De dagboeken van stadhouder Willem Frederik

Willem Frederik (1613-1694), stadhouder van Friesland, Groningen en Drenthe, heeft vrij nauwgezet dagboeken van zijn leven bijgehouden. Deze zijn grotendeels gepubliceerd en mogen vrij worden weergegeven. Het zou te ver gaan om al zijn dagboeken op NZD te publiceren. Omdat in het artikel op deze website met als titel ‘Ziekte en Gezondheid in de Gouden Eeuw’ is geplaatst, waarin Willem Frederik regelmatig in wordt geciteerd, is een deel uit één van zijn dagboeken, met name over zijn ziekte, hieronder opgenomen. Aan de tekst is niets gewijzigd, en met enige moeite goed leesbaar.

 

Zo schrijft hij over zijn ziekte, maar ook over zijn werkzaamheden, ondermeer:

 

Dit portret uit 1632 is van Willem Frederik van Nassau-Dietz en is onderdeel van de Leeuwarden-serie, een serie portretten van militairen uit de Tachtigjarige Oorlog en leden van het Huis Oranje-Nassau, voor het eerst gedocumenteerd in 1633 in het Stadhouderlijk Hof in Leeuwarden. Het is geschilderd door Wybrand de Geest (1592-1661), olie op paneel, heeft een hoogte van 29.8 cm en een breedte van 24 cm. Het portret is in het bezit van het Rijksmuseum te Amsterdam. Licentie: Publieke Domein.

Januarius. - 1/11 woensdach. Desen nacht is het weder mijn quaeden nacht, hoop dat mij de Heere weder voor koortse sal bewaeren; mij worde een klister geset. - Desen nacht is het heel wel mit mij geweest tot donderdachs 's morgens om half negen, doe kreech ick de koortse, eerst de kolde, daernae de warmte.

 

Klister=klysma

 

2/12 donderdach kreech ick de kolde niet sterck, begon om half negen, deurde tot half elf; de warmte deurde tot 's avons te tien uyren. - De secretaris Scheltinga was bij mij, seide mij dat de Staeten noch gantz niet gebesoigneert hadden. - De heer Dauwe Aluva was bij mij, die mij van mijn jacht sprack, beloofde mij dat hij de handt daeraen wilde hauden, dat se afgedaen sal worden in de voorsoomer. - De equipagiemeester was oock bij mij, die mij beloofde dat ick de jacht den laesten meert solde kunnen gebruycken. - Doctor Copius was bij mij, die mij seide dat de heer Grovestein Ziercksma dit jaer voor eigenerf op den landtdach [meenam], waeroover dat Copius niet wel tevreeden is. - De secretarius van Staveren [Jan Jacobs Haersma] schreef, dat alles wel is afgeloopen, dat de gemeinte wel tevreden is mit die twe uytgesette burgemeesters [Douwe Hendrickx Schilsma en Wybe Jochems], daer ick heel bliede om ben, want nu in geen stadt eenige questie is, desen nedergeleit sijnde.

Ick was desen dach heel mat en flau van de koortse, most dicwils op het bed gaen leggen; des avonts om negen uir nam ick een klister.

 

3/13 vriedach nam ick een dranck in, om te purgeren, die mij heel qualijck smaeckte en deed mij seuven stoelganck hebben. Ick sprack veul heeren op mijn bed, Sminia, Nijs, Vringer, eenen Runia, die een compagnie wil werven. - Desen dach hebben de heeren volmachten eerst beginnen te besoigneren en consent gedraghen in de 85 duysent gulden om te werven eenich nieu krijchsvolck. - Op de Deensche en Sweetsche pointen ende het affsetten van het gelt is niet gedaen, maer uytgestelt tot den ordinaris landtsdach3. - Desen nach heb ick wel gerust, hoewel het mijn quaeden nacht was, heb geen koortse, noch kolde noch hitse gevoelt en bevond mij heel wel.

 

pulgeren=een middel innemen om te kunnen braken of een stoelgang te bewerkstelligen; hierdoor zou het lichaam gezuiverd worden

 

4/14 saterdach is de heer secretarius Scheltinga bij mij geweest, seide dat de heeren Staten van 't lant de resolutie sullen teyckenen. - Doctor Jacobi is bij mij geweest, die mij seide dat de heeren van Westrego, van de Wolden ende die van de steden de resolutie all hadden geteyckent, dat het boeck nae de heer Rynick Burmania was gebrocht, omdat hij se oock solde teyckenen vanwegen Oostrego.

 

Ick bevind mij, Godt lof en danck, heel wel, vind geen alteratie van koorts; te 12 uyren geschreven. - De heer Krack gerecommendeert als preses van de heeren gedeputeerden, dat de ordonnantie van de 85 duysent gulden mocht geschreven worden en van vijf heeren gedeputeerden geteyckent. - Mijnheer Bourum heeft aengenomen en mij belooft sorge te [dragen], dat de ordonnantie sal geteyckent worden. - De heer Carel Roorda heeft affgescheit van mij genomen, wil morgen ofte oovermorgen weder nae Den Haghe gaen mit de resolutie van de Edelmogende Heeren Staeten van 't lant, heeft mij sijn dienst en vruntschap verseeckert en dat hij dicwils aen mij wil schrieven. - Desen nacht heb ick wel gerust en geslaepen.

 

5/15 sondach. Uyt vreese van de coortse bleef tot elf uir op mijn bed leggen en ontbeet niet; te half een adt ick 15 à 16 lepel bier en broot, doen wierden mijn handen caut en de nagels blau, doch kreech geen kaude, maer om twe uir kreech ick de warmte van de coortse, die duirde tot oover achten; dit was de coortse van den lesten quartaen, de eerste die ick had, heeft mij verlaten; ick was heel mat.

 

6/16 maendach heb ick heel wel geweest en gegeten. - Dess naemiddachs sach ick mijn vier bruyne koetzpeerden, die mij wel aenstonden, en waeren goetkoop, stuck hondert daeler en minder, sommige een weinich hoger, die 4 voor 600 gulden.

 

Naedat ick wat gelesen heb, heb ick twe nieuwe saldels bestelt, één blau, één coleur de rose, mit gout en silver passement geboort. Daernae mit Andla gespeult en de heer Van Hoodorp.

 

7/17 dingsdach heb ick om vijf uyren dess morgens een purgatie ingenomen, ben om vijf uir opgestaen, om mij uyt den slaep te hauden, krech vijf stoelgangen, vond mij Godt lof heel wel, heb niemants gesproocken, speelde mit Widefelt wat pijcketten. - Tomas Michels heeft nu ses bruine merriën bijeen voor 900 gulden, die goet en passelijck schoon sijn, 'twelck goetkoop is. Desen nach heb ick wel gerust.

 

purgatie=pulgeren, zie boven

 

8/18 woensdach heb ick de gedeputeerde Tjalling Eisinga gesproocken, die mij seide sijn wedervaeren te Franiker; de stadt had sich niet willen onder de judicatur van vier curatoren stellen des Accademie5, maer wel onder de heeren gedeputeerden ende het Hoff. - De heer Grovestein d'ontfanger beloofde mij, dat hij woude sorge draghen voor het gelt, dat het bijeen mochte komen, om nae Den Haghe te kunnen schicken. - Ick att om tien uir, omdat het mijn quaden dach was, ginck te twaelf uir te bed leggen, kreech om half vier de warmte, had geen kaude; de warmte duirde tot oover achten, daer viel ick in slaep en weet niet wanneer se ophielt…..

 

Pijcket: kaartspel.
Waarschijnlijk wordt hiermee de Senaat bedoeld, die met de rechtspraak belast was. Deze Senatus iJudicialis bestaat buiten de rector uit vier leden. Van Nienes, Universiteit van Franeker, 10-13.

 

…. 9/19 donderdach sijn de doctoren hier niet geweest, omdat se onnodich sijn, want se in de quartaen weinich off gheen dienst kunnen doen, niet als een deel vraeghen. - Desen dach heb ick niemants veul gesien; ick heb mijne ses bruyne merriën in mijn kaemer gehadt, die wel gelijcken. - Sibbe Sibes quam daernae bij mij, recommandeerde mij sijn persoon om toekomende landtsdach gedeputeerde te worden, 'twelck hem seyde noch aen mij niet te staen, oock dat Lewarden nu drie jaer gehadt en daerom een jaer behoorde still te staen, 'twelck hem niet wel aenstonde. - De heer Van Hoodorp wol bij mij coomen, doch ick excuseerde mij en sach hem niet. Ick speulde tegens den avont mit Widenfelt; desen dach was ick heel wel.

 

10/20 vridachs ginck ick in de kerck. Joncker Ebinga gesproocken. - Nae den eeten sach ick mijn peerden rijden, die mij passelijck aenstonden. - Drie bassyns en lampetten laeten maecken. - Mit de heer Jongstal gepijcket, die mij seide dat se sijn oom te Staveren [Joost Jongestall] vroetsman hadden gemaeckt. - Heb mij heel wel en lustich op het uytgaen bevonden.

 

11/21 saeterdach heb ick yet ingenomen voor de koortse van Pyr Oepkes appoteecker om half negen 's morgens, want het mijnen quaeden dach is van de quartaen.

Ick hiel desen dranck in, tot oover twaelven eerst operatie dede; om half één begost ick oover te geven een groenachtige materie; het 2de dat ick oovergaf, was heel groen en slijmachtich; het 3de dat ick oovergaf, was oock heel groen ende vol slijmen; het 4de daer was op het laeste yetwas swartachtich in ende vol slijm, en hielt het op mit oovergeven om drie uiren; ick dronck bier en botter soo dicwils ick oovergaf. - Daernae om drie uyr nam ick een klisteer, daer ick een heele groote stoelganck of had, en kreech noch vier of vijf stoelgangen van hetgene ick ingenomen had; de laeste was om negen uir des avons. - Soodat dien dranck een groote operatie aen mij gedaen heeft sonder pijn en benautheit; ick woude niet om veul off ick had het gebruyckt; ick hoop de coortse sal toekomende dingsdach uytblieven. - Om half vier kreech ick doch de coortse, alleen hitte sonder colde, maer was niet vehement; om 7 uiren begoste al te vergaen, te half achten att ick wat, want ick in 24 uir niet had gegeten; te acht uir ginck ick te bed en heb Godt lof wel geslaepen.

 

12/22 sondach. Ick heb wel gerust en tot ses uir dess morgens geslaepen. Doen stond ick op, om mij gereet te maecken nae de kerck te gaen, om het heylige avontmael te ontfangen. - Ick ben door Godts genaede in de kerck geweest en heb het heylige avontmael ontfangen ende bevond mij heel wel; des naemiddachs ginck ick weder in de kerck. - Daernae was burgemeester Bourum bij mij, die mij van de apointeren sprack en andere saecken. - Ockinga de gherichtschultus recommandeerde mij sijn persoon tot raetsheer. - Ick ginck monsieur Haeren besoecken, adt dien avont heel wel en mit goedt appetijt en wasser niet van beswaert, slijp wel. - De doctoren sijn niet wel tevreeden, dat ick dat vomitorium van Pyr Upkes heb ingenomen.

 

13/23 maendach. Wiedefelt seide dat van 16 bedelersmunneken in de groote pesttijt niet een storf te Maestricht; sie hadden elckeen een fontenel6 en droncken daer goet aut sterck bier bij. - Ick heb mij heel wel bevonden Godt loff desen dach, heb anderhalf uir mit de paletten gespeult en nae den eten om de stadt gereden wandelen, daernae een halfuirtjen gegaloppeert rondtom mijn hoff en heb mij daerop heel wel bevonden. - De captein van de timmerluyden seide mij, dat de Fransen sich wel dienden mit haer stucken; waer se een hoochte vonden, daer brochten sie se tot 20 in 't getal, avantzeerden elckereis mit haer bateriën tot op de contrescharp toe….

 

Fontenel: kunstmatige verzwering.
Paletten: kaatsspanen.

 

…14/24 dingsdach heb ick mij mat bevonden van dat rijden en deden mij mijne gelederen heel wee; kost qualijck gaen of mijn arm roeren van pijn. - Ick niemants gesproocken. Adt om tien uir, nam te twaelf uir een klister. - Te half één kreech ick de coortse en begost de caude, die duirde tot half drie; daernae begost de hitte, die duirde tot seuven uir, doch niet heel sterck.

 

15/25 woensdach ben ick wel geweest. Ben op mijn meubelsolder geweest. Raetsheer Nijs bij mij geweest, die mij sijn soon weder tot gedeputeerde recommandeerde. - De predicant Hasius is bij mij geweest. - Ick heb wat gespeult, om de tijt te verdrieven. 16/26 donderdach heb ick den heelen dach toegebracht mijne twe huysen in Den Haghe self af te teyckenen ende yet te ordonneren, in het waepenmaeckershuys stallingen. - Ick heb niemants gesproocken. - De heer Abraham Roorda liet mij door mijn secretarius [Philip Ernst Vegelin van Claerbergen] yemants recommanderen om te Worckum vroetsman worden; sijn naem is Wibrant Wibrandi, waerop ick datelijck aen de stadt Worckum en Inthema schreef in die mans faveur. - Jellis Marez heeft mij geleert om een open lief te holden, bladers van zene8 te nemen die swaerte van een gautgulden, dat in een roomer mit waeter gedaen, datselfde den heelen nacht laeten weycken, dan dat water van het kruyt uytgedruckt, dat waeter in een comm gedaen en daer sooveul eeten ofte boullion bie als ghij denckt te kunnen eeten; eedt het tesaemen op, het sal u stoelganck doen hebben. - Ick deed het dat het maer seuven uiren…

 

Bladers van zene: sennebladen.

 

…had gewerckt, en had de vrijdachs 's morgens twe goede stoelgangen. - Desen dach was ick heel wel; des avonts speulde ick wat mit Widenfelt. Desen dach om één uir is de olde heer Piter van Eissinga gestorven, een eedelman van [80] jaeren.

 

17/27 vrijdach heb ick dess morgens twee stoelganck gehadt van dat water van zenekruyt, dat mij Jellis Marez had geraeden. - Te negen uir gegeten, omdat het mijn quaeden dach is van de quartaen. - De heer Ulb Aluva quam mij besoecken, daer ick mit van alle dingen sprack. - Om half één kreech ick de caude, die weinich duirde, daernae de hitte, die niet heel groot was, duirde tot seuven uir. - Om seuven uir adt ick en dronck vier glasen van Grovesteins bier, dat mij seer verhitte, en had des nachts groote brant, kost niet wel slaepen.

 

18/28 saterdach. Om ses uir dronck ick van de geprepareerde wijn van doctor Andela en had 7 stoelgangen. - Ick maeckte weder het plan van mijn huys voor plaisir. - De heer Abraham Roorda was bij mij, die mij seide dat voor de melancolie en colere goet was goede diëte te hauden, een open lijf ende wel acht op sichselfs te nemen, dat ghij de coleer mit reden tegengaet en voorkomt, soo sult ghij se mittertijt ooverwinnen.

Hij bedanckte mij oock voor die recommendatie te Worckum voor Wibrant Wibrandi. - Daernae sprack hij van de licenten te sluyten op Vlaenderen, begeerde ick soude S.H. daervan schrieven. - Wij spraecken van Vranckrijck, van Henry 4, van de vrede te Munster. - Heb wat gespeult en bevinde mij desen dach heel wel. - Des avonts had ick drie glaesen sterck bier gedroncken, hetwelcke mij altereerde ende warmte biebrocht, belettede mij te slaepen; moet mij voortaen voor stercke bieren wachten, biesonder des avonts.

 

19/29 sondach ben ick in de kerck geweest, om ses uir de wijn gedroncken. - Des naemiddachs ben ick niet in de kerck geweest, heb mij laeten voorlesen. - Burgemeester Bourum bij mij geweest, die mij van de appointeren sprack. - De grietman Grovestein seide mij hij soude elf dorpen uytmaecken voor d'eigenerf. Wost niet hoe het in Westrego soude afloopen, vreesde voor veranderinge, meinde Swartzemburchs en Andree dorpen te kriegen. - Desen avont heb ick weinich gegeten, daer ick mij heel wel bij bevinde, en heb gants geen alteratie van pols noch hitte, gelijck voor desen, als ick veul des avonts adt en dronck, dat mij dan aen mijn slaepen belettede, daer ick im vorders op moet letten…..

 

Hiermee wordt bedoeld dat grietman Grovestins zei dat hij de stemmen van elf van de twaalf dorpen van Hennaarderadeel zou kunnen krijgen voor zijn kandidaat Gijsbert Siersma als volmacht voor de eigenerfden.

 

….Om half tien dronck ick een glas van Andla wijn.

 

20/30 maendach heb ick weer een glas van Andla wijn gedroncken om 7 uir en heb desen dach acht stoelgangen ghehadt; het is de dach van mijn coortse, de quartaen. - Ick kreech een weinich caude om 12 uir; dat duirde tot half twe, doe begost de hitte, die van drie tot half vijf wat vehement was; doe begost het oover te gaen, en ick schilderde yet aen mijn huysinge in Den Haech. - Desen dach adt ick niet tot 's avonts te achten, dat de koortse heel oover was, adt heel weinich. - Ick kreech veul brieven uyt Den Haghe.

 

21/31 dingsdach heb ick wel geslapen, geen hitte gevoelt, als des avonts op andere tijden, hetwelcke kompt dat ick weinich adt en dronck. - Mit Bourum lang gesproocken oover de apointiers, doch sijn de brieven eindtlijck uytgegaen aen de capteins. - Julius Eissinga bij mij geweest, geloof dat Hottinga volmacht sal worden, gelijck ick uyt sijn eigen woorden kost vernemen. - De heer Boschuysen is bij mij geweest, die meint dat de heer Viersen geen volmacht sal worden. - Wil op den landtach voorslaen, dat ick alleen de gerechticheit mach hebben om op Het Bildt te jagen en niemant anders. - De jonge Nijs, die sijn persoon recommendeerde tot gedeputeerde. - De drie Camstra recommendeerden d'expeditie van 't revijs. - Griffir Glinstra recomendeerde sijn persoon tot raetsheer…..

 

De desbetreffende resolutie komt pas in 1650 tot stand. Sannes, Het Bildt, I, 281.
Herziening van een sententie van het Hof van Friesland.

 

….Weinich gegeten, daer ick wel heb bij bevonden, desen avont.

 

22 jannuarii/1 februarii woensdach. Desen nach wel geslaepen. - Op de biddach in de kerck geweest. - Des naemiddachs weder in de kerck geweest. - Niemant gesien vandach. - Weinich gegeten desen avont, omdat het mijn quaeden dach is morgen.

 

23/2 donderdach. Desen nacht heel wel geschlaepen, geen alteratie ghehadt. - Desen morgen yet op mijn beide polsen geleit voor de quartaen; het is mijn quaeden dach, en sal yet innemen om half twaelf, om te sweten, de coortse, dat ick hoop door de hulpe Godes sal helpen. - Om elf uir heb ick ingenomen in een glas mit wijn een soutachtighe materie van de ouden sereugien Feycke. - Ick meinde daeraf te sweten, doch het ginck mij mit het pissen aff. - Om twaelf uir kreech ick de coortse; de coude duirde tot oover twee, de hitte duirde tot half vijf, en was de coude en hitte niet groot; ick adt te half acht een weinich, dat mij wel bequam, had geen alteratie en sliep wel.

 

24 jannuarii/3 februarii vrijdach heel wel geslaepen. Siprianus leide mij weder wat op de pols aen beide armen; ick liet mij mit doecken vriven. - Mijn reeckeninge ghehoort en gesien van 't jaer 1644. - Burgemeester Hansma bij mij geweest, sprack mij en recomendeerde mij de saeck van Bolswert aengaende de questiën mit de classis om de predicant [Matthaeus Bernardi Brugbron]. - Siryckx en Mol bij mij geweest, claechden oover Haubois. - Haubois claecht weder oover haer, recommendeerde mij sijn persoon op desen aenstaende landtsdach, sijnde volmacht.

De heer Jongstal bij mij geweest, die voorseecker Viersen meent uyt te cuypen. - Ick hem mit hem gesproocken, dat hij wolde mit toesijn [toezien], dat de grietsluyden het Hoff niet te hart vielen, dat se de abuysen wechdeden ende dat mit communicatie ende wijse deliberatie mit sommighe uyt het midden van den Hove, die die misbruycken oock viant sijn en tegenstaen. Swaelue bie mij geweest. - Matelijck den avont gegeten en niet beswaert bevonden.

 

25 jannuarii/4 februarii. Desen nacht wel gerust. Bourum bij mij geweest, die mij yet van het Westyndische werck brochte. - Wisma mijn huys verboden, omdat hij tegen mijn hoffmeester Widefelt geseit hadde, hij had de bruy van hem ende en wolde hem niet seggen in presentie van mijn secretarius ende andere luyden, dat het hem leet was en dat hij het in colere had geseit. - Arent bij de geweldiger [Folckert Jansen Plumioen] laeten setten, omdat hij den heelen nacht gesopen en mij niet opgepast heeft. - Mij desen dach wel bevonden; den avont weinich gegeten, omdat morgen den dach van de quartane is.

 

26 jannuarii/5 februarii sondach. Den nacht heel wel gerust en mij seer wel bevonden tot 12 uir. Om elf uir dat drancksken weer ingenomen van meester Feycke; om half één de koortse gekregen, en duirde de kaude een weinich nae tweën, doch niet sterck; de hitte was te drie uir al gedaen, soodat de koortse heel vermindert. - Niet in de kerck geweest. - Ick kreech brieven van H.H. miskraem van een dochter ende schickte Ferens nae Den Haghe, om te vernemen nae H.H. gesontheit, die men mij schrijft heel swack te wesen. - Men seit quaede geruchten van de jonge heer Baerdt. - Desen avont weinich gegeten, geen vlees. - De heer en raetsheer Ipe Aluva is desen dach gestorven tegens den avont, een geleert en wel gequalificeert edelman, dat jammer dat hij soo vroech gestorven is, sijnde maer 32 jaer out, een groote schaede voor de provintie.

 

27 jannuarii/6 februarii maendach. Desen nacht passelijck geslaepen; den wijn desen morgen gedroncken. - Haubois heeft mij sijn persoon gerecomandeert op desen toekomenden landtsdach. - Een brief aen S.H. geschreven in faveur van één die geern scheepscaptein was. - Mijn linnen besien. - D'ontfanger Grovesteins bie mij geweest, die mij klaechde oover Walteri, dat hij de obligatiën ende lijfrenten woude afleggen, 'twelck tegens Grovesteins commissie streckt ende instructie. - Douwe Simons en de ander burgemeester van Staveren [Holle Piers], die het zegel achterhielden en maeckten sich preses tegens d'ordre, hebben op mijn schrievens het zegel oovergegeven ende het presidentschap verlaeten. - De gravin van Nassau [Christine van Erbach] haer 20.000 gulden geschickt, die sie op het lant hadde op interes geleit….

 

Geweldiger: provoost.
Frederick van Grovestins is in 1644 benoemd tot ontvanger-generaal van de floreenrente en negotiatie met instructie de obligatiën van lijf- en losrenten in te trekken en op zijn naam te stellen. (RAF, arch. 5, S 2d, 1644, 143)

 

…28 jannuarii/7 februarii dingsdach. Desen nacht wel gerust, om ses uir de wijn gedroncken. Vandaech stemmen de edeluyden en eigenerfden de volmachten, om elf uir luyt de klock. - Burgemeester Bourum mij de saecken van Sweden gebrocht. - De Sweetse saecken doorlesen. - Bellanus eenighe saecken van vrau Staeckenbroeck ter hande gestelt. - Verstaen dat Gerridt Loo sich geweldich in Wisma saeck mengt en moit, geeft raedt, kekelt. Seit 't is veul, dat graven en edelluyden hem om vergevenis moeten bidden. Men sal hem sien quartieren tonen. Wisma moeder [Ida van Lezaen] sal veul keeckelen. - Desen avont weinich gegeten, mij heel wel bevonden, wel geslapen, een pollucion15 gehadt; morgen is het mijn quaeden dach, doch ick hoop de koortse sal door Godes hulpe en genaede uytblieven. - Rynick Burmania deed juffer Jel Rosel uyt sijn huys, omdat se sijn meint [meidt], die sijn dingen doet van sijn huys en op sijn goet achtinge gheeft, quaelijck bejegende ende aensprack. Hij is nochtans oom oover juffer Jell Rosel….

 

Pollucion: zaadlozing. Dit hoort bij het ziektebeeld van derdedaagse koorts.

 

…29 jannuarii/8 februarii woensdach heel wel geslaepen, een pollucion gehadt. - Desen nacht eet ick niet, omdat het mijn quaeden dach is. - Ietwes ontworpen om mijn edelluyden voor te holden, om sich daernae te reguleren en heure meinige daerop te verstaen.

 

Om half twaelf dien dranck weder ingenomen van meester Feycke en yet anders op mijn pols geleit als ick voor desen dee; het kruyt heet.... - Een quartier nae half één kreech ick soo een frieseling in mijn rugstrang, doch gheen groote kaude. De hitte was niet te beduyden, en heb noit soo een goede dach gehadt; mijn uryn was gantz niet hitsich, soodat ick hoop door Godes hulp ende genade de koortse quijt te sijn, hetwelcke men toekomende saterdach sal sien. Weinich gegeten desen avont. - Mijne acht grauwe en acht bruyne merriën besien, die heel schoon sijn; heb desen dach noch een bruyne merrie gekoft.

Den 30 jannuarii/9 februarii. Desen nacht wel geslaepen. - De heer Jongstal bij mij geweest, die seer oover Viersen klaecht, die geseit heeft hij wil hem eer en goedt ontnemen, seit dat hij de pluraliteit van stemmen heeft op Het Bildt, 14 tegen 10 of 8. - Viersen bie mij geweest, seit dat hij 16 stemmen heeft, klaecht weder oover Jongstall. - Mijn acht bruyne merriën gesien, die heel hubs sijn en gesont en goetkoop, kosten alle acht maer 901 daeler, negenhondert en een daeler, 1351 gulden uytmaeckt; der sijn vier mit witte teyckentjes op de snuyt, dat heel wel komt. - De heer Nauta bij mij geweest, sprack mij lang van Viersen en Jongstals questie, daernae van Bourums saeck, recommendeerde mij Haubois tot gedeputeerde.

 

31 jannuarii/10 februarii vridach. Heel wel geslaepen desen nacht, een pollucion gehadt.

Niet te vergeten aen de graf van [Nassau]-Dillemburch te schrieven aengaende de graefschap van Spiegelberch. - De heer Sjouck Burmania te spreecken aengaende sijn soon en Ritske Eissinga. - De heer Loo, komende uyt Den Haghe, seide mij dat S.H. de gicht in de linckerschouder had gekregen voorleden maendach en dat hij heel groote pijne leet en heel swack was en dat veul eerlijcke lieden gealtereert waren. - H.H. was nu aen de beter handt. - Vandaech heb ick heel wel geweest, mit de palett gespeelt, twemael in 't hoff gewandelt, mijn Vosyen ende Swaentjen om den hoff gewandelt. - De graf van Oxfort bie mij geweest. - Desen avont weinich gegeten, omdat het morgen den dach van mijn quartaen is. - De Staeten van Hollant willen in de nieuwe lichtinge van chrij[ch]svolck niet consenteren voor ende alleer men den Swede helpt en den coninck van Dennemarcken den krijcht aendoet. S.H. en de andere provintiën sullen het op 't lest toestaen en consenteren. - Amsterdam kijst [kiest] altijt op lichtmisdach, den 2 februarii haere burgemeesters. - De heer Loo brocht mij de décharge van 7000 gulden van legerkosten.

 

[20 februarii] son op te 7, onder te vijfven. - [28 februarii] vastelavont….

 

Tekst tussen teksthaken voorgedrukt.

 

…Februarius. - 1/11 saterdach. Desen nacht heel wel geslaepen, eerst vijf uiren nae malckander, daernae drie uyren, tsaemen acht uiren, dat mijn lang niet gebeurt is, een goedt teycken, soodat ick hoop de coortse haest quijt te sijn. - Desen morgens off middach eedt ick niet, omdat het mijn quaeden dach is. Mijn acht bruyne merriën gesien. - Ick sal om elf uir weer wat innemen van mester Feycke en yetwes op mijn pols leggen. - De heer Tjalling Eissinga van Marsum bie mij geweest, die mij seide dat hij negen dorpen had tegens Glins, recommandeerde mij sijn soon tot raetsheer. - Om half twee kreech ick een weinich vrijsling in mijn rug, doch geen groote caude, geen hitte, soodat ick hoop dat het door Godes hulp haest sal gedaen sijn. - Desen avont geen vlees en weinich gegeten.

2/12 sondach. Desen nacht niet wel geslaepen, wel vijfmael wacker geweest en weer ingeslapen, een pollucion gehadt. - In de kerck geweest, des naemiddachs niet. - De heer Donia bij mij geweest, die mij seide dat het verleden woensdach weder wat beter mit S.H. was geworden, daer Godt sie voor gedanckt en hem meer en meer stercken; mit H.H. was 't beter. - Destrade had geseit, dat Monsieur mit een leger van 25 mille man soude in Vlaenderen komen. Duc d'Anguyn soud nae de Maes gaen. Turaine soud noch achtduysent man bie sich krigen, om progressen te doen. - Hollandt soeckt alle daech meer gesachs te kriegen. - De saecken van Munster gaen slecht voort18. - Burgemeester Bourum bie mij geweest, die seit dat Jacob Stevens wil klagen aen de Staten van het lant oover de regering van de stadt.

 

Gritman Grovestein hier geweest, die seit dat Ziercksma 9 of 11 dorpen heeft tegen Bruysma 2 dorpen. - De heer Nijs mit sijn soon bij mij geweest, recomendeerde hem tot gedeputeerde. - Desen dach heel wel geweest.

3/13 maendach. Desen nacht niet heel wel geslapen. - In mijn stal geweest en mijn peerden sien rijden, die heel wel deden. - De heer Viersen bie mij geweest, die swoer dat hij de rechte volmacht was en dat hij de meeste stemmen heeft, mit veul eeden. - Daernae seide ick hem hij soude de consciëntie deruyt laeten, want men most die soo niet misbruycken; 't exempel hadden wij verleden jaer tuschen Eissinga en Mellinga, die minder bequaem was als Eissinga, daer wij eenige woorden oover en weer oover hadden. - De heer Roorda was bij mij, daer ick mede sprack oover het werck van Denemarcken. Ick gaf hem de aliantie tuschen desen staet en Sweden te lesen20. - Tegen den avont comt Jongstal, die swoer dat hij de meeste stemmen had op 't Bildt, was heel ….

 

Sinds 1642 is de gewone landdag op de eerste maandag van februari gehouden. Begin januari zenden stadhouder en Gedeputeerde Staten de uitschrijvingsbiljetten aan de grietenijen en de steden. Iedere grietenij heeft één stem op de landdag, ook al zijn er meestal twee volmachten. De volmacht moet een originele en ondertekende procuratie (geloofsbrief) hebben, ondertekend door de volmachten van de dorpen of de magistraten en vroedschappen van de steden. Het mandaat van de volmacht geldt voor een jaar. Op de openingsmaandag leveren de volmachten hun procuraties in; de zitting wordt verdaagd tot donderdag. In de tussentijd onderzoeken Gedeputeerde Staten de procuraties. Soms wordt er voor een grietenij of stad meer dan één procuratie ingediend. Gedeputeerde Staten en stadhouder besluiten dan welk mandaat wettig is.
(Guibal, Democratie, 12-16. In 1645 worden de procuraties niet op donderdag, zoals Guibal stelt, maar op zaterdag afgedaan. Zie eventueel in DBNL bij 1645 pagina 30 en 31)

 

….quaet op Viersen, seide dat Haren voor hem was en tegens Viersen en Mellinga. - Frens is wedergekomen, seid S.H. vridach gesien te hebben, die nu, Godt si lof en gedanckt, beter is, was weder gekleet. H.H. was oock aen de beter handt. - Desen avont weinich gegeten, omdat het morgen mijn quaeden dach is, en geen vlees. Ick ben heel wel geweest.

 

4/14 dingsdach. Desen nacht heel wel geschlapen. - En burgemeester Timen Fransen van Bolswert gesproocken. - Gemenich van Franicker, dat beyde volmachten sijn, wille wat hebben. - Om 12 uir mijn dranck ingenomen en yet op de pols geleit, daernae een wenich gewandelt, mijn hals en rug wel stijf mit brandewijn laeten smeren en daerop te bed gegaen. - Een weinich nae éénen kreech ick een friesling, niet in de rug, niet aen de handen, maer een weinich om de borst, maer had niet te beduyden, heb gheen hitte ghehadt.

 

Tot zover een deel inzake zijn ziekte.

 

 

 

Lees meer:

Ziekte en gezondheid in de Gouden Eeuw.
Willem Frederik van Nassau-Dietz, stadhouder van Friesland, Groningen en Drenthe

 

 

 

Bron:

 

DBNL; Gloria Parendi. Dagboeken van Willem Frederik, stadhouder van Friesland, Groningen en Drenthe, 1643-1649, 1651-1654.

 

 

 

 

Deze pagina maakt deel uit van www.nazatendevries.nl.
Aan bovenstaande tekst is de uiterste zorgvuldigheid besteed.
Desondanks kunnen er best fouten voorkomen.
Constateer je fouten en/of heb je vragen, correcties, aanvullingen.........

geef die dan even aan mij door via mijn E-mail adres.
Laat ook eens een bericht achter in het Gastenboek.

Hoogeveen, 02-03-2021.
Samenstelling: © Harm Hillinga
.

Menu Artikelen.
Terug naar de HomePage.
Top