Kaart van de Oostwolderpolder

 

Kaart van de Oostwolderpolder

Op deze kaart (hierboven) is de Oostwolderpolder duidelijk herkenbaar, evenals de in dit artikel genoemde Oude Geut, de windmolen en het stoomgemaal en de oude zijl. De Oude Geut mondt hier uit in de Dollard. Ook de scheidingsdijk tussen de latere Finsterwolderpolder is goed zichtbaar. Daarop staat het jaartal 1769 aangegeven. De dijk aan de zuidkant van de polder dateert uit 1701.


Deze kaart is een uitsnede van een kaart uit 1857 van K. van Rijn. Deze behoort tot de serie kaarten van molenpolders die in 1857 tot stand zijn gekomen met het oog op de ingrijpende reorganisatie van de waterstaat in de provincie Groningen. Ingezonden door de hoofdingenieur van de Waterstaat in het 1e district C. Brunings bij missive dd 17 februari 1857 no. 359.


Titel op de oorspronkelijke kaartr: Molenkoloniën in de Vier Karspelen en Bellingewolder Zijlvestenijen, de Oostwolder- en Stadspolders. Beschrijving: Kaart van de verschillende molenpolders ten zuiden van de Dollard met hun maalwerktuigen, waaronder het al in 1845 gebouwde (en in 1862 afgebroken, doch eerst in 1883 vervangen) stoomgemaal in de Oostwolderpolder op de Oude Geut. Gepubliceerd in de Atlas van Kooper. Oude kaarten van de provincie Groningen door Meinderd Schroor, afb. 42. Bron: RHC GA, Groninger Beeldbank.

 

 

Indijking Oostwolderpolder

De Oostwolderpolder, gelegen onder de voormalige gemeenten Finsterwolde, Midwolda en Nieuwolda is ingedijkt in 1769. Na een voorbereidende studie en een uitgebracht rapport door een commissie van gevolmachtigden van de geïnteresseerde eigenaren der Uiterdijkslanden van Oostwold, Oostwolderhamrik en Finsterwolde, mede opgesteld door ir. A. Verburg, wordt op 4 februari 1764 een overeenkomst aangegaan tussen de Staatsgecommitteerden en de gemachtigden van de in te dijken Uiterdijkslanden; onder Finsterwolde liggende 247.23 bunder, onder Oostwold 546.77 bunder en onder Nieuwolda 395.68 bunder. In totaal zal de nieuwe polder dus een oppervlakte beslaan van 1189.68 bunder. Zij verkrijgt de naam ’Oostwolderpolder’ omdat de grootste oppervlakte onder het Kerspel Oostwold ligt.

 

 

Kaart van Henricus Teijsinga uit 1733

Titel: Gemeten tot Oostwoldener Hamrik in de maant septemb. 1733 't niew ingedijkte niewland tot aan de dijkvoet gemeten. Beschrijving: Kaart van de verdeling tussen Hitje Gerrits nom. uxoris e.a. van enkele nieuw ingedijkte landen te Oostwolderhamrik en de daaraan grenzende kwelder tot de Geute, samen groot 211¼ deimten 71 roeden, na voorafgaande optrekking van de "swette" in de aanwas met raadsheer Johan Hora. Met afzonderlijke vermelding van de grootte der landen en de namen der eigenaren. Met kompasroos en schaalstok. Vervaardiger: Henricus Teijsinga, september 1733, getekend met pen, zwarte en gekleurde inkt. Bron: Beeldbank Groningen.

Titel: 'Gemeten tot Oostwoldener Hamrik in de maant septemb. 1733 't niew ingedijkte niewland tot aan de dijkvoet gemeten'.
Beschrijving: 'Kaart van de verdeling tussen Hitje Gerrits nom. uxoris e.a. van enkele nieuw ingedijkte landen te Oostwolderhamrik en de daaraan grenzende kwelder tot de Geute, samen groot 211¼ deimten 71 roeden, na voorafgaande optrekking van de 'swette' in de aanwas met raadsheer Johan Hora. Met afzonderlijke vermelding van de grootte der landen en de namen der eigenaren'. Met kompasroos en schaalstok.
Vervaardiger: Henricus Teijsinga, gepromoveerd ingeneieur en landmeter, december 1733, getekend met pen, zwarte en gekleurde inkt. Bron: RHC GA, Beeldbank Groningen.
Op de kaart staan de namen van de Hitje Gerrits, Abel en Jan Hindrix Niewolt met Derk Fockes Wed. Anje Abels en Eijse Jans. Het land op de kaart uit 1733 (de Oostwolderpolder bestaat dan dus nog niet) is 211 deimt en 71 roeden groot, verder staat aangegeven ' 't Deijmt gerekent op 300 Roeden a 14 Voet Groninger Maat'. De genoemde personen zijn eigenaars van enkele stukken land dat in 1733 als is ingedijkt Over dat land heb ik verder geen informatie kunnen vinden. Alleen nog dat hierbij de 'Heer Jonker Johan Hoora Raaos Heer tot Groningen' en 'aanswettende Eijgenaaren' betrokken zijn geweest. De kaart is ondertekend op 29 december 1733 door genoemde vervaardiger.

 

 

Uitbesteding
Na diverse voorbereidingen zijn de ‘volmagten’ van oordeel, dat op 25 augustus 1768 tot uitbesteding der inpolderingswerken kan worden overgegaan. Het werk wordt bij gedeelten uitbesteed en komt grotendeels in 1769 gereed. De kosten van de indijking zijn niet precies bekend, maar moeten globaal rond ƒ 200 per deimt hebben bedragen. Bij de plannen voor indijking en ontwatering ontstaat over de waterlozing een groot meningsverschil doordat sommige betrokkenen afstroming naar Fiemel prefereren en anderen daarentegen de voorkeur geven aan afvoer door de ‘Oude Geut’, dus rechtstreeks door de nieuwe dijk op de slikken in de Dollard. Vanwege de geringere kosten wordt uiteindelijk voor afwatering door de Oude Geut gekozen.

 


Direct na de indijking geeft de stad Groningen, die eigenares van een gedeelte van de Uiterdijkslanden is, haar bezit in beklemming uit bij acte van 7 juli 1769 en de daarop gevolgde verzegeling van 21 februari 1770 tegen ƒ 191 per deimt, te betalen in 10 jaar en tegen een jaarlijkse huur van ƒ 16 per deimt gedurende de eerste 6 jaren en daarna tegen een vaste huur van ƒ 10 per jaar per deimt


‘dragende de meijers alle mogelijke schattingen en lasten, benevens het onderhoud van den nieuwen dijk, doch geene kosten voor ’t leggen van de zelve.’


Het schijnt, dat de eerste jaren niet meegevallen zijn, want vermeld wordt, dat de landgebruikers maar een sober bestaan hebben.

 

 

De dijk moet verhoogd worden
In de jaren 1806, 1807 en 1808 komt het waterschap voor verhoogde uitgaven te staan doordat de dijk verhoogd moet worden. De omslag per deimt moet in 1809 worden bepaald met 11 stuivers en 2 duiten, hetgeen ongeveer een verdubbeling van de omslag moet hebben betekend. In die tijd krijgt men ook met afwateringsproblemen te kampen en gaat men er eerst toe over om spuidobben te graven ter verbetering van de afstroming. De aanslibbing achter de dijk, thans Finsterwolderpolder, zal wel de oorzaak geweest zijn van een minder goede waterlozing doordat te veel slik in de Oude Geut buitendijks bezinkt en men de geul niet op voldoende diepte kan houden. Aangezien waarschijnlijk door de spuidobben onvoldoende verbetering wordt verkregen, gaat men in 1813 over tot het bouwen van een windwatermolen.

 

 

Er wordt geoogst in de Oostwolderpolder.

Er wordt geoogst in de Oostwolderpolder.


In 1819 wordt de Finsterwolderpolder ingedijkt en is de Oude Geut dus niet meer onderhevig aan eb en vloed en is het bezwaar van dichtslibbing geweken. Zij wordt in 1819 en 1820 op de nodig geachte breedte en diepte gegraven teneinde de afstroming te verbeteren. In 1821 brandt het bovengrondse deel van de watermolen af door onbekende oorzaak en wordt spoedig daarna herbouwd. Ook nadien blijkt men niet tevreden over de afwatering van de Oostwolderpolder, die lager gelegen is dan de Finsterwolderpolder.


In 1833 volgt een door een stormvloed een grote overstroming waardoor een groot deel van de polder opnieuw moet worden ingedijkt.

 

Tulpenvelden in de Oostwolderpolder.

Tulpenvelden in de Oostwolderpolder.


Waarschijnlijk worden ook de eisen, die men aan de ontwatering stelt, hoger dan voorheen. Ofschoon in onderlinge samenwerking van de beide polders naar een voor ieder aanvaardbare oplossing is gezocht, blijkt geen resultaat mogelijk. De beide polders komen niet tot overeenstemming.


In 1845 sticht de Oostwolderpolder naast de wind-watermolen een ‘stoomwaterwerktuig’ voor ruim ƒ 16.000. Deze inrichting schijnt geen succes geweest te zijn, want met de ontwatering gaat het nog niet zo goed als men verwacht. De windwatermolen, die zijn functie heeft behouden, brandt in 1855 weer af en wordt ook weer herbouwd. De stoomwatermolen is later ook weer verdwenen.


Uit de krant: ‘Dien zelfden avond (20 april 1847, Red.) is in de gemeente Oostwolderpolder de schuur met hei daaraan verbondende woonhuis van den landbouwer U.O. Stekker verbrand. Het vee, met uitzondering van een paar stuks, en de meubelen zijn gered; maar het geheele boerenbeslag, waaronder 8 wagens, als ook het hooi en stroo, is met de gebouwen vernield’
[1].

 

Bij de kaart hierboven: Op deze uitsnede van een grotere kaart is goed te zien waar het stoomgevaal, tol, school en de tramhalte hebben gestaan. Links de weg van Oostwolderhamrik naar Oostwold. De tramlijn loopt hier - - - - van links naar rechts naar het noordoosten. Op de kaart staat nog 'Oude' van 'Oude tramlijn', die langs de Oude Geute heeft gelopen

Bij de kaart hierboven: Op deze uitsnede van een grotere kaart is goed te zien waar het stoomgevaal, tol, school en de tramhalte hebben gestaan. Links de weg van Oostwolderhamrik naar Oostwold. De tramlijn loopt hier - - - - van links naar rechts naar het noordoosten. Op de kaart staat nog 'Oude' van 'Oude tramlijn', die langs de Oude Geute heeft gelopen.

 

In 1856 is de kleiweg in een grintweg herschapen, hetgeen voor de bewoners een grote verbetering inhoudt.
Als in 1862 de Reiderwolderpolder wordt ingedijkt, kan een grote verandering en verbetering in de afwatering worden verkregen; de Oostwolderpolder de Finsterwolderpolder en de nieuwe Reiderwolderpolder stromen vanaf die tijd af bij Fiemel (Waterschap ‘Vereeniging’).


In 1925 wordt ook de Carel Coenraadpolder bij ‘Vereeniging’ ondergebracht. In 1867 is de windwatermolen afgebroken evenals het zijlhuis en behoudt de Oostwolderpolder voorlopig alleen natuurlijke afstroming, In de eerste jaren geeft de afwatering door het nieuwe kanaal geen klachten, maar geleidelijk komt het ontwateringsspook weer opdagen.


Ook zullen de eisen die aan een goede waterbeheersing moeten worden gesteld in de loop der jaren wel aanmerkelijk zijn gestegen. Om verbetering te verkrijgen wordt in 1883 een stoomgemaal gebouwd, waarvan de kosten ƒ 14.425 bedragen. De stoommachine is in 1933 vervangen door een dieselmotor. Doordat natuurlijke afstroming bij Fiemel op de duur niet meer voldoende wordt geacht, wordt door het waterschap ‘Vereeniging’ bij Fiemel een dieselgemaal gebouwd in 1951. Ook hierdoor is de waterbeheersing in de vier aangesloten polders verbeterd.


Op 1 mei 1967 wordt het waterschap Oostwolderpolder opgeheven en met de andere opgeheven waterschappen komt het nieuwe waterschap ‘Fiemel’ tot stand. Verder wordt in 1967 onder genot van rijkssubsidie een ontwateringsplan in het gebied van ‘Fiemel’ uitgevoerd, waarbij kanalen zijn verbreed en verdiept, een nieuw kanaal dwars door de Reiderwolderpolder gegraven, en een nieuw automatisch elektrisch gemaal genaamd ‘Oude Zijl’, voor de Oostwolderpolder gebouwd.


Van de zeedijk van 1769 is niet veel meer te zien doordat de dijk vrijwel geheel geslecht is en als bouwland wordt gebruikt.

 

Ansichtkaart van de boerderij van de heer E. Detmers in de Oostwolderpolder. De kaart is vervaardigd tussen 1905 en 1910 en de uitgever is Z.J. Koning Gz. geweest. Bron: Beeldbank Groninger Archieven.

Ansichtkaart van de boerderij van de heer E. Detmers in de Oostwolderpolder. De kaart is vervaardigd tussen 1905 en 1910 en de uitgever is Z.J. Koning Gz. geweest. Bron: Beeldbank Groninger Archieven.

 

In de polder ligt de buurtschap Lutje Loug, bestaande uit een aantal grote boerderijen langs de Polderweg en een aantal huisjes die bij elkaar staan vlak bij een sluisje in de Oude Geut. Lutje Loug heeft van 1865 tot 1960 een eigen school. Deze is oorspronkelijk gesticht door de Hervormde Kerk, maar wordt sinds 1880 overgenomen door de gemeenten Midwolda en Finsterwolde. Ook in 1823 bestaat er al zo'n schooltje, dat later is opgeheven.
Van 1919 tot 1948 loopt de stoomtramlijn Winschoten - Delfzijl door de Oostwolderpolder. Het waterschap Oostwolderpolder heeft ook vijf wegen in de polder in onderhoud gehad, dat zijn de Polderdwarsweg, de Polderhoofdweg, de Langeweg, de Westbaan en de Kerkeweg. De Polderhoofdweg heet tegenwoordig kortweg de Polderweg.

 

Arbeidershuizen aan de Polderweg in de Oostwolderpolder gezien vanaf Oostwold, vóór de bestrating van de weg. Gedateerd: 1928. Bron: Beeldbank Groninger Archieven.

Arbeidershuizen aan de Polderweg in de Oostwolderpolder gezien vanaf Oostwold, vóór de bestrating van de weg. Gedateerd: 1928. Bron: Beeldbank Groninger Archieven.

 

* Door de laatste secretaris van het waterschap Oostwolderpolder, R. Muntinga (boerderij 126) die deze functie van 1945 tot de opheffing in 1967 heeft bekleedt, wordt de geschiedenis van de bijna 200-jarige polder uitvoerig beschreven.

* Waterstaatkundig gezien ligt de polder sinds 2000 binnen dat van het waterschap Hunze en Aa's

* In 2019 is het 250-jarig bestaan van de Oostwolderpolder uitgebreid gevierd.

* In de Oostwolderpolder staan de boerderijen nr. 163 t/m 170. Zie BB Oldambt Dl. 1.

 

 

Ansichtkaart van de boerderij van de heer A.N. Hovinga in de Oostwolderpolder tussen 1915 en 1925 van de uitgever Z.J. Koning Gz. Bron: Beeldbank Groninger Archieven.

Ansichtkaart van de boerderij van de heer A.N. Hovinga in de Oostwolderpolder tussen 1915 en 1925 van de uitgever Z.J. Koning Gz. Bron: Beeldbank Groninger Archieven.

 

Noten, bronnen en referenties:

Noten, bronnen en referenties:

 

Hoofdbron: Boerderijenboek Oldambt, Deel 3.
RHC GA, Beeldbank Groninger Archieven.
RHC GA, Groninger Archieven.

1. Opregte Haarlemse Cournant, 26 april 1847.


 

Deze pagina maakt deel uit van www.nazatendevries.nl. Aan bovenstaande tekst is de uiterste zorgvuldigheid besteed. Desondanks kunnen er best fouten voorkomen. Constateer je fouten en/of heb je vragen, correcties, aanvullingen......... geef die dan even aan mij door via mijn E-mail adres (zie rode balk boven).Wij hebben ons uiterste best gedaan om de auteurs van teksten/citaten en copyrightbepalingen van afbeeldingen te achterhalen. Mocht je rechthebbende zijn en hierover vragen of opmerkingen hebben, neem dan contact op via e-mail. Lees ook de Disclaimer voor méér informatie en laat ook eens een bericht achter in het Gastenboek, dan weet ik waarvoor ik het doe.

Hoogeveen, 19 oktober 2021.
Samenstelling: © Harm Hillinga
.
Menu Artikelen.
Terug naar de HomePage.
Top