Vergroting van de kaart van Thesinge.

Kaart van Thesinge uit 1834.. KLIK OP DE KAART VOOR EEN VERGROTING.

 

Van klooster Germania naar Hervormde kerk

 

1.1. Het kerspel. Voorgeschiedenis

Het kerspel Thesinge maakt tot 1815 deel uit van de classis Loppersum. In dat jaar worden de classes Loppersum en [1]. Appingedam samengevoegd onder de naam van de laatste. Pas na de Reductie van 1594 wordt Thesinge voor het eerst als kerspel genoemd. Het bestaat dan grotendeels uit grondgebied van de opgeheven kloosters Thesinge, St. Annen en het Olde Convent of Geestelijke Maagdenklooster te Groningen [2]. Het kerspel komt niet voor in de 15e eeuwse kerspellijsten of de lijst van 1559, die is opgemaakt in verband met de bisschoppelijke herindeling [3].

 

Klooster Germania
De zielszorg in dit gebied is voor 1594 in handen van de benediktinessenabdij Germania bij Thesinge. een bewijs daarvoor is ook dat het de abt van Thesinge is die in 1470 aan het Olde Convent toestemming verleent om te Steerwolde een kapel te bouwen, een begraafplaats aan te leggen en de sacramenten te bedienen [4]. Op welke wijze het klooster de zielszorg in handen heeft weten te krijgen, valt niet met zekerheid te zeggen. Het kan zijn dat het klooster een deel van de zielszorg van het kerspel Garmerwolde, dat in dit geval oorspronkelijk veel groter moet zijn geweest, heeft weten te verwerven. Deze veronderstelling wordt gesteund door de hypothese, dat de naam Germania een verlatinizering van Garmerwolde (Germerwolde) zou kunnen zijn. Deze naamsafleiding staat echter geenszins vast. Het is ook mogelijk dat de naam is afgeleid van die van de franse heilige St. Germanus (St. Germain). Een andere, aannemelijker veronderstelling is, dat het klooster de zielszorg in het gebied al in de 13e eeuw heeft overgenomen van een daarvoor reeds bestaand kerspel, zoals dit op ongeveer gelijke wijze met het klooster Rottum en het kerspel Eelskwerd is gebeurd [5].

 

Niet alleen het ontstaan van het kerspel en de herkomst van de naam van het klooster zijn onbekend, maar ook de stichtingsdatum. De oudste bewaard gebleven oorkonde, waarin het klooster wordt vermeld, dateert van 1284 [6]. Daarin bevestigt de bisschop van Münster de overdracht van het patronaatsrecht over de kerk van Bedum aan de abdij Germania. Dit wijst op een toen reeds vrij langdurig bestaan.

 

Het patronaatsrecht, dat in 1290 [7] en 1300 [8] nogmaals wordt bevestigd door de pausen Nicolaus IV en Bonefatius VIII, is [9] waarschijnlijk later weer verloren gegaan. Van geen der kloostergebouwen is het bouwjaar bekend, zodat dit ook geen houvast geeft bij het zoeken naar de stichtingsdatum van het klooster. Het thans nog bestaande gedeelte van de vroegere kloosterkapel valt stijlkritisch omstreeks het midden van de 13e eeuw te dateren [10].

 

In roerige tijden

In 1485 wordt de benediktinessenabdij te Ten Boer geïncorporeerd in het klooster Thesinge [11]. Tussen deze twee kloosters bestaat ook al lang daarvoor een speciale band; al in 1399 zijn beide geünieerd [12]. Na de incorporatie wordt het klooster te Ten Boer afgebroken. Alleen de kerk blijft staan [13]. In de 16e eeuw maakt Germania een periode van betrekkelijke welvaart mee [14]. Maar de politieke en godsdienstige troebelen van de tweede helft van de 16e eeuw, vooral na het verraad van Rennenberg, laten het klooster niet onberoerd.

 

De in 1556 gekozen abt Gerardus Ahuys is aanvankelijk een fel tegenstander van de stad Groningen en van de belastingpolitiek van het centrale gezag te Brussel [15]. In 1577 brengen ingekwartierde Waalse en Italiaanse troepen in Spaanse dienst ook nog schade aan in het klooster [16]. Maar als staatsgezinden in 1581 het klooster plunderen [17], verzoent Ahuys zich met de Spaanse bewindhebbers.

 

De Reductie
Na de Reductie in 1594 worden alle kloosters opgeheven en hun bezittingen door de provinciale staten geconfisqueerd. Ahuys verliest daarmee zijn waardigheid van abt en moet voortaan leven van een pensioen van 500 caroligulden 's jaars, dat hem door gedeputeerde staten is toegekend [18]. Hij blijft voorlopig met een aantal zusters in de voormalige kloostergebouwen wonen, waar zij gezamenlijk de oude leefwijze voortzetten, zij het onder sombere omstandigheden. In 1602 gelasten Gedeputeerde Staten Ahuys en de zusters te verhuizen omdat er bij hen ‘paussche missen en andere diensten nog worden geëxecuteerd’ [19] .

 

De aandrang van de provincie is waarschijnlijk niet erg groot, want in 1627 wonen er nog ‘begijnen’ te Thesinge, die dan de opdracht krijgen zonder uitstel de oude kloostergebouwen te verlaten [20]. Ondertussen is de fleur van deze gemeenschap al geheel verdwenen. Kerksieraden en dergelijke zijn na 1594 door de provincie in beslag genomen: In 1599 verkopen Gedeputeerden bijvoorbeeld ‘eenige casels en vodderijen’ van het voormalige klooster. De kloostergebouwen worden ook voor een deel verkocht en gesloopt.

 

1.2. Collatie

Doordat de provincie bij de confiscatie van de kerkelijke goederen ook het beheer over het klooster en de kloosterkerk van Thesinge verkrijgen, kunnen de Staten zich voortaan als unicus collator beschouwen. Voorlopig laten zij zich echter niets aan de kerk gelegen liggen. De bewoners van Thesinge gaan in Ten Boer naar de kerk. Daar ook worden hun doden begraven [21]. In 1613 besluit de provinciale synode pogingen aan te wenden om Thesinge van een eigen predikant te voorzien. Als argument voeren zij onder andere aan dat er een ‘parochiale kercke’ staat [22]. De inwoners van het dorp dienen nu een verzoek om een predikant in bij de Provinciale Staten. Mogelijk vinden deze het plan te duur. In elk geval gaan zij er niet op in, maar menen dat Thesinge met het nabijgelegen kerspel Garmerwolde dient te gaan onderhandelen over de waarneming van de dienst. De inwoners van Garmerwolde verzetten zich echter tegen het idee van combinatie. Zij vrezen dat ze dan een preekbeurt per zondag zullen moeten missen. Ook de ingezetenen van Thesinge zijn niet enthousiast voor het plan van de staten. In geval van combinatie gaan zij liever met Ten Boer samen, omdat ze daar vanouds hun ‘begraafplatzen ende kerckgang’ gehad hebben [23] .

 

De classis Loppersum vraagt de Provinciale Staten daarom Thesinge en Ten Boer te combineren. De staten willigen dit verzoek in en dragen de predikant van Ten Boer op om op de zondagmiddagen in Thesinge te preken. De predikant ontvangt daarvoor 100 caroli gulden extra per jaar [24]. De regeling kan gemakkelijk tot stand worden gebracht, omdat de provincie, op analoge wijze als in Thesinge, ook unicus collator van Ten Boer is.

 

Tegelijkertijd benoemen de staten een koster, tevens schoolmeester, in Thesinge. Toch voldoet deze oplossing op den duur niet. In 1641 stellen Gedeputeerden aan de Provinciale Staten voor om een eigen predikant voor Thesinge te benoemen [25]. De staten gaan hiermee akkoord en dragen de Gedeputeerden de uitoefening van het collatierecht op [26] . Deze kiezen als eerste predikant te Thesinge ds. Emanuel Bernardi Gemminga. In 1694 verkopen de Provinciale Staten, door geldnood gedwongen, een aantal goederen en rechten, waaronder het unieke collatierecht van Thesinge [27]. Koper wordt de Commies Berent Tepens uit Groningen voor de som van 550 caroli gulden [28].

 

Een nieuwe collator

Met de rechten verkrijgt de nieuwe collator ook een aantal verplichtingen. Gedeputeerden bepalen dat de kopers van collaties de kerk, toren, pastorie en kosterie-behuizingen moeten onderhouden. Als tegenprestatie zullen ze jaarlijks 100 caroligulden van de provincie ontvangen uit het kloosterfonds [29]. Is deze subsidie onvoldoende, dan is de collator gerechtigd om een kleine belasting te heffen over het kerkeland [30]. Tepens heeft met de aankoop van de collatie hoogstwaarschijnlijk een vast doel voor ogen, n.l. zijn zoon Tepo, die in 1690 theologie is gaan studeren, mettertijd een predikantsplaats te kunnen bezorgen. In 1703 doet Tepo zijn intree in Thesinge, maar zijn werkzaamheden aldaar zijn zowel voor hem als voor de gemeente weinig gelukkig geëindigd. In 1726 wordt hij na ernstige klachten over drankmisbruik en plichtsverzuim uit het ambt ontzet [31].

 

Verkoop van de collatie

Twee jaar later wordt de collatie ook verkocht. Koper is dan Onno Joachim van Berum, bewoner van de borg Luinga te Bierum [32].Na diens dood in 1733 worden zijn bezittingen geërfd door zijn zwager Daniel Henri l' Argentier, heer van Chemoy. Deze raakt echter zo diep in de schulden dat in de jaren '50 van de 18e eeuw zijn bezittingen gerechtelijk worden verkocht [33].

 

Wederom verkoop van het collatierecht

Het unieke collatierecht van Thesinge wordt in 1754 gekocht door de Groninger Dr. G. van Swanevelt [34]. Deze overlijdt het volgende jaar al, [35] en mogelijk is de collatie dan reeds in handen gekomen van Ds. Alexander Piccardt. Piccardt sterft in 1763 [36]. Zijn weduwe verkoopt het collatierecht in 1779 aan Jan Tjasses en diens echtgenote Anje Claassen [37]. Na hun dood komt de collatie door vererving in handen van de kinderen van hun dochter Pieterke Jans, namelijk Jan Eitjes en Gerrit Eitjes [38]. In 1795 zijn de collatierechten door het nieuwe bewind afgeschaft. Zo benoemt bij de eerstvolgende vacature in 1805 de kerkeraad en de hoofden van de huisgezinnen zelf de nieuwe predikant.

 

Inmiddels herleeft na 1801 de uitoefening van de collatierechten overal in de provincie, en bij de predikantsbenoeming in 1810 oefenen Jan Eltjes en Gerrit Eltjes samen de collatie te Thesinge uit [39]. In 1814 wordt het collatierecht officieel hersteld. In latere jaren wordt Gerrit Eltjes niet meer als collator genoemd, maar alleen zijn broer Jan Eltjes, Stuurwold. In 1810 heeft de overheid de jaarlijkse uitkering van 100 caroli gulden voor het onderhoud van de kerkelijke gebouwen gestaakt [40]. Na het verdwijnen van de Fransen, worden er pogingen aangewend om voor Thesinge en andere gelijkelijk gedupeerde gemeenten, schadevergoeding te krijgen. Na vele jaren slaagt men in 1828 hierin [41]. In Thesinge wordt een nieuwe pastorie van het geld gebouwd.

In 1839 ontstaat er een geschil tussen Jan Eltjes Stuurwold en de kerkvoogden van Thesinge over het collatierecht, waarbij Stuurwold zijn rechten uiteindelijk bevestigd ziet [42].

 

Openbare veiling van het collatierecht

Tien jaar later brengen de erfgenamen van Stuurwold het collatierecht op een openbare veiling. Koper wordt het college van kerkvoogden van Thesinge voor f 200,-. Deze besluit dat het collatierecht zal worden uitgeoefend door de kerkvoogden en notabelen bij meerderheid van stemmen [43]

 

Later wordt het aantal stemgerechtigden uitgebreid. Wanneer deze verandering optreedt is niet bekend. In 1877 wordt het uitgeoefend door kerkvoogden, notabelen, ouderlingen en diakenen, waarbij elke persoon één stem heeft [44]. in 1900 is de predikantsbenoeming aan de stemhebbende gemeente [45]. Deze situatie blijft gehandhaafd.

 

1.3. Kerkelijke gebouwen

Tot de verplichtingen van de collatoren voor 1795 behoort ook de zorg voor het onderhoud van de kerkelijke gebouwen. Na 1795 komt deze aan de kerkvoogden. Aan het eind van de 16e eeuw verkeren de kloostergebouwen en de kerk te Thesinge in slechte staat. Na 1594 laat de provincie wel gebouwen afbreken of verkopen[46], maar aan herstel wordt niets gedaan.

 

Uitsnede van een oude ansichtkaart van de kerk te Thesinge. Bron: Beeldbank, RHC GA (Groninger Archieven), bron: Publieke Domein.

 

 

De kloosterkerk wordt bouwvallig

Als er in 1614 voor het eerst hervormde diensten te Thesinge worden gehouden, hebben deze in de kloosterkerk plaats. De bouwvallige toestand van het gebouw doet de provincie in de volgende jaren overwegen of de kerk hersteld moet worden of dat een ander deel van het kloostercomplex gebruikt moet worden voor de diensten. In 1628 valt pas het besluit de kerk ‘staende to holden’ en te herstellen [47]. Maar een jaar later worden de werkzaamheden weer gestaakt en besluiten de Staten de ‘grote sael’ van het klooster, welke door Wilco van Farmsum is gekocht, terug te kopen en voor de eredienst in te richten [48]. Aldus geschiedt. Van het ‘olde beschot’ uit het klooster wordt een preekstoel gemaakt [49).

 

Maar ook de ‘sael’ verkeert in een vervallen toestand. Daarom verzoekt de bevolking van Thesinge in 1640 om de oude kerk, die niet is afgebroken, te herstellen [50]. Want de ‘sael’ is zo bouwvallig geworden, dat herstel niet meer mogelijk is. Provinciale Staten laten eerst de mogelijkheden en de kosten van het herstel van de kerk onderzoeken. Als het onderzoek positief uitvalt, machtigen zij in 1641 Gedeputeerde Staten de kerk te laten herstellen [51]. Gedeputeerden dragen de restauratie op aan Lue Jansen. De reparatiewerkzaamheden verlopen allesbehalve vlot. Herhaaldelijk zijn er klachten over het gebruikte materiaal en het trage tempo [52]. Waarschijnlijk is bij deze grondige opknapbeurt alles of veel van hetgeen nog aan de rooms-katholieke eredienst herinnert, uit het gebouw verdwenen.


Pater Mijleman

Pater Mijleman, die de kerk in 1641 bezoekt, noteert in 1664 in zijn ‘Ommelander eer’: ‘Ic heb aldaer 23 jaren nog het orgel gesien. Temidden voor het beschot van de choor. 'Sancte Benedikte Pater ora pro nobis ! De choorzetels, swaer van holt uitgesneden nae gewoonte, stonden er nogal. Nota: onder het heilige sacramentshuisjen een engel uitgehouwen uit zark, uutvliegende, in sijne handen houdende dit opschrift. ‘Hic servatur verum corpus natum de Maria virgine’ [53].

 

 Het is niet aannemelijk dat men deze onderdelen bij een verbouwing in het midden der 17e eeuw heeft laten zitten en dat ze pas zijn verdwenen bij de grote verbouwing van 1798 [54].  In 1642 verzoekt Ds. Gemminga aan Gedeputeerde Staten om een blanco protocol en een doopvont [55].  Beide worden toegestaan. het jaar daarop komen er ook nieuwe banken in de kerk [56]

In 1660 laten Gedeputeerden nog een torentje met een klok op het dak aanbrengen [57].

 

Alleen het koor blijft over
Daarna zijn er maar weinig of geen opvallende wijzigingen meer aangebracht totdat in 1798 de kerk grotendeels wordt afgebroken. Alleen het koor blijft staan, maar wordt vier el verlaagd [58]. Tegen het koor wordt van afbraakmateriaal een nieuw gedeelte gebouwd maar veel kleiner dan het oorspronkelijk gebouw. In de nieuwe westgevel komt boven de ingangsdeur een steen met het jaartal 1786. Midden op het dak wordt een koepeltorentje geplaatst, waarin de klok wordt opgehangen.

 

In 1817 is de oude klok hergoten door Fremy en Van Bergen te Heiligerlee en voorzien van een randschrift [59]. Deze klok is tijdens de Tweede Wereldoorlog door de Duitsers weggehaald. Na de oorlog wordt geld ingezameld voor een nieuwe klok die gegoten is bij Van Bergen in Heiligerlee. In 1873 krijgt de kerk een nieuw orgel, dat wordt gebouwd door de orgelmaker R. Meyer te Veendam. In het begin van de 19e eeuw staat bij de kerk nog een restant van het oude klooster. Dit gebouw doet sinds 1642 dienst als pastorie. Tussen deze pastorie en de kerk is een verbindingsdeur [60]. In 1828 wordt dit oude bouwsel afgebroken en vervangen door een nieuwe pastorie [61].

Kremer, die de oude pastorie nog heeft gezien, noteert in ‘het tweede stukje’ van zijn ‘Beknopte aardrijks- geschiedkundige- en plaatsbeschrijving van Groningen’, dat de afgebroken pastorie heeft bestaan uit ‘eenige voormalige cellen en .... bovenvertrekken voor de abt, nog prijkende met de geslachtswapenen van de abten, en inzonderheid ook den breeden gang voor deze bovenvertrekken’ [62]. De 19e eeuwse pastorie is in 1963 verkocht.

 

1.4. Kerkelijk leven

Het is bij gebrek aan gegevens niet mogelijk een geheel duidelijke indruk te krijgen van het kerkelijk leven te Thesinge in de 17e en 18e eeuw. Zeker is dat het ontbreken van een eigen predikant in de periode van 1594 tot 1642 niet bevorderlijk is geweest voor de opbouw van de gereformeerde gemeente. De aanwezigheid van de voormalige abt en een aantal zusters in dit klooster tot 1602 moet degenen, die de rooms-katholieke kerk niet willen verlaten en hen, die aarzelen, zeker tot steun en voorbeeld zijn geweest. In 1615 maakt de provinciale synode zich bezorgd over de activiteiten van een Jezuïet, die te Thesinge preekt en doopt, en daar onderdak heeft gevonden bij geloofsgenoten [63]. Toch weet het katholicisme zich niet te handhaven onder de officiële verdrukking. In de loop van de 17e eeuw verdween het in Thesinge geheel. We mogen wel aannemen, dat met de komst van een eigen predikant in 1642 Thesinge ook een eigen kerkelijke organisatie heeft gekregen, zo er daarvoor niet reeds ouderlingen en diakenen zijn geweest. Aan het eind van de 17e eeuw en in het begin van de 18e eeuw maakt de gemeente een periode van moeilijkheden door. Het wangedrag dat de oorzaak is geweest van het ontslag van de predikanten Warendorp en Tepens, in 1698 [64] en 1729 [65], moet het geestelijk leven en de eendracht in de gemeente zeker schade hebben gedaan.

 

Afscheiding
Daarna worden er uit Thesinge geen klachten meer vernomen. in het begin van de 19e eeuw is de gehele bevolking van Thesinge, ongeveer 300 zielen, hervormd [66]. Aan deze, uiteraard genuanceerde eenheid, komt in 1834 een eind door de Afscheiding, die de gemoederen in Thesinge ten zeerste in beroering breng. De diaken H.E. Dijk en de ouderling Kl.J. Bouman gaan naast vele anderen over naar de Afscheiding. Tussen de predikant en H.E. Dijk ontstaan daarbij moeilijkheden over het afwikkelen van de taak van Dijk. De predikant stelt zich op een formalistisch standpunt en wilt de diaken dwingen zijn functie geheel reglementair te voltooien [67]. De classis wenst echter alle wrijving zoveel mogelijk te vermijden en steunt de predikant niet in zijn streven. Door de Afscheiding wordt de dorpsgemeenschap geheel gespleten in twee elkaar vijandige delen.

 

De levenskracht gaat verloren
De hervormde gemeente verliest daarmee een stuk levenskracht. het aantal belijdend lidmaten, in 1691 63 [68], in 1703 51 [69], en in 1826 34 [70], daalt tot 15 in 1840 [71]. In 1848 is het aantal voor gestegen tot 30 [72]. In dat jaar telt Thesinge 200 hervormden, terwijl het aantal afgescheidenen even groot is. De laatste groepering vormt een zeer hechte gemeenschap, met een eigen kerk en predikant [73]. De hervormde gemeente vormt veel minder een eenheid. De laatste 80 jaar van haar zelfstandig bestaan leveren een triest beeld. Van 1886 tot 1906 moet de gemeente het zonder eigen predikant stellen. In 1921 raakt ds. K. Hindriks in conflict met een deel van zijn gemeente. Hij verhuist daarom naar de stad Groningen en zet vandaaruit zijn pastorale werkzaamheden zo goed en kwaad dat gaat voort. Het resultaat is dat het kerkelijk leven geheel verzandt in ruzies en er een enorme daling van het kerkbezoek plaats heeft. Van plm. 70 naar 50 in 1921 tot 20 in 1922 [74].

 

Na Hendriks aftreden is Thesinge financieel ook niet meer in staat om een eigen predikant te betalen [75]. De gemeente die inwendig sterk verdeeld is in een meer orthodoxe en een meer vrijzinnige groep, ontbreekt het aan alle leiding. Daarnaast heerst nog het gevoel bedreigd te zijn door de veel hechtere gereformeerde gemeenschap in het dorp [76]. In 1941 zoekt men een oplossing voor de malaise door Mej. Glas als hulppredikster aan te stellen. Haar persoon wordt helaas de inzet van onverkwikkelijke ruzies tussen de kerkeraad en de kerkvoogden, welke zo hoog lopen dat de oude richtingenstrijd geheel op de achtergrond verdwijnt door dit nieuwe twistpunt [77]

Bemiddelingspogingen van buitenaf brengen nauwelijks of geen resultaat. Na Mej. Glas trachten andere evangelisten de gelovigen tot meer eenheid te brengen. Maar de verhoudingen zijn zo grondig bedorven, dat hun inspanning nauwelijks iets veranderen [78].

 

Samenvoegen of doorgaan?
Ondertussen poogt men ook op andere wijze de toestand in Thesinge te saneren. Samengaan met een andere gemeente lijkt daarvoor de oplossing. Al in 1930 zijn er stemmen in de gemeente opgegaan om samen te gaan met Garmerwolde, als men er niet in kan slagen het vereiste predikantstraktement op te brengen [79]. Dan is de tijd voor een dergelijke beslissing nog niet rijp. In 1942 legt het provinciaal kerkbestuur de vraag van kombinatie met Garmerwolde voor aan de kerkeraad van Thesinge. Deze verklaart zich tegen het plan, omdat men vreest dat de gemeente dan niet voldoende aan haar trekken zal komen [80]. Een gesprek met Garmerwolde in 1953 loopt ook op niets uit [81]

 

In 1960 komt de hervormde gemeente Ten Boer met een voorstel tot samengaan. Ditmaal is de kerkeraad van Thesinge voor. Maar nu openbaart zich de vroegere scheuring in de gemeente weer tussen kerkeraad en kerkvoogden en het voorstel wordt afgewezen [82]. De situatie binnen de gemeente wordt intussen voortdurend slechter.

 

In 1963 komen de plannen tot kombinatie met Garmerwolde weer ter tafel en eindelijk valt op 30 mei 1963 de beslissing tot samenvoeging met ingang van 1 januari 1965 [83].

 

Over de archieven

Van de vorming en de geschiedenis van de archieven van de Nederlandse hervormde gemeente te Thesinge is nauwelijks iets bekend. In 1642 vraagt ds. Emanuel Gemminga, de eerste predikant, een blanco protocol aan de toenmalige collator; Gedeputeerde Staten. Dit protocol raakt bij de grote watervloed, die in 1690 de provincie teistert, ernstig beschadigd door het zeewater. Het wordt in 1691 hersteld en opnieuw ingebonden. De toenmalige predikant, Wiardus Wiardi, kopieert er de doopinschrijvingen vanaf 1642 in. Dit protocol vormt het begin van de administratie van de kerkeraad.

 

Tot het begin van de 19e eeuw is deze administratie heel eenvoudig. Alles, wat vermeldenswaard wordt geacht, wordt vastgelegd in kerkprotocollen. Pas na 1811 begint men van de handelingen, lidmaten, gehuwden etc. in afzonderlijke registers aantekening te maken. De diakenen hebben nooit een eigen archief gevormd. Zij houden geen handelingen bij en hun papieren vormt met die van de kerkeraad een archief. Van de geschiedenis van het archief van het college van kerkvoogden is niets bekend. Alles van voor 1839 is verloren gegaan. Dit komt doordat het beheer van de archieven van het college van kerkvoogden en kerkeraad de laatste 50-60 jaar niet heeft uitgeblonken door zorgvuldigheid.

 

Door de voortdurende ruzies tussen kerkeraad en kerkvoogden en het gebrek aan leiding verloopt niet alleen de kerkelijke gemeente van Thesinge in de eerste helft van deze eeuw, maar raakt het archief ook verwaarloosd. Door achteloosheid en misschien ook wel door onwil van de betrokkenen raakt een deel van de archieven en van de nog lopende administratie zoek. Na de combinatie met de hervormde gemeente te Garmerwolde in 1965 komt er een reorganisatie van kerkvoogden en kerkeraad tot stand. Enkele belangstellenden zoeken vervolgens de verspreid geraakte archiefstukken zoveel mogelijk bij elkaar.

 

Inventarisatie

De stukken worden overgebracht naar het Rijksarchief te Groningen, waar ze in 1969-1970 zijn geïnventariseerd. Omdat er geen enkele bestaande orde aanwezig is en ook niet valt te reconstrueren, wordt bij de inventarisatie gedeeltelijk uitgegaan van de ‘Richtlijnen inzake de zorg voor de archieven der Nederlandse Hervormde Kerk, 's-Gravenhage 1966 [84].’

 

Lijst van Predikanten

Gemminga, Emanuel Bernardi (E.B.). predikant, 1642 - 1646

Kuen, Sebastianus (S.). predikant, 1647 - 1686

Wiardi, Wiardus (W.). predikant, 1688 - 1691

Warendorp, Hieronymus (H.). predikant, 1691 - 1698

Magirus, Gerhardus (G.). predikant, 1698 - 1702

Tepens, Tepo (T.). predikant, 1703 - 1726

Idema, Everardus (E.). predikant, 1728 - 1750

Mettevier, Carolus Dionysius (C.D.). predikant, 1751 - 1762

Alers, Henricus (H.). predikant, 1763 - 1805

Haykens, Gerhardus (G.). predikant, 1805 - 1810

Moltmaker, Hermannus (H.). predikant, 1810 - 1812

Amshoff, Hoseas Gerardus Meiling (H.G.M.). predikant, 1812 - 1815

Pekelaar, Derk Geerts (D.G.). predikant, 1815 - 1827

Buisman, Petrus (P.). predikant, 1828 - 1839

Corstius Mzn, Jacobus (J.). predikant, 1840 - 1856

Raadt Offerhaus, Jacob de (J.). predikant, 1856 - 1860

Offerhaus Lzn, Edo Johannes (E.J.). predikant, 1860 - 1866

Swiers, Jacob (J.). predikant, 1867 - 1870

Linge, Derk van (D.). predikant, 1871 - 1876

Versprille, Jacobus Marinus Wilod (J.M.W.). predikant, 1877 - 1879

Aldershoff, Jan Gruno (J.G.). predikant, 1880 - 1882

Muller, Marius Cornelis (M.C.). predikant, 1885 - 1886

Winsemius, Wytse Sibrandus (W.S.). predikant, 1906 - 1909

Kleffens, Johannes Bernard Frederik van (J.B.F.). predikant, 1910 - 1914

Hendriks, K. (K.). predikant, 1918 - 1927

Glas, C. (C.). predikant hulpprediker, 1942 - 1945

Kraaima, S. (S.). predikant, 1945 - 1947

Vries, G. de (G.). predikant, 1947 – 1952

 

 

Gedeeltelijke overzicht archiefstukken

 

Archief van de kerkeraad en van het college van diakenen

1-2 "Kerkprotocollen". Registers van handelingen, gedoopten, lidmaten, gehuwden en stukken van andere aard, 1642-1811

1 Kerkprotocollen

2 1789-1811

3 1817-1862;

4 1862-1966;

5 1906-1964;

6 Ingekomen stukken, concepten en minuten van uitgegane stukken van de kerkeraad, 1834-1960

7 Ingekomen stukken, concepten en minuten van uitgegane stukken van de diakonie, 1821-1964

8 Opgaven ten behoeve van de kerkelijke statistiek, 1955/1956, 1961/1962, 1963

9 Opgaven ten behoeve van de enquête pastorale sociografie, (1948)

11 Plaatselijke reglementen voor de benoeming van ouderlingen, diakenen en het beroepen van predikanten, ca. 1870, 1900, 1926

12 Detailkaartje, waarop de grenswijziging tussen de kerkdorpen Thesinge en Garmerwolde staat aangegeven, 1e helft 20e eeuw

13 Register van gedoopten, lidmaten, gehuwden en opgaven van de kerkelijke bevolking, 1811-1963

14 Contradoopboek, 1804-1864

15 Lijsten van stemgerechtigde lidmaten, 1930-1950, 1943, 1956-1958, 1961

 

Taken van de diakenen

16 Akte waarbij Hindrik Gerrits Cremer te Stedum, weduwnaar van Elisabeth Eltjes Stuurwold, afstand doet van zijn vier minderjarige kinderen aan de diakonie, 1823

17 Statistische tabellen van de bedeelden en van de ontvangsten en uitgaven, 1937-1943, 1946-1950, 1952-1963

 

Beheer van bezittingen

18 Leggers van de kapitalen, goederen en vaste inkomsten van de diakonie, z.j. 1918, 1931, 1942, 1950 (bijgewerkt tot 1957)

19-24 Staatboeken van de goederen, schulden, baten en lasten van de diakonie, 1806-1964

 

Kapitaal

25 Stukken betreffende overschrijvingen in het grootboek der 3 percents nationale schuld ten behoeve van de diakonie, 1924, 1925, 1929, 1942, 1943

26 Stukken betreffende inschrijvingen op het grootboek van de Nederlandse Hervormde Kerk ten behoeve van de diakonie, 1958, 1963-1965

27 Akte waarbij Jan Fokkes Plas, winkelier in manufacturen te Thesinge, verklaart dat de diaconie een aan zijn moeder, Nantje Jans Pranger, weduwe van Fokke Pieters Plas, een hem verstrekte lening, groot f 200,- à 4% rente, heeft opgezegd, concept, (1851)

28 Uittreksel van de perceelsgewijze kadastrale legger van de gemeente Ten Boer betreffende de eigendom van een huis, erf en tuin te Thesinge, kad. gem. Ten Boer sectie I nrs. 725 en 726, groot 00.10.61 ha., staande ten name van Siemen Harms van der Veen, landbouwer te Thesinge, 1875

29 Akte van verkoop door Willem Havenga, wagenaar (=wagenvoerder) te Thesinge, aan Tonnis Bolhuis en Anje Mulder, e.l. aldaar, voor f 150,- van een perceel tuingrond (te Thesinge), groot ca. 00.01.00 ha., zijnde het westelijk gedeelte van het perceel kad. gem. Ten Boer sectie I nr. 1196, met het recht daarop te mogen bouwen, 1887

30 Stukken betreffende een schuld van Harm Meelker aan de diaconie, groot f 715 (eerder f 565 ), rentende 4%, onder hypotheekstelling van zijn behuizing met de erfpacht van erf en tuin te Thesinge, groot 00.04.26 ha., kad. gem. Ten Boer sectie I nrs. 1240 en 1241 (eerder 1120 en 1121), 1897, 1898, 1910

31 Borderel van de inschrijving ten hypotheek-kantore te Appingedam van eerste hypotheek op een behuizing met erf en tuin te Thesinge, kad. gem. Ten Boer sectie I nrs. 1115 en 1177, groot 00.01.18 ha., t.b.v. de diaconie en Tonnis Boer, arbeider te Thesinge, krachtens akte van schuldbekentenis met hypotheekstelling, groot f 250 à 4,5 % rente, 1902

32 Akte van schuldbekentenis, groot f 250 à 4,5% rente, onder hypotheekstelling van een behuizing met erf en tuin te Thesinge, kad. gem. Ten Boer sectie I nrs. 718 en 719, samen groot 00.06.90 ha., t.b.v. de diaconie en t.l.v. Aries Dreize, verleden voor Jan Koster, notaris te Ten Boer, 1915

33 Stukken betreffende de verzekering tegen brandschade door de Onderlinge Brandwaarborgmaatschappij te Loppersum aan Menno van der Klok te Thesinge tot een bedrag van f700 op het aan hem toebehorende gebouw, met eerste hypotheek bezwaard t.b.v. de diaconie, 1919, 1925

34 Stukken betreffende een schuld groot f 1200,- t.b.v. de diakonie en t.l.v. F. Blink, sinds 1936 groot f 1000 t.l.v. J. Homan, onder hypotheekstelling van hun pand, 1924-1936

 

Eigendommen in beklemrechtelijke zin

35 Akte van publieke verkoop vanwege de Staten van Stad en Lande aan de diaconie voor f 65 van een heem en tuin te Thesinge, groot 37 roeden, bij Derk Clasens in gebruik voor 2 guldens 15,5 stuiver aan jaarlijkse vaste huur, 1769

36 Brief van het bestuur van de Classis Appingedam aan de kerkeraad houdende vergunning tot en goedkeuring van de achtereenvolgende verkoop aan Hendrik Voorma van twee stukken grond te Thesinge, groot resp. 00.01.36 ha. en 00.01.00 ha., deel uitmakende van een behuisde heemstede, kad. gem. Ten Boer sectie I nr. 884, groot 00.07.29 ha., waarvan de eigendom toebehoort aan de diaconie en het recht der vaste beklemming aan de gebruiker Roelf Jacobs Bouwman, elk stuk voor f 350 als koopsom aan laatstgenoemde en f 15 resp. f 20 als geschenken voor de vergunningen aan de diaconie, onder behoud voor de diaconie van f 1,75 aan jaarlijkse vaste huur voor het resterende gedeelte, 1877

37 Akte van publieke verkoop vanwege Hendrik Ufkes als beklemde meier en de diaconie als eigenares in beklemrechtelijke zin aan Klaas Schipper, timmerman te Garmerwolde, en diens vrouw Jaapje Mensinga respectievelijk aan Kasper Doornbos, landbouwer te Harkstede, en diens vrouw Ellechien Frankruyter voor f 3800 respectievelijk f 1875 van een behuizing met de vaste beklemming van het zuidwestelijk respectievelijk een schuur met de vaste beklemming van het noordoostelijk gedeelte van een perceel land te Thesinge, kad.gem. Ten Boer sectie I nr. 1166, groot 00.05.90 ha., doende tot dusverre als geheel aan de diaconie f 1,75 en na de gesplitste verkoop f 2,25 respectievelijk f 1,25 aan jaarlijkse vaste huur, gelijktijdige kopie 1923, 1923

38 Akte van verkoop en overdracht door Albert Gerrits en Aafke Freriks, e.l. te Zuidwolde, aan Willem Meckes en Sieke Roelfs, e.l. onder Thesinge, van de vaste beklemming van ca. 8 grazen land onder Thesinge, overeenkomstig de originele beklembrief van 14 mei 1778 en de koopbrief van 6 maart 1798, voor 1000 caroli guldens, waarvan 600 zijn voldaan en 400 schuldig blijven, doende 3,5 % per jaar aan huur in plaats van rente, onder reservering van de eigendom zolang de f 400 niet zijn afgelost, met dien verstande dat verkopers hun vordering en recht van gereserveerde eigendom cederen aan de diaconie wegens de door deze aan verkopers betaalde waarde, verleden voor Otto Georg Veldtman, juris utriusque doctor, richter van Garmerwolde, 1798

39 Akte van publieke verkoop vanwege de erfgenamen van Elselina Jannes Steenhuis, weduwe van Klaas Jacobs Kooima, aan de diakonie voor f 950 van de eigendom van 5 bunders 74 roeden 30 ellen land te Ten Post onder Wittewierum, kad.gem. Ten Boer sectie C nrs. 140-142, onder vaste beklemming in gebruik bij Pieter Siemens Oosterhof en vrouw voor een jaarlijks op midwinter verschijnende huur van f 35, verleden voor Maximiliaan Philip Wenniger, notaris te Loppersum, 1847, retroactum van 1825

40 Akte van hernieuwde vaststelling van de voorwaarden van beklemming tussen de diakonie als eigenares en mejuffrouw Catharina Reddingius als beklemde meierse, wonende te Ten Boer, met betrekking tot 05.74.30 ha. land te Ten Post onder Wittewierum, kad.gem. Ten Boer sectie C nrs. 140-142, voortaan voor een jaarlijks op midwinter verschijnende huur van f 43,-, verleden voor mr. Johan Victor Christiaan Wichers, notaris te Loppersum, 1873

41 Akte van publieke verkoop vanwege de erfgenamen van Trientje Jans Woldendorp aan de diakonie voor f 1145 van de eigendom van 20.70.20 ha. behuisd land te Harkstede, kad.gem. Harkstede sectie A nrs. 151-157, 160-162, 164-166, 172, 173, 365, 427-433, onder vaste beklemming in gebruik bij Alje Wijpkes Wijpkema voor een jaarlijks op midwinter verschijnende huur van f 42,-, verleden voor Ludwig August Henri de Sturler de Frienisberg, notaris te Ten Boer, 1878, met retroactum van 1862

42 Akte van hernieuwde vaststelling van de voorwaarden van beklemming tussen de diaconie als eigenares en de erfgenamen van G.H. Maatjes als beklemde meiers met betrekking tot 05.30.40 ha. behuisd land te Thesinge, kad. gem. Ten Boer sectie I nrs. 11, 14-16, 760, 828, 829, doende jaarlijks pp midwinter tot vaste huur f 20 (eerder f 18), verleden voor Ludwig August Henri de Sturler de Frienisberg, notaris te Ten Boer, 1892

43 Akte van hernieuwde vaststelling van de voorwaarden van beklemming tussen de diaconie als eigenares en Fennechien Klaassens Uildriks, weduwe van achtereenvolgens Arend Pieters Mulder en Roelf Tammes Hoving, als beklemde meierse met betrekking tot a) 08.27.40 ha. onbehuisd land onder Thesinge, kad. gem. Ten Boer sectie I nrs. 669, 670, 672-675, doende jaarlijks op midwinter tot vaste huur f 22,50; b) 06.67.80 ha. behuisd land onder Thesinge, kad. gem. Ten Boer sectie I nrs. 645-651, 655, 656, doende jaarlijks op midwinter tot vaste huur f 20 verleden voor Ludwig August Henri de Sturler de Frienisberg, notaris te Ten Boer, 1904

44 Akte van publieke verkoop op verzoek van Derk van der Wijk, landbouwer te Ten Post, aan de diakonie van de eigendom van het recht van beklemming van 01.21.80 ha. land aan de Rijksweg onder Ten Post, kad.gem. Ten Boer sectie D nr. 647, doende jaarlijks op midwinter f 20, verleden voor Jan Koster, notaris te Ten Boer, 1935

45 Akte van verkoop door de diakonie aan het Rijk ten behoeve van de omlegging van de rijksweg bij Ten Post van de eigendom van een perceel weiland, groot 00.02.10 ha., kad.gem. Ten Boer sectie D nr. 647 (gedeeltelijk), 1958

Woningen

46 Akte waarbij de diaconie toestaat aan Pieter Klaassens Laning en Anje Hindriks Vegter om gedurende hun leven vrij te bewonen en te gebruiken een behuizing met tuin en grond te Thesinge, kad. gem. Ten Boer sectie I nrs. 456 en 457, groot 13 roeden 30 ellen, welke de diakonie op gelijke datum van hen heeft gekocht, 1860

47 Akte waarbij Hendrik B. Ridder verklaart dat de bewoners van het Hervormd diaconie-armenhuis te Thesinge een altijd durend vrij en onbelemmerd gebruik genieten van een bij zijn huis en tegenover genoemd armenhuis aangelegde waterput, waarvoor hij van de diaconie f 6,-, zijnde het 1/3 deel van de aanlegkosten, heeft ontvangen, 1863

48 Akte van verhuur voor één jaar door de diaconie aan Tonnis Bolhuis aan de noordwestelijke woonkamer van een behuizing nr. 57 te Thesinge voor f 12,-, 1866

49 Polis van verzekering tegen brandschade door De Groninger Brandwaarborg Maatschappij te Groningen aan de diaconie tot een bedrag van f 400 op de opstal van een huis van steen met pannen gedekt te Thesinge, waarin geen bedrijf wordt uitgeoefend, 1905

50 Akte van publieke verkoop, wegens achterstallige rentebetaling door wijlen Harm Meelker op een hoofdsom van f 715,-, aan de diaconie voor f 780,- van een behuizing met de erfpacht van erf en tuin te Thesinge, kad. gem. Ten Boer sectie I nrs. 1240 en 1241 (eerder 1120 en 1121), groot 00.14.26 ha., doende jaarlijks op 1 januari f 12,-- aan pacht, verleden voor Jan Koster, notaris te Ten Boer, 1910

51 Akte van verhuring door Berus Slagter, winkelier te Thesinge, aan de diaconie van de westelijke kamer c.a. van het door verhuurder in mei 1924 van de diaconie gekochte huis, gedurende het leven van de tegenwoordige bewoners dier kamer, nl. Aldert Boer en vrouw, voor een huur van f 43 per jaar, 1924

52 Stukken betreffende de verkoop door de diaconie aan J. Postma, één der beide bewoners, voor f 1300 van het huis (bestaande uit twee woningen) en erf te Thesinge, kad. gem. (Ten Boer), sectie I nr. 1338, 1937

Geschillen

53 Stuk houdende resolutie van Gedeputeerde Staten over een geschil tussen de diakonie en Kornelis Egberts Wieringa inzake ondersteuning van hem en zijn vrouw, 1825

54 Stukken betreffende een geschil tussen de diakonie en Ludde IJzebrands Havinga over de terugvordering van een door de diakonie verstrekte lening, welke Havinga als ondersteuning beschouwde, 1840

55 Exploit van dagvaarding van ds. Derk van Lingen als voorzitter van de kerkeraad om te verschijnen voor de kantonrechter te Appingedam inzake een vordering vanwege Anje Brondijk, haar aangekomen uit de nalatenschap van haar grootmoeder, Anje Hindriks Vegter, en derzelver tweede man, Pieter Klasen Laning, op de diaconie wegens door de diaconie niet betaalde kooppenningen van een huis met tuin en grond te Thesinge, kad. gem. Ten Boer, sectie I nrs. 456 en 457 en wegens het door de diaconie in ontvangst genomen erfdeel van P.K. Laning uit de nalatenschap van diens broeder, 1873

 

Financiële administratie ontvangsten

56-58 Registers van de jaarlijkse ontvangsten, 1762-1964

56 1762-1795

57 1797-1885

58 1884-1964

 

Financiële administratie ontvangsten

59-62 Registers van de jaarlijkse uitgaven, 1738-1766, 1795-1964

59 1738-1766

60 1795-1841

61 1841-1883

62 1884-1969

63 Jaarrekeningen , 1953-1964

64 Uittreksels uit de jaarrekeningen, 1932-1942

65 Rekeningen en kwitanties, 1912, 1917, 1957, 1959. 1964         

 

Archief van het college van kerkvoogden en notabelen

69 Ingekomen stukken en concepten en minuten van uitgegane stukken, 1841- 1961

 

Organisatie en reglementen

70 Plaatselijk reglement op het beheer der kerkelijke goederen en fondsen der Hervormde gemeente te Thesinge, 1912

In 1848 kocht het kollege van kerkvoogden het collatierecht van de erven van Jan Eltjes Stuurwold. Zie voor de geschiedenis van de collatie in Thesinge: Inleiding pp. 4-6.

71 Stukken betreffende een geschil tussen de kerkvoogden en de kerkeraad enerzijds en Jan Eltjes Stuurwold anderzijds over de collatie, 1839

72 Stukken betreffende de aankoop van het collatierecht door de kerkvoogdij in 1848, 1849

 

Predikantstractement

73 Leggers van het predikantstractement, 1879, 1885 (gedeeltelijk), 1929

74 Stukken betreffende de verhoging van het predikantstraktement, 1857, 1859, 1877

75 Intekenlijsten voor de aanvulling van het traktement van de geestelijke verzorger, 1945

 

Personeelszaken

76 Stukken betreffende de vrijstelling van het verbod tot waarnemen van de betrekking van koster en organist door W. Reinders, schoolmeester aan de openbare lagere school te Thesinge, 1891-1897

 

Beheer en bezittingen

77 Lijst van de bezittingen, 1887

78 Kaart waarop landerijen en gebouwen van de hervormde gemeente kadastraal genummerd staan aangegeven. Uittreksel uit het kadastrale plan van de gemeente Ten Boer, sectie i, 1953

 

Landerijen

79 Akte van verkoop door Feit Schaaphok aan de kerkvoogdij van land aan de grindweg onder Thesinge, 1926. met retroactum 1913

 

Kerkelijke gebouwen

80 Stukken betreffende dé verhuur van de pastorie, 1932-1941

81 Stukken betreffende herstel van de luidinrichting, 1914, de nieuwe luidklok en het torenuurwerk, 1948

 

Begraafplaats

82 Twee exemplaren van het reglement voor de bijzondere begraafplaats van de Nederlandsche Hervormde Kerk te Thesinge, 1938. Met concept, z.j.

83 Lijst van graven op de bijzondere begraafplaats van Thesinge, opgemaakt in 1900 en bijgehouden tot 1949. met kaart en toelichting daarop, 1900-1949

84 Akte van overeenkomst tussen de kerkvoogdijen enerzijds en Garrelt en Tjark Buisman anderzijds over het onderhoud van 3 graven, n.l. ds. P. Buisman en zijn twee echtgenotes, 1849. 1 concept en 1 afschrift

85 Akte waarbij mej. F. Schutter aan de kerkvoogdij f 1000,- legateert met de voorwaarde dat de graven van haar ouders, haar broer, de eerste vrouw van haar vader en van haarzelf door de kerkvoogdij zullen worden onderhouden, 1942, met bijgehouden stukken 1938

 

Pastoriegoederen

86 Lijsten van pastoriegoederen, 1919, 1945

87 Akte waarbij kerkvoogden en predikant aan Egbertus Jans van Leeuwen in erfpacht afstaan een gedeelte van een zgn. buitentuin, zijnde pastoriegrond, om daarop een woonhuis te bouwen, groot 3 roeden 36 ellen, belend noord door een vijver of zgn. visscherij en zuid door een wagenvaart, kad.gem. Ten Boer, sectie I nr.706 (gedeeltelijk), tegen een jaarlijks op 1 januari verschijnende pacht van f 10,-, 1865

88 Akte van verhuur door kerkvoogden en predikant aan Harm Meelker van een stuk pastorieland, de zogenaamde "buitentuin", 1877

89 Akte van verhuur door kerkvoogden aan Simon Kooima van 2 percelen pastorieland, 1877

Kosterijgoederen

90 Stuk betreffende de herziening van de belastbare opbrengst van het kosterieland, 1879

91 Akten van verhuur door kerkvoogden aan Amel Blink e.a. van percelen kosterieland voor de periode van 6 jaar, 1949, 1954

 

Financiële administratie

92 Begrotingen van ontvangsten en uitgaven, 1939-1953, 1960

93 Jaarrekeningen van ontvangsten en uitgaven, 1938-1951, 1953, 1959

 

Boekhouding

94 Register van ontvangsten, 1662-1664

95 Register van ontvangsten onder hoofden, 1938-1958

96 Register van uitgaven onder hoofden, 1938-1954

97 Register van afrekeningen door ds. P.J. Politiek, predikant te Helium met de kerkvoogden van Thesinge, 1944-1946

97 Register van afrekeningen door ds. P.J. Politiek, predikant te Helium met de kerkvoogden van Thesinge, 1944-1946

 

Hulpbescheiden

98 Kollekteboek, 1931-1958

99 Aanslagbiljetten van de grondbelasting. met betaalbewijzen, 1946-1947

Financiële administratie van bezittingen met bijzondere bestemming

100 Jaarrekeningen en verantwoording van het beheer der pastoralia, 1931, 1934, 1935, 1937, 1940

101 Aanslagbiljetten van de grondbelasting over de pastoriegoederen, 1946-1959

102 Aanslagbiljetten van de grondbelasting over de kosteriegoederen, 1946-1958

 

 

Gerelateerde artikelen:

Het klooster Germania bij Thesinge
De Felicitas kloosterkerk van Thesinge

 

 

 

 

 

Noten, bronnen en referenties:

 

Algemene bron:


RHC GA (Groninger Archieven, 306 Hervormde gemeente Thesinge, 1662-1969. Overzicht van de geschiedenis van de hervormde gemeente te Thesinge. Bewerker Y. Botke. Laatste bewerking: 14 april 2018. Laatste publicatie: 1974. Omvang: 1,12 meter. Licentie: Public Domain Dedication.

 

Noten en referenties:


1.O.A.M.W. Hartong, Inventaris van het archief van de classis Appingedam van de Nederlandse Hervormde Kerk, Groningen 1967, p. 9 (typoscript).
2. B.W. Siemens, Toelichting behorende bij de historische atlas van de provincie Groningen 1962, p. 101.
3. B.W. Siemens, Toelichting behorende bij de historische atlas van de provincie Groningen 1962, p. 101.
4. Archief Olde Convent, inv. Nr. 73; Register Feith 1470, nr. 8; 17 januari 1470.
5. W.J. Formsma, De verhouding van het klooster Rottum tot het voorwerk Bethlehem en het kerspel Eelswerd, in Groningse Volksalmanak voor het jaar 1959, Groningen, pp. 88-94.
6. P.J. Blok, J.A. Feith, S. Gratama, C.P.R. Rutgers e.d., Oorkondenboek van Groningen en Drente, dl. I, Groningen 1896, nr. 165, 2 juli 1284.
7. Oorkondenboek, dl. 1 nr. 185, 15 mei 1291.
8. Oorkondenboek, dl. 1 nr. 208, 20 oktober 1300.
9. W.B.S. Boeles, De bijzondere fiantieele regtsbetrekking tusschen een aantal kerkelijke gemeenten in de provincie Groningen en de staat, Groningen 1866, pp. 11,12.
10. M.D. Ozinga, De Nederlandsche monumenten van geschiedenis en kunst, dl. IV: de provincie Groningen; 1e stuk, Oost-Groningen, ’s-Gravenhage 1940, p. 179.
11. W.B.S. Boeles, Finanteele regtsbetrekking, p. 12.
12. H. Reimers ed., Friesische Papsturkunden aus dem Vatkanisch Archive zu Rom. Leeuwarden 1908, pp. 13,73.
13. W.B.S. Boeles, Finanteele regtsbetrekking, p. 12.
14. J.A. Feith, De rijkdom der kloosters in Stad en Lande, in: Groningse Volksalmanak voor 1902, Groningen 1901, pp. 13,14.
15. C.P.L. Rutgers, De gevangenschap der Ommelander heren in 1557, in: Groningse Volksalmanak voor 1896, Groningen 1895, pp. 192-224.
16. J.A. Feith, De rijkdom der kloosters in Stad en Lande, in: Groningse Volksalmanak voor 1902, Groningen 1901, pp. 14.
17. Register Feith 1594, nr. 52. Rijksarchief Groningen.
18. W.J. Formsma, Inventaris van de archieven der Staten van Stad en Lande, Den Haag 1958, inv.nr. 2300, fol. 48v.
19. Statenarchieven inv.nr. 113, 14 juli 1602.
20. Statenarchieven inv. nr. 122: 2 en 5 mei 1627
21. W.B.S. Boeles, Finanteele regtsbetrekking, p. 49.
22. W.B.S. Boeles, Finanteele regtsbetrekking, p. 49.
23. W.B.S. Boeles, Finanteele regtsbetrekking, p. 50.
24 W.B.S. Boeles, Finanteele regtsbetrekking, p. 49.
25. W.B.S. Boeles, Finantieele regtsbetrekking, p. 103, 12 mei 1641
26. W.B.S. Boeles, Finantieele regtsbetrekking, p. 103, 3 november 1641, 9 november 1641
27. E.H. Roelfsema, De kloosters en proosdijgoederen in de provincie Groningen, Groningen-Den Haag 1928.
28. Statenarchieven, inv.nr. 728, fol. 11.
29. E.H. Roelfsema, Kloostergoederen p. 90. W.B.S Boeles, Finanteele regtsbetrekking, p. 25.
30. Album Studiosorum academiae Groninganea, Groningen 1905, p. 133.
31. Archief Classia Appingedam inv.nr. 4. Archieven van de Nederlands Hervormde Gemeente Thesinge, inv.nr. 1 fol. 41 en 42.
32. W.J. Formsma, De archieven van de Hoge Justitiekamer in Groningen (Den Haag) z.j. inv.nr. 2571, p. 349.
33. W.J. Formsma, Inventaris der Ommelander archieven, ’s-Gravenhage 1962, inv. nr. 738, p. 82.
34. Archieven van de Hoge Justitiekamer , inv. nr. 1361, dl. 9, fol. 33v
35. Breukdodenboek Groningen, Retroactum burgerlijke stand, inv.nr. 194 Gemeentearchief Groningen.
36. W. Duinkerken, Sinds de Reductie in Stad en Lande, 1969, p. 152.
37. Archieven van de Hoge Justitiekamer, inv.nr. 2571, p. 349.
38. Archieven van de Hoge Justitiekamer, inv.nr. 2571, p. 349 en Archieven Hervormde gemeente Thesinge, inv.nr. 1, fol. 3v.
39. Archieven Hervormde Gemeente Thesinge, inv.nr. 1, fol. 3v.
40. W.B.S. Boeles, Bijzonder regtsbetrekking, p. 66.
41 W.B.S. Boeles, Bijzonder regtsbetrekking, pp. 115-124.
42. Archieven Hervormde Gemeente Thesinge, inv.nr. 71.
43. Archieven Hervormde Gemeente Thesinge, inv.nr. 72.
44. M.W.L. van Alphen, Nieuw kerkelijk handboek, jg. 1877, Gouda 1878.
45. Archieven Hervormde Gemeente Thesinge, inv.nr. 70.
46. Statenarchieven inv.nrs. 122; 2 mei 1627, 123; 4 februari 1629.
47. W.B.S. Boeles, Bijzonder regtsbetrekking, p. 50.
48. W.B.S. Boeles, Bijzonder regtsbetrekking, p. 50.
49. Statenarchieven inv.nr. 124; 12 april 1630.
50. W.B.S. Boeles, Finantieele regtsbetrekking, p. 101; 15 april 1640.
51. W.B.S. Boeles, Finantieele regtsbetrekking, p. 103; 12 mei 1641. Zie voor de gang van zaken, die tot dit besluit leidden: W.B.S. Boeles, Finantieele regtsbetrekking, pp. 101-103; 9 juni, 11 juni, 29 september, 9 oktober 1640 en 20 februari, 12 mei, 3 november, 9 november 1641.
52. Statenarchieven inv.nr. 126; 2 november 1641, 4 en 5 mei 1642.
53. A. Pathuis ed., Het handschrift ‘Ommelands eer’ van Pater Franciscus Mijlemans s.j., missionaris der Ommelanden, 1939-1667, in: Archief voor de geschiedenis van de Katholieke kerk in Nederland, 7e jg., Utrecht-Antwerpen 1965, p.64
54. Ozinga meent dat deze onderdelen van de oude kloosterkapel pas met de afbraak en verbouwing van 1786 zijn verdwenen. M.D. Ozinga, Oost-Groningen, p. 180.
55. Statenarchieven, inv.nr. 126; 13 september 1642. Het gevraagde protocol is: Archieven Herv. Gemeente Thesinge, inv.nr. 1.
56. Statenarchieven, inv.nr. 126, 1 mei 1643.
57. W.B.S. Boeles, Finantieele regtsbetrekking, pp. 51, 113.
58. A.J. van der Aa, Aardrijkskundig woordenboek der Nederlanden, dl. XI, Groningen 1848, p. 121.
59. ‘Hergoten in den jaare 1817 op kosting der gemeente van Thesinge onder het vierde jaar der regeering van Wilm de eerste koning der Nederalanden A.H. van Bergen M Fremy me fecerunt C. Fremy U. v. Bergen’. M.D Ozinga, Oost-Groningen, p.183.
60. A.J. van der Aa, Aardrijkskundig woordenboek, p. 121.
61. A.J. van der Aa, Aardrijkskundig woordenboek, p. 121.60.
62. Hs. Kremer, Beknopte aardrijkskundige-geschiedkundige-en plaatsbeschrijving der provincie Groningen, tweede stukje, Groningen 1839, p. 319.
63. Archief classis Appingedam, inv.nr. 1; 15 mei 1615.
64. Archief classis Appingedam, inv.nr. 4; 1698.
65. Archief classis Appingedam, inv.nr. 5; 1726.
66. J.A. de Kok, Nederland op de breuklijn Rome-Reformatie, Assen 1964, p. 376.
67. Archieven Hervormde Gemeente Thesinge, inv.nr. 4; 1834.
68. Archieven Hervormde Gemeente Thesinge, inv.nr. 1; fol. 38-39.
69. Archieven Hervormde Gemeente Thesinge, inv.nr. 1; fol. 42v-43v
70. Archieven Hervormde Gemeente Thesinge, inv.nr. 3; 10 mei 1826.
71. Archieven Hervormde Gemeente Thesinge, inv.nr. 3
72. A.J. van der Aa, Woordenboek, dl. XI, p. 120
73. A.J. van der Aa, Woordenboek, dl. XI, p. 121.
74. Archieven Hervormde Gemeente Thesinge, inv.nr. 5; 28 september 1922.
75. Archieven Hervormde Gemeente Thesinge, inv.nr. 5; 22 juli 1929.
76. Archieven Hervormde Gemeente Thesinge, inv.nr. 5; 25 oktober 1937, 12 juni 1941.
77. Archieven Hervormde Gemeente Thesinge, inv.nr. 5; 4 februari 1945.
78. Archieven Hervormde Gemeente Thesinge, inv.nr. 5; 11 december 1945.
79. Archieven Hervormde Gemeente Thesinge, inv.nr. 5; 21 juli 1930.
80. Archieven Hervormde Gemeente Thesinge, inv.nr. 5; 23 maart 1942.
81. Archieven Hervormde Gemeente Thesinge, inv.nr. 5; 28 april 1953.
82. Archieven Hervormde Gemeente Thesinge, inv.nr. 5; 8 mei 1960.
83. Archieven Hervormde Gemeente Thesinge, inv.nr. 5; 30 mei 1963.
84. B.W. Siemens, Toelichting behorende bij de historische atlas van de provincie Groningen, Groningen 1962, p. 101.

 

 

 

Deze pagina maakt deel uit van www.nazatendevries.nl.
Aan bovenstaande tekst is de uiterste zorgvuldigheid besteed.
Desondanks kunnen er best fouten voorkomen.
Constateer je fouten en/of heb je vragen, correcties, aanvullingen.........

geef die dan even aan mij door via mijn E-mail adres.
Laat ook eens een bericht achter in het Gastenboek.
Hoogeveen,19 maart 2021.
Samenstelling: © Harm Hillinga
.
Menu Artikelen.
Terug naar de HomePage.
Top