel(e) Onsta en zijn dochter Frouwke voorkomen, Bawe Heemster haar grootmoeder van vaderskant is dan waarschijnlijk een van Dockum, haar grootouders van moederskant zijn, Menke jonge Tammens in den Ham en Nn Tamminga, en de grootouders van vaderskant waarschijnlijk Nn Heemster en Nn van Dockum. Bawe huwt met Roelof van Munster geboren ?, overleden vóór 1520, zoon van Hendrik Edzard van Munster en Agnes de Vos van Steenwijk. Bawe en Roelof hun zoon Roelof is op 24 oktober 1558 overleden en begraven te Loppersum, ook op zijn grafzerk komt het wapen met kruislings geplaatste ruiten voor. Bawe Heemster is een halfzuster van Beetke Aylkum(m)a van Rasquert, Bawe haar moeder huwt na het overlijden van haar vader voor de tweede keer met Azego Aylkum(m)a, zoon van Hidde Aylkum(m)a en Beteke Reyndisma, uit dit huwelijk o.a. Beetke Aylkum(m)a (van Rasquert), geboren in 1480, overleden 14 mei 1554 te Leek, begraven in de kerk te Midwolde.

 

* Bijwe, Bawe van de Ham, dochter van Nn Tamminga en Menke jonge Tammens in den Ham en kleindochter van Abel(e) Tamminga en Bawe Onsta. In het jaar 1503 worden zekere gebroeders Mencke en Casper Heemster als hoofdelingen in den Ham genoemd, mogelijk de zonen van Abbe Heemster en Bijwe, Bawe van den Ham en dus broers van Bawe.

 

* Abbe Heemster wordt in 1478 in een klauwbrief genoemd. Abbe zijn grootvader is waarschijnlijk Obbe (Abbe) Heemster (Heemstra) geweest, in 1416 hoofdeling van Dongeradeel, hij is een tijdgenoot van Feye van Dockum De grootvader van Evert Sickinghe en Abel(e) Onsta), zijn vrienden en partijgenoten [6].
Obbe (Abbe) Heemster (Heemstra) is gehuwd met Nn, uit dit huwelijk een tot nog toe onbekende zoon, deze is gehuwd met Nn van Dockum, dochter van Feye van Dockum en Nn, uit dit huwelijk tenminste één kind, Abbe Heemster, later gehuwd met Bijwe, Bawe van den Ham. Door het huwelijk van Abbe zijn ouders is Abbe een neef van Evert Sickinghe en Abel(e) Onsta. Alle drie hebben zij als moeder een van Dockum
.
Redmer Alma vermeldt nog het volgende
[7] over nauwe familierelaties van Abbe Heemster:


‘....De familie van Abbe Heemster te Loppersum wordt in relatie tot de erfenis van Lewe van der Does niet vermeld, maar Abbe zelf blijkt in nauwe relatie tot de Sickinghes en de Onsta's te staan. Na de dood van Feye Sickinghe, zoon van gemelde Johan Sickinghe en Jeye van Dockum, rond 1465 gelden Abele Onsta, Abbe Heemster en Reiner Jarges, oomzegger van Abele Onsta, als diens ‘naeste en sibbeste vrunden’. Abbe is verder getuige geweest aan bruidszijde bij het huwelijkscontract van Focke Ripperda en Frouke Onsta in 1475. Deze twee vermeldingen zijn aanwijzingen voor een nauwe familierelatie, waarbij we in eerste instantie aan verwantschap via Van Dockums moeten denken.....’.


* Ik vraag mij al een tijd af waar de voornaam Vrouwke vandaan komt, in de familie Jarichs (Jarges) komt deze naam niet voor. De roots van de familie Jarichs (Jarges) liggen in de provincie Friesland, Evert Jarichs (Jarges) zijn vader Coppijn Jarichs is te Stavoren geboren, hij is gehuwd met O(e)dekyn (Odeke(n) Odekijn Schelge, dochter van Ludeken Schelge en Nn, in 1434 is Odekijn nog in leven: op 5 februari 1434 geeft Odekijn samen met haar zoons Albert en Herman toestemming aan haar zoon Evert voor de verkoop van 10 grazen land. In een oorkonde uit 1450 worden drie generaties Jarichs (Jarges) genoemd, Evert Jarichs (Jarges) zijn broers, zijn ouders en grootouders.
Ook Redmer Alma vermeldt een zekere Froucke
[8]:

 

‘..... Op 14 februari 1416 wordt Froucke Foredeme als verwant van de gebroeders Abele en Hidde Tamminga genoemd....’,

 

vervolgens een regel verder:

 

‘...... Als Frouweken Ferawema to Huesdinghen' wordt zij ook op 10 augustus 1399 vermeld.

 

Of de naam Vrouwke ook voorkomt in de familie van Dockum is mij onbekend, Vrouwke haar grootvader Hidde Onsta is namelijk gehuwd met een onbekende van Dockum.

 

* Hille Jarges haar zuster Lamke is gehuwd met Feye Sickinghe, Feye, overleden vóór 1472, is een broer van Evert Sickinghe. Feye heeft zeer waarschijnlijk een boerderij te Obergum in bezit, in een akte uit 1473 en 1474 wordt deze boerderij ‘Abel Rensema Heerd’ genoemd, zijn zoons Johan en Peter hebben deze boerderij geërfd, als gebruiker wordt een zekere Albert Schomaker genoemd.

 

* Hidde(ke) to Wijtwert bezit in 1430 een ommegang in de rechtstoel van Eenrum, in dat jaar wordt er een overeenkomst gesloten over de omgang van 18 heerden, aanwezig daarbij zijn o.a. Abele en Hidde Onsta, Jarich ter Borch, Geherardus en Po(e)pke Herathema, Bawe Tammynga enz. Evert Sickinghe is aanwezig voor zijn toekomstige (stief) schoonmoeder Hiddeke to Wijtwert. De genoemde Abele Onsta is waarschijnlijk de zoon van Onno Onsta en Yde Nn en Hidde Onsta is de zoon van Eijlcke (Aeyliken) Onsta (Ferhildema) en Nn, Abele is de oom van Hidde.

Opmerking:
Volgens Redmer Alma is er nog een discussie gaande of het jaartal 1430 van de klauwbrief wel juist is, waarschijnlijk moet het 1438 zijn. Als dit juist is, dan is Evert Sickinge vóór 1439 gehuwd met Amke Ukena en is Hiddeke to Wijtwert zijn (stief) schoonmoeder, bovendien is Amke in 1430 nog gehuwd met Sibet Papinga, hij is in 1433 overleden. Samenvattend is het jaar 1438 dus wel aannemelijk

 

* Een jaar voor de scheidingsakte van 19 juni 1445, wisselt Hidde(ke) to Wijtwert in 1444 goederen te Huizinge met Blideken Fradama(Frama) en haar zoon Reyner.

 

Klik hier voor de genealogie van het geslacht Ripperda.
Let op: opent in een nieuw scherm/tabblad in de browser.

 

(1) Folcmar Onsatha wordt voor het eerst in het jaar 1325 in een seendbrief genoemd, in 1326 wordt hij ook genoemd en voor het laatst in 1364, waarschijnlijk tussen 1364 en 1370 overleden. Zijn vrouw is onbekend.

(2) Overlijdensjaar is waarschijnlijk niet juist, hij wordt nog in 1440 en 1450 in oorkondes genoemd, of het betreft een zoon, ook Luwert, Luywert genaamd.

(3) Hidde Onsta wordt in het jaar 1416 in een oorkonde vermeld, het betreft hier afspraken over scheiding van vaderlijke behuizingen, landerijen enz... van de familie Tamminga, Hidde wordt hier als vriend van Abel en Hidde Tamminga genoemd. In 1417 wordt Hidde Onsta wederom in een oorkonde genoemd, o.a. samen met zijn vader Eijlcke (Aeyliken) Onsta (Ferhildema) en zijn drie ooms Abeke, Me(y)nolt en Abele(n).

(4) Hidde wordt samen met zijn ouders Abel(e) Onsta (1415-1483) en Hille Jarges (1415-1499) in het jaar 1478 in een akte genoemd in verband met de verkoop van diverse landerijen waaronder negen forlingen in de Ranumerhamrik, Foltmeer genaamd en elf forlingen, gelegen onder Ranum. Ook Ouwe(n) van Thymen wordt genoemd.

(5) Onno van Ewsum (?-1489), Ewes(ma) (zoon van Hiddo (Hidde) Tamminga/van Ewsum en Menneke Ewsema) is gehuwd met G(h)ele Manninga (?-1521), (dochter van Lutet Manninga van Lutzberg (1399--1433) en Adda Cirksena (1405-1474), hun dochter Evert (Ewert) (Ewe) huwt met Henrick van Camphuysen, zoon van Claes van Camphuysen en Margriet van der Hoevelick, uit dit huwelijk zeven kinderen.

 

Het huisarchief van Almelo vermeldt het volgende op 21 oktober 1487:

‘Henric van den Water en Spaen van Kamphusen verklaren zich borg te stellen voor de nakoming door jonker Johan van Rechteren (van Heeckeren) van Almelo van de voorwaarden waarop hij van heer Unna van Ewesma, ridder, hoofdeling te Middelstum, een deel van de bruidsschat, 1000 Rijnse guldens, voor diens dochter jonkfrouw Evert (Ewert) heeft ontvangen’.

 

Henrick van Camphuysen (ca 1462-ca 1539) vertrekt omstreeks 1490 richting Groningen. Dit is af te leiden uit het ontbreken van zijn naam in de protocollen tussen 1490 en 1501. Na 1501 woont Henrick met Ewe Ewsum op Huize de Leemcuyl.

(6) Het verhaal gaat dat Henrick zijn vrouw Ewe Ewsum vanuit het hoge noorden heeft ‘ontvoerd’ en haar meegenomen naar ‘het Kleefsche Land’, zeer tegen de zin van haar familie, die behoren tot het ‘meest aanzienlijke Ommelander geslacht’ en die een betere partij voor Ewe wensen dan een ‘huisman’ uit het Kleefsche Land. In latere jaren zijn twee kinderen van Henrick en Ewe naar het noorden vertrokken en zijn daar gebleven. Tijdens hun huwelijk zijn er heel wat strubbelingen geweest bij de familie Ewsum over het erfenisdeel van Ewe. Haar broers willen haar niet uitbetalen. Een broer van Ewe, Abeke, heeft op zijn sterfbed zijn broers verzocht om Ewe het haar toekomende uit te keren opdat hij zijn zielerust zal krijgen. Zelfs dat helpt niet, evenals een brief van de Graaf van Buren, een scheidsrechterlijke uitspraak en evenmin een uitspraak van Graaf Edward in 1511. Maar door tussenkomst van familie en vele procedures later, Henrick laat het er niet bij zitten, is er toch uiteindelijk een overeenkomst gesloten. Een leuk detail is het gekissebis over geld. Op een gegeven moment gaat Henrick aan de familie Ewsum 300 goudguldens vragen omdat Claes, waarschijnlijk moet dit zijn Franciscus, zijn zoon, een nieuwe uitrusting nodig heeft voor het leger daar hij blijkbaar kans heeft op promotie [9].

 

De ouders van Theda van Reide zijn onbekend, diverse genealogieën noemen wel ouders, maar er zijn tot dusver geen aktes of andere officiële documenten gevonden die dit bevestigen.

 

Genealogie Onsta

Van de familie Onsta is tot op heden geen eensluidende genealogie bekend, de familieverhoudingen zijn veelal niet duidelijk, ook is het lastig om personen die in oorkondes genoemd worden te koppelen aan jaartallen wat betreft geboorte en huwelijk. Vervolgens komt men een enkele keer een totaal onbekende Onsta tegen. Zo huwt er in 1450 een zekere Peter Abbez Onsta met Craets Cammingha, zij is een dochter van Sicke (Sicko) van Cammingha (ca 1420-1547) en Doedt Sjucksdr van Dokema (1425-1499). Na het overlijden van Peter vóór 1472 huwt Craets nog twee maal, in 1472 met Epe Janckes van Douma, afkomstig van Langweer, in 1473 met Watze Abbez van Dekema (1428-1481), afkomstig van Wirdum (Fr), alle drie huwelijken zijn kinderloos gebleven. In het ‘Nederlands Geslacht-Stam en Wapenboek’ wordt Peter Abbez Onsta in een brief uit 1456 genoemd. De oorkonde uit 1450 die historicus P. N. Noomen noemt is (nog) niet gevonden, zie hieronder.

 

Het Cammingahwapen met het hert en de drie kammen. Bron: Wapenregister van de Nederlandse adel Hoge Raad van Adel 1814 - 2014 Auteur: Coen O.A. Schimmelpenninck van der Oije, Egbert Wolleswinkel, Jos van den Borne, Conrad Gietman Uitgave: WBooks, 2014, SVG = Own work. Licentie: Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0 Unported, 2.5 Generic, 2.0 Generic and 1.0 Generic license.

Craets Cammingha
Zij trouwt eerst met Peter Abbez Onsta, zoals blijkt uit een oorkonde van 1450; vervolgens met Epo Jankez Douma van Langweer zoals blijkt uit het huwelijkscontract van 1472; ze schijnt voor de derde keer met Watze Abbez getrouwd te zijn, blijkens een oorkonde uit 1476.

Omdat uit geen van deze huwelijken kinderen worden geboren maakt zij in haar testament uit 1476 haar moeder Doed universeel erfgenaam, terwijl haar man Watze het vruchtgebruik van zekere goederen krijgt.

Zij wordt volgens tegen haar wil begraven in klooster Oldegalileën. Later wordt haar zerk naar de nieuwe Galileërkerk in de stad Leeuwarden overgebracht. Zij voert het Camminghawapen met het hert en de drie kammen [10].

 

* Volgens diverse genealogieën hebben Onno Onsta en Yde Nn een dochter Hille Onsta, geboren ?, overleden ?, zij zou gehuwd zijn geweest met Doecke Hemmema, zoon van Hette Hemmema en Nn, geboren ?, overleden na 14 oktober 1491, bij het huwelijk is Hille afkomstig uit het Groningerland, zij bewonen de Hemmema State te Berlikum (Fr). Volgens het Charterboek deel 1 van Vriesland, blz. 747, wordt Doecke op 14 oktober 1491 als Olderman van Berlikum genoemd, ervan uitgaand dat deze gegevens juist zijn, zou Doecke in 1491 omstreeks 110-jaar oud zijn geweest, de tijdspanne klopt dus niet, de genoemde Hille is dus geen dochter van Onno Onsta en Yde Nn, maar zou ook de dochter van Eijlcke (Aeyliken) Onsta en Nn geweest kunnen zijn.

 

 

Noten, bronnen en referenties:

Noten, bronnen en referenties:

 

 

Dit artikel is geschreven door Cor Enter en heeft het ter beschikking gesteld voor deze website.
Het is geredigeerd en opgemaakt voor NZD door Harm Hillinga.



1 Redmer Alma, De grafzerken van Farmsum’, derde herziene druk 2016

2 Ostfriesisches Urkundenburch, III, S. 40, nr. 158.

3 Redmer Alma.

4 Familie Sickinghe 1257-1974.

5 Stadsbestuur van Groningen, 1246-1594.

6 De Nederlandse Leeuw jaargang 50, 1932.

7 Redmer Alma, ‘Adel en Heraldiek in de Nederlanden’

8 Redmer Alma, ‘Adel en Heraldiek in de Nederlanden’,

9 Genealogie Kloek.

10  De familie Cammingha in de middeleeuwen: haar relatie met de stad Leeuwarden en haar positie in Oostergo, P. N. Noomen.

Deze pagina maakt deel uit van www.nazatendevries.nl. Aan bovenstaande tekst is de uiterste zorgvuldigheid besteed. Desondanks kunnen er best fouten voorkomen. Constateer je fouten en/of heb je vragen, correcties, aanvullingen......... geef die dan even aan mij door via mijn E-mail adres (zie rode balk boven).Wij hebben ons uiterste best gedaan om de auteurs van teksten/citaten en copyrightbepalingen van afbeeldingen te achterhalen. Mocht je rechthebbende zijn en hierover vragen of opmerkingen hebben, neem dan contact op via e-mail. Lees ook de Disclaimer voor méér informatie en laat ook eens een bericht achter in het Gastenboek, dan weet ik waarvoor ik het doe.

Hoofdtekst: © Cor Enter.
Hoogeveen, 21 juli 2017.
Update: 6 september 2021.
Update: 8 september 2021.
Samenstelling: © Harm Hillinga.

Menu Artikelen.
Terug naar de HomePage.
Top