Het oorspronkelijke artikel is van R.H. Alma, 2010 (in PDF-formaat)

 

 

Inleiding

 

In Gruoninga van 1998 is een lijst van landeigenaren en grastallen van het Termunterzijlvest gepubliceerd uit ca. 1520. Van latere jaren bestaat een aantal andere lijsten dat opgesteld is ten behoeve van het onderhoud en de reparatie van de dijken rond de huidige Punt van Reide. De zorgwekkende toestand van deze dijken heeft tot grote activiteiten geleid om de uitbreiding van de Dollard tot staan te brengen. De combinatie van deze lijsten geeft veel informatie over de landeigenaren in dat gebied, reden om de belangrijkste hieronder te laten volgen. Het betreft lijsten van grastallen, gebruikt om vast te stellen wie voor hoeveel heeft moeten bij dragen tot reparatie en onderhoud. Voor velen worden de lasten te hoog en zij doen afstand van hun landerijen, omdat zij het de investering niet meer waard achten. Vanouds kunnen schatplichtigen dit doen door de spade in de dijk te steken, of 'spa schieten', zoals dat ook wel genoemd wordt. 

 

 

 

In 1521 wordt de dijk van Oterdum tot Termunten 'gedeelt op de graestaelen', dat wil zeggen grasgrasgewijs omgeslagen over de verschillende landeigenaren. In 1526 gebeurt dat met de dijk tussen Termunten en Fiemel en in 1531 met de zomerdijk van Reide tot Dallingeweer [1]. In later jaren is het een probleem om de bijdragen voor het onderhoud en de aanleg in te vorderen, omdat men gebruik heeft gemaakt van oudere lijsten van grastallen: verschillende landeigenaren zijn inmiddels overleden. Bovendien is veel land in eigendom bij personen die elders wonen. 

 

Van die pogingen om de verantwoordelijke eigenaars op te sporen, getuigen de hier uitgegeven lijsten. Het eerste overzicht is samengesteld uit drie verschillende lijsten: 

 

1. Een lijst van grastallen, op grond van de namen daterend van rond 1520 en waarschijnlijk vóór 1523, aangezien Jurgen Addinga ('Jurgen tho Westerwolde') nog voorkomt. Deze lijst dateert vermoedelijk van iets latere tijd dan de lijsten die in Gruoninga van 1998 zijn gepubliceerd. Daar vinden we namelijk een Hebele Volens met 25 grazen. Deze dame leeft in elk geval in 1501 en zal dezelfde zijn als Hebbele Huinge, weduwe van Reiner Vole. Haar zoon Claes Vole, overleden tussen 1536 en 1541, en schoonzoon Berent Horenken, gehuwd met haar dochter Harmen Volens, vinden we in de lijst hieronder met 21, resp. 25 grazen. Bij de opstelling van deze lijst zal Hebele al overleden zijn. Onderaan in het afschrift van de lijst is een aantekening over de zomerdijk van 1532 toegevoegd. 

 

2. Een lijst van namen en woonplaatsen van degenen die aangesproken moeten worden voor de lasten die op de in de vorige lijst vermelde landerijen vallen. Genealogisch interessant is dat hier verschillende zonen en schoonzonen genoemd worden. Vermoedelijk heeft men de oudere 'Reyder dijckbreff' gebruikt om de eigenaren van rond 1548 op te sporen. 

 

3. De geadresseerden van een mandaat van 1 sept. 1548 om ze aan te spreken voor de lasten die op de genoemde landerijen vallen. Dit mandaat is gericht aan degenen die land hebben liggen 'tusschen der Swaech ende Fimel, oeck tyusschen ende Dallingheweer'. De namen in deze lijst zijn tussen teksthaken weergegeven; soms geeft deze lijst namelijk een volledigere aanduiding van de naam van de betreffende personen en een aantal landeigenaren blijkt inmiddels ook overleden te zijn.  Hoewel de lijst gedateerd is op 1548, zijn de gegevens op dat moment alweer achterhaald: de genoemde Claes Vole is namelijk al enige jaren tevoren overleden. Dit geeft al wel aan dat we bij een datering op grond van de namen van personen voorzichtig moeten zijn. Er is bij het opmaken van de latere lijsten gebruik gemaakt van de oudere en dat leidt tot vermeldingen die niet met zekerheid op levende personen betrekking hebben.

 

 

Over een 'gras'

 

In de onderstaande lijsten wordt gesproken over 'gras' en 'grase' en 'grasen'. Een gras, meervoud grazen, is in groningen een oud oppervlaktemaat. Eén gras is de hoeveelheid gras die nodig is voor een één koe en bedraagt in die tijd iets minder dat een halve hectare. Dit komt dus neer op twee koeien per hectare. Tegenwoordig houdt men drie of meer koeien per hectare. Een exacte grootte is niet te noemen. Er zijn pogingen gedaan om te berekenen wat deze zal zijn geweest. Per gebied (dorp) komt men zo op verschillende groottes, omdat men de huidige oppervlakte is gaan delen door het grastal. Opvallend is dat de percelen indertijd steeds geheel (soms nog een halve) grazen heeft. Het lijkt erop dat men uit is gegaan van het aantal koeien dat er op graast. Zijn dat er twee, dan is het perceel 2 grazen groot. Kon er nog een kalf bij, dan was het 2½ groot. Het grastal is voornamelijk van belang voor de grondbelasting (de verponding). Men betaalt een bepaald bedrag per gras. Een nauwkeurige bepaling is dus niet echt nodig (HH).

 

De oude spelling is aangehouden:

 

Ca. 1520? Ca. 1548? [1 sept. 1548]

Bron: R.v.R., inv.nr. 1381.5, fol. 129 (ca. 1520?; afschrift na 1532)

 

Bron: R.v.R., inv.nr. 1381.4, fol. 128 (ca. 1540?)

[tussen teksthaken: R.v.R., inv.nr. 1381.1.26, fol. 93 (1 sept. 1548)]

 

Reyder dijckbreff, dat eerste deel dat gras landes enen voeth

Dyt synnen deghene de hoer lant hebben lyggen thuschen Reyd ende Dallyngweer

Ayse Germers ....................................................... 27 grase

Aeyso Ghaermers tho Hevnskes

[Ayse Gharmens to Hevensche]

Aylke Frebes .........................,.................................. 2 grase

AAeylko Frebes, de soens wonen to Otderdum unde heten Hero und Febest 

[Hero ende Frebest, Aeylko Frebest zoens to Oterdum]

Hemke tho Godlinse .............................................. 2 grase

Hemko to Godlinse, sijn soen woent to Farmsum unde het Sebo Hemkes  [Sebe Hemkens tho Fermsum]

Wolter Sygers ....................................................... 29 grase

Wolter Zygheers

Tytte Bowens ........................................................ 17 grase

Tytte Bowens woenende bij Osterwerum

Grisemonniken ............................................... 39 grase [2]

Grijsemonyken [Dat convent ter Munte]

Hayo Bonnens ......................................................... 9 grase

 

Hayo Bunnens eerffg. wonende in de Beerthe, Sybelko Luppes heft saly. Hayen dochter [Hayo Bunnens erffgen. in de Beerte; Sybelke Luppens] Ghese

Gese Lewens....................................................................... 38

Lewes tho Gronygen

Lubbert Clandt myt Walrick ..................................... 35

Lubbert Clants eerffg.

Folckmer Syckens............................................................. 24

Walryck Nankes to Dallyngweer
[Walrick Nantkens toe Dallingheweer]

De susters myt den esch ............................................ 34

De susters van Reyd

 

Ampsen.....................................................................13 grase

Amse woenende tho Gronygen  [Amse Brontz] AAmsAmse woenende tho Gronygen [Amse Brontz]

Doe Walricks ......................................................... 60 grase

Doe Walrycks tho Woldendorp
[Doe Walricks to Wolmendorp]

 

Galtet............................................................................. 9 grase

Galtet inden Dam [Galtet tho Eelwart]

 

Take ter Bunna ................................................. 10½ grase

Take to Bunda

 

Lubke Abzens .................................................. 15 grase [3]

Lupke Abzens tho Borxsweer
[Lupke Absens tho Borxweer]

Claes Voele ............................................................. 21 grase

Claes Vole

 

Elteke Ayndes ....................................................... 54 grase

Eltko Aeyndes tho Fymele 

[Eltko Aeyndes erffgen. tho Fimel]

Wyart Habbens............................................................ 30½

[Weert Habbens Weert Habbens tho Reyde 
[Weert Habbens to Reyde]

 

Lewe Bolte..................................................................9 grase

Lewe Bolthe tho Grote Munten 

[Leuwe Bolten erffg.]

Hinrick Camhues ............................................. 10½ grase

Hynryck Camphus

Ayko tho Reyde ....................................................... 4 grase

Aeytke to Reyde4

 

Ubbe Ulkens ........................................................................ 16

Ubben Ulkens woenende bij Petkum

 

De koster ................................................................................. 7

De koster tho Reyde

 

Berendt Hoernken .............................................. 25 grase

Berent Hoernkens tho Gronygen

 

De pastoer .............................................................. 19 grase

De pastoer tho Reyde

 

Aylke Eppens ....................................................... 15 grase

Aeylko Eppens to Ostwolda
[Aeylko Eppens in Oestwolt]

Menne tho Borxsweer .................................................. 12

Focko Mennes to Borchsweer 
[Focko Mennens in Oestwolt]

Jurgen tho Westerwolde ................................. 18½ gras

Juncker Hayo van Westerwolda

 

De commenduer tho Oesterwerum ...........................[5]

De komelduer tho Oestewerum 

[Die commenduer to Oesterwerum]

De hillighen ......................................................... 12 grasen

De hylgen tho Reyde

[Den inghesetenen ter Groten ende Lutken Munte]

 

'In 't jaer dusent vijffhundert ende twe ende dartich ys de nye Reyder sommerdijck weder ghemaket van den ghemenen landen van Groeninghen. Ende de dijckgraven weren de e. ende vrommen vesten als Johan Rengers ten Poste ende Edzard Rengers ende Remmert tho Lellens.'

 

De oude spelling is aangehouden:

 

30 mei 1541

Bron: R.v.R., inv.nr. 1381.1, fol. 126v en 127v, 30 mei 1541.

 

De volgende lijst geeft de namen van de personen die zich in 1541 al of niet bereid hebben verklaard om de dijken tussen Reide en Dallingeweer te helpen herstellen. 

 

'Dese naebesc. wyllen mede dijken tusschen Reyde ende Dallingheweer. Actum maendages vor Ascensionis Domini anno etc. 41'

 

Johan Sickynghe De susters, hillighen, pastoer ende koster tho Reyde
Berndt Hoernken Do Waldrick tho Woldendorp
Luyrt Grevynge van Claes Voelen arffg. Galtet yn den Dam
De ghebroederen Clante Lupke Abzens tho Borcksweer
Wyart Habbens Eltko Ayndes
Lewe Bolten ar[ff]g. Ailko Eppens tho Oestwolt
[doorgehaald: Aymse [6] Mennens] Focko Mennens tho Borcksweer
Ayse Garmens tho Hevensche Popko Folmers vor sych
Hero ende Frebest, Aylke Frebest soens tho Oterdum Sibelke Lupkens
Sebo Hemkens  

 

Dese nabes. willen niet dyken tusschen Reyde ende Dallingeweer [6]

 

De keller van Grisemonniken
Wolter Sygers
Tiddo Bouwens by Oesterwerum

 

De oude spelling is aangehouden.

 

 

13 mei 1549

Bron: R.v.R., inv.nr. 1351.1, fol. 98r, 13 mei 1549

Deze lijst is een bewerking van een oudere lijst van 1519, met de eigenaren van 1549, aan wie de vraag gesteld wordt of zij afstand willen doen van hun landen.

 

Berent Hoernken 25 grase buten dijkes Luyrt Grevinge 12 grase buten dijcks

 

'Dese nabes. willen dijken ende den dijk helpen maken den yn 't jaer van [15]19 [7] ys ghewest. Actum 13 maii anno 49'

 

Mijn here van Werum

Johan tho Lellens hefft 12 arnsg. rente wth de landen buten dicks na luet sijn breff

De commenduer tho Oesterwerum

Hynryck Peters

Everdt Clandt

Eppe Autyens

Johan Sickynghe

Here Eppens

Berent Hoernken

[doorgehaald: Evert Herme]

Luert Grevinge

Leffert Hermens

Popko Volmers

[doorgehaald: Hayo Reynts]

De keller van Grisemonniken

Wallert Reynts

Lippe Aysens

Wolter Sigars

Dodo tho Woldendorp

Gese Lewens

Wyart Habbens

Juncker Hayo
Aemke Eltkens tho Fimele  

[verder op dit blad:] 'Enen toekomstygen maendach over acht dagen sal ene verscrijvynge sijn van dye hamriken dye daer gelandet bynt als Munte, Bamsum, Fymele, Dallyngeweer. Alle de landt liggende hebben'.

 

 

27 mei 1549

Bron: R.v.R., inv.nr. 1381.1.28, fol. 98v, 27 mei 1549

Deze lijst, op de achterzijde van de voorgaande en door Menno Houwerda geschreven, geeft de namen van de landeigenaren die op 27 mei 1549 afstand van hun landen hebben gedaan [8].

 

De oude spelling is aangehouden.

 

[in margine: Menno Houwerda handt daer mit dese cedull gescreven [9] Tiddo Buwens

Dese naebescreven hebben dee landen dee dar buten dickes van Fymel ter Swach liggen, verlaten und [10] dee gemene landen tho gelaten tot horer profite t'entfa[n]gen und [10] t'bediken tot ewygen dagen tho.

Actum up den 27 maij anno 49. Hir synnen alle hemen tho Reide buten besch[e]yden.

Amme Sebens

Den abt tho Grisemoniken

Siwerdt Bolte

Haro Wincken

Tidde Popincks

Aeylko Eppens

Tamme Hammens

Galte tho Elwerdt

Idee Aeils

Abbet tho Werum

Rewen Epkens

Commeldur tho Osterwerum

Powel Eggens

Johan Sickkinck doctor

Dee vogeden van Grote Munte

Bauke Eppens van wegen sins susters

Fock Tiackkens
Focko Mennens vor sich und van wegen Febko Aelts kindes [met andere hand:]Item noch hefft dye spae geschoeten dage nae Mertini anno 51

Timen Leffers

Sebe Hemkens

Boeie Edzens in den Damme

Gerdt Fresen kinder tho Solwerdt

Boeie [doorgehaald: Wilrix [11] toe Baemsum] Reynts

Febo Harkens

[met andere, onduidelijke hand:]Westerwolt, Bernt Horneken, Evert Clant wegen sijns broeders und Wolter Sigers avergenomen 29[?] Pinxterdinxdach to Reyde t'acht uren to vers. umb aldar de dijken up hore landen an to nemen off spade to scheten.

Egrick Nanckkes

Aeysse Garmens

Hero Eppens

 

Al met al geven deze lijsten een redelijk, zij het warrig en onvolledig beeld van de verschillende landeigenaren in de eerste helft van de 16de eeuw en zijn er door de opeenvolgende eigenaren nog enige conclusies over familierelaties en vererving te trekken. Duidelijk is dat men bij de interpretatie van de namen voorzichtig moet zijn: verschillende personen zullen postuum vermeld zijn geweest.

 

 

 

Noten:


1. G.A.G., R.v.R., inv.nr. 1382.2, fol. 65. Zie verder ook: G.A. Stratingh en G.A. Venema, De Dollard (Groningen 1855) 83-87.
2. Hiernaast met onduidelijke accolades: In 't ander deel dat gras dardehalff voet
3. Hiernaast met onduidelijke accolades: In dat leste deel dat gras enen voet weder.
4. Hierna staat nog 'de' (doorgehaald) en 's' (bedoeld als: 'de soen woent tho ...' enz.?).
5. Niet ingevuld.
6. Verbeterd uit Aemse.

7. De tekst geeft letterlijk 'xvjiij', dus '[15]16' maar verbeterd in '[15]19'
8. Tevens in een gewaarmerkt afschrift van Menno Houwerda, d.d. 3 apr. 1565, 'vermyts ick dieselve landen met mijn eygen handt in een schedule bij den andere gescreven heb op den xxvii e maii anno xv c negen ende viertich, ter presentie der geener die die selve landen doen verlaten hebben' (R.v.R., inv.nr. 1387.6).

9. Hand van Egbert Alting.

10. Ms. 'umd'.

11. Of 'Walrix'

 

 

 

Algemene Bron:

 

Landeigenaren te Reide, Fiemel en Termunten (eerste helft 16e eeuw), door R.H. Alma, 2010 (in PDF-formaat).


 

 

 

Deze pagina maakt deel uit van www.nazatendevries.nl.
Aan bovenstaande tekst is de uiterste zorgvuldigheid besteed. Desondanks kunnen er best fouten voorkomen.
Constateer je fouten en/of heb je vragen, correcties, aanvullingen...geef die dan even aan mij door via mijn E-mail adres.
Laat ook eens een bericht achter in het Gastenboek.
Hoogeveen, 19 augustus 2020.
Samenstelling: © Harm Hillinga
.
Menu Artikelen.
Terug naar de HomePage.
Top