De Upstalsboom, Opstalsboom of Opstalboom, Oudfries Upstallesbâm is de naam van een oude 'rechtsplaats' bij Aurich in Oost-Friesland. Om precies te zijn: het ligt op een voormalige grafheuvel ten westen van het dorp Rahe bij Aurich, eerst is het een dingplaats [7] geweest, later een algemenere gerechtsplaats van de Friezen. De Upstalsboom is in de tijd van de Friese Vrijheid de plaats van samenkomst van afgezanten uit alle Friese gebieden. Zij overleggen daar en vormen het hoogste beroepsorgaan bij geschillen.

 

De rechtsplaats is gesitueerd geweest op een verhoging in het landschap, een grafheuvel uit de vroege middeleeuwen. Boven op de grafheuvel hebben vroeger enkele eiken of eikenstobben gestaan. De naam Upstalsboom is niet met zekerheid te duiden. Bij de uitgang -boom hoeft het echter niet per se om een levende boom te gaan, het kan ook gaan om een bewerkt stuk hout, zoals een grenspaal, een afsluitboom of een paal waaraan het vee kan worden vastgebonden. Het woord opstal heeft een Zuid-Nederlandse oorsprong en betekent een 'omheind perceel dat de dorpsgemeenschap als gemeenschappelijk weidegebied gebruikt' [1].

 

Huidige toestand van de Upstalsboom met piramide. Bron: Matthias Süssen, september 2008. Licentie: Creative Commons Attribution-Share Alike 2.5 Generic licentie.

 

De oude Friezen

De Upstalsboom gaat terug tot de 8e eeuw en heeft alles te maken met de oude Friezen. De Noordzee zorgt voor haar economische bestaan, maar het is ook een constante bedreiging voor het leven en eigendommen. Stormvloeden bedreigen de kuststrook en dreigen herhaaldelijk de meest productieve gebieden van het land te vernietigen. In de 10e eeuw bouwen de Friezen dijken. Dit is alleen mogelijk door het gezamenlijke optreden van iedereen. Samen dragen de Friezen niet alleen de verantwoordelijkheid voor de aanleg van dijken, maar ook voor de defensie. Als ze in de 9e eeuw ten strijde vechten voor koning Karel tegen de Romeinen, krijgen ze een speciaal voorrecht voor hun moed, de ‘Friese Vrijheid’: ze zijn vrij van belastingen en heffingen op de koning en kerk en vooral van dienstplicht voor de koning. In de Friese gemeenschappen ontwikkelt zich een sociale structuur, die afwijkt van de feodale regel die in heel Europa gebruikelijk is. Onder hen zijn er geen lokale boeren. Elke gemeente kiest zijn hoofd. De gemeenten fuseren in de 12e eeuw en noemen zich de ‘Zeven Zeelanden’. Het gebied varieert van het Vlie in Nederland tot de Weser-estuarium tussen Bremerhaven en Cuxhaven. De partijen garanderen elkaar om vrede te houden en om elkaar te helpen in het geval van een aanval van buitenaf. Elk jaar op de dinsdag na Pinksteren komen hun vertegenwoordigers bijeen in Rahe in de buurt van Aurich. Ze noemen hun verbond de ‘Upstalsboombund’. Upstal is een landnaam en verwijst naar een omheind weiland op een gemeenschappelijke plaats, waarin de dorpsherder de bewaakte of het weggelopen vee drijft en voor een plek voor overnachting zorgt. Boom staat voor een gehouwen stam, paal die wijst naar deze plek waar het vee wordt bijeengebracht.

De plaats van de Upstatsboom is vroeger zowel via het water als via het land goed bereikbaar geweest. In 1833 is ter herinnering aan de historische betekenis van de Upstalsboom boven op de grafheuvel een piramide van zwerfstenen gebouwd en is er een park aangelegd.

 

 

Afgevaardigden van de Friezen treffen elkaar in de twaalfde en dertiende eeuw bij de Upstalsboom, om recht te spreken, besluiten te nemen en zo nodig hun autonomie (de zogenoemde 'Friese vrijheid' [8]) te verdedigen. De bijeenkomsten vinden eens per jaar plaats op de dinsdag na Pinksteren [2]. De afgevaardigden worden met Pasen in hun thuisland gekozen en worden gezworenen genoemd.

 

De eerst bekende bijeenkomst vindt plaats in 1156 om onenigheid tussen twee Oost-Friese gebieden te slechten. Aan de hand van oorkonden zijn bijeenkomsten bij de Upstalsboom tussen 1216-1231 en van 1323-1327 aangetoond.

 

Zegel van het verbond van de Opstalboom (1324). Bron: W. Eekhoff, Friesche oudheden, Leeuwarden: Kuipers 1875. Licentie: Publiek Domein.

De stam der Friezen is naar buiten toe vrij, aan geen andere heer onderworpen’, is een citaat uit 1240 en geeft het bijzondere van de Friese vrijheid weer: geen heervaartplicht, recht op eigendom, politieke medezeggenschap en persoonlijke vrijheid.

 

In deze laatste periode worden de akten bezegeld met een grootzegel met een doorsnede van 12 cm (zie afbeelding hiernaast). In 1323 worden de ‘Willekeuren van de Upstalsboom’ aangenomen, een poging tot unificatie van het Friese recht. In 1327 worden op de vergadering van de Upstalsboom de stadsrechten van Appingedam bevestigd en bekrachtigd. In maart 1338 sluiten de 'rechters, raadsheren en gemeenschappen van alle Friese landen', verzameld in Appingedam, een verdrag met de koning van Frankrijk, dat eveneens met het zegel van de Upstalsboom wordt bekrachtigd. Dat is vermoedelijk de laatste formele bijeenkomst die heeft plaatsgevonden.

 

Nieuw leven

Nadien zijn er nog diverse pogingen ondernomen door middel van verdragen het verbond nieuw leven in te blazen. Zo vindt op 9 september 1361 in de stad Groningen een bijeenkomst plaats waaraan wordt deelgenomen door rechters van Westergo, Oostergo, Humsterland, Hunsingo, Fivelingo, het Oldambt, Reiderland, Emsigerland en Broekmerland, samen met kloosteroversten en andere geestelijken. Hierbij is besloten het legendarische verbond van de Upstalsboom voor een periode van zes jaar te hernieuwen, waarbij tevens wordt afgesproken dat de vergaderingen voortaan elk jaar in de Der Aa-kerk in Groningen zullen plaatsvinden [3]. Een groot aantal verdragen en bijeenkomsten zijn in de jaren erna ter plaatse gesloten [4].

 

Opmerkelijk hierbij is dat het hier het rechtsgebied in het huidige Friesland, Groningen en het westen van Oost-Friesland uitstrekt, terwijl daarvoor het gebied van de Upstalsboom zich veel verder naar het oosten uitstrekt. Als voortzetting van het vredesverbond van de Upstalsboom kunnen ook de ‘Willekeuren van Focko Ukena’ uit 1428 en de landvredes die in 1435 en 1482 onder het gezag van de stad Groningen tot stand zijn gekomen, gelden.

 

 

Oudst bekende afbeelding van de Upstalsboom door C.B. Meyer (1790). Bron: Scan van Karl-Ernst Behre / Hajo van Lengen: Ostfriesland. Geschichte und Gestalt einer Kulturlandschaft. Aurich 1995, ISBN 3-925365-85-0. Licentie: Publiek Domein.

 

 

Kenmerkend voor Oost-Friesland

De Friese vrijheid wordt nog steeds gezien als een onderscheidend kenmerk van Oost-Friesland in de middeleeuwen, met name van de 11e tot de 14e eeuw vindt men hier een bijzondere maatschappijvorm, die afwijkt van het overige feodale Europa. Hier treedt een verbond op van zelfstandige landsgemeentes uit het Friese kustgebied. De vrij gekozen vertegenwoordigers komen in de regel op de dinsdag na Pinksteren, later wordt dit de ‘Oll Mai’ bijeen bij de Upstalsboom ter verzekering van recht en vrijheid voor alle Friezen.

 

Het wapen van de Ostfriesische Landschaft.

Ostfriesische Landschaft

De ‘Ostfriesische Landschaft’ als rechtsopvolger van de Oost-Friese standenvertegenwoordiging representeert het idee van de Friese vrijheid als relevant cultureel symbool van de regio. Het wapen van de Ostfriese Landschaft uit 1678 vertoont een Fries in wapenuitrusting bij de Upstalsboom.

In 1883 heeft de Ostfriesische Landschaft op de grafheuvel het Upstalsboom-monument opgericht in de vorm van een piramide. Meer dan 60 jaar later in 1894 is aan de piramide de volgende tekst aangebracht: ‘Opgericht in het jaar 1833 door de standenvertegenwoordiging van Oost-Friesland op de vergaderplaats van haar voorganger, de Upstalsboom’.

 

Nationaalsocialisme

In latere eeuwen is het gegeven van de Upstalsboom door diverse meer en minder nationalistische groeperingen aangegrepen om het gevoel van de groot-Friese nationaliteit en eenheid aan te wakkeren. Er is geprobeerd om de plek om te vormen tot een Germaanse cultusplek, waar volkse plechtigheden zouden kunnen worden georganiseerd. De nationaalsocialisten zijn hierin niet geslaagd omdat de Ostfriesische Landschaft als eigenaar van het terrein deze plannen heeft weten te verhinderen.

 

De Friezen nu

Tegenwoordig is er niet veel meer over van de gemeenschap der Friezen tussen Vlie en Bremen. Weliswaar kennen we in ons land nog West-Friesland en Friesland en kent Friesland nog een sterk bindende bevolking, maar een verbond tussen deze gebieden en het tegenwoordige Oost-Friesland is er niet meer. Toch zijn er nog wel banden tussen het noorden van ons land en Oost-Friesland, al moeten we die meer zien als vormen van cultuur en samenwerking.

 

 

Bronnen, noten en/of referenties:

 

1. Hajo van Lengen (red.), Die Friesische Freiheit des Mittelalters – Leben und Legende, Aurich 2003, p. 424; MNW: opstal, vgl. MNW: opstalsboom.
2. Geert Mak, Drie verleidingen onder de Opstalsboom, lezing, 6 juni 2006
3. Wio Joustra, Groningers bewierookten Friese vrijheid, interview met Oebele Vries, Leeuwarder Courant, 26 mei 2012
4 Nip, R.I.A. "Hoofdelingen en stedelingen, een wereld van verschil ca. 1350-1536" in "Geschiedenis van Groningen", deel I, blz. 239, Zwolle, 2008 - in deze bron worden de begrippen Opstalsboom en Opstalsboomverbond gehanteerd
5. Geert Mak, Drie verleidingen onder de Opstalsboom, lezing tijdens de Opstalbijeenkomst op 6 juni 2006.
6. Wio Joustra, Leeuwarder Courant, 26 mei 2012, pag. 17, ‘Groningers bewierookten Friese vrijheid’.
7. Dingplaats In de rechtsgeschiedenis is een ding in de Germaanse tijd een volksvergadering die recht kan spreken (en dus als rechtbank heeft gefungeerde. Het recht wordt gesproken door de aanwezigen, de schepenen.
8. Met Friese Vrijheid wordt bedoeld het ontbreken van feodale instituties in het gebied tussen de voormalige Zuiderzee en de Wezer, met name de huidige provincies Groningen en Friesland in N derland en Oost-Friesland in Duitsland.
9. Na de overwinning op de Groningers in 1428 regelt Focko Ukena de Friese rechtspraak. In plaats van de ‘gemenelands warven’, die in de stad Groningen worden gehouden, krijgt iedere goa (gebied) evenals weleer de eigen rechtspraak terug. De wetten bevatten aanwijzingen voor rechters met betrekking tot de aanzienlijken ‘wisheit elkes landes’, en de geestelijkheid en de gemeenschap ‘de wisheit fan de mente’. De Friese landen beloven elkaar bij te staan zodat de Friese vrijheid blijft gewaarborgd – ‘dar se met Godts genade to komen siin’. Ook bij ‘water-noet’ beloven zij elkaar bij te staan. Het onderlinge verkeer van personen is voor de Friezen uit alle gouwen vrij, al blijft de tolheffing bestaan. De wetten van Ukena zijn geschreven in een overgangstaal. Veel is nog geschreven in het Oudfries, maar er is al wel een Nedersaksische invloed waar te nemen.

 

 

 

 

Deze pagina maakt deel uit van www.nazatendevries.nl.
Aan bovenstaande tekst is de uiterste zorgvuldigheid besteed.
Desondanks kunnen er best fouten voorkomen.
Constateer je fouten en/of heb je vragen, correcties, aanvullingen.........

geef die dan even aan mij door via mijn E-mail adres.
Laat ook eens een bericht achter in het Gastenboek.
Hoogeveen, 19 februari 2021
Samenstelling: © Harm Hillinga
.
Menu Artikelen.
Terug naar de HomePage.
Top